Oliecrisis, embargo, VS

Vijf redenen dat het Westen uitgleed in de olie

Westerse auto’s en fabrieken draaiden na de Tweede Wereldoorlog op goedkope olie uit het Midden-Oosten. Maar het systeem was kwetsbaar, en in 1973 ging het mis.

Westerse auto’s en fabrieken draaiden na de Tweede Wereldoorlog op goedkope olie uit het Midden-Oosten. Maar het systeem was kwetsbaar, en in 1973 ging het mis.

Hum Images/Imageselect

Tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog eind 1973 stelde de door Arabische landen gedomineerde OPEC, de organisatie van olie-exporterende landen, een embargo in om de westerse bondgenoten van Israël te treffen.

En dat lukte, want Europa en de VS draaiden volledig op de goedkope energie. Ze moesten maatregelen nemen, bijvoorbeeld door fabrieken op een laag pitje te laten draaien of autoloze zondagen in te stellen.

In maart 1974 hief de OPEC het embargo op nadat de VS Israël tot onderhandelingen had gedwongen. Maar westerse economieën hadden nog jarenlang last van inflatie en werkloosheid.

OPEC

Trans-Arabian Pipeline, Saoedi-Arabië, Aramco

De trans-Arabische pijpleiding vanuit Saoedi-Arabië was bij de opening in 1950 de grootste ter wereld met een capaciteit van 3 miljoen vaten per dag.

© SDASM Archives

Arabieren namen heft in handen

In de jaren 1950 was de olieproductie in handen van zeven grote Brits-Amerikaanse concerns, bijgenaamd de ‘zeven zusters’.

Deze maatschappijen hielden de prijzen laag om westerse overheden gunstig te stemmen. In ruil betaalden ze weinig belasting.

Maar in 1960 daagden de oliestaten de internationale bedrijven uit. Onder leiding van Saoedi-Arabië, dat zeer veel olie had, vormden ze hun eigen organisatie, de OPEC.

In 1973 was die machtig genoeg om de wereldmarkt te beïnvloeden en de westerse wereld onder druk te kunnen zetten.

DE PALESTIJNEN

PFLP, Jordanië, PLO

De guerrillabeweging PFLP (Volksfront voort de Bevrijding van Palestina) ging in 1968 op in de PLO.

© Thomas R. Koeniges/Wikimedia

Arabische leiders waren bang voor militante Palestijnen

Sinds het ontstaan van Israël in 1948 hoopten de Palestijnen dat de Arabische landen de joodse staat op het slagveld zouden verslaan.

Maar die hoop vervloog na de Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog van 1967. Daarop sloten de Palestijnen zich in groten getale aan bij de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO of de guerrillabeweging PFLP.

De Arabische leiders vreesden deze milities, die veel steun genoten onder de bevolking. Om opstanden te voorkomen, gebruikten ze olie als pressiemiddel om het Westen onder druk te zetten.

OORLOG

Jom Kippoeroorlog, Oktoberoorlog, Sinaï

Egyptische soldaten hijsen de vlag nadat ze een stelling hebben veroverd in de door Israël bezette Sinaï in 1973.

© Wikimedia Commons

Olie-embargo was gericht tegen Israëls vrienden

Op 6 oktober 1973, toen de joden Jom Kippoer vierden, vielen Egypte en Syrië hun aartsvijand Israël aan. Met steun van andere Arabische naties boekten ze enkele successen.

Maar de VS en andere westerse landen schoten Israël te hulp, en al snel werden de Arabieren in het defensief gedrongen.

Daarop dreigden de Arabische OPEC-leden met een embargo als Israël zich niet terugtrok. Toen dat niet gebeurde, voegden ze de daad bij het woord.

De olieprijs explodeerde.

AFHANKELIJKHEID VAN IMPORT

Een oliearbeider uit Texas poseert voor een foto in 1939. Toen waren de VS de grootste producent van ruwe olie.

© Library of Congress

Westen was verslaafd aan olie

De Amerikaanse olieproductie was in 1970 op zijn hoogtepunt. Daarna kon Amerikaanse aardolie niet meer concurreren met goedkope geïmporteerde olie.

Tussen 1970 en 1973 verdubbelde de invoer van ruwe olie naar de VS bijna. Het meeste kwam uit het Midden-Oosten: in 1973 maar liefst 83 procent.

De prijs was zo laag dat de Amerikanen in 1971 minder betaalden voor een vat olie dan in 1958. Door de afhankelijkheid van goedkope olie waren de VS echter kwetsbaar toen het OPEC-embargo inging.

ISOLATIE

Internationaal Energieagentschap, oliecrisis, OESO

Het IEA heeft 31 leden en meerdere partners. De donkerblauwe landen zijn volwaardig lid.

© CW3EXiDez1z%/Wikimedia

Westerse instituties waren slecht voorbereid

Terwijl de OPEC-landen zich achter het embargo schaarden, had de organisatie van industriële naties, de OESO, geen werktuigen om de crisis het hoofd te bieden.

De Amerikanen stelden een nieuw agentschap voor met leden uit de VS, Japan en Europa.

Zo wilden ze noodvoorraden verdelen en onderzoek doen naar nieuwe bronnen. In 1974 werd het Internationaal Energieagentschap (IEA) opgericht.

Bovendien ging het Westen op zoek naar alternatieven.