Na het instorten van de Franse economie was Law een geliefd onderwerp voor spotprenten.
© AKG Images

Schotse gokker ruïneert Frankrijk

Armoe, een lege staatskas en de dreiging van gewapend verzet. Het is 1715, en Frankrijk is op het randje van burgeroorlog. In een wanhopige poging het zinkende schip te redden, laat het land de economie over aan de Schotse gokker John Law. Hij moet Frankrijk behoeden voor de ondergang, maar zijn ideeën dreigen het land juist in de afgrond te storten.

25 oktober 2016 door Bjørn Bojesen
Als het gepeupel zich op de koets stort, beseft John Law dat het spel uit is. Aanbaden de Parijzenaren deze knappe Schot een half jaar terug nog, nu ruiken ze bloed. 


De lijken van drie onder de voet gelopen mensen worden door de menigte gedragen. Die aanblik brengt de gemoederen pas echt aan de kook, en de gefrustreerde burgers duwen de wagen van John Law omver.

Wonder boven wonder tuimelt de 44-jarige Schot ongedeerd uit de koets. Tijd om bij te komen van de schok en de vernedering heeft hij niet – hij moet rennen voor zijn leven. De woedende Fransen, die hem de schuld van al hun ellende geven, zitten hem op de hielen. En daar hebben ze alle reden toe.

John Law heeft begin 18e eeuw de Franse economie ontwricht met wilde aandelenspeculaties. En de mensen die alles verloren hebben, willen wraak.

De stoet snelt door de Parijse straten achter de econoom aan naar zijn huis – het deftige Palais Royal. Dit paleis vormt zijn vorstelijke onderkomen in de stad, en momenteel zijn enige mogelijkheid om te ontkomen aan de meute.

De diep gezonken gokker heeft het geluk nog even aan zijn zijde. Law weet zich op het nippertje in het paleis in veiligheid te brengen.

Terwijl de geschrokken Schot – met een besmeurde pruik en scheuren in zijn goudomzoomde kleding – achter de poort naar adem staat te happen, breekt in het Franse parlement een gejubel uit bij het nieuws over de vernielde koets.

Jonge Law heeft alles mee

John Law leek bij zijn geboorte in 1671 een evenwichtig leven tegemoet te gaan. Als zoon van een goudsmid kreeg hij een klassieke opleiding, en al vroeg verraste hij zijn ouders met zijn enorme talent voor rekenen en wiskunde.

Toen John 14 jaar was, stierf zijn vader. Hij liet zijn vrouw en zoon een geweldig vermogen en twee landgoederen na. Maar John peinsde er niet over om zijn vader op te volgen als smid – hij wilde studeren en feesten in de stad.

Op zijn 20e ging hij van huis. In Londen verdreef hij de nachten met dames en gokken; overdag verdiepte hij zich in zijn studie economie. Dit kwam hem van pas in de speel-holen, waar hij met verfijnde wiskundemodellen vermogens bij elkaar wist te winnen – die hij echter net zo snel weer verspeelde.

Intussen was hij verliefd geworden op een getrouwde vrouw. In een duel dat volgde, doorboorde hij zijn rivaal met een zwaard, en op 20 april 1694 werd Law ter dood veroordeeld.

Het vonnis werd echter omgezet in gevangenisstraf, en al snel wist hij uit de nor te ontsnappen.

Zijn vlucht bracht hem in Amsterdam met zijn bloeiende handel. Een Engelse diplomaat schoolde hem in de economie en in 1700 keerde Law naar Schotland terug met grote economische plannen.

Dankzij Law kon je aandelen op afbetaling kopen. Maar van het deposito dat je ervoor neertelde, zag je nooit iets terug.
© Corbis/All over

Geld komt uit de lucht vallen

‘Holland met zijn vruchtbare grond,’ schreef Law in 1700, ‘is het rijkste land ter wereld. Waarom? Omdat er veel geld is.’

De Schot had niet begrepen dat dit geld met gedane arbeid samenhing. Hij was ervan overtuigd dat het soms aan het werk vooraf kon gaan, en dat de Schotse machthebbers hem gewoon een nieuwe bank moesten laten openen – dan zou het papiergeld regenen.

