De omstandigheden in het New York City Lunatic Asylum zouden gruwelijk zijn geweest.

© Alamy/imageselect, Pxdirect & Shutterstock
Maatschappij

Undercoverjournalist infiltreerde in psychiatrisch ziekenhuis

Een bange en verwarde Nellie Bly wordt in 1887 opgehaald door de politie van New York. Ze komt voor de rechter, die haar laat onderzoeken door artsen. De deskundigen zijn het er roerend over eens: de jonge vrouw is krankzinnig en hoort in een gesticht thuis. Voorlopig gaat alles volgens Nellies plan.

Ratelende schrijfmachinetoetsen – dat is het enige wat Nellie Bly hoort als ze op donderdag 22 september 1887 over de redactie van de krant New York World loopt en op de deur van de hoofdredacteur klopt.

Al maandenlang zwerft de 23-jarige vrouw uit Pittsburgh door de straten van New York op zoek naar een baan als journalist, maar tot nu toe kreeg ze telkens nul op het rekest.

Het schrijven van artikelen voor gerenommeerde kranten is nog voorbehouden aan mannen.

Wanneer Bly het kantoor van John Cockerill binnenstapt, merkt ze echter al snel dat ze dit keer wel eens beet kon hebben.

De hoofdredacteur hoort de ideeën van Bly met belangstelling aan, al wil hij haar niet naar Europa sturen om in de laagste klasse de Atlantische Oceaan over te steken, zodat Bly het leven van een emigrant naar de VS kan beschrijven.

Cockerill acht de avontuurlijke jongedame echter wel geschikt om een ander idee uit te voeren waar hij het al met de eigenaar van de krant, de visionaire Joseph Pulitzer, over gehad heeft:

Bly moet doen of ze gek is en zich laten opnemen in het New York City Lunatic Asylum op Blackwell’s Island, waar veel misstanden zouden heersen.

Bly moet infiltreren in een gesticht

‘Schrijf het precies zo op als je het ziet, goede en slechte zaken, geef kritiek als die op z’n plaats is en lof als het kan, en wijk niet af van de waarheid,’ zegt Cockerill van achter de borstelsnor die zijn mond geheel bedekt.

‘Ik maak me eigenlijk wel een beetje zorgen over je voortdurende glimlach,’ voegt hij eraan toe.

‘Ik zal niet meer glimlachen,’ zegt Bly meteen. Ze is dolblij dat ze eindelijk een grote opdracht in de wacht heeft gesleept, en beseft dat ze al haar acteertalent in de strijd zal moeten gooien om erin te slagen achter de muren van de gesloten krankzinnigeninrichting terecht te komen.

‘Je mag het proberen. Als het je lukt, zul je iedereen versteld doen staan,’ zegt Cockerill enthousiast.

Hij watertandt al bij de gedachte aan het sensatieverhaal dat de New York World kan brengen als het goed gaat.

Nellie Bly is nog nooit een uitdaging uit de weg gegaan.

Ze weet dat ze met de opdracht op Blackwell’s Island naam kan maken in de krantenwereld.

De jonge journalist beseft echter ook dat ze haar leven niet zeker is wanneer ze eenmaal de oversteek naar het beruchte eiland gemaakt heeft en tussen de gestoorde vrouwen zit.

Ze steekt haar bezorgdheid niet onder stoelen of banken.

‘Hoe krijgt u me er weer uit als ik daar opgesloten zit?’ vraagt ze de hoofdredacteur.

‘Dat weet ik niet,’ antwoordt deze.

Op Blackwell’s Island stond een van de ergste gestichten van de VS.

© Alamy/imageselect, pxdirect & Shutterstock

Missie begint in een herberg

Al de volgende middag loopt Nellie Bly door de winderige straten van Manhattan in de sjofelste kleren die ze kon vinden. Ze ziet eruit als een ‘arm, ongelukkig meisje’.

Voordat ze de straat op ging heeft ze urenlang geoefend op de lege blik van een krankzinnige. Terwijl ze over de stoep van Second Avenue sjokt, probeert Bly aan spookverhalen te denken om er angstig uit te zien.

