Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

General Slocum on fire 1904 accident catastrophe

Uitje eindigt in vuurzee

Op een zomerdag in 1904 gaan meer dan 1000 arme Duits-Amerikanen aan boord van de stoomboot General Slocum. Kort na vertrek vat de stoomboot vlam en verspreidt het vuur zich snel over het houten vaartuig.

The Mariner’s Museum and Park

In hun zondagse goed verdringen de vele Duitse immigranten elkaar op de kade bij East 3rd Street in Manhattan. De stemming zit er goed in.

De inwoners van de New Yorkse arbeiderswijk Kleindeutschland hebben vaak met scheve ogen gekeken naar hun rijke stadgenoten op hun luxe raderstoomboten.

Vandaag, woensdag 15 juni 1904, zijn de Duitse Amerikanen aan de beurt. Nu gaan ze zelf aan boord van een van de drijvende paleizen op de East River.

Kinderen en hun ouders zetten grote ogen op als de meer dan 80 meter lange General Slocum aanlegt en het 10 meter hoge schoepenrad stopt met draaien.

Ruim 1300 uitgelaten passagiers staan met hun kaartje in de hand te wachten tot de loopbrug uitgeklapt is.

De predikant van Kleindeutschland, de 50-jarige George Haas, is in zijn hum. Voor één keer maakt zijn gemeente iets bijzonders mee en kunnen zijn kerkgangers de dagelijkse sleur in de arme wijk even vergeten.

De dominee is zelf begonnen met de traditie om het einde van het zondagsschooljaar te vieren met een uitstapje voor de kinderen en hun ouders.

Hoewel veel vaders geen vrij konden krijgen van hun werk, gaan er vandaag meer mensen mee dan de afgelopen 16 jaar.

De vaartocht van Manhattan naar de Long Island Sound is een aantrekkelijk uitje.

Op deze junidag is de Heer de gelovigen blijkbaar extra goedgezind, want het zonnetje schijnt op de hoofden van de gemeenteleden van de evangelisch-lutherse Sint-Marcus-kerk.

Er is geen wolkje aan de lucht, en dominee Haas verkneukelt zich bij de gedachte dat zijn kerkgangers de dag van hun leven zullen hebben.

Hij kan niet bevroeden dat het dagtochtje van de Duitse Amerikanen zal uitdraaien op een van de ergste rampen in de geschiedenis van New York.

Little Germany - 1900s

Kleindeutschland had zijn eigen winkels met Duits gebak, bier en worst.

© maggieblanck.com

Duitsers leefden in getto

New York kende niet alleen een Little Italy en Chinatown, maar ook een Little Germany in Lower Manhattan.

Kleindeutschland, zoals de Duitsers hun wijk rond de Sint-Marcuskerk noemden, werd bewoond door immigranten die sinds halverwege de 19e eeuw uit Duitsland waren gekomen.

De enclave van Duitsers en hun nakomelingen bestond vooral uit arbeiders, die zeven dagen per week van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in touw waren.

De meeste gezinnen waren arm, maar dankzij het Duitse arbeidsethos ontbrak het bijna niemand aan voedsel of onderdak.

In 1904 woonden er zo’n 120.000 Duitsers in de wijk.

De passagiers gaan aan boord

WOENSDAG 15 JUNI 1904, 8.30 UUR: De bemanning heeft in de vroege uurtjes de raderstoomboot klaargemaakt voor vertrek. De dekken zijn geschrobd en het kolenruim ligt vol.

William van Schaick, de 67-jarige kapitein, heeft zijn snor gladgestreken en zijn pet rechtgezet.

De raderboot is eigendom van de Knickerbocker Steamship Company, en al sinds de General Slocum in 1891 van stapel liep, staat kapitein Van Schaick aan het roer.

Als echte zeebonk woont hij zelfs op zijn vaartuig.

Van Schaick kijkt uit naar een rustig dagje, en vanuit de stuurhut geeft hij het teken aan bootsman Ed Flanagan om de passagiers aan boord te laten.

Alles loopt gesmeerd, en terwijl de passagiers instappen, verspreidt de geur van versgebakken broodjes zich door de boot.

