Echte Dracula was vrouwelijke seriemoordenaar

De Hongaarse edelvrouw Elisabeth Báthory is een van de ergste seriemoordenaars in de geschiedenis. Honderden vrouwen verdwenen begin 17e eeuw uit dorpen rond haar kasteel, terwijl zij achter de veilige, dikke muren haar perverse fantasieën botvierde.

De Hongaarse edelvrouw Elisabeth Báthory is een van de ergste seriemoordenaars in de geschiedenis. Honderden vrouwen verdwenen begin 17e eeuw uit dorpen rond haar kasteel, terwijl zij achter de veilige, dikke muren haar perverse fantasieën botvierde.

Keith Corrigan/Imageselect & Shutterstock

Het is een koude, donkere nacht tegen het einde van december 1610. Een groep mannen loopt over de winderige toegangsweg naar kasteel Cachtice in het noorden van het Hongaarse rijk.

Voorop gaat graaf György Thurzó, de palatijn van het land. Hij is door koning Matthias II gestuurd om uit te zoeken of de vele geruchten over ontvoering, marteling en rituele moord in de burcht van de gravin Elisabeth Báthory kloppen.

Thurzó, die een neef van de gravin is, heeft van omwonenden verhalen gehoord over hekserij en orgiën door haar en haar handlangers.

De gezanten komen onaangekondigdin de hoop de daders op heterdaad te betrappen. Ze gaan omzichtig te werk, want de gravin is een machtige vrouw, die een gevaarlijke vijand kan worden als ze brutaalweg zouden binnenvallen en de geruchten onjuist blijken te zijn.

Tot hun verbazing staat de poort open en is er geen wachter te zien. Op het binnenhof stuiten ze op een jong dienstmeisje, dat met een gebroken heup in de sneeuw ligt te jammeren.

De mannen zijn niet al te zeer onder de indruk. Strenge lijfstraffen voor bedienden, en zelfs standrechtelijke executies, zijn aan de orde van de dag in de feodale bovenklasse.

Burcht is een gruwelkabinet

Eenmaal binnen treffen ze op de koude, stenen vloer echter nog een jonge, halfnaakte vrouw aan. Ze is krijtwit, al het bloed lijkt weggetrokken. Het is al snel duidelijk dat ze dood is.

Een stukje verderop ligt een derde meisje te kreunen. Haar lichaam zit onder de wonden en ze is op sterven na dood.

Het gevolg loopt verder door het ogenschijnlijk verlaten kasteel zonder tegenstand te ontmoeten. In de donkere kelders ontdekken ze een kerker waar een stuk of tien meisjes vastzitten.

En in een gruwelijke martelkamer liggen diverse dode en halfdode slachtoffers. Die laatste zijn hoogstwaarschijnlijk vergeten toen hun beulen uitgeput hun kamer opzochten voor de nacht.

De mannen lichten de beulen van hun bed – een aantal van hen draagt nog kleren die doordrenkt zijn met bloed. De kasteelvrouwe is een van hen. Wanneer de geschokte gezanten de burcht uitkammen, treffen ze meer dan 50 zwaar verminkte lichamen aan.

Dit is echter nog maar het topje van de ijsberg. Bij de latere rechtszaak blijkt dat de ‘Bloedgravin’ en haar handlangers in de loop der jaren wel 612 meisjes en jonge vrouwen hebben gemarteld en vermoord.

Met haar trouwe bedienden martelde en doodde de gravin duizenden jonge vrouwen.

© Dipper Historic/Imageselect

Inteelt in de adellijke familie

Gabriëla Elisabeth Báthory-Nádasdy van Ecsed werd in 1560 geboren in de Hongaarse plaats Nyírbátor.

Haar ouders, baron György Báthory van Ecsed en Anna Báthory­, behoorden elk tot een tak van een van de rijkste en machtigste protestantse families van het Hongaarse rijk.

Elisabeths oom was Stefanus Báthory, vorst van Transsylvanië en van 1575 tot 1586 koning van Polen, haar broer Gabriël was ook vorst van Transsylvanië en onder haar overige familieleden bevonden zich een kardinaal, diverse bisschoppen en de palatijn, graaf Thurzó, die het gevolg van afgezanten leidde.

De jonge Elisabeth groeide op in de stad Ecsed in Transsylvanië, in een van de vele kastelen van de familie. Ze zou een nogal opgewonden standje zijn geweest. Er zijn aanwijzingen dat ze epilepsie of een andere neurologische aandoening had, wat door diverse historici is toegeschreven aan generaties inteelt om de rijkdommen binnen de familie te houden.

Het feit dat meer familieleden pervers gedrag vertoonden versterkt de theorie dat Elisabeth een psychische stoornis had, maar door de weinige bronnen is het moeilijk te zeggen wat waarheid en verzinsel is.

Hetzelfde geldt voor overgeleverde verhalen over traumatische ervaringen in haar vroege jeugd. Zo zou ze hebben gezien dat haar zus werd verkracht en vermoord door razende boeren, en zelf maar ternauwernood aan hetzelfde gruwelijke lot zijn ontsnapt.

Gravin bijt haar slachtoffers

In 1604 stierf Elisabeths man Ferenc onverwacht – niemand weet exact hoe. Vanaf toen begonnen de wandaden van de gravin pas goed.

Volgens een van de verhalen gebeurde dat bij toeval: een kamermeisje trok de gravin per ongeluk aan het haar tijdens het kammen.

De weduwe sloeg het meisje hard in haar gezicht – zo hard dat er bloed uit haar neus op de huid van de gravin drupte. Toen Elisabeth het bloed wegveegde, vond ze dat haar huid er jonger uitzag.

Nadat ze haar magiërs geraadpleegd, had, liet ze het meisje de keel afsnijden en het bloed opvangen. De gravin baadde in het bloed en dronk ervan om haar jeugd terug te krijgen.

Deze kannibalistische obsessie met jeugdigheid is een gangbare verklaring voor de gruweldaden van Elisabeth. In geen van de bronnen uit die tijd wordt echter vermeld dat de gravin een bloedbad zou hebben genomen.

Wel wordt op meerdere plaatsen beschreven dat de gravin met haar tanden de huid van haar slachtoffers stuk scheurde om het bloed te laten vloeien.

Dat wordt verklaard door haar sadistische neigingen en fetisjistische houding ten opzichte van bloed en de vermeende verjongende werking ervan.

Het beroemde personage Dracula is mogelijk deels gebaseerd op Báthory.

© British Library / Imageselect & Shutterstock

Moordenares was inspiratie voor roman

Aan bloeddorstige monsters geen gebrek in de fictie, maar niemand heeft zo veel stof tot gruwelverhalen gegeven als Elisabeth Báthory..

Toen de bloeddorstige gravin in 1614 stierf, mocht haar naam 100 jaar niet worden genoemd. Haar neef, graaf Thurzó, verstopte de rechtbankverslagen om de eer van de familie te beschermen.

Pas halverwege de 18e eeuw werden ze gevonden door de monnik László Turóczi, die het eerste boek schreef over de macabere gebeurtenissen.

Sindsdien is Elisabeth Báthory een bron van inspiratie geweest voor psychologen, criminologen en niet in de laatste plaats schrijvers.

Het personage komt voor in griezelfilms met titels als Necropolis en Blood Castle, en in romans als The Blood Countess van de Roemeense schrijver Andrei Codrescu.

Veel literatuurwetenschappers denken bovendien dat het gerucht dat Elisabeth bloed dronk en erin baadde de inspiratie vormde voor Dracula van Bram Stoker.

Lijken worden achteloos gedumpt

Het is een feit dat er opvallend veel jonge meisjes zijn verdwenen uit de dorpen uit de omgeving. Wie zich niet naar het kasteel liet lokken met de belofte van werk, werd met geweld ontvoerd door de trawanten van de gravin.

In het begin deden de mensen er het zwijgen toe. Plotselinge onverklaarbare sterfgevallen kwamen in de arme dorpen wel vaker voor, en bovendien was er vrijwel niemand die in opstand durfde te komen tegen de temperamentvolle edelvrouw.

Op den duur namen de geruchten echter zozeer toe dat ze niet meer konden worden genegeerd.

De predikant klaagde daarom openlijk dat er steeds vaker in het holst van de nacht mensen begraven werden op het kerkhof, zonder dat hijzelf of de doodgraver daarvan wisten.

Het ene verse graf na het andere werd zonder grafsteen achtergelaten.

Het had nauwelijks effect. De gravin en haar helpers maakten zich er weinig zorgen over dat ze zouden worden betrapt en vonden andere manieren om van de lijken af te komen.

Voortaan werden ze gewoon gedumpt daar waar het uitkwam: op een veld, in een sloot of langs de weg naar het kasteel.

Hoewel de doodsoorzaak een publiek geheim was, durfde niemand stappen tegen de gravin te ondernemen. Ze had een machtige familie, en de slachtoffers waren maar boerendochters.

Gravin richt blik op de adelstand

Toen er in de dorpen steeds minder geschikte meisjes overbleven, werd Elisabeth nog roekelozer. Nu nodigde ze meisjes van lage adel uit, onder het voorwendsel dat ze hen wilde opleiden tot echte edelvrouwen.

Nu werd de zaak serieus genomen. Toen koning Matthias het gerucht ter ore kwam dat negen meisjes van de adel uit de buurt verdwenen waren nadat ze het kasteel hadden bezocht, kon hij dit niet negeren.

De koning had de adel nodig om zijn machtspositie te behouden.

Historici vermoeden dat het initiatief van de koning ook een kans was om een persoonlijke machtsstrijd met de gravin te beslechten.

Matthias II had veel geld geleend van haar overleden man en kon dit niet terugbetalen. Als Elisabeth werd veroordeeld voor moord, kon hij niet alleen zijn schuld afschrijven, maar ook al haar bezittingen en de grond die daarbij hoorde in beslag nemen.

Achter de muren van het kasteel Cachtice had de gravin een kerker en een martelkamer. De ruïne staat er nog, nabij Trencín in Slowakije.

© Shutterstock

Misdaden komen aan het licht

Graaf Thurzó stelt zijn nicht meteen onder huisarrest. Haar handlangers worden gearresteerd en naar Presburg, het huidige Bratislava, gebracht, waar in januari 1611 de rechtszaak tegen hen zal beginnen.

Dankzij haar hoge afkomst en invloedrijke vrienden wordt Elisabeth Báthory – tegen de wil van de koning in – niet voor het gerecht gedaagd.

Tijdens de rechtszaak vertellen de beklaagden over hun misdaden. Hofmeester Johannes Ujvary getuigt dat hij aanwezig is geweest bij de moord op 37 meisjes en vrouwen tussen de 11 en de 27 jaar.

Tot in detail beschrijft hij de martelingen waar de slachtoffers aan werden blootgesteld. Ook Ilona Joo, het kindermeisje van de gravin, bekent dat ze medeplichtig is geweest aan meer dan 50 moorden.

De grootste schok komt als een jong dienstmeisje met de naam Zusanna vertelt dat ze een keer het dagboek van haar meesteres heeft bekeken, waarin deze de namen van haar slachtoffers opschreef, vaak met aantekeningen als ‘donker haar’ en ‘erg klein’.

De lijst telde in totaal 612 namen.

In de rechtbankverslagen worden slechts 80 slachtoffers genoemd, omdat het proces zich met name op de meisjes van adel concentreert. Koning Matthias schrijft naderhand echter aan zijn palatijn Thurzó dat hij heeft gehoord dat er meer dan 300 vrouwen zijn verdwenen.

Ferenc Nádasdy had door zijn veldtochten tegen de Ottomanen veel ervaring met geweld en marteling. Die deelde hij met zijn vrouw.

© Imagno / Getty Images

Zwarte ridder deelde Elisabeths passie

Uit brieven blijkt dat de gravin en haar man beiden dol waren op moord en geweld. Hij hielp haar de bedienden te martelen.

Zoals destijds gebruikelijk verloofde Elisabeth zich op haar elfde, in 1561. Haar man was de twee keer zo oude Ferenc Nádasdy, een officier in dienst van de kroon die vaak op reis was om te vechten tegen de grote vijand, de Ottomanen uit het zuiden.

Ferenc, die de bijnaam de ‘Zwarte ridder van Hongarije’ had, zette zijn leven als militair na de bruiloft voort. Volgens getuigen kreeg de gravin er in die periode steeds meer genoegen in haar werknemers hard te straffen.

Er zijn twee voorbeelden van brieven waarin het stel methoden besprak om het personeel te tuchtigen.

Een van de ideeën was dat de gravin in de winter ‘ijsbeelden’ zou maken van naakte meisjes, door langzaam koud water over hen heen te gieten totdat ze van top tot teen bevroren waren. En dood.

Een predikant uit het gebied rond het kasteel van Báthory beschuldigde het echtpaar in een brief uit 1602 van ‘onuitsprekelijke ... wrede misdaden’.

De doodenkele keer dat Ferenc thuis was, nam hij enthousiast deel aan de marteling van zijn ondergeschikten.

In 1604 overleed de Zwarte ridder onverwacht toen hij op verlof was. Het gerucht ging destijds dat hij vergiftigd was. Een dader is nooit gevonden.

Beklaagden ter dood veroordeeld

Aangezien de getuigenissen van de beklaagden zijn afgegeven onder marteling en in de hoop een mildere straf te krijgen, zijn ze niet echt betrouwbaar.

Er zijn echter ruim 200 andere getuigen bij de rechtszaak betrokken, onder wie diverse overlevenden en de mannen die Thurzó vergezelden.

De 21 rechters kennen geen genade en veroordelen alle beschuldigden ter dood.

Bij drie ‘heksen’, onder wie Joo, worden bovendien met een hete tang de vingers afgerukt voordat ze levend worden verbrand, ‘omdat ze christelijk bloed hebben laten vloeien’.

Elisabeth blijft dit lot bespaard – weer door haar afkomst. De koning probeert nog wel om haar te laten veroordelen en haar vermogen te confisqueren, maar Thurzó voorkomt dit door op de goede naam van de familie te wijzen.

Gravin wordt ingemetseld

Iedereen is het er echter over eens dat ze niet vrij kan blijven rondlopen. De gravin wordt ingemetseld in de kamer waar ze de meeste misdaden heeft begaan. Er worden twee gaten in de deur aangebracht: een voor lucht en een voor eten.

Door deze openingen ziet een bewaker op 21 augustus 1614 dat de gravin op haar buik op de grond ligt. Op 54-jarige leeftijd is ze een natuurlijke dood gestorven.

De begrafenis verloopt tumultueus. De bewoners van de streek, die zich bij haar leven angstvallig stilhielden, roeren zich nu:

‘Die Hongaarse hoer komt niet in onze gewijde aarde.’ Om de bloeddorstige gravin toch adellijk te kunnen begraven, wordt haar lichaam naar de woonplaats van de familie gebracht, het Transsylvanische Ecsed. Hier wordt Elisabeth te ruste gelegd