Ze heeft nog nooit een psychiatrische patiënt ontmoet. Als ze aanklopt bij een vrouwenpension, hoopt ze toch anderen ervan te kunnen overtuigen dat het haar in de bol is geslagen.

‘Nellie Brown,’ stelt Bly zich voor wanneer een oudere dame de deur opendoet.

De leidster van het vrouwenpension, mevrouw Stanard, ontvangt de journaliste hartelijk. In de loop van de avond merkt de herbergierster dat er iets niet helemaal in de haak is met de jonge mejuffrouw Brown.

‘Wat is er met je aan de hand? Heb je zorgen of zit je in de problemen?’ vraagt mevrouw Stanard.

Bly ziet haar kans schoon. Ze vertelt dat ze labiel is en als de dood is voor de andere bewoners.

Ze weet namelijk dat geesteszieken vaak bang zijn voor vreemden en probeert op die manier haar omgeving om de tuin te leiden.

De journalist blijft de hele avond toneelspelen door raar te reageren en de andere vrouwen angstig en verward aan te kijken.

Als het bedtijd is, maken de andere bewoners van het vrouwenpension zich zorgen om hun veiligheid.

‘Ik wil hier eigenlijk niet zijn met zo’n gestoorde vrouw in huis,’ zegt iemand. Een ander denkt dat Nellie iedereen vermoord zal hebben voordat het ochtend is.

Rechter beslist over Nellie Bly

Die nacht schrikt een van de gasten wakker na een nachtmerrie waarin Nellie Brown haar neerstak met een mes.

De volgende ochtend laat mevrouw Stanard daarom twee politieagenten komen en brengt hen naar Nellies kamer.

‘Als ze niet rustig met ons meegaat, sleep ik haar aan haar haren naar buiten,’ zegt een van de agenten terwijl hij mejuffrouw Brown de straat op leidt.

Het gezelschap wordt achtervolgd door buurtjochies die de schijnbaar gestoorde vrouw uitjouwen.

Mevrouw Stanard loopt ook mee naar de rechtbank, waar ze aan de rechter uitlegt wat er gebeurd is. Hij moet met de wet in de hand over het lot van de jonge vrouw beschikken.

Bly doet nog steeds haar best om verward over te komen. Zo zegt ze tegen de rechter dat ze uit Cuba komt.

‘Het arme kind. Ze ziet er verzorgd uit en ze spreekt perfect Engels. Ik durf te wedden dat het een fatsoenlijke meid is,’ zegt de rechter, die duidelijk niet goed weet wat hij met deze zaak aanmoet.

‘Iemand zal toch voor haar moeten zorgen,’ mompelt hij. Een van de agenten floept er iets uit.

‘Stuur haar naar het Eiland!’ roept hij.

‘Nee, dat moet u beslist niet doen. Ze is een nette dame, en daar gaat ze aan onderdoor,’ zegt mevrouw Stanard.

Gelukkig voor Bly brengt de rechter haar een stapje dichter bij Blackwell’s Island. Hij stuurt de verwarde jonge vrouw per ambulancekoets naar het Bellevue Hospital op Manhattan.

Daar moeten de artsen beoordelen of ze nu echt krankzinnig is of niet.

‘Naar het gekkenpaviljoen,’ roept de ambulancearts naar een kleerkast van een vent wanneer de koets halt houdt voor het Bellevue op de oever van de East River.

Artsen verklaren Bly krankzinnig

De spierbundel grijpt haar bij haar arm – zo hard dat ze ‘een pijnscheut door haar lichaam voelt’.

Dan leidt hij haar door de ziekenhuisgangen, tot ze bij een paviljoen komen waar drie lotgenoten hun oordeel afwachten.

Terwijl Bly wacht tot een dokter haar kan onderzoeken, komt er een verpleegster naar haar toe om te vragen of mejuffrouw Bly misschien wat kleingeld in haar zakken heeft.

