Titanic: Stomdronken bakker overleefde op whisky

Toen de Titanic in de nacht van 14 op 15 april 1912 zonk, ging de hoofdbakker van het schip zich te buiten aan whisky. Het torenhoge alcoholpromillage redde zijn leven.

Toen de Titanic in de nacht van 14 op 15 april 1912 zonk, ging de hoofdbakker van het schip zich te buiten aan whisky. Het torenhoge alcoholpromillage redde zijn leven.

Shutterstock

Toen het passagiersschip Titanic in 1912 op een ijsberg liep, reageerde hoofdbakker Charles Joughin stoïcijns.

Hij stuurde 50 broden naar de passagiers op het ijskoude dek en liep toen naar zijn hut voor een glas whisky. Daarna ging de 33-jarige bakker weer naar het dek om vrouwen en kinderen in de reddingsboten te helpen.

Toen hij aan de beurt was, stond hij zijn plaats af en keerde hij terug naar zijn hut om te gaan drinken.

VIDEO – Bekijk de bakker op de Titanic.

Pas toen het dek vrijwel leeg was en zijn hut blank stond, stond Joughin weer op en begon hij dekstoelen over de reling te gooien om de zwemmers te helpen.

Na nog een bezoek aan de hut klom Joughin uiteindelijk boven op de achtersteven van het schip.

Toen de Titanic kort daarna in tweeën brak, zonk Joughin met het schip in het water alsof het een lift was. Twee uur lang zwom hij rustig rond in het ijzig water, tot een reddingsboot hem oppikte.

Volgens deskundigen overleefde Joughin het waarschijnlijk doordat hij zo dronken was dat hij niet in paniek raakte en dus geen warmte en energie verloor.