Wel wordt kapitein Van Schaick een beetje ongeduldig, want meerdere gezinnen laten op zich wachten.

Maar omdat het zo’n bijzondere dag voor hen is, maakt de kapitein een uitzondering en stelt hij op verzoek van dominee Haas het geplande vertrek om 8.45 uur een paar keer uit.

Hij wil de dag voor de laatkomers niet verpesten. Als de loopbrug eindelijk ingetrokken wordt en de trossen los gaan, is de raderboot bijna een uur vertraagd.

‘We zijn vertrokken, sir!’ meldt tweede stuurman Ed Wea­ver aan kapitein Van Schaick.

De General Slocum begint aan zijn laatste reis.

captain van schaick slocum disaster

William van Schaick.

© Library of Congress & Spydersden

Dominee mengt zich onder de passagiers

9.45 uur: De General Slocum vaart naar het zuiden en draait 180 graden bij de Williamsburgbrug om de stroming van de East River te benutten.

Omringd door blije kinderen en volwassenen wandelt dominee Haas over het zonovergoten bovenste dek, het orkaandek.

Veel passagiers staan over de reling gebogen om van het uitzicht op Manhattan en Brooklyn te genieten.

Terwijl Haas zich naar de onderste dekken begeeft, vissen de volwassenen lekkers uit de picknickmanden.

Op het hoofddek ziet Haas tot zijn tevredenheid dat de vrolijke klanken van het scheepsorkest veel jonge mensen naar de dansvloer gelokt hebben.

Tijdens zijn ronde over de boot begroet de predikant zijn gemeenteleden – soms met een knikje, soms met een praatje over het mooie weer.

Veel mensen bedanken hem. Zonder zijn inspanningen was dit uitje niet mogelijk geweest.

General Slocum steamboat

In juni 1904 begon de General Slocum aan zijn 14e seizoen op de New Yorkse rivieren.

© Shutterstock

Raderboot werd door onheil achtervolgd

Op de waterwegen rond New York vonden jaarlijks meer dan 150 ongelukken plaats, en de General Slocum was vóór de ramp van 1904 meermaals in zwaar weer.

  • 1891

    Eerste seizoen begon niet best

    In zijn eerste seizoen op de wateren rond New York liep de raderstoomboot General Slocum in één week twee keer averij op.

    Eerst liep de boot op een zandbank bij Rockaway ten zuiden van Brooklyn. Sleepboten moesten het vaartuig vlot trekken.

    Een paar dagen later botste de General Slocum op een andere raderboot, maar de schade viel mee.

  • 1894

    Boot liep aan de grond in een storm

    In zijn vierde seizoen kwam de General Slocum ten zuiden van Coney Island in noodweer terecht.

    Door de windstoten werd het 1300 ton zware vaartuig aan de grond geblazen bij het schiereiland op het zuidpuntje van Brooklyn, en de passagiers moesten overstappen op een andere boot.

    Datzelfde jaar ramde de raderboot een sleepboot op de East River.

  • 1898

    Botsing sloeg een fors gat in de romp

    In het achtste seizoen voer de raderboot tegen een rivierpraam aan bij The Battery op de zuidpunt van Manhattan.

    Er werd een gat in de romp geslagen, maar de raderboot wist aan te leggen in de haven en kon worden gerepareerd.

  • 1901

    Dronkenlappen probeerden boot te kapen

    Drie jaar later ging het bijna mis toen de General Slocum met 900 dronken passagiers vertrok uit Paterson, New Jersey.

    Een groep kwam in opstand en probeerde de controle over de boot over te nemen.

    De bemanning verzette zich echter en hield het vaartuig in handen tot kapitein Van Schaick aanlegde bij de politiekade van Manhattan.

    17 ladderzatte ‘muiters’ werden gearresteerd.

  • 1902

    Passagiers moesten slapen op de Slocum

    Het was niet de bedoeling dat de passagiers overnachtten op de raderboot.

    Toen de rampspoed opnieuw toesloeg tijdens het 12e seizoen en de General Slocum weer eens aan de grond liep, moesten 400 passagiers echter noodgedwongen de nacht doorbrengen op de boot.

