Om de Boston Strangler buiten de deur te houden barricadeerden de inwoonsters van de stad hun achtertuinen. Pas in 1964 konden ze opgelucht ademhalen toen Albert DeSalvo in totaal 13 moorden bekende.

Boston Strangler: Was DeSalvo onschuldig?

In anderhalf jaar worden 13 vrouwen het slachtoffer van de Boston Strangler. De politie stelt alles in het werk om de dader te vinden, en dat lukt. Hij bekent en wordt veroordeeld. Maar dan komt hij in de gevangenis op raadselachtige wijze om het leven.

Anna Slesers woont driehoog in een van de oude gebouwen in de wijk Back Bay in Boston. Het is 14 juni 1962, laat in de middag.

Ze kan nog net snel een bad nemen voordat haar zoon haar komt halen om naar een herdenkingsdienst te gaan in een kerk even verderop.

De 55-jarige alleenstaande Letse immigrante trekt haar badjas aan en laat het bad vollopen, terwijl de opera Tristan und Isolde door het huis klinkt.

Als haar 25-jarige zoon Juris rond 19.00 uur aanklopt, doet Anna echter niet open. Dat zit hem niet lekker. Toen hij zijn moeder laatst aan de telefoon had, klonk ze erg somber.

Hij besluit de deur open te breken. In de badkamer doet hij een gruwelijke ontdekking: zijn moeder ligt naakt op de grond met het koord van haar badjas om haar hals.

Juris Slesers belt de politie en meldt wat naar hij denkt een zelfmoord is. Rechercheur Jim Mellon is als eerste ter plaatse en roept geschokt uit: ‘Noem je dat een zelfmoord?’

Boston Strangler slaat weer toe

De politie stelt al snel vast dat Anna Slesers is misbruikt en vermoord. Het vermoeden is dat het begon met een inbraak, die uit de hand is gelopen toen de dief de vrouw in haar badjas zag.

Wat niet met deze theorie strookt is dat er niets is gestolen. De ware aard van de zaak wordt de politie een paar weken later duidelijk, als er nog twee lichamen worden gevonden.

Op 30 juni 1962 wordt de 68-jarige Nina Nichols dood aangetroffen in haar overhoop gehaalde appartement. Ze is gewurgd met haar eigen nylonkous, en de keurige knoop vlak onder haar kin doet sterk denken aan die van de moord op Anna Slesers.

Later vindt de politie circa 25 kilometer ten noorden van Boston het lijk van de 65-jarige Helen Blake. Zij is ook gewurgd met haar nylonkous, die op de inmiddels bekende manier is geknoopt.

De twee vrouwen zijn slechts 12 uur na elkaar vermoord. ‘O God’, verzucht de nieuwe politiecommissaris van Boston, Edmund McNamara, als hij hoort over het derde slachtoffer. ‘Er loopt een gek rond!’

McNamara waarschuwt alle alleenstaande vrouwen en raadt ze aan hun deur op slot te doen. Alle rechercheurs moeten nu voor Moordzaken aan het werk. De moordenaar moet worden gepakt voor hij weer toeslaat. 

Politiecommissaris Edmund McNamara en zijn team zetten alles op alles om de Boston Strangler te vinden.

© All over press

Krant spreekt Boston Strangler rechtstreeks aan

De politie ziet een aantal overeenkomsten tussen de moorden. Alle slachtoffers zijn oudere vrouwen die alleen wonen en teruggetrokken leven. Er zijn geen sporen van braak, dus de vrouwen lieten de moordenaar zelf binnen.

Ze zijn alle drie ernstig seksueel misbruikt, maar er is geen sperma aangetroffen. En ze zijn gewurgd met een eigen kledingstuk, waar een speciale knoop in is gelegd.

Door de hoge leeftijd van de vrouwen veronderstelt de politie dat de dader wordt gedreven door een intense haat voor zijn moeder. Dit vermoeden wordt versterkt als in augustus de 75-jarige Ida Irga dood wordt gevonden in haar appartement in de wijk West End.

Ze ligt op de vloer van de woonkamer met een kapotgescheurde nachtpon, haar benen wijd uit elkaar en de voeten elk op een stoel geplaatst. Het rapport noemt het ‘een groteske parodie op een gynaecologische opstelling, waarbij de benen naar de voordeur waren gericht, zodat iemand die het huis binnenkwam dit als eerste zou zien’.

Nog geen 24 uur later wordt aan de andere kant van de stad de 67-jarige Jane Sullivan vermoord. Bloedsporen op een bezemsteel duiden op grof seksueel geweld. De reeks gruwelijke moorden leidt tot paniek onder de alleenstaande vrouwen in Boston.

Als op een dag een vrouw, die bezoek van een kennis verwacht, een vreemde man voor haar deur ziet staan, schrikt ze zo dat ze een hartaanval krijgt en sterft.

De man bleek echter gewoon een colporteur. Een krant plaatst op zijn voorpagina in een wanhoopspoging om de dader te bereiken een oproep: ‘Stop met moorden. Geef jezelf aan en zoek hulp. Je weet dat je ziek bent.’

De politie is intussen koortsachtig op zoek naar naar de dader. Op het politiebureau hangt een houten plaat met gaten, waar repen stof doorheen steken.

In elk stuk stof zit een exacte kopie van de knopen die de dader bij de verwurgingen heeft gebruikt, zodat ze met elkaar kunnen worden vergeleken.

Een onverwachte wending

De drie maanden daarop trekt de politie alle bekende seksdelinquenten na in Boston en omgeving. Maar het levert geen duidelijke verdachte op.

Het onderzoek krijgt een nieuwe wending als op 5 december het lichaam van Sophie Clark door twee huisgenoten wordt gevonden. Net als de andere slachtoffers is ze gewurgd met haar
eigen nylonkous en ligt ze naakt en met haar benen uit elkaar op de grond. Maar
deze moord is anders.

Sophie Clark is geen oudere, alleenstaande, blanke vrouw, maar een zwarte vrouw van
20 jaar die met anderen samenwoont.

Deze keer vindt het forensisch team bovendien spermavlekken op het tapijt. Ondanks de verschillen wijzen de werkwijze van de moordenaar en het feit dat de woning van Sophie Clark slechts een paar straten is verwijderd van de plek waar Anna Slesers een half jaar eerder werd vermoord, op dezelfde dader.

Op oudejaarsdag wordt de 23-jarige Patricia Bissette in dezelfde wijk in haar huis gevonden met diverse nylonkousen en een blouse om haar nek geknoopt. En zo gaat het door.

Tussen mei en november vindt de politie drie slachtoffers – twee jonge en een oudere vrouw. Er is echter iets veranderd. De slachtoffers worden niet langer uitsluitend seksueel misbruikt en gewurgd. De 23-jarige Beverly Samans wordt bijvoorbeeld 22 keer met een mes gestoken.

Het onderzoek spitst zich toe

4 januari 1964 vinden twee vrouwen hun 19-jarige huisgenote Mary Sullivan. Ze zit dood op bed met haar rug tegen het hoofdeinde. Een bezemsteel steekt uit haar onderlichaam – de wreedste moord tot dusver.

In totaal zijn er nu 11 vrouwen gedood door de ongrijpbare dader, die in de pers de Boston Strangler wordt genoemd. De politie heeft duizenden getuigen gehoord, verdachten gevolgd en in de straten gepatrouilleerd.

Desondanks tast ze begin 1964 nog volledig in het duister. Anders dan bij de eerste 10 moorden berichten de media uitgebreid over de mishandeling van de jonge Mary Sullivan. De druk van de publieke opinie neemt toe.

Maar dan stoppen de moorden net zo plotseling als ze begonnen. Naarmate de tijd verstrijkt vreest de politie dat de man op wie al ruim anderhalf jaar jacht wordt gemaakt, onvindbaar zal blijven. Misschien gaat het helemaal niet om één dader, maar zijn het er meer.

Gedragsdeskundige dr. Donald P. Kenefick denkt dat de eerste vijf oudere slachtoffers wel door dezelfde dader zijn vermoord, maar dat de anderen niet het slachtoffer van een seriemoordenaar hoeven te zijn.

In die gevallen ligt het meer voor de hand om de dader in hun directe omgeving te zoeken.

Boston Strangler bekent onverwacht

Op 27 oktober 1964, 10 maanden nadat de Boston Strangler zijn laatste moord gepleegd had, staat de 33-jarige Albert DeSalvo ’s avonds opeens in de slaapkamer van een vrouw.

Hij houdt een mes tegen haar keel en bindt haar armen en benen aan de vier hoeken van het bed. Dan stopt hij haar ondergoed in haar mond en kust en betast haar. Vervolgens vraagt hij hoe hij het appartement weer uit komt, verontschuldigt zich een paar keer en vertrekt.

DeSalvo wordt snel in de kraag gevat. Hij had eerder 18 maanden vastgezeten omdat hij bij jonge, mooie vrouwen aan de deur kwam, voorgaf bij een modellenbureau te werken en hen betastte.

Ondanks zijn lange strafblad vanwege diefstal en aanranding wordt DeSalvo niet direct verdacht van de Boston Strangler-­moorden. Hij heeft een vaste baan, een vrouw en twee kinderen.

DeSalvo bekent wel dat hij ingebroken heeft in 400 woningen, in vier verschillende staten 300 vrouwen heeft betast en zelfs twee keer iemand daadwerkelijk heeft verkracht.
De politie denkt dat hij overdrijft en stuurt hem naar een observatiekliniek.

Hier ontmoet DeSalvo de hoogbegaafde, manipulatieve moordenaar George Nassar, en niet lang daarna biecht Albert DeSalvo de 11 onopgeloste moorden in Boston op, plus twee andere die de politie niet met de Boston Strangler in verband had gebracht – waaronder die op de 85-jarige Mary Mullen, die volgens DeSalvo een hartaanval kreeg toen hij haar van achteren vastgreep.

De bekentenissen zijn gedetailleerd, maar er zijn geen technische bewijzen of ooggetuigen die DeSalvo aan de misdrijven kunnen koppelen. De politie weet zeker dat ze de juiste man heeft, maar door het ontbreken van bewijzen kan hij niet voor de moorden worden aangeklaagd.

Wel wordt hij veroordeeld voor een paar overvallen in een naburige staat, twee verkrachtingen en enkele inbraken – genoeg voor levenslang.

De politie is blij dat het moorden is opgehouden en dat de moordenaar nu een naam en een gezicht heeft.

Maar in 1973 slaat de twijfel weer toe wanneer DeSalvo zijn advocaat laat weten dat hij nu de waarheid wil vertellen. Voordat hij dat echter kan doen, steekt een onbekende medegevangene hem dood.

Het is daarom nog altijd een raadsel wie de Boston Strangler nu echt was.

Bekijk ook ...