‘Ze zouden het toch van je afpakken, lieve kind, dus je kunt het net zo goed gewoon aan mij geven,’ fluistert de zuster zachtjes. Maar Nellie wil haar geld niet aan de vreemde vrouw afstaan.

In de loop van de middag verschijnt er eindelijk een arts. Hij gaat rustig naast Bly zitten, neemt haar pols op en kijkt naar haar tong. ‘Wat doet u in New York?’ vraagt hij.

‘Niks.’

‘Kunt u werken?’

‘No, señor,’ antwoordt Bly in het Spaans.

‘Bent u een stadse vrouw? Ik bedoel, heeft u zich laten verzorgen door mannen?’

‘Ik weet niet waar u het over heeft,’ zegt Bly kordaat. Ze zou de dokter wel voor z’n kop willen slaan.

De verslaggever moet antwoord geven op de ene vraag na de andere, volgens haar allemaal ‘overbodig en zinloos’. Uiteindelijk staat de dokter op en brengt hij de verpleegster op de hoogte van zijn oordeel.

‘Duidelijk krankzinnig. Ik zie het als een hopeloos geval. Ze moet ergens heen waar er voor haar gezorgd kan worden,’ zegt de dokter waar Nellie Bly bij zit. Ze is meteen haar geloof in de geneeskunde kwijt.

‘Ik ben ervan overtuigd dat geen arts kan inschatten of mensen geestesziek zijn,’ schrijft ze later. De volgende dag, zondag 25 september, komt er een andere arts kijken.

Hij wil weten of Nellie ’s nachts wel eens stemmen hoort. Als ze met ja antwoordt, is hij eruit: deze vrouw is gek, en het ligt dan ook voor de hand om haar naar het gesticht op Blackwell’s Island te sturen.

In slechts één weekend is het Bly gelukt om opgenomen te worden in de inrichting, die gesloten is voor het publiek. Rond het middaguur de volgende dag varen Bly en vier andere patiënten naar het beruchte eiland. De journalist is verbaasd dat het allemaal zo vlotjes verlopen is, en ze voelt eventjes een overwinningsroes wanneer ze voet zet op het eiland. Als een stevig gebouwde man haar hardhandig bij de arm grijpt om haar naar de ambulancekoets te brengen, beseft ze echter dat ze nog heel wat voor de boeg heeft.

‘Wat is dit voor een plek?’ vraagt Bly de man om in haar rol van verwarde vrouw te blijven.

‘Blackwell’s Island – een plek voor krankzinningen waar je nooit meer vandaan komt,’ antwoordt hij droog.

Nellie Bly maakte zich druk over sociale problemen.

© Library of Congress & Shutterstock

Dag 1: Pruimen en uitgedroogd brood

De koets hobbelt over de weggetjes van het eiland op deze maandag 26 september, terwijl het Nellie Bly opvalt dat de grasvelden op de weg naar de inrichting netjes onderhouden zijn.

Maar als ze haar blik laat glijden over de medepassagiers in de wagen, wordt ze bedroefd. Ze gaan stuk voor stuk een onzekere tijd achter slot en grendel tegemoet.

‘Arme vrouwen zonder uitzicht op bevrijding. Zou het niet veel makkelijker voor hen zijn om naar de galg te gaan in plaats van dit graf van levende verschrikkingen?’ vroeg Bly zich later af over de geesteszieken die ze gezien had.

Terwijl de koets op de langwerpige stenen gebouwen op de noordkant van het eiland af rijdt, raakt Nellie aan de praat met Tillie Mayard, een jonge vrouw die er gezond uitziet.

Maar de dokters hebben gesproken, en Tillie beseft dat zij en Bly weinig mogelijkheden hebben om van het eiland af te komen.

‘Nu we hier eenmaal zitten, kunnen we niet anders dan wachten tot we een uitweg vinden.

Maar dat zal niet meevallen, want de artsen willen niet naar me luisteren of me een kans geven te bewijzen dat ik ze allemaal op een rijtje heb,’ zegt de vrouw, die zich afvraagt wat Bly daar doet.