    Het was niet gelukt om hen voor het donker te evacueren of de boot vlot te trekken.

    Daarom werden de dekens tevoorschijn gehaald en sliepen de opvarenden in de overdekte ruimten op het hoofddek.

Jongetje waarschuwt voor rook

10.00 uur: De General Slocum glijdt de doorvaart tussen Manhattan en Blackwell’s Island in, waar het krankzinnigengesticht van New York ligt.

Het condenswater loopt over het glas. Scheepsjongen John Coakley staat op het hoofddek met een versgetapt biertje, dat de bartender hem net heeft overhandigd.

Kapitein Van Schaick heeft de bartender op het hart gedrukt dat hij het personeel niet te veel te drinken mag geven.

Maar Coakley is nieuw, en het is de eerste keer in zijn 18 dagen op de boot dat hij in zijn pauze om een biertje heeft gevraagd, dus hij krijgt het.

Hij kan er echter niet lang van genieten, want een jongetje stoot Coakley plotseling aan: ‘Mister, er komt rook uit een van de trapgaten.’

Met enige tegenzin gaat Coakley naar de trap, en inderdaad kringelt er rook omhoog uit de personeelsruimte.

De rook is echter niet zo dik dat de scheepsjongen de stuurhut oproept via de koperen buizen van de intercom.

De kapitein heeft belangrijker zaken aan zijn hoofd.

Coakley loopt de trap af en wuift de rook weg, die uit de lampenruimte in de voorste helft van de boot blijkt te komen.

Als de scheepsjongen de deur van de ruimte opent, waar oude petroleumlampen en lantaarns naast elkaar hangen, wordt het vuur gevoed door de binnenstromende zuurstof en laait het op.

Coakley pakt een deken en probeert de brand vergeefs te blussen.

Dan ziet hij een zak kolen bij de deur, die hij leeggooit boven de vlammen. De kolen smoren het vuur, maar niet voor lang.

De scheepsjongen weet niet wat hij moet doen en gaat op zoek naar bootsman Ed Flanagan, die het werk op het dek verdeelt.

Maar Coakley laat de deur van de lampenruimte wagenwijd open staan. Hij denkt er niet aan dat er dan volop zuurstof bij het vuur kan komen.

De vonken groeien weer uit tot vlammen.

Riskante doorvaart vergt concentratie

10.03 uur: Terwijl John Coakley koortsachtig naar Ed Flanagan zoekt, nadert de General Slocum de nauwe doorgang Hells Gate in de East River.

Zoals altijd ziet het zwart van de schepen op de East River.

Kapitein Van Schaick richt zijn aandacht echter vooral op Hells Gate, een krappe en gevaarlijke doorgang tussen Ward’s Island en Queens op Long Island, waar verraderlijke stromingen schepen op de klippen kunnen laten lopen.

Nog maar 12 uur eerder is de stomer Chester Chapin bij Hells Gate aan de grond gelopen, dus Van Schaick is in opperste concentratie als de General Slocum de doorgang nadert.

De kapitein is dan ook niet blij als een jongen van 12 bij de stuurhut gaat staan schreeuwen.

‘Hey, mister! Het schip staat in brand!’ roept de jongeman, die ook de rook bij de trap heeft gezien.

‘Ga verdomme aan de kant en hou je mond,’ brult de kapitein. Het is niet het moment voor kwajongensstreken.

Brand begon in lampisterij

De lampisterij onder in de General Slocum was levensgevaarlijk. Een klein foutje van een bemanningslid was genoeg om de boot in lichterlaaie te zetten.

Edward T. O’Donnell: Ship Ablaze: The Tragedy of the Steamboat General Slocum, Broadway Books

Brand breekt uit in lampisterij

Waarschijnlijk smeult er al vuur in de lampenruimte als de General Slocum vertrekt. Pas wanneer een scheepsjongen de deur opent en zuurstof binnenlaat, laait het vuur op en grijpt het om zich heen.

