Met zwaarden, speren en bijlen bestormden de ronin het landgoed van Kira.Bridgeman

© Bridgeman

47 samoerai namen wraak op bloeddorstige shogun

Na een ruzie in het paleis van de shogun pleegt een jonge edelman zelfmoord, en zijn 47 samoerai moeten de eer van zijn familie redden. Na de moord op de ceremoniemeester van de shogun staat hen nog maar één ding te doen: ook zichzelf van het leven beroven.

25 mei 2018 door Tobias Stenbæk Bro
Rond drie uur wordt de stille winternacht in het Japanse machtscentrum Edo doorbroken door het geluid van stevige passen. De meeste inwoners slapen, maar een grote groep samoerai 

steekt in het gelid de Ryogoku-brug in zuidelijke richting over. 

Ze zijn op weg naar de Sengakuji-tempel even buiten Edo, waar hun dode meester al twee jaar begraven ligt. Ze hebben een luguber geschenk bij zich.

De mannen zijn samoerai zonder meester, zogeheten ronin. Ze zijn moe, en hun kleding en wapenrusting zitten onder de bloedvlekken. Toen ze eerder die avond inbraken in het 

buitenhuis van Kira Yoshihisa, wisten ze dat de dag een tragisch einde zou kennen. 

Kira was de ceremoniemeester van de shogun van Japan, de facto de leider van het land. Op zijn buitenverblijf leverden de ‘verweesde’ samoerai een spectaculair zwaardgevecht met de lijfwachten van Kira, en aan een van de speren die ze met zich meedragen, bungelt het resultaat van hun actie: het hoofd van Kira.

Bloedige nieuwjaarsceremonie

Twee jaar eerder, 17 april 1701, zouden afgezanten van de Japanse keizer naar het hof van de shogun in Edo gaan om de hoogste militaire leider van het land een gelukkig nieuwjaar te wensen.

De ceremoniemeester van de shogun, Kira Yoshihisa, was verantwoordelijk voor de uitvoering van de uitgebreide ceremoniën die dit belangrijke bezoek zouden opluisteren. Kira had twee jonge edelen als zijn assistenten aangewezen: Date Muneharu en Asano Naganori.

Tijdens de voorbereidingen voor de traditionele geschenkenceremonie van de shogun en de keizerlijke gezanten ging het helemaal mis tussen de jonge Asano en ceremoniemeester Kira. 

De historische bronnen vermelden niet wat de aanleiding voor hun ruzie was, maar rond het middaguur troffen de twee elkaar in een van de gangen van het paleis van de shogun in Edo.

‘Ben je mijn grieven vergeten?’, riep Asano woedend. Hij pakte zijn zwaard en viel Kira pardoes aan. De bejaarde ceremoniemeester raakte niet ernstig gewond, en lijfwachten overmeesterden de jonge aanvaller meteen. Hij werd weggevoerd van de plaats des onheils.

Na een verhoor werd Asano rond 13.00 uur opgesloten op een landgoed in de buurt. De heetgebakerde edelman mocht hier een brief schrijven aan zijn bedienden, waarin hij zijn spijt betuigde dat hij zijn bedoelingen niet op voorhand duidelijk had kunnen maken, maar hij legde niet uit waarom hij en Kira in onmin waren geraakt.

Volgens historici was Kira misschien boos op Asano omdat deze hem geen geschenk had gegeven als dank voor zijn benoeming als assistent en voor de instructies voor de ceremoniën die hij had ontvangen. Het is ook mogelijk dat Kira Asano verweet dat deze er bij het uitoefenen van zijn taken met de pet naar gegooid had.

Wat de aanleiding voor het geschil ook was, shogun Tokugawa Tsunayoshi was niet mild in zijn oordeel over Asano. De edelman had een van zijn vertrouwelingen aangevallen, zelfs binnen de muren van het paleis van Edo, waar elke vorm van bloedvergieten uit den boze was. Asano Naganori werd veroordeeld tot seppuku – rituele zelfmoord. Om 18.00 uur dezelfde dag voltrok Asano het vonnis van de shogun.

De jonge edelman Asano kreeg het aan de stok met de ceremoniemeester van de shogun. Hij viel hem aan, en moest rituele zelfmoord plegen. 

47 samoerai worden ronin

Maar Asano was niet de enige die voor de aanval op de ceremoniemeester werd gestraft. Zijn broer kreeg huisarrest, en toen de shogun ook nog zijn landerijen in beslag nam, zaten zijn 270 bedienden in één klap zonder werk.