‘Krankzinnig? Ik zie het niet in je gezicht,’ zegt Tillie voordat de nieuwe lichting patiënten uit de koets naar het hoofdgebouw geleid wordt.

Als ze er allemaal zijn, slaat de grote, zware deur achter hen dicht.

Als Bly in het Blackwell’s Island Insane Asylum nogmaals onderzocht wordt, blijft de diagnose gehandhaafd, al zegt ze dat ze niet ziek is en hier niet wil blijven.

De dokter schrijft die opmerking niet eens in het dossier en stuurt Bly naar de huiskamer, waar de patiënten op harde gele banken voor zich uit zitten te staren.

Afgezien van een ongestemde piano is de ruimte leeg. ‘Naar de hal!’ beveelt een stem korte tijd later, waarna de patiënten naar de grote, dichte deur van de eetzaal sjokken.

De vrouwen staan een kwartier voor de deur te wachten terwijl een koude najaarswind door de open ramen waait.

Ze staan te blauwbekken van de kou. ‘Dit is ontzettend wreed,’ fluistert Bly naar een andere nieuweling, Anne Neville, voordat de patiënten twee aan twee de eetzaal in schuifelen.

Ze moeten op lange banken zonder rugleuning plaatsnemen.

Nellie Bly kijkt vertwijfeld naar de tafel voor zich, waar vijf gedroogde pruimen op een bord liggen en een kom staat met een ‘roze substantie’ die thee moet voorstellen.

Naast het bord ligt een uitgedroogde boterham met boter, maar voordat Bly kan gaan zitten, grist een vrouw de boterham weg.

De pruimen blijken zo oneetbaar dat ze ze aan een ander geeft. Alleen de kom met de roze thee is nog over. Na één slokje staat ze ook de waterige drank af aan een lotgenoot.

‘Je moet jezelf dwingen te eten, anders word je ziek. In deze omgeving kan dat je krankzinnig maken. Je brein heeft voeding nodig,’ waarschuwt Anne Neville.

Patiënten krijgen ijskoud bad

Met een lege maag gaat ze naar de badruimte, waar de vrouwen te horen krijgen dat ze zich moeten uitkleden.

Als Nellie aarzelt en moppert, pakken een paar verpleegsters haar beet en rukken haar de kleren van het lijf, zodat ze uiteindelijk in haar ondergoed staat.

‘Ik doe het niet uit,’ schreeuwt de journalist, maar ze is nog niet uitgesproken of een verpleegster trekt het ondergoed met harde hand uit. Nu is ze poedelnaakt, en de andere patiënten staan naar haar te staren.

Om haar naaktheid te verbergen, springt ze snel in een bad met ijskoud water. Een oude, gestoorde vrouw krijgt bevel haar te schrobben.

‘Drie emmers met ijskoud water werden over mijn hoofd, in mijn ogen, oren, neus en mond gegoten. Ik denk dat ik voelde wat iemand die verdrinkt meemaakt. Toen werd ik – naar adem snakkend en rillend van de kou – uit het bad gesleurd. Voor even voelde ik me krankzinnig,’ schreef Bly.

Terwijl het koude water van haar lichaam druipt, trekken de verpleegsters haar een pak aan met het opschrift

‘Krankzinnigeninrichting B.I. H. 6’. Het geeft aan dat de patiënt thuishoort op afdeling 6 van Blackwell’s Island, waar ze in een cel met koude, stenen muren wordt gezet.

Voordat de verpleegster, mejuffrouw Grupe, de deur op slot draait, smeekt Bly haar om een nachtjapon.

‘Je bent nu in een openbare inrichting, en je kunt niet verwachten dat je ook maar iets krijgt,’ zegt Grupe met een zwaar Duits accent.

‘Maar het stadsbestuur betaalt om de medewerkers goed te laten zorgen voor de arme zielen die hier terechtkomen,’ roept Bly de strenge Duitse toe.

‘Vriendelijkheid hoef je hier niet te verwachten, want die krijg je niet!’ bijt Grupe Nellie toe voordat ze de deur dicht smijt en de journalist in het donker achterlaat.