Edward T. O’Donnell: Ship Ablaze: The Tragedy of the Steamboat General Slocum, Broadway Books

Rook en vlammen zorgen voor paniek

Als de bemanningsleden ontdekken dat de brandslang stuk is, komen er al rook en vlammen uit de trapgaten van het hoofddek en later het promenadedek.

‘Het gelach veranderde in gegil toen er een vlam uit de rook schoot,’ vertelde een overlevende van de ramp.

Edward T. O’Donnell: Ship Ablaze: The Tragedy of the Steamboat General Slocum, Broadway Books

Brand verspreidt zich naar achteren

Het vuur baant zich een weg naar achteren. Een ooggetuige beschreef het als ‘de walm van een hete oven’.

Passagiers springen in het water of rennen naar de achterkant.

Edward T. O’Donnell: Ship Ablaze: The Tragedy of the Steamboat General Slocum, Broadway Books

Boot loopt aan de grond bij North Brother Island

Een kleine 23 minuten nadat John Coakley de deur van de lampisterij opende, stort het uitgebrande bovendek van de General Slocum in.

Een paar seconden later loopt de brandende raderboot aan de grond bij North Brother Island.

Een paar honderd opvarenden weten aan land te komen. 1021 mensen zijn verbrand of verdronken.

Edward T. O’Donnell: Ship Ablaze: The Tragedy of the Steamboat General Slocum, Broadway Books

Blusslangen zijn vergaan

10.06 uur: De passagiers hebben nog niets door van het sluimerende gevaar. Ze kletsen gezellig met elkaar en dansen op de muziek.

John Coakley heeft bootsman Ed Flanagan op het hoofddek gevonden, en de twee staan bij de personeelstrap. Inmiddels komen er dichte rookwolken uit het trapgat en zijn de vlammen in de lampenruimte te zien.

Flanagan grijpt de koperen buis van de intercom en roept uit volle borst naar de stuurhut: ‘Het schip staat in brand!’

Zonder op antwoord te wachten rent hij naar de machinekamer, waar hij machinist Ben Conklin beveelt de pompen in gang te zetten, waarmee de stoommachines water in de brandslangen kunnen pompen.

Op weg terug naar de lampenruimte neemt Flanagan een paar dekknechten mee. De situatie lijkt onder controle te zijn als de mannen de dichtstbijzijnde brandslang uitrollen en op de vlammen richten.

Flanagan draait het ventiel open en voelt het water de slang in stromen. Maar verderop roept een dekknecht dat er niets uitkomt.

Tot hun schrik zien de mannen door de rook heen dat de slang is gescheurd door de druk.

In 1891 was het een gloednieuwe brandslang, maar in 1904 is er weinig meer van over.

Flanagan begint in paniek te raken en ziet in dat de bemanning niets meer kan uitrichten.

‘De reddingsboten in!’ roept hij naar zijn mannen.

Kapitein stookt de ketels op

10.10 uur: De kapitein heeft de General Slocum behoedzaam door Hells Gate geloodst en het schip nadert open water.

Van Schaick rent terug naar de stuurhut terwijl hij zijn opties overdenkt.

De kapitein is naar beneden geweest om poolshoogte te nemen, en hij beseft dat de General Slocum vrijwel zeker in vlammen zal opgaan. Hij moet nu zo veel mogelijk levens zien te redden.

Buiten adem doet de oude man de deur van de brug open en brengt hij het slechte nieuws over aan zijn twee stuurlieden. Na een korte discussie neemt de kapitein zijn besluit.

‘Leg aan bij North Brother Island,’ draagt hij zijn eerste stuurman Ed van Wart op.

Op dat eiland staat een ziekenhuis, maar helaas bevindt de General Slocum zich nog een paar kilometer ten zuiden ervan.

De mannen in de stuurhut sturen daarom een bericht naar de machinekamer: stook de ketels op en volle vaart vooruit! Een race tegen de allesverterende vuurzee in het binnenste van de schip begint.

5 cent coin steamer slocum

De passagiers van de General Slocum betaalden met speciale munten.

© The Mariner’s Museum and Park

Opvarenden raken in paniek

10.12 uur: Met 13,5 knopen (25 km/h) snelt de boot op North Brother Island af. De passagiers beginnen in paniek te raken.

