Jongens van adel werden opgeleid in wapengebruik en goede manieren, en ze serveerden bij de koninklijke diners.

De vreemdste dienaren van de koning: Geselknaap en billenveger

Middeleeuwse koningen waren omringd door een grote schare ambtenaren en bedienden. Sommige beheerden een bestuurlijk gewest of inden belasting, andere proefden het eten van de koning of veegden zijn billen af.

18 november 2015 door Claus Sonne

Vermaakte: Hofnar was brutale spreekbuis

Narren konden meer dan de koning aan het lachen maken. Ze fungeerden als sparringpartner in politieke kwesties.

In de middeleeuwen konden zowel mannen als vrouwen hofnar worden. De bont geklede entertainer speelde een bijzondere rol aan het hof: hij was de enige die het zich kon veroorloven de spot te drijven met edelen die dicht bij de koning stonden, en zelfs met de koning zelf, zonder dat het hem de kop kostte.

Grappen maken ten koste van de vorst was bijna een plicht – de Engelse koningin Elizabeth I werd boos op haar nar omdat hij niet genoeg de draak met haar stak. De vorst hield de hofnar de hand boven het hoofd, en gebruikte de bediende om dingen te zeggen die hij of zij zelf niet kon uitspreken tegen bijvoorbeeld een machtige edelman.

Gehandicapten en kleine mensen waren favoriet voor de functie van hofnar, vooral als ze ook slim waren en zich konden mengen in politieke discussies. De andere hovelingen hadden vaak een hekel aan de nar, omdat die hen voor gek zette. Zo bedreigde in 1623 de hertog van Buckingham de hofnar Archibald Armstrong met de dood, waarop de nar zei: ‘Er is al menige hertog opgehangen voor zijn brutaliteit, maar nog nooit een nar voor zijn praatjes.’


Schotse nar stootte koning van de troon

Koning Jacobus VI van Schotland (1567-1625) ondertekende belangrijke documenten altijd zonder ze eerst te lezen. Dat heeft hij geweten. Op een dag overhandigde zijn hofnar, George Buchanan, hem een document dat de nar voor 15 dagen tot regent maakte. De koning tekende en moest meteen de troon verlaten, waarna de nar erop plaatsnam. Hierna las de koning alles voordat hij zijn handtekening zette. De hofnar werd niet gestraft voor zijn brutaliteit.

Hofmeester zorgde voor natje en droogje

In de middeleeuwen zetelden de Rooms-Duitse keizer en andere vorsten niet in een hoofdstad, maar reisden ze rond langs hun sloten en landhuizen of woonden ze bij belangrijke adellijke families.
Tijdens de vele reizen was het de taak van de hofmeester ervoor te zorgen dat het volgende slot klaar was voor de koning.

De hofmeester stelde de edele die koninklijk bezoek kon verwachten hiervan van tevoren op de hoogte. Het vergde aanzienlijk wat voorbereiding om de koning en zijn grote gevolg naar behoren te ontvangen en te onderhouden.

Sommige hofmeesters werden vertrouwelingen van de koning en voorzagen hem van goede raad.


Poetste billen: Billenveger was topbaan

De koninklijke bips schoonpoetsen klinkt niet zo aanlokkelijk, maar in de middeleeuwen stond men voor dit baantje in de rij.

De Engelse koning Hendrik VIII had een persoonlijke toiletstoel. De koning was te deftig om zelf zijn achterwerk af te vegen, daarvoor had hij een zogeheten Groom of the Stool in dienst: een bediende voor het kleinste kamertje.

Dit toilethulpje had tot taak zijn hand onder de stoel te steken en met een vochtig doekje de billen van de koning schoon te vegen. Ook andere Europese koningen hadden een billenveger. Hoewel het beroep tegenwoordig misschien niet bijster aantrekkelijk lijkt, was het in de middeleeuwen een erebaan.

Alle Grooms of the Stool van Hendrik VIII waren ridders uit een hoogstaand adellijk geslacht. Alleen edelen waren gekwalificeerd om de koning aan te raken, die immers door God zelf was uitgekozen om te regeren.

Het beroep gaf toegang tot de privévertrekken van de koning, en de billenveger kon zelfs een van de naaste raadgevers van de koning worden. De functie bestond in Engeland eeuwenlang. De laatste Groom of the Stool was James Hamilton, hertog van Abercorn, die de titel droeg van 1886 tot 1891.

