De Weimarrepubliek wordt uitgeroepen door Philipp Scheidemann.

De Weimarrepubliek wordt op 9 november 1918 uitgeroepen door Philipp Scheidemann van de SPD vanaf het balkon van de Rijksdag.

© Imageselect

Weimarrepubliek: Een bijna geslaagd democratisch experiment

De Weimarrepubliek was een 15 jaar lange overlevingsstrijd tussen de Eerste Wereldoorlog en Hitlers naziregime. Alles zat tegen voor de Duitse republiek, die toch de strijd aanbond met iedereen die haar kwaad wilde doen.

Hitler haatte de Weimarrepubliek. Dat had hij gemeen met veel andere Duitse politici, van alle stromingen.

Vandaag de dag staat de Weimarrepubliek in een veel positiever licht dan in de decennia na haar ondergang in 1933.

Dit zijn enkele van de grootste uitdagingen waar de nieuwe Duitse democratie mee te maken kreeg gedurende haar korte bestaan.

Lang leve de republiek!

Op 9 november 1918 werd de Duitse Republiek uitgeroepen vanaf het westelijke balkon van de Rijksdag in Berlijn.

‘Het oude en verrotte, de monarchie, is ingestort. Leve het nieuwe. Lang leve de Duitse Republiek!’ riep Philipp Scheidemann van de sociaaldemocratische partij tegen de duizenden burgers die zich hadden verzameld.

De proclamatie maakte een eind aan het Duitse Keizerrijk en de Eerste Wereldoorlog, die 1,8 miljoen Duitse soldaten het leven had gekost en de economie had geruïneerd.

Uit de as van het oude rees de Weimarrepubliek op. De Duitse bevolking kreeg de meest democratische grondwet die de wereld op dat moment ooit had gezien. Iedereen vanaf 20 jaar mocht stemmen, inclusief vrouwen, en er was geen kiesdrempel voor het parlement.

Philipp Scheidemann spreekt het volk toe op 9 november 1918.

Philipp Scheidemann spreekt op 9 november 1918 het volk toe vanuit een raam kort voordat hij de nieuwe Duitse republiek uitroept.

© Public Domain (Bundesarchiv)

Twee Duitse republieken ontstaan op dezelfde dag

In de maanden na de oprichting van de Weimarrepubliek was Duitsland in een staat van burgeroorlog, met bloedige straatgevechten waarbij honderden doden vielen.

Slechts een paar uur nadat de SPD de nieuwe republiek had uitgeroepen, proclameerde de revolutionair Karl Liebknecht de ‘Vrije Socialistische Republiek Duitsland’.

Liebknecht was de leider van de Spartacusbond: de communistische partij van Duitsland, genoemd naar de legendarische Romeinse gladiator en rebellenleider.

Geïnspireerd door de revolutie van Lenin in Rusland een jaar eerder probeerden de Duitse communisten arbeiders en soldaten ertoe aan te zetten de macht te grijpen.

De communisten wilden een sociale revolutie ontketenen vanuit de vele raden van arbeiders en soldaten die na de oorlog waren ontstaan in Duitsland.

De SPD wist de rivaliserende republiek echter te onderdrukken met de hulp van de extreemrechtse vrijkorpsen, die uit honderdduizenden vrijwillige soldaten bestonden.

De revolutie brak nooit uit en de SPD en andere gematigde partijen wisten aan de macht te blijven.

Straatgevechten in de Weimarrepubliek

Een straatgevecht: een van de talloze gewapende confrontaties die aan de orde van de dag waren in de Weimarrepubliek.

© Public Domain (Bundesarchiv)

Drie kritieke couppogingen

Zowel rechts als links deed regelmatig pogingen tot staatsgreep in de Weimarrepubliek.

Berlijn is te gevaarlijk

Op 11 februari 1919 koos de Nationale Vergadering de leider van de SPD, Friedrich Ebert, tot rijkspresident, en op 1 augustus werd de eerste democratische grondwet van Duitsland aangenomen tijdens een zitting in Weimar in Thüringen.

De grondwetgevende vergadering was naar Weimar uitgeweken omdat het in Berlijn op dat moment te onrustig was.

Artikel 1 van de nieuwe grondwet vormde het fundament van de Weimarrepubliek: ‘De staatsmacht gaat uit van het volk’.

Het viel echter niet mee om tot een stabiel landsbestuur te komen. In de zes jaar dat Friedrich Ebert rijkspresident was (van 1919 tot 1925) moest hij met 12 verschillende regeringen werken, en alleen al vanaf 1922 werden 354 regeringsleden en andere politici vermoord.

Standbeelden van Goethe en Schiller voor het Nationaltheater in Weimar

Standbeelden van Goethe en Schiller voor het Nationaltheater in Weimar, waar het parlement van de Weimarrepubliek voor het eerst bijeenkwam.

© Shutterstock

Waarom heette de Weimarrepubliek zo?

‘Weimarrepubliek’ was een scheldwoord dat Hitler populair maakte toen hij in opkomst was.

De meeste inwoners spraken in die tijd van het Duitse Rijk.

Weimar is een stadje in het midden van Duitsland. Eeuwenlang was het een centrum van cultuur en de woonplaats van de grootste Duitse dichters, Goethe en Schiller.

De keuze voor Weimar in 1919 als de locatie voor de bekrachtiging van de grondwet van de nieuwe Duitse republiek was daarom van groot symbolisch belang.

Herstelbetalingen funest voor economie

Omdat er zo’n 30 partijen aan de verkiezingen meededen en er geen kiesdrempel was om de kleintjes buiten de deur te houden, was er meestal een wankele coalitieregering aan de macht in de Weimarrepubliek.

Bovendien was Duitsland er economisch slecht aan toe. In 1919, na de Eerste Wereldoorlog, werd het Verdrag van Versailles door de overwinnaars opgelegd aan het land.

Met het Verdrag van Versailles nam Duitsland alle schuld voor de oorlog op zich en moest het enorme herstelbetalingen afdragen.

Alleen al die herstelbetalingen bedroegen 132 miljard goudmark. De torenhoge schuld aan de geallieerden leidde tot een economische crisis in Duitsland.

Een kamer vol papiergeld tijdens de hyperinflatie in de Weimarrepubliek

Een kamer vol papiergeld tijdens de hyperinflatie in de Weimarrepubliek. Waar een dollar vóór de oorlog 4,5 mark waard was, moest je in oktober 1923 maar liefst 3,7 miljard mark neertellen voor één dollar. Vanwege de inflatie moesten burgers stapels papiergeld meenemen voor de dagelijkse boodschappen.

© Shutterstock

De nieuwe Duitse regering kwam aan geld door het gewoon bij te drukken, wat tot de tot dan toe ergste inflatie aller tijden leidde. Op het hoogtepunt in 1923 schoten de prijzen omhoog met 3,2 miljoen procent per maand.

Voor de Duitse burgers was het één grote misère. Zoals de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig het beschreef in de roman De wereld van gisteren, postuum gepubliceerd in 1948:

‘Een paar veters kostte meer dan voorheen een schoen, nee, meer dan een hele winkel met duizend paar luxeschoenen; de reparatie van een kapot raam kostte meer dan voorheen een hele verbouwing.’

Zijn tijd vooruit

Affiche voor de film Metropolis van Fritz Lang

Affiche voor de sciencefictionfilm Metropolis van Fritz Lang uit 1927. Het gouden tijdperk van de Duitse film liep van het eind van de Eerste Wereldoorlog tot Hitlers machtsovername.

© Wikimedia Commons

De hoge mate van persoonlijke vrijheid in de Weimarrepubliek leidde tot nieuwe kunstvormen en tot een erotische onderwereld, die veel mensen aantrekkelijk en walgelijk tegelijk vonden.

Marlene Dietrich in Der blaue Engel
© Imageselect

Vrije seks tierde welig

Met meer dan 100.000 prostituees en 1000 danshallen was Berlijn een poel des verderfs. Schaars geklede dames voerden pikante variétéshows op, en homo- en transseksuele mensen hoefden niet in de kast te blijven en konden hun seksualiteit vrij tentoonspreiden in de vele bars.

Gebouw in Bauhausstijl uit de Weimarrepubliek.
© Shutterstock

Bouwstijl veroverde de wereld

De architectuurstijl Bauhaus ontstond in 1919 in Weimar en was een reactie op de pompeuze gebouwen van het historicisme. Bauhaus introduceerde een mensvriendelijk functionalisme en drukte een groot stempel op steden over de hele wereld.

Otto Dix’ schilderij van journaliste Sylvia von Harden.
© Mikkel Hede

Meer burgerrechten

In 1918 kregen Duitse vrouwen stemrecht en werd de kiesleeftijd verlaagd tot 20 jaar. In de Weimarrepubliek veroverde de vrouw niet alleen de arbeidsmarkt, maar ook de politieke arena. In 1920 werden 111 vrouwen in de Rijksdag gekozen.

Economie uit het slop

Na een tijd van beproevingen begon er weer een beetje hoop te gloren in de Weimarrepubliek.

Halverwege november 1923 nam de regering een valutahervorming aan en werd als overgangsvaluta de zogeheten ‘rentenmark’ ingevoerd. Burgers konden 1000 miljard oude marken inwisselen voor één rentenmark.

Een jaar later maakte de overgangsvaluta plaats voor de nieuwe rijksmark. De Duitsers kregen weer wat vertrouwen in hun geld en de prijzen stabiliseerden.

De economie van de Weimarrepubliek kreeg ook een steuntje in de rug toen de Amerikanen in 1924 het Dawesplan in werking stelden.

Het plan was een initiatief van politicus en diplomaat Charles G. Dawes (1865-1951) en beoogde de Duitse economie te stabiliseren.

Dat moest gebeuren door middel van een lening van 800 miljoen goudmark, een stevige reductie van de herstelbetalingen en een reorganisatie van de Reichsbank.

Zo droegen de VS bij aan het economisch herstel van de Weimarrepubliek en brak een nieuw tijdperk aan voor de prille democratie.

Tussen 1924 en 1929 groeide de Duitse productie met 50 procent, en veel takken van industrie wisten hun dominante plaats op de wereldmarkt te heroveren.

Nu de economie weer in de lift zat, bloeiden het culturele leven en de persoonlijke vrijheid op in de Weimarrepubliek.

Drie plagen voor de Weimarrepubliek

De nazitop in 1924

Enkele van de verdachten tijdens het proces na de Bierkellerputsch. Het heerschap in de trenchcoat, de op drie na laatste van rechts, behoeft geen nadere introductie.

© Wikimedia Commons (Bundesarchiv)

De Weimarrepubliek was een experiment voor Duitsland. Het land was honderden jaren een lappendeken van min of meer onafhankelijke staatjes geweest, gevolgd door een keizerrijk onder leiding van Pruisen. Met democratie hadden de Duitsers weinig ervaring.

Antidemocratie

Communisten en nazi’s zaagden aan de stoelpoten van de democratie. De communisten zagen de sociaaldemocraten als ‘klassenverraders’, en ook de aristocratie had weinig op met democratie.

Complottheorie

De zogeheten dolkstootlegende was een wijdverbreide complottheorie onder Duitse nationalisten. Het idee was dat Duitsland de Eerste Wereldoorlog had verloren omdat socialisten en joden het land hadden ondermijnd. De nazi’s gebruikten de dolkstootlegende in hun propaganda om aan de macht te komen.

Dubbelspel

De nazi’s kregen grote bedragen uit nationalistische financiële kringen, waar Hitler werd gezien als de man die de Weimarrepubliek de nek kon omdraaien. De nazi’s lieten zich van hun zachte kant zien als ze in de betere kringen opereerden en sloegen ondertussen op straat communisten in elkaar.

Een volk van tucht en orde

In de tweede helft van de jaren 1920 zagen velen de Weimarrepubliek als lichtend voorbeeld van moderniteit en sociale vooruitgang.

Voor anderen was de Duitse Republiek echter een oord van zedeloosheid en decadentie, waar de normen en waarden terzijde waren geschoven.

Critici zagen de Weimarrepubliek als een reus op lemen voeten, die in zijn gretigheid om het volk vrijheid te geven de weg was kwijtgeraakt. In De wereld van gisteren schreef de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig:

‘Diep van binnen haatte de natie de republiek – niet omdat die ervan werd beticht deze wilde vrijheid te onderdrukken, maar juist omdat de teugels te veel werden gevierd. De Duitsers, een volk van tucht en orde, hadden geen idee wat ze met die vrijheid aan moesten en hoopten stiekem dat er iemand zou komen die hun de vrijheid ontnam.’

En die innerlijke wens ging snel in vervulling. Donkere wolken pakten zich samen in de vorm van een nieuwe economische crisis en stampende nazilaarzen.

Beurskrach was de doodsteek

Hitler en Hindenburg

Adolf Hitler begroet in 1933 als kersvers rijkskanselier de laatste president van de Weimarrepubliek, de licht dementerende Paul von Hindenburg. Op de achtergrond Hermann Göring en Joseph Goebbels.

© Shutterstock

In oktober 1929 kwam het einde van het broze democratische project in zicht.

Na de beurskrach op Wall Street in de VS raakte de wereldeconomie in een diepe crisis, en Duitsland werd zwaar getroffen omdat het veel had geleend van Amerika.

De leningen konden niet meer verlengd worden en de economie van de Weimarrepubliek kreeg een enorme opdonder. In 1929 waren er 1,5 miljoen werklozen in Duitsland; in 1932 was dat cijfer opgelopen tot 6 miljoen – een werkloosheidspercentage van bijna 30.

De economische crisis kwam de politieke stabiliteit in de Weimarrepubliek niet ten goede, en vooral de nazipartij (NSDAP) spon garen bij de maatschappelijke onrust.

Bij de rijksdagverkiezingen van 15 september 1930 werd de NSDAP met 107 zetels de tweede partij, gevolgd door de communisten met 77 zetels.

Rijkskanselier Heinrich Brüning van de gematigde katholieke partij Zentrum raakte zijn meerderheid kwijt.

Omdat hij de communisten en de nazi’s als een bedreiging zag, besloot hij te regeren via noodverordeningen, zoals artikel 48 van de grondwet van de Weimarrepubliek toestond.

De wet bood de rijkskanselier de mogelijkheid de grondwettelijke burgerrechten op te schorten als de openbare veiligheid in het geding was.

Met dit besluit begon een neerwaartse spiraal voor de democratie in de Weimarrepubliek, die culmineerde in de machtsovername van de nazi’s in 1933.

Economische tegenslagen, radicale vrijzinnigheid en onophoudelijke onlusten hadden de Weimarrepubliek uitgehold. En toen de nazi’s hun propaganda loslieten op het volk, was de rek eruit – ze waren te gewiekst, en het buitenland had wel andere zaken aan zijn hoofd.