George Haas is klaar met zijn ronde over de dekken en voegt zich bij zijn vrouw Anna en hun 12-jarige dochter Gertrude als hij verderop rook ziet.

‘De koffie zal wel aangebrand zijn in de kombuis,’ zegt de dominee tegen een groepje angstige ouders in de buurt, al gelooft hij daar zelf niet in.

Korte tijd later, als de muzikanten gestopt zijn met spelen en het applaus van de mensen op de dansvloer weggestorven is, krijgen alle opvarenden door dat er iets aan de hand is.

Vanaf de voorkant van de boot klinkt gegil, en al snel komen de vlammen uit de trapgaten boven de lampenruimte.

Vanwege de hoge snelheid van de General Slocum werken de ventilatieopeningen als een soort blaasbalgen.

‘God beware ons,’ prevelen de passagiers als ze koortsachtig weg proberen te komen van de vlammen.

‘Rustig blijven,’ zegt Haas tegen zijn vrouw en dochter en een groepje mensen naast hen, waarna hij gaat kijken of hij verderop ook passagiers tot kalmte kan manen.

Kinderen rennen huilend rond op zoek naar hun ouders, en in de wind vliegen vonken en brandende brokstukken rond.

Als een groep mannen de stalen reddingsboten van de General Slocum probeert los te maken, ontdekken ze dat de vaartuigen met een dikke laag verf aan het dek vastzitten.

Er is geen beweging in te krijgen.

Ook de reddingsvesten aan boord zijn onbruikbaar na 13 jaar lang in weer en wind te hebben gehangen.

Het kurk in de oude vesten is inmiddels veranderd in een kleverig poeder zonder drijfvermogen.

Het heeft zelfs het tegenovergestelde effect. Ouders die hun kinderen in de vesten hijsen en hen over de reling gooien, moeten lijdzaam toekijken hoe ze in de golven verdwijnen.

Haas ziet het somber in als hij doorkrijgt dat de reddingsboten en -vesten niet deugen.

Hij weet dat maar weinig leden van zijn gemeente kunnen zwemmen.

Ze zullen levend verbranden of verdrinken.

In het besef dat hij weinig kan doen om de doodsbange mensen om zich heen gerust te stellen, loopt Haas terug naar zijn gezin op de achterkant van de boot.

Daar zijn ze het verst van de vlammenzee, maar iedereen weet dat het slechts een kwestie van tijd is voordat ook de achtersteven in lichterlaaie zal staan.

Vaartuigen snellen te hulp

10.20 uur: Terwijl de General Slocum naar North Brother Island vaart, waarschuwt de kapitein andere vaartuigen op de East River met de scheepstoeter.

Sleepbootkapitein Jack Wade leeft al jaren van het slepen van schepen in de drukke haven van New York.

Woensdag 15 juni is voor hem een gewone werkdag – tot hij de hoorn van de General Slocum hoort en de brandende raderboot, die North Brother Island nadert, in het oog krijgt.

Meteen stuurt de New Yorker zijn bootje, dat hij John Wade heeft gedoopt naar zijn overleden vader, naar het kielzog van de General Slocum.

De sleepboot gaat niet zo snel als de raderboot, maar samen met andere vaartuigen zet de John Wade de achtervolging in.

Sommige boten geven het op en beginnen met het oppikken van overlevenden en doden uit het water, maar Wade blijft achter het brandende vaartuig aan varen.

De raderstoomboot staat nu bijna voor twee derde in brand, en het doet de sleepbootkapitein pijn om te zien dat er mensen in het water springen vanaf de reling.

Jack Wade hoopt in ieder geval een paar mensen te kunnen redden. Maar de tijd dringt.

steamboat disaster slocum on fire sinking

Het grootste deel van de General Slocum viel ten prooi aan het vuur.

Shutterstock

Familie Haas valt in de rivier

10.24 uur: De General Slocum nadert North Brother Island. Van Schaick en zijn stuurlieden voelen de hitte, en de brug vliegt ook in brand.