Laws nuchtere landgenoten gaven echter geen sou om zijn visie. In 1705 staakte Law zijn pogingen in Schotland en reisde hij naar Frankrijk, dat aan de grond zat door de extravagante levenswijze van de Zonnekoning, Lodewijk XIV.

Maar ook de Zonnekoning liet zich niet in de luren leggen door de Schotse charmeur. Al was de machtige hertog van Orléans vol bewondering voor de gokker, Law kreeg te horen dat hij de stad binnen 24 uur moest verlaten.

Hij ging door naar Italië en Duitsland om daarna weer naar Schotland terug te keren – zonder ook maar één staatshoofd van Europa te hebben overtuigd van het nut van zijn ideeën.

Idee afkomstig van de Chinezen

Toen de Zonnekoning in 1715 stierf, was Frankrijk op een haar na bankroet. Het platteland stroomde leeg, de handel stagneerde en onderbetaalde soldaten kwamen in opstand tegen de staat.

De wanhopige overheid probeerde de enorme staatsschuld te dekken door munten met hogere bedragen te slaan. Dat leidde echter niet tot meer rijkdom, maar tot prijsstijgingen en een toename van onder meer valsemunterij.

De nieuwe koning, Lodewijk XV, was slechts vijf jaar oud, en tot hij volwassen was kwam er een regent op de troon: de hertog van Orléans.


Hij besloot in deze penibele situatie de hulp van zijn oude vriend John Law in te roepen. Ondanks zijn leeftijd was de Schotse gokker zijn wilde haren nog niet kwijt, en hij reisde meteen af naar de Franse hoofdstad.

In 1716 opende hij zijn eerste bank met een aanzienlijk startkapitaal van zes miljoen livre – vandaag de dag ruim 15 miljoen euro.


De Chinezen hadden het papiergeld allang uitgevonden, maar voor de Fransen was het een onbekend verschijnsel, en ze hadden niet al te veel vertrouwen in het brandbare materiaal; munten kon je tenminste nog om laten smelten tot goud of zilver als de regering te veel met de waarde had gerommeld.

Maar Law garandeerde dat elk biljet de waarde had van een bepaald aantal munten op een overeengekomen datum met een vastgesteld gewicht. Zo maakte hij de schommelende koersen stabiel.

En het duurde niet lang of de munten kletterden zijn bankkluis in – en de vers gedrukte biljetten vlogen naar Parijs.

In één jaar nam de handel merkbaar toe, en de regent was zo enthousiast dat de Schot een nationaal betaalmiddel van de biljetten mocht maken.

Alles wat Law aanraakte leek in goud te veranderen, en de adel dromde dan ook om het genie heen als een zwerm bijen om een honingpot.

Concurrent verliest van de gokker

In 1717 stond de goedgelovige hertog van Orléans de charmante Schot toe de nationale belangen in Frans-Amerika te behartigen via een handelscompagnie.

Dit stuitte op weerstand bij het hoofd van de economische raad, d’Argenson. Samen met drie gelijkgezinden richtte hij een onderneming op om met Laws compagnie te wedijveren.

Omdat het bedrijf van d’Argenson de zoutaccijnzen moest innen, wat door de noodlijdende overheid was uitbesteed, waren de aandelen een relatief veilige investering. Maar d’Argenson was niet zo’n gewiekste zakenman als Law.

In december 1718 gaf de Schot alle aandeelhouders van zijn privébank de kans hun geld te wisselen voor munten. Dit om vertrouwen te wekken, zodat de mensen in biljetten bleven geloven.

De truc werkte. Het jaar daarop zag d’Argenson met lede ogen aan hoe de hertog van Orléans de handel met Azië en Afrika geheel overliet aan Law.


De West- en de Oostindische Compagnie gingen voortaan samen verder als één onderneming, de Compagnie des Indes – de Indische Compagnie – die nu door de Schotse speculant werd geleid.