Dag 2: Poetsen houdt je warm

De volgende ochtend om 5.30 uur wordt Bly gewekt. De verpleegster zet het raam open, zodat de koude wind de journalist in het gezicht waait. Ze heeft nauwelijks geslapen vanwege al het geschreeuw.

Bly kan de vrouwen die op het ontbijt wachten haast niet uit elkaar houden. Ze dragen allemaal hetzelfde witte pak. Maar uiteindelijk vindt ze Tillie Mayard, die ze aan haar korte haar herkent.

‘Hoe heb je geslapen na dat koude bad?’ vraagt Nellie haar nieuwe vriendin.

‘Ik was helemaal stijf van de kou, en het lawaai hield me uit m’n slaap. Ik stond al bol van de spanning voordat ik hiernaartoe kwam, en ik ben bang dat ik deze druk niet aankan,’ verzucht Tillie voordat de twee vermoeide vrouwen de eetzaal binnen schuifelen, waar ze onthaald worden op koude thee en een klodder havermoutpap.

Bly probeert de verpleegsters om meer kleren te vragen, waarmee de patiënten het iets comfortabeler zouden hebben in de onverwarmde gebouwen.

Ze krijgt alleen een boze blik als antwoord. De vrouwen krijgen het gelukkig iets warmer als ze na het ontbijt aan het werk worden gezet met bezems en dweilen.

‘Het is niet het personeel dat de inrichting schoon houdt voor de patiënten, zoals ik altijd dacht, maar het zijn juist de patiënten zelf die alles doen.

Ze maken zelfs de slaapkamers van de verpleegsters schoon en wassen hun kleren,’ schrijft Bly later.

Ook de grasvelden buiten worden onderhouden door de patiënten. Ze mogen alleen om die reden de deur uit en mogen verder niet op het gras lopen om te spelen, te sporten of te zonnen.

De dagelijkse wandeling is een bezoeking voor de ziekste en gewelddadigste vrouwen, die met een touw aan elkaar vastgebonden zijn.

‘De arme zielen. Dit is zo vreselijk dat ik het niet kan aanzien,’ zegt Anne Neville tegen Nellie als de twee tijdens hun wandeling een groep vastgebonden patiënten zien.

De rest van de dag zitten Bly en haar lotgenoten voor zich uit te staren in de huiskamer. Het avondeten doorbreekt de sleur, maar het stelt bar weinig voor en doet de vrouwen bepaald geen goed.

‘Het deed me pijn in mijn hart om de patiënten aan tafel steeds zieker te zien worden. Mejuffrouw Tillie Mayard werd zo misselijk na de eerste hap dat ze moest opstaan, en kreeg toen de wind van voren omdat ze van tafel ging.

Als de patiënten over het eten klagen, krijgen ze te horen dat ze hun mond moeten houden,’ schrijft Bly, die ziet dat het personeel wel goed te eten krijgt.

Elk uur is een martelgang, en na het eten moeten de patiënten weer op de harde banken zitten tot het bedtijd is.

Van een boek of iets anders om de tijd de doden is geen sprake. Na 24 uur in de inrichting is Nellie ervan overtuigd dat een verblijf op Blackwell’s Island de geesteszieken meer kwaad doet dan goed.

De patiënten zaten het grootste deel van de dag op houten banken omdat de medewerkers niet wisten wat ze met hen aanmoesten. Als ze misbaar maakten, kregen ze koud water over zich heen.

© Getty Images

Dag 3-9: Zusters martelen patiënten

Naarmate de dagen verstrijken, gaat Bly zich steeds meer ergeren aan de omstandigheden in de inrichting. De kou ontneemt de patiënten alle levenslust.

‘Bijna elke nacht hoorde ik dat een oudere vrouw het uitschreeuwde van de kou en God smeekte om haar te laten sterven,’ schrijft Bly over de nachten in de inrichting.

Geërgerd kijkt ze toe hoe Grupe en de andere medewerkers – met hun wollen ondergoed en gewatteerde jassen – de oude patiënt die klaagt dat ze het zo koud heeft aan haar lot overlaten.