Nadat ze hun meester begraven hadden, togen de samoerai van Asano, die nu ronin waren, naar het landgoed van de familie in het domein Ako ten oosten van Edo. Ze bespraken hoe ze Asano Naganori het beste eerherstel konden geven. Omdat de shogun Asano ter dood had veroordeeld, maar tegelijkertijd Kira Yoshihisa volledig vrijuit had laten gaan, had de eer van de familie van Asano een fikse deuk opgelopen.

Ons klinkt het vreemd in de oren dat het slachtoffer, Kira, gestraft zou moeten worden – hij was immers het doelwit van de aanval van Asano. Maar in het 18e-eeuwse Japan dacht men daar anders over. Onder het shogunaat was het heel gewoon dat dader én slachtoffer straf kregen voor het verstoren van de vrede, en zulke omstandigheden hadden al heel vaak tot vergelding geleid.

In 1627 had de gewone voetsoldaat Naramura Mogokuro in een aanval van razernij twee van zijn collega’s in het paleis aangevallen. Naramura werd hiervoor veroordeeld tot seppuku, maar een van de twee mikpunten van zijn woede, die de aanval had overleefd, werd medeschuldig bevonden en werd door de shogun het land uit gezet.

Ook de familie van Asano zelf was ooit betrokken geweest bij een dergelijk voorval. In 1681 had zijn oom, Naido Tadakatsu, de doodstraf gekregen omdat hij tijdens de begrafenisceremonie voor de overleden shogun een edelman had gedood in Edo. 


Deze zou Naido hebben beledigd, en daarom werd het slachtoffer ook gestraft. Hij was medeplichtig aan het verstoren van de vrede, en zijn bezittingen werden in beslag genomen.

Maar in het geval van Asano bleek uit de volledige vrijspraak van ceremoniemeester Kira Yoshihisa dat volgens de shogun de schuld geheel bij Asano lag. Dit hield in dat zijn eer gekrenkt was, en daar moest iets aan gedaan worden. Tot zo ver waren zijn mannen het eens. Ze wisten alleen nog niet wat.

Sommige ronin wilden het landgoed in Ako bezetten en eisen dat de shogun Asano eerherstel verleende. Anderen waren van mening dat de shogun nooit begrip zou kunnen opbrengen voor hun situatie, en stelden voor om uit protest collectief zelfmoord te plegen. Maar een derde plan kreeg de meeste stemmen.

Om de eer van de familie te redden, moest Kira sterven. Zoals de 76-jarige Horibe Yahei, de oudste van de ronin, het uitdrukte: ‘Zo lang Kira Yoshihisa nog in leven is, kunnen we ons toch niet in het openbaar vertonen?’

De mannen zonnen op wraak, maar omdat hun plan geen wettelijke grondslag had, had dat wel wat voeten in de aarde. Volgens de wet mochten alleen nabestaanden toestemming vragen om hun gedode familieleden te wreken; deze regel gold niet voor dienaars die hun meester eerherstel wilden bezorgen. De 47 ronin moesten dus in het geheim hun plannen smeden. 

De uitkomst van het gevecht tussen de zwaarbewapende ronin en de slaperige lijfwachten was voorspelbaar.

Ronin-leider verlaat zijn vrouw

De ronin waren niet alleen bang voor de sterke arm der wet. Kira, die de bui al zag hangen, had spionnen op pad gestuurd om uit te zoeken of er iets tegen hem bekokstoofd werd. De ronin deden daarom maandenlang of ze de hoop om nog eerherstel voor hun meester te krijgen hadden opgegeven.

De aanvoerder van de 47 ronin, Oishi Kuranosuke, de vroegere pachter van het landgoed in Ako, leefde zich helemaal in zijn rol in. Hij liet zich scheiden van zijn vrouw en ging zich gedragen als alcoholist. Voorbijgangers die hem toeterzat over straat zagen lopen lachten hem uit en schopten hem als hij op de grond was gevallen.

Naarmate de tijd verstreek, verslapte de aandacht van Kira en zijn spionnen. De ronin slaagden er zelfs in om bouwtekeningen van het landhuis van Kira in handen te krijgen: een van hen trouwde met de dochter van de bouwmeester van het landgoed.

Het landgoed van Kira was net als dat van de meeste andere rijken in Edo een haast onneembaar fort. De grond was bedekt met grind, en het hele complex was ongeveer twee voetbalvelden groot.

Rond het terrein stond een hoge muur met aan de binnenkant wacht-
posten. In het midden van het complex lagen woningen, kantoren, schuurtjes en tuintjes kriskras door elkaar.

Aan drie kanten grensde de grond van de buren aan de buitenplaats van Kira, en langs de vierde zijde liep er een rivier. In deze vesting liepen wel 180 samoerai, lijfwachten en bedienden rond om Kira te beschermen. Met 47 man waren de ronin dus zwaar in de minderheid, en als ze een kans wilden maken om door te dringen tot Kira zelf moesten ze het met name hebben van hun snelheid en sluwheid. Een grondige voorbereiding was essentieel.


In de maanden voorafgaand aan de aanval kochten ze helmen en maakten ze maliënkolders van hun kleding door er munten en ijzeren ringen aan te naaien. Op 30 januari 1703 waren ze klaar. 

Ronin tot de tanden toe bewapend

Elke ronin droeg de twee traditionele zwaarden – de lange katana en de korte wakazashi – die hun status als samoerai aangaven, en daarnaast beschikten ze over een groot aantal speren, 

bogen en bijlen. 

Sommigen hadden lampjes, mokers en ladders bij zich, en allemaal hadden ze een fluitje dat een zeer schel geluid maakte in hun bepakking. Het plan van de 47 mannen was simpel. 

In het donker zou een aantal van hen het complex binnensluipen en de privévertrekken van Kira binnendringen, waar ze hem hopelijk zouden aantreffen. Dan zouden ze de anderen erbij halen, die met hun lampjes konden vaststellen of het echt om Kira ging. Als dat het geval was, zouden ze hem doden en was hun meester gewroken.

Alle samoerai van Asano Naganori beseften wat hun lot na de wraakactie zou zijn. De ronin Yogokawa Kanpei schreef vijf dagen voor de aanval in zijn afscheidsbrief dat ‘tranen het lot van de krijger zijn’.

Wat er die januarinacht in 1703 nu precies voorviel, weet niemand. Maar op basis van vele documenten kunnen we ons vandaag de dag een goed beeld vormen van de gebeurtenissen.

Er lag een dik pak sneeuw in Edo. De meeste mensen zochten de warmte van hun huis op, en rond middernacht, toen de ronin hun aanval inzetten, was het dan ook uitgestorven op straat. 
Met hun ladders klommen vier ronin geruisloos over de muur bij de oostelijke poort, en vier anderen deden hetzelfde bij de westelijke poort. Ze probeerden sleutels te pakken te krijgen waarmee ze de anderen zonder lawaai te maken konden binnenlaten. Maar de poortwachter had geen sleutel, en de ronin moesten dus de grote poorten met hun mokers zien open te breken.

Aanvoerder Oishi Kuranosuke zond snel boodschappers naar de omliggende landgoederen. De buren moesten weten dat het niet om een inbraak ging, maar om een nobele bloedwraak.

Oishi stuurde de ronin met de laagste rang naar het familielandgoed in Ako om de familie op de hoogte te brengen. De 47e ronin ontsprong dus de dans en bleef een bloedbad bespaard.

Terwijl enkele mannen van Oishi de poorten onder handen namen, gingen twee ploegen naar de wachtpost aan de binnenkant van de muur. Hier lagen de meeste lijfwachten van Kira rustig te slapen. 

Met ijzeren wiggen blokkeerden ze de deuren, zodat een groot deel werd opgesloten en niet in actie kon komen. Toen zetten de 46 ronin fase twee van het aanvalsplan in werking. Oishi sloeg op zijn trommel ten teken dat zijn mande privévertrekken van Kira moesten binnendringen om hem te zoeken.

Kira en zijn gezin waren intussen wakker geworden door alle rumoer bij de poorten en het geschreeuw van de wachten. 

De oude ceremoniemeester sneed de papieren wand door en ging met een paar mensen op zoek naar een schuilplaats op het landgoed.

In de kamers en gangen van het huis werd het één grote chaos. De slaapdronken lijfwachten in hun nachtgoed vormden geen partij voor de ronin met hun harnassen, zwaarden, bogen en bijlen. De wrekers werd geen strobreed in de weg gelegd in het gebouwencomplex. Pas toen ze op de binnenplaats kwamen, kregen ze met enige weerstand van
betekenis te maken.