Kort daarop liet Law ook munten slaan en nieuwe aandelen uitgeven. Hij nam de Franse staatsschuld over en werd verantwoordelijk voor het Franse belastingstelsel. Zodoende kreeg hij alle financiële touwtjes in handen.
De Schotse gokker won geld met faro, dat vaak in bordelen werd gespeeld. Het spel, dat van Franse herkomst was, werd in de koloniën in het wilde westen net zo’n hit als poker.
© Shutterstock

Armelui kopen diamanten

In 1719 werd Frankrijk door een aandelenkoorts getroffen die zijn weerga niet kende. Law gaf in vier rondes aandelen van 500 livre uit, die aan het einde van het jaar verkocht werden voor het 36-voudige van de oorspronkelijke aankoopprijs.

Speculanten en zwendelaars dreven de hele dag door handel in aandelen, en als het meezat viel er wel een miljoen livre op een dag mee te verdienen.

Veel Fransen hadden er een aardige schnabbel aan. Zo stuurde een zieke man eens zijn bediende op pad om 250 aandelen à 8000 livre te verkopen – maar de bediende deed ze voor 10.000 livre van de hand en stak de winst in zijn zak.


Er werd zo verwoed gehandeld dat een bochelaar 150.000 livre in de wacht sleepte door mensen aandelen te laten ondertekenen op zijn rug als tafel.

Geld wisselde zo vlot van eigenaar dat de sociale rollen werden omgekeerd – de adel bedelde nederig om aandelen en de nieuwe rijken uit de onderklasse liepen in goudbestikte kleding en struinden de winkels en restaurants af.

Een jonkvrouw zag haar kokkin in de opera maar herkende haar bijna niet door al die diamanten die ze droeg. Net zo verrast was een edelman die zijn oude bediende trof toen deze hem een lift aanbood in zijn nieuwe koets.

Law werd erelid van de Academie van Wetenschappen, en als hij zich op straat vertoonde, klonk de roep ‘Leve de koning en Law!’ nog lang na.

Prijs van kip schiet omhoog

Maar in 1720 ging het mis. De koers van de aandelen was zo gestegen dat speculanten zich afvroegen waar die nieuwe rijkdommen toch vandaan kwamen. Uit angst om te blijven zitten met aandelen in een zeepbel deden ze de waardepapieren snel van de hand. Ze staken hun geld liever in huizen, goud en edelstenen.

Toen de vraag naar aandelen begon te dalen, maakten de kunstmatig hoge prijzen een vrije val. De paniek sloeg toe, want wat nu als je je duur gekochte waardepapieren niet kwijtraakte?

Tegelijkertijd werd de huizenprijs vier keer zo hoog, en levensmiddelen bereikten ook een absurd niveau. In de winkels werd er fors op overboden; een wanhopige edelman telde uiteindelijk 200 livre – zo’n 3000 euro nu – neer voor één enkel kippetje.

De adel moest zijn paleizen uit en de gewone man ging gebukt onder torenhoge schulden. Law, de nationale held, was nu Frankrijks meest gehate man.

Om het tij te keren bevroor de Schot de aandelenprijzen en verbood hij het volk om openlijk sieraden te dragen. De maatregelen moesten voorkomen dat er gehandeld werd in iets anders dan Laws biljetten.


Het gevolg was dat men elkaar bij de politie aangaf wegens overtreding van de wetten, en beslagleggingen en razzia’s waren schering en inslag.

Op 21 mei 1720 had de regering haar buik vol van Laws ideeën. Een decreet moest de orde herstellen door geld en aandelen geleidelijk in waarde te laten dalen. Maar mensen dachten dat ook die maatregel uit de trukendoos van de Schot kwam, en er braken rellen uit.

Het decreet werd snel ingetrokken, maar de geest was uit de fles. Law werd in zijn koets overvallen en moest zijn toevlucht zoeken in zijn paleis.

Via een achteruitgang wist hij aan de hordes te ontsnappen. Volgens enkele bronnen verliet hij Frankrijk verkleed als vrouw.

De aandelen werden ingetrokken, de staatsschuld werd omgezet in obligaties en algauw leek het alsof er nooit een gokker aan de gang was geweest.

John Law had al zijn geld gestoken in onroerend goed in het land waarvan de geruïneerde bevolking hem nu dood wenste.

Die wens ging in vervulling in 1729, toen de inmiddels 58-jarige gokker zijn laatste adem uitblies in Venetië, eenzaam en zo arm als een kerkrat.

Bekijk ook ...