‘O, wat doen jullie me aan? Ik heb het zo koud. Waarom mag ik niet gewoon in bed liggen of geven jullie me geen sjaal?’ smeekt de vrouw wanneer het personeel haar dwingt rechtop te zitten op een van de harde houten banken in de huiskamer.

Telkens als de oude dame op de bank wil gaan liggen, komen de verpleegsters aangerend om haar weer overeind te zetten.

Uiteindelijk gaat mejuffrouw Grupe zelfs bij de vrouw op schoot zitten en glijdt ze met haar koude hand onder de kleren van de patiënt, die het op een gillen zet.

Grupe en de anderen lachen kwaadaardig, waarna de Duitse de marteling nog eens herhaalt.

Het personeel mishandelt de patiënten elke dag en lacht hen dan uit. Zelfs grof geweld is aan de orde van de dag op het eiland.

Op een dag ziet Bly met afschuw hoe de hoofdzuster, mejuffrouw Grady, een aanval uitlokt bij een patiënt die Urena genoemd wordt.

‘De dokters zeggen dat je 33 bent en niet 18,’ hoont Grady, die weet dat Urena er niet tegen kan als iemand zegt dat ze niet meer zo jong is. Urena zet het op een gillen en barst dan in huilen uit.

Als ze niet ophoudt op het bevel van de zusters, slaan ze in op haar gezicht en lijf.

‘Daardoor ging het arme kind alleen nog maar harder huilen, waarop ze haar wurgden. Ze probeerden haar gewoon te kelen.

Ze sleurden haar naar het toilet, en ik hoorde haar gegil wegebben tot een verstikt gezucht. Na een paar uur kwam ze terug in de huiskamer, en je kon duidelijk de afdrukken van hun vingers op haar hals zien,’ schrijft de verslaggever.

Herhaaldelijk beklaagt Bly zich over de gang van zaken bij artsen en verpleegsters, maar het enige gevolg is dat ze wordt overgeplaatst naar ‘The Lodge’, waar de patiënten zitten die er het slechtst aan toe zijn.

‘De ergste plek op het eiland. Het is er vreselijk smerig, en de stank is er niet te harden,’ aldus Bly, die regelmatig wordt geslagen.

Een paar keer staan de verpleegsters zelfs op haar te springen, waardoor ze twee ribben breekt.

Een jong meisje dat tegelijk met Bly naar The Lodge wordt gebracht, krijgt het nog zwaarder te verduren.

Nellie ziet meteen dat ze rilt van de koorts en dat ze in deze smerige ruimte waar het krioelt van de ratten nooit beter zal worden.

Als het meisje klaagt, wordt ze naar de wasruimte geleid. De verpleegsters slaan haar, kleden haar uit en zetten haar onder de ijskoude kraan.

Onbekommerd smijten de zusters de jonge vrouw daarna terug in bed. Ze is drijfnat en rilt nu nog heviger dan voorheen.

‘De volgende ochtend was het meisje dood. De artsen zeiden dat ze aan kramp gestorven was, en verder werd er geen woord meer aan vuilgemaakt,’ schrijft Bly, die genoeg begint te krijgen van alle ellende waar ze getuige van is.

‘In mezelf vervloekte ik artsen, verpleegsters en openbare inrichtingen,’ aldus de journalist.

Dag l0: Advocaat grijpt in

Op woensdag 5 oktober maakt Nellie Bly haar dagelijkse wandeling als ze uit de rij getrokken wordt en te horen krijgt dat er een advocaat op haar wacht.

De advocaat, ingehuurd door de New York World, heeft de leiding van het gesticht verteld dat vrienden van Nelly Brown hebben toegezegd voor de jonge vrouw te zorgen, die nog maar 10 dagen eerder krankzinnig is verklaard.

Volgens afspraak met hoofdredacteur John Cockerill heeft Bly de achternaam Brown gebruikt. Met de hulp van een advocaat kan de krant haar uit de inrichting krijgen.

Een patiënt kan alleen van Blackwell’s Island af komen als een familielid of kennis bereid is haar in huis te nemen.