Buiten in de sneeuw stuitten twee ronin op een van Kira’s samoerai, die goed doordrongen was van zijn plicht om zijn meester met zijn leven te verdedigen, en hij vocht als een leeuw. Tot hij zijn evenwicht kwijtraakte en voorover op de grond viel. Toen hij overeind kwam, werd hij door het zwaard van een langslopende ronin geschampt. Hij was gewond, en dus vernederd, en hem stond nog maar één ding te doen: met zijn speer pleegde hij zelfmoord. 

Ronin kunnen Kira niet vinden

Binnenshuis waren de gevechten bijna afgelopen. De ronin hadden zich een weg gebaand naar het midden van het hoofdgebouw, waar ze te midden van gillende vrouwen en moedeloze krijgers hun collega’s tegenkwamen die vanaf de andere kant het complex binnen-
gedrongen waren. Maar van Kira zelf ontbrak nog ieder spoor.

Een groepje ronin had de slaapkamer van de ceremoniemeester bereikt. Nadat ze drie van zijn mannen uitgeschakeld hadden, troffen ze een leeg bed aan.

De gevechten ebden langzaam weg. 17 bewakers van Kira lagen dood of stervend op de grond. De ronin van Oishi begonnen zich nu ernstig zorgen te maken: wat nu als Kira helemaal niet thuis was! Dan was het allemaal voor niets geweest. De 46 mannen wisten maar al te goed dat ze uit schaamte zelfmoord moesten plegen wanneer ze Kira deze nacht niet zouden vinden.

Seppuku was een eervolle manier om te sterven. De zelfmoordenaar stak zijn zwaard in zijn buik en trok het van links naar rechts.

© Bridgeman

Kira komt aan zijn eind

Een van de ronin dacht eens even goed na. Hij voelde aan het bed. Het was warm. Kira moest erop gelegen hebben, en hij was dus wel degelijk thuis.

De ronin doorzochten het complex, en buiten stuitten ze op een schuurtje. Plotseling kwamen twee samoerai van Kira op hen afgestormd. De mannen van Oishi schakelden hen moeiteloos uit en gingen het schuurtje binnen. Een oudere man zat rillend van angst op de vloer. Hij probeerde zich te verbergen in het donker. De ronin bliezen op hun fluitjes, en Oishi kwam toegesneld.

In het schijnsel van de lampjes onderwierp Oishi de bejaarde man aan een onderzoek. Hij ontdekte een opvallend litteken, dat overeenkwam met de verwonding die Asano Kira twee 

jaar eerder had toegebracht. 

Eerbiedig knielde Oishi voor de oude ceremoniemeester. Hij vertelde Kira wat hij kwam doen, en bood hem de kans om seppuku te plegen om zijn eer te redden. Maar Kira deed niets, en dus onthoofdde Oishi hem met het zwaard waarmee Asano seppuku had gepleegd.

Oishi en de andere 45 ronin waren nu klaar voor het laatste onderdeel van hun bloedwraak. Eerst legden ze een brief in het huis van Kira, waarin ze hun actie toelichtten. Vervolgens bonden ze het hoofd van Kira aan een speer en begonnen ze hun mars naar de tempel van Sengakuji en het graf van Asano.

Ter plaatse wasten ze het afgehakte hoofd zorgvuldig en legden ze het eerbiedig voor het graf van hun overleden meester. Met deze ceremonie was de dood van Asano gewroken en was zijn eer definitief hersteld.

De ronin waren al omsingeld door de mannen van de shogun, die hen rustig konden inrekenen. Oishi en de overige 45 ronin gingen zonder slag of stoot
met de soldaten mee, en ze werden in huisarrest geplaatst om af te wachten wat er met hen zou gebeuren.

Twee maanden later, 20 maart 1703, besliste shogun Tokugawa Tsunayoshi over hun lot. Alle 46 ronin werden schuldig bevonden aan samenzwering tegen de shogun en het verstoren van de vrede in Edo, en moesten seppuku plegen. Korte tijd later staken de 46 mannen hun zwaard in hun buik. Hun lichamen werden verbrand, en hun as werd naast hun dode meester bij de Sengakuji-tempel begraven.

Lees ook

Stephen Turnbull: The Revenge of the 47 Ronin, Osprey Publishing, 2011. John Allyn: The 47 Ronin Story, Tuttle Publishing, 2006. Algernon Bertram Freeman-Mitford: Tales of Old Japan, University of Michigan, 1871. 

Bekijk ook ...