De hitte, de rook en het lawaai van de vlammen zijn ook in het achterste deel van de raderboot overweldigend. Daar staat dominee Haas nog met zijn vrouw en dochter.

De passagiers verdringen elkaar om zo ver mogelijk weg te komen van het vuur. In de panische menigte worden de kleinste kinderen door de openingen van het hek van de bovenste twee dekken geperst.

Ze verdwijnen onder water.

Haas heeft Anna en Gertrude op het hart gedrukt om pas te springen als er echt niets anders op zit.

Hij koestert weer een beetje hoop nu hij de boten gezien heeft die de raderboot achtervolgen, maar het 50-jarige gezinshoofd weet dat de overlevingskans het grootst is in ondiep water.

Daarom wil hij wachten met springen.

Die beslissing hoeft hij echter niet meer te nemen. Kort voordat de General Slocum North Brother Island heeft bereikt, worden hij en zijn gezin door de mensenmassa over de reling geduwd.

Ze vallen in het water. Eventjes krijgt de dominee Anna en Gertrude te pakken, maar ze worden alle drie onder water geduwd door mensen die boven op hen vallen, en Haas moet zijn vrouw en dochter loslaten.

Hij weet weer boven te komen, en om hen heen vechten kinderen en volwassenen voor hun leven.

Vrouwen worden de diepte in gezogen door hun zware jurk, en de jongsten weten het hoofd niet lang boven water te houden.

Haas probeert zich te oriënteren, maar ziet zijn vrouw en dochter niet. Anna en Gertrude zijn weg.

De John Wade vliegt in brand

10.25 uur: Op North Brother Island zien patiënten en ziekenhuispersoneel een brandende boot naderen. Hij staat op het punt het eiland te raken.

Op zijn sleepboot ziet Jack Wade dat de General Slocum op het strand van North Brother Island afkoerst. Daar staat het Riverside Hospital.

De raderboot is echter zo zwaar gehavend dat het bovenste dek het een paar seconden voor hij aan de grond loopt begeeft.

De botsing met het eiland is zo hevig dat de boot teruggeduwd wordt. De passagiers aan de achterkant kunnen niet in ondiep water springen.

Gelukkig arriveert de sleepboot een paar seconden later bij het brandende vaartuig.

Opvarenden van andere boten die zijn toegesneld kunnen alleen maar toekijken hoe de doodsbange passagiers in de vlammen of onder water verdwijnen, maar Wade kan met zijn platboomde boot vlak bij de General Slocum komen.

Het hitte is intens, en de verf van de John Wade bladdert af terwijl de kapitein zijn boot langs de achtersteven van de raderboot legt.

Een van Wades mannen waarschuwt de kapitein dat hij zijn vaartuig en dus zijn inkomstenbron zal kwijtraken als hij niet snel wegvaart. ‘Die schuit zal me een zorg zijn. Laat hem maar branden!’ roept Wade terug.

Terwijl de rook rond de achterkant van de General Slocum dikker en dikker wordt, hijsen Wades mannen kinderen aan boord die volwassenen hun aanreiken vanaf de brandende raderboot.

Wade springt met twee man in het water om passagiers te redden die niet kunnen zwemmen.

Als Wade weer aan boord van zijn boot is, ziet hij dat de brug in brand staat. Bovendien zijn er touwen verstrikt geraakt in de schroef van de brandende raderboot.

Hoe hij het ook probeert, er is geen beweging in de John Wade te krijgen. De sleepboot staat op het punt zelf te vergaan als het brandblusvaartuig Zophar Mills opduikt en de boot bedelft onder een lading water.

Terwijl de stralen van het blusvaartuig de sleepboot en zijn opvarenden koelen, springen overlevenden van de General Slocum op het dek.

Op wonderbaarlijke wijze weet Wade zijn voorsteven zo ver richting het strand van North Brother Island te krijgen dat de volwassenen aan land kunnen waden.

De John Wade vormt nu een reddingsbrug tussen de raderboot en het eiland.

De slangen van de Zophar Mills kunnen echter niets uitrichten tegen het inferno op de General Slocum, en uiteindelijk moet het vaartuig van Jack Wade door een andere sleepboot afgevoerd worden.

Het is alsof de bemanning van de John Wade net uit de loopgraven komt als de boot in veiligheid gebracht is.

Van hun kleding is weinig over, en ze zitten onder de brandwonden. Kapitein Jack is al zijn haar kwijt.

Maar de New Yorker is trots. Hij weet dat hij en zijn mannen een doorslaggevende rol hebben gespeeld.

slocum catastrophe disaster aftermath

Veel lichamen bleven aanvankelijk toegedekt op het strand liggen.

Shutterstock

Dominee wordt wakker op het strand

10.35 uur: Schepen en boten cirkelen om North Brother Island om overlevenden op te pikken. Die worden naar het eiland gebracht, waar de dokters en verpleegsters overuren maken.

George Haas schrikt wakker. Om zich heen ziet hij de artsen en verpleegsters die hun uiterste best hebben gedaan om de dominee weer bij bewustzijn te brengen.

Haas kan zich niet herinneren hoe hij is gered, maar weldra beseft hij dat hij op North Brother Island zit.

Een sleepboot heeft hem aan het personeel van het Riverside Hospital overgedragen, dat zich over de slachtoffers heeft ontfermd. Zodra Haas weer kan praten, begint hij vragen te stellen.

‘Waar zijn ze? Waar is mijn gezin? Zijn ze gered? Zijn ze dood of in leven?’ wil de dominee weten. Het antwoord is telkens hetzelfde. Niemand weet het.

Sinds de brandende General Slocum om 10.25 uur aan de grond liep, is het alle hens aan dek voor het personeel van het ziekenhuis.

Wie kan zwemmen, is de rivier in gedoken om passagiers te redden, terwijl de overige artsen en verpleegsters slachtoffers reanimeren.

Levenden en doden worden ook aangevoerd door vaartuigen op de rivier, die slachtoffers aan boord hebben genomen.

Als dominee Haas overeind heeft weten te komen, is de reddingsactie nog in volle gang, al wordt er vanaf 10.45 uur niet meer gereanimeerd. Daar is het te laat voor.

Op het water drijven nog lichamen en brokstukken, en op het strand liggen lange rijen doden. Haas is aangedaan als hij al die bekende gezichten ziet. Deze mensen heeft hij gedoopt en getrouwd in zijn kerk.

Sommigen hebben een verbeten uitdrukking op hun gezicht – een teken dat ze tot het laatste moment voor hun leven hebben gevochten. Anderen liggen vreedzaam met hun handen gekruist op hun borst.

Enkele moeders hebben hun kind nog in hun armen geklemd.

Een deel van de slachtoffers herkent de dominee niet. Ze zijn te zeer verbrand.

Zijn eigen vrouw en dochter treft Haas nergens aan – niet tussen de doden en evenmin bij de overlevenden. En hij is niet de enige die iemand mist.

Leden van de gemeente zijn naarstig op zoek naar hun familie, en velen krijgen hun bangste vermoedens bevestigd.

Iedereen op het eiland lopen de koude rillingen over de rug als er weer een gil klinkt – opnieuw heeft een ouder een kind verloren of is een kind wees geworden.

‘Mama, word wakker,’ klinkt er regelmatig als een jong kind, dat niet begrijpt wat er gebeurd is, zijn of haar moeder in de rij met roerloze lichamen aantreft.

Kapitein ziet raderboot verdwijnen

10.55 uur: Gewonde passagiers zitten in dekens gewikkeld op North Brother Island. Zwijgend kijken ze naar het schouwspel op de East River.

Na 13 jaar op de General Slocum ziet kapitein Van Schaick vanaf het strand hoe zijn boot verteerd wordt door de vlammen.

Tot het laatst zijn de zeeman en zijn bemanning op hun post gebleven, zelfs toen het vuur aan de wanden van de stuurhut likte.

Pas toen de boot aan de grond liep bij North Brother Island, kropen de drie door een raampje naar buiten, waarna ze een sprong van 9 meter maakten.

De 67-jarige kapitein verzorgt zijn brandwonden en gebroken voet als de brandende romp van de General Slocum plotseling loskomt van de zandbank.

