Zelf kon Elizabeth I onder de luxewet flink uitpakken met fijne stoffen in bonte kleuren.

© Bridgeman Images

Elizabeth I was de Engelse modetiran

Mode is slecht voor de samenleving, vond de koningin van Engeland. In 1574 voerde ze een strenge wet in op luxegoederen om pronkzucht te beteugelen, het leger te redden en de positie van de adel te versterken.

In 1574 kon koningin Elizabeth I het probleem niet langer negeren. De pronkzucht van de onderdanen bedreigde de economie.

Een wet op luxeartikelen moest de import van Zuid-Europese mode beteugelen en de schatkist redden.

Door het modebewustzijn dreigde de scheidslijn tussen de klassen in de samenleving te verdwijnen.

Een stedeling in goeden doen kon zich zomaar als een hertog kleden en stijgen op de sociale ladder, en zoiets kon de bovenklasse natuurlijk onder geen beding toestaan.

Ook dat probleem was van de baan met de wet op luxegoederen.

‘De overdaad aan kleding en de overvloed van nutteloze waren uit het buitenland hebben zo’n grote omvang bereikt dat het zal leiden tot het verval van het rijk’, waarschuwde de luxewet, die ook jonge edelen van de persoonlijke ondergang moest redden:

‘Door ijdelheid verleid verkwisten ze niet alleen hun eigen geld en het land dat hun ouders hun nalieten, ze maken ook zulke schulden dat ze hun leefwijze niet kunnen handhaven zonder overtredingen en het land niet meer kunnen dienen.’

De edelen moesten wapens en paarden kunnen kopen, zodat ze hun plicht jegens Elizabeth konden vervullen en voor hun land konden vechten.

Met de wet werden hun uitgaven aan banden gelegd.

Bonte kleuren alleen voor de elite

De status van de middeleeuwse Engelsen was het makkelijkst aan te geven met een kleur.

Ambachtslieden, boeren en hun knechten moesten genoegen nemen met vale tinten uit het plantenrijk: bruin, beige, geel, grijs, vaalgroen en oudblauw.

Sterke, diepe kleuren moesten uit het buitenland komen en gaven aan dat iemand een hoge positie in de samenleving bekleedde.

Veel kleuren hadden ook een symbolische waarde omdat ze met historische of religieuze personen verbonden waren.

Zo hadden de Romeinse keizers paarse toga’s gedragen. Dit was daarom een majestueuze kleur, en krachtens de luxewet mochten alleen de regent en de koninklijke familie paars dragen.

De hoge adel kon duurdere kleuren betalen en droeg dan ook indigoblauw, scharlakenrood en violettinten.

Felrood was voor de kerk, want deze kleur stond symbool voor het bloed van de eerste martelaars. Kardinalen droegen daarom felrode kappen.

De adel (links), burgerij (midden) en onderklasse (rechts).

© Dorling Kindersley

Verstoting was de straf

Elizabeth voerde strenge straffen in op het schenden van de luxewet, maar in de praktijk was die lastig te handhaven.

De overtreders werden door hun medeburgers gestraft – de maatschappelijke klassen hielden scherp in de gaten welke kleding je mocht dragen.

Onderdanen die de regels overtraden werden het mikpunt van spot, en werden door hun groepsleden uitgestoten.