Dankzij de koninklijke toiletstoel is stool nu het nette Britse woord voor ontlasting. Ook het Nederlandse woord ‘stoelgang’ is eraan ontleend.


Billenveger aan het werk

De Groom of the Stool zette de toiletstoel op de juiste plek en opende hem. Dan goot hij water in een schaal en zette die in de stoel. Met een doek veegde hij de bips van de koning af.

Kreeg slaag: Geselknaap kreeg andermans straf

Hoe straf je een prins die spoedig koning bij de gratie Gods zal zijn? Dat was een lastige kwestie voor het hof in de middeleeuwen. De oplossing werd gevonden in een zogeheten geselknaap.

De geselknaap was meestal van adel en ongeveer even oud als de prins. Zijn taak was de klappen in ontvangst te nemen die de jonge prins verdiend had, maar niet mocht krijgen. De prins en de geselknaap groeiden samen op, waren elkaars enige speelkameraden en kregen vaak een hechte band. Daarom hoopte het hof dat de prins zich netjes zou gedragen en braaf zijn lessen zou volgen, opdat zijn beste vriend geen slaag kreeg.

Ondanks het risico op lijfstraffen was het beroep van geselknaap heel gewild, omdat je zo een innige vriendschap kon opbouwen met de toekomstige koning.


Nam gif in: Voorproever speelt met de dood

Elke zichzelf respecterende middeleeuwse koning had een voorproever in dienst om te voorkomen dat een rivaal zijn eten vergiftigde. De verantwoordelijke functie was gewild maar gevaarlijk, want de voorproever moest het eten en drinken van de koning testen voordat de vorst het zelf op tafel kreeg. Zijn werk kon hem fataal worden als hij het gevaar niet tijdig ontdekte.

Tijdens langdurige diners bewaakte de voorproever ook het bord, de beker en het bestek van de koning, zodat niemand daar gif over kon strooien. De taak werd gewoonlijk toevertrouwd aan een edele of een soldaat die de koning buitengewone trouw had bewezen.


Drost bestuurde zijn eigen gebied

Een drost, landdrost of drossaard was in de Lage Landen een ambtenaar die een gebied bestuurde. Het was een eervolle baan, die niet al te veel tijd in beslag nam. Het ambt ontwikkelde zich in de middeleeuwen uit de functie van tafeldienaar van de heer, en bestond nog lang.

De bekendste Nederlandse landdrost was Pieter Corneliszoon Hooft, die drost was van Muiden. De drosten van
dit gebied moesten de toegang tot de Vecht en de route naar Amsterdam via het Gooi bewaken.

Ambachtsheer was een soort burgemeester

Een ambachtsheer bestuurde een ambachtsheerlijkheid. Dat wil zeggen dat hij een soort burgemeester was over een bepaald gebied, volgens de middeleeuwse feodale onderverdeling. Een
ambachtsheer had overheidsgezag en mocht rechtspreken over de inwoners van zijn gebied.

Ook had hij recht op een tiende van de opbrengst van de oogst en de visserij- en jachtrechten en benoemde hij ambtenaren.

Gouwgraaf leidde een gouw

In de tijd van Karel de Grote (742-814) was het Frankische Rijk verdeeld in bestuurlijke gewesten die gouwen werden genoemd. Daardoor was het voor de keizer gemakkelijker om het grote rijk te besturen. Aan het hoofd van zo’n gouw stond een gouwgraaf. Hij werd door de keizer rechtstreeks aangesteld en vertegenwoordigde hem.

Kanselier houdt de ambtenaren onder de duim

Hoewel verkeersboetes en btw in de middeleeuwen nog niet waren uitgevonden, had de koning een leger aan gekwalificeerd personeel in dienst voor het bestuur van zijn rijk. Uit rapporten blijkt bijvoorbeeld dat in Engeland eind 14e eeuw 100 ambtenaren bij de overheid werkten.

Aan het hoofd van de kanselarij, die vergelijkbare functies vervulde als het overheidsapparaat van nu, stond een kanselier. Hij bepaalde de bestemming van de belastinginkomsten – in geld en in natura – die de koning nog niet had weten te verkwanselen.

<

Bekijk ook ...