Zelf kon Elizabeth I onder de luxewet flink uitpakken met fijne stoffen in bonte kleuren.

© Bridgeman Images

Elizabeth I was de Engelse modetiran

Mode is slecht voor de samenleving, vond de koningin van Engeland. In 1574 voerde ze een strenge wet in op luxegoederen om pronkzucht te beteugelen, het leger te redden en de positie van de adel te versterken.

17 november 2017 door Pelle Stampe

In 1574 kon koningin Elizabeth I het probleem niet langer negeren. De pronkzucht van de onderdanen bedreigde de economie. 

Een wet op luxeartikelen moest de import van Zuid-Europese mode beteugelen en de schatkist redden.

Door het modebewustzijn dreigde de scheidslijn tussen de klassen in de samenleving te verdwijnen. 

Een stedeling in goeden doen kon zich zomaar als een hertog kleden en stijgen op de sociale ladder, en zoiets kon de bovenklasse natuurlijk onder geen beding toestaan. 

Ook dat probleem was van de baan met de wet op luxegoederen.

‘De overdaad aan kleding en de overvloed van nutteloze waren uit het buitenland hebben zo’n grote omvang bereikt dat het zal leiden tot het verval van het rijk’, waarschuwde de luxewet, die ook jonge edelen van de persoonlijke ondergang moest redden:

‘Door ijdelheid verleid verkwisten ze niet alleen hun eigen geld en het land dat hun ouders hun nalieten, ze maken ook zulke schulden dat ze hun leefwijze niet kunnen handhaven zonder overtredingen en het land niet meer kunnen dienen.’

De edelen moesten wapens en paarden kunnen kopen, zodat ze hun plicht jegens Elizabeth konden vervullen en voor hun land konden vechten. 

Met de wet werden hun uitgaven aan banden gelegd.

Bonte kleuren alleen voor de elite

De status van de middeleeuwse Engelsen was het makkelijkst aan te geven met een kleur. 

Ambachtslieden, boeren en hun knechten moesten genoegen nemen met vale tinten uit het plantenrijk: bruin, beige, geel, grijs, vaalgroen en oudblauw.

Sterke, diepe kleuren moesten uit het buitenland komen en gaven aan dat iemand een hoge positie in de samenleving bekleedde. 

Veel kleuren hadden ook een symbolische waarde omdat ze met historische of religieuze personen verbonden waren. 

Zo hadden de Romeinse keizers paarse toga’s gedragen. Dit was daarom een majestueuze kleur, en krachtens de luxewet mochten alleen de regent en de koninklijke familie paars dragen.

De hoge adel kon duurdere kleuren betalen en droeg dan ook indigoblauw, scharlakenrood en violettinten.

Felrood was voor de kerk, want deze kleur stond symbool voor het bloed van de eerste martelaars. Kardinalen droegen daarom felrode kappen.

De adel (links), burgerij (midden) en onderklasse (rechts).

© Dorling Kindersley

Kleren maken de man

De luxewet was vooral voor de rijken, die hun plaats in Elizabeths klassenmaatschappij moesten kennen. Door de strenge wet gingen ze zich heel creatief kleden.

  • Edelen mochten het breed laten hangen
    Aan de klederdracht kon je zien welke positie iemand in Elizabeths rijk bekleedde. Alleen de regent en de koninklijke familie mochten zich in kleur, model en textielsoort uitleven. De adel mocht zijde, brokaat, fluweel en exotisch bont dragen. Maar sabel was alleen voor hertogen en hertoginnen. Hoe lager de adellijke rang, hoe langer de lijst verboden materialen. Maar de kloof tussen adel en de oprukkende burgerij bleef desondanks enorm.

  • De welgestelde burger toonde zijn succes met trucs
    Engelse kooplieden konden flinke rijkdommen verwerven, maar door de luxewet was daar weinig van te zien. Ze moesten hun plaats – de onderklasse – kennen; alleen kleren van wol, linnen, vlas of schapenvacht waren toegestaan. Zijde- en bont­randen mochten wel. Dus de welgestelde burgers lieten kleren met splitten maken zodat de zijdevoering zichtbaar was, of keerden mantels binnenstebuiten.

  • Onderklasse liep in grove Engelse kleding
    Het grootste deel van de drie miljoen Engelsen leefde in armoede. Dat er strenge kledingvoorschriften golden deerde hen niet, want ze hadden toch alleen geld voor de grove kleding van Engelse makelij. Na 1571 moesten de lagere klassen wollen hoeden of kappen op. Wolbelasting was namelijk Elizabeths grootste inkomstenbron.

Verstoting was de straf

Elizabeth voerde strenge straffen in op het schenden van de luxewet, maar in de praktijk was die lastig te handhaven. 

De overtreders werden door hun medeburgers gestraft – de maatschappelijke klassen hielden scherp in de gaten welke kleding je mocht dragen. 

Onderdanen die de regels overtraden werden het mikpunt van spot, en werden door hun groepsleden uitgestoten.

Lees ook

Jane Malcolm-Davies & Ninya Mikhaila: The Tudor Tailor, Batsford Ltd., 2006. Anne Somerset: Elizabeth I, Phoenix, 2002. Simon Adams: Tudor, Dorling Kindersley, 2004. Terry Deary & Niel Tonge: Terrible Tudors, Scolastic, 1999.

www.the-tudors.org.uk ● http://elizabethan.org

Bekijk ook ...