Daarom maken de medewerkers geen bezwaar wanneer de advocaat zich meldt om Bly op te halen.

‘Tot ziens, ik ga naar huis,’ zijn Nellies laatste woorden tegen haar nieuwe vrienden als ze hen bedroefd en met een slecht geweten achterlaat in hun gevangenschap op dit van God verlaten eiland in de East River.

‘Ik liep langs ze heen op weg naar de vrijheid en het leven, terwijl hun een lot wachtte dat erger is dan de dood.

10 dagen lang was ik een van hen geweest. Het voelde diep egoïstisch om hen achter te laten met hun ziekten. Ik koesterde een romantische wens om hen te helpen met sympathie en aanwezigheid.

Maar slechts heel even. Toen verdwenen de tralies en voelde de vrijheid zoeter dan ooit.’

Bly’s artikelen worden een sensatie

Nellie Bly kan de patiënten op Blackwell’s Island weliswaar niet helpen door er te blijven, maar ze probeert hen te redden door over hen te schrijven.

Al op 9 oktober, slechts vier dagen na thuiskomst, is het eerste artikel over de krankzinnigeninrichting te lezen in de New York World.

Onder de kop ‘Achter de tralies van het gesticht’ beschrijft de journalist ‘de terreur van koude baden en kwaadaardige verpleegsters die patiënten kwellen en misbruiken,’ zoals de inleiding verkondigt.

‘De inrichting op Blackwell’s Island is een menselijke rattenval.

Het is makkelijk om binnen te komen, maar als je er eenmaal zit, dan kom je er nooit meer uit,’ schrijft Bly, die vertelt hoe slordig artsen te werk gaan als ze bepalen wat er met een verwarde vrouw moet gebeuren en hoe verschrikkelijk de patiënten worden behandeld als ze op het eiland opgesloten zitten.

De zondag daarop verschijnt het tweede artikel van Nellie Bly, en de New Yorkers staan ervoor in de rij.

Zelfs concurrerende kranten schrijven hun kolommen vol over de zaak.

Bly zelf wordt tot sterverslaggever gebombardeerd, en haar naam ligt op ieders lippen. Dat is een vrouwelijke journalist nog nooit overkomen.

‘Ze heeft een grote toekomst voor zich,’ juicht de eigenaar van de New York World, Joseph Pulitzer.

Hij biedt haar onmiddellijk een vast contract aan. Twee maanden later vraagt de krantenmagnaat de 23-jarige vrouw zelfs een boek te schrijven over haar belevenissen in het gesticht op Blackwell’s Island.

Op dat moment zijn de New Yorkse politici dankzij de artikelen van de jonge verslaggever echter al in alle staten, en met een onderzoekscommissie gaat Bly naar het eiland, waar inmiddels mensen ontslagen zijn en verbeteringen zijn doorgevoerd.

‘Sinds het vertrek van mejuffrouw Brown is alles hier veranderd. De verpleegsters zijn veel aardiger, en we hebben genoeg kleren.

De artsen zien ons vaak, en het eten is flink verbeterd,’ vertelt Anne Neville, die Bly alleen kent als haar vriendin Nellie Brown.

Als journalist is Bly echter sceptisch en ze vraagt zich af of haar vroegere medepatiënt is geïnstrueerd door de leiding van de inrichting om een mooi verhaal op te hangen, vooral omdat ze tijdens haar bezoek ook Tillie Mayard tegenkomt, die er niet uitziet alsof het nu beter met haar gaat. Integendeel, haar toestand is sterk verslechterd sinds het vertrek van Bly.

Bly moet inzien dat niet iedereen op Blackwell’s Island te redden is. Maar dankzij haar zijn de overlevingskansen van de psychiatrische patiënten nu een stuk groter.

Lees ook:

Culturele persoonlijkheden

Wie was Pulitzer?

2 minuten
Geschiedenis van Amerika

New York in cijfers

5 minuten
Dagelijks leven

Archeologen zoeken 20.000 patiënten van berucht gekkenhuis

2 minuten
Meest populair

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!