Het getij neemt het gehavende wrak van de raderboot mee de rivier op, alsof het vaartuig weg wil van de plaats des onheils.

Uit vrees dat de nog steeds brandende boot meer ongelukken veroorzaakt op de drukbevaren rivier, spuiten blusvaartuigen er grote hoeveelheden water op, en uiteindelijk zakt de raderstoomboot naar de bodem.

Er blijven slechts een paar brokstukken drijven.

13 jaar lang heeft de General Slocum dagjesmensen over de rivieren van New York vervoerd, maar zijn naam is nu voor altijd verbonden met dood en verdriet.

Volgens een krant was het vonnis van 10 jaar celstraf dat kapitein William van Schaick kreeg ‘hard, maar rechtvaardig’.

© Library of Congress & Spydersden

Kapitein kreeg de schuld

De rederij kwam er met een boete vanaf na de ramp met de General Slocum, terwijl kapitein Van Schaick als zondebok werd aangewezen.

Passagiers van de General Slocum die niet konden zwemmen, waren ten dode opgeschreven.

De reddingsvesten waren vergaan en de reddingsboten zaten muurvast. Toch kwam de eigenaar, de stoombootmaatschappij Knickerbockers, er met een bescheiden boete vanaf.

Onder normale omstandigheden zou de rederij verantwoordelijk zijn voor het gebrekkige onderhoud, maar op 5 mei 1904, anderhalve maand voor het ongeluk, had een inspecteur van de United States Steamboat Inspection Service (USSIS) de veiligheid aan boord goedgekeurd.

Volgens hem verkeerden de vesten ‘in goede staat’.

De inspecteurs van de USSIS waren onervaren en werden per klus betaald. Daarom haastten ze zich na een oppervlakkige inspectie naar het volgende vaartuig.

Kapitein William van Schaick kreeg de schuld en werd tot 10 jaar cel veroordeeld.

Na de ramp werden de eisen aan reddingsvesten en brandblusapparatuur aangescherpt.

George Haas krijgt nieuws over zijn gezin

21.00 uur: Er is een provisorisch mortuarium ingericht in een pakhuis bij Kleindeutschland, waar nabestaanden uitsluitsel kunnen krijgen.

Na drie uur slapen in zijn eigen bed zit George Haas ineens recht overeind.

Eerder die middag was de dominee van uitputting in elkaar gezakt op North Brother Island, en hij is naar zijn huis in Kleindeutschland gebracht om te rusten.

De plaats naast hem in bed is leeg. Daar ligt Anna altijd, maar het hoofdkussen is koud en onbeslapen.

Opnieuw beseft Haas hoe rampzalig het jaarlijkse uitstapje is verlopen – niet alleen voor hem, maar voor honderden gezinnen.

Dan komt het oudste kind van de dominee, de 19-jarige George jr., samen met de broer van de predikant de slaapkamer binnen.

Het verdriet is van hun gezicht af te lezen. Met horten en stoten komt de boodschap eruit: Anna is gevonden.

Dood. En Gertrude wordt vermist, maar er is geen reden om aan te nemen dat ze het heeft overleefd. Later wordt ook haar dood bevestigd.

‘Het is wat ik al vreesde en waar ik me op voorbereid had,’ stamelt George Haas.

Het jaarlijkse uitje is de zwartste dag uit het leven van de dominee geworden – en een van de donkerste in de geschiedenis van New York.

shoes from slocum victim

Anna Liebenow verdronk tijdens de ramp. Haar zus Adella overleefde. Toen Anna’s lichaam was gevonden, kreeg Adella haar schoenen.

© Getty Images

Naschrift:

George Haas bleef tot 1921 dominee in Kleindeutschland. Hij stierf in 1927 op 73-jarige leeftijd.

John Coakley en Ed Flanagan overleefden het ongeluk. William van Schaick werd als enige verantwoordelijk gehouden voor de ramp en kreeg 10 jaar cel, waarvan hij er drieënhalf uitzat. Hij overleed in 1927.

Jack Wade en zijn bemanning van de John Wade redden 155 mensen op deze noodlottige junidag.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg