Na de botsing vlogen beide vliegtuigen in brand. Het vuur werd pas enige uren later gedoofd. 

© Fotograaf onbekend

583 toeristen kwamen om bij een van de ergste vliegrampen ooit

Dichte mist, geen radar en een gestreste piloot. Door een samenloop van omstandigheden botsen twee vliegtuigen in 1977 op de luchthaven van Tenerife op elkaar. Een paar tellen later worden de toestellen verzwolgen door een vlammenzee. De grootste vliegramp ooit is een feit.

28 februari 2018 door Boris Koll

Als gelovig christen is Norman Williams ervan overtuigd dat de zachtmoedigen de aarde zullen erven. 

Het praatgrage, 52-jarige hoofd van een business school in Californië windt zich normaal gesproken niet gauw op, maar nu begint zijn geduld toch echt op te raken. De Boeing 747 van PanAm heeft meer weg van een gevangenis dan van een transportmiddel.

Het is zondag 27 maart 1977, iets na drieën, en Williams is al een tijdje onderweg. 

Hij is van Los Angeles naar New York gevlogen, en het was de bedoeling om vandaar naar Las Palmas te reizen, waar hij met een groep rijke, oudere landgenoten aan boord van een cruiseschip zou gaan. 

Maar na zes uur vliegen krijgt hij te horen dat het toestel moet uitwijken naar Tenerife.

Hij zit al ruim 13 uur in zijn vliegtuigstoel, en de bemanning kan niet zeggen hoe lang het nog zal duren. 

Het eten is al lang op: het enige wat de stewardessen de 382 hongerige en chagrijnige passagiers nog kunnen aanbieden is een glaasje frisdrank. Een slechter begin van de vakantie is nauwelijks denkbaar.

De taxibaan staat vol met vliegtuigen die wachten tot ze door kunnen vliegen naar Las Palmas op Gran Canaria. 

Norman Williams ziet vijf of zes vliegtuigen voor zijn eigen toestel staan, en een stuk of 12 erachter.

‘Het duurt zeker nog een uur voordat deze janboel weer op orde is en we verder kunnen,’ moppert hij tegen zijn vriend en reisgenoot Ted, die op de stoel voor hem zit.

‘Ja, dat zit er dik in,’ antwoordt Ted. 

Een half uur voor het ongeluk maakte iemand deze foto op de luchthaven. Op de voorgrond staat het KLM-toestel, op de achtergrond de PanAm-jet. 

© Project Tenerife

Piloten zijn woedend

15.15 uur, cockpit PanAm-toestel
De Amerikaanse gezagvoerder Victor Grubbs wacht al een hele tijd vergeefs op toestemming om op te stijgen.

Dit is niet te geloven! Al ruim een uur heeft hij via de intercom de passagiers zoet proberen te houden, maar nu krijgt hij te horen dat het oponthoud nog lang niet voorbij is. 

De verkeerstoren laat weten dat de luchthaven van Las Palmas weer open is, en Grubbs maakt zich klaar om te vertrekken. 

Voor hem staat echter een Boeing 747 van de KLM die de doorgang verspert. 

De Nederlandse gezagvoerder heeft vlak voor het bericht van de toren een tankbeurt besteld, een langdurige aangelegenheid.

‘Wat een hufter!’ roept hij woedend.

‘Ja, wat een sukkel,’ zegt de copiloot, Robert Bragg. De zwarte doos van het toestel neemt al het gescheld en getier van de bemanning op.

Nederlandse piloot staat onder druk

15.20 uur, cockpit KLM-toestel
Ook KLM-gezagvoerder Jacob­ Veldhuyzen van Zanten ­­windt zich op over de vertraging.

Jacob Veldhuyzen van Zanten heeft z’n dag niet. Hij beantwoordt een oproep van het PanAm-
toestel achter hem; de gezagvoerder wil weten hoe lang hij nog moet wachten. 

Veldhuyzen van Zanten beseft dat het niet handig van hem was om zijn vliegtuig bij te laten tanken, maar hij deed het juist om tijd te besparen in Las Palmas.

Hij kon niet weten wanneer de luchthaven weer open zou gaan. Het had nog wel uren kunnen duren, en de gezagvoerder wilde de wachttijd benutten – niet verlengen. 

Hij stond al onder druk: als hij zijn passagiers afgezet heeft in Las Palmas moet hij de jumbojet terug naar Amsterdam vliegen, en door de lange vertraging lopen hij en zijn bemanning het risico om de rusttijdenwet te overtreden en daardoor de autoriteiten op hun dak te krijgen. 

En dan zijn ze allemaal in de aap gelogeerd. Jacob Veldhuyzen van Zanten is een ervaren piloot. 

Hij staat zelfs op de voorkant van het inflight-magazine van de KLM, waarmee de passagiers nu de tijd proberen te verdrijven tijdens het lange oponthoud in Tenerife.

‘KLM – van de mensen die punctualiteit mogelijk maken,’ luidt de kop van het artikel.

Het is natuurlijk een speling van het lot, maar gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten kan er de humor niet van inzien. 

De Amerikaan Norman Williams was op weg naar een cruise toen de ramp plaatsvond. Hij schreef later een boek over zijn ervaringen.

© Kappa Press/Liaison Agency

Luchthaven overvallen door mist

16.40 uur, cabine PanAm-toestel
Het vliegveld Los Rodeos ligt aan de voet van de vulkaan El Teide en staat bekend om zijn plotselinge weersomslagen.

Door het raampje ziet Norman Williams dat de mist in flarden van de flank van de berg Pico de Teide komt. 

Hij hoopt niet dat dit nog meer vertraging met zich meebrengt, want dan zou het echt de spuigaten uitlopen. Toch heeft het er alle schijn van dat de mist aanhoudt.

Binnen een paar minuten is de hele luchthaven in nevelen gehuld. 

De dichtheid ervan wisselt sterk. Op het ene moment is er 150 meter zicht, en even later kan Williams het KLM-toestel niet eens meer zien.

‘Het is net een donzen dekbed,’ zegt de dame die naast hem zit tegen haar dochter.

‘Het valt wel mee, mama. Weet je nog hoe dicht de mist was toen we opstegen vanaf Fort Lauderdale? Het kan helemaal geen kwaad. Ze hebben radar en allerlei apparatuur.’

Verkeersleiders werken blind

16.58 uur, verkeerstoren
Het KLM-toestel heeft 55.000 liter brandstof getankt en mag naar de startbaan taxiën.

De verkeersleider van Los Rodeos heeft niet vaak zo’n drukke dag meegemaakt. De hele luchthaven staat vol vliegtuigen, en hij moet ze allemaal in de gaten houden.

De dichte mist maakt het er niet makkelijker op. Hij kan de toestellen niet zien, en hij is afhankelijk van de radio om zijn werk te kunnen doen.

Moderne vliegvelden hebben grondradar, waarmee de verkeersleiders precies kunnen volgen waar alle toestellen zich bevinden – ongeacht het zicht. 

Maar het systeem is niet verplicht, en het kleine Los Rodeos heeft er niet in geïnvesteerd. De verkeersleider werkt dus blind, en moet erop vertrouwen dat de toestellen zijn waar hij zegt dat ze moeten zijn.

Om 16.58 uur geeft hij de 747 van de KLM toestemming om naar de startbaan te taxiën. 

De luchthaven is niet gebouwd op zulke grote vliegtuigen, en hij geeft het KLM-toestel dan ook de opdracht om helemaal naar het einde van de startbaan te rijden en daar 180 graden te draaien, zodat het tegen de wind in kan opstijgen in dezelfde richting als waarin het is geland. Zo is de opwaartse kracht veel beter.

Een paar minuten nadat hij de KLM-Boeing naar de enige startbaan heeft gestuurd, geeft de verkeersleider aan de PanAm-gezagvoerder toestemming om hem op afstand te volgen. 

De verkeersleider moet zo snel mogelijk de lange file zien weg te werken, en wil het PanAm-toestel op de derde afrit van de startbaan laten wachten tot het KLM-toestel opgestegen is.

Kort overzicht

Achtergrond: Door een bomaanslag is de luchthaven van Las Palmas gesloten. Alle vliegtuigen worden omgeleid naar Los Rodeos op Tenerife, waar chaos en mist een dodelijke cocktail vormen.

Verloop: Een Nederlandse Boeing 747 van de KLM botst op een Amerikaans toestel van hetzelfde type. Beide vliegtuigen vliegen onmiddellijk in brand.

Gevolg: De onderzoekscommissie komt met concrete aanbevelingen om de veiligheid in de luchtvaart te verbeteren. De ramp op Tenerife is nu verplichte leerstof voor piloten en verkeersleiders. 

Een fataal misverstand

17.01 uur, cockpit PanAm-toestel
Een vliegtuig taxiet normaal met 20 km/h, maar door de mist rijdt het PanAm-toestel niet meer dan 10 km/h.

De verkeersleider spreekt met een zwaar Spaans accent, en gezagvoerder Grubbs verstaat hem slecht als hij het PanAm-toestel oproept met naam en vluchtnummer: 

‘Seven one two stand by break, clipper one seven three six leave the runway … dah … three one … on to your left.’

‘Wat?’ zegt gezagvoerder Grubbs. ‘Sorry, wilt u dat herhalen alstublieft?’

‘Leave the runway the third one your left,’ antwoordt de verkeersleider.

Door het slechte Engels van de verkeersleider is het bericht nog steeds moeilijk te verstaan, maar de PanAm-piloot vermoedt dat het de bedoeling is dat hij de derde afrit neemt, en dat klopt ook. Het PanAm-toestel is de eerste afrit echter al gepasseerd, en de piloten denken dat ze de derde afrit vanaf nu moeten hebben.

Hierdoor zal het vliegtuig langer op de startbaan blijven dan de verkeersleider denkt. Om 17.06 uur roept de toren het PanAm-toestel weer op: ‘Rapporteer startbaan vrij.’

‘Oké, ik rapporteer als de startbaan vrij is,’ antwoordt de PanAm-piloot. Het vliegtuig is nog niet bij afrit nummer vier.

De piloten zien de lichten van de KLM-Boeing die aan het eind van de startbaan draait. Plotseling krijgt gezagvoerder Grubbs de schrik van zijn leven. 

Hij gelooft zijn eigen ogen bijna niet. Zonder toestemming om op te stijgen is het KLM-toestel aan het optrekken en rolt het in volle vaart over de startbaan.

‘Verdomme ... kijk nou, die idioot komt recht op ons af,’ roept Grubbs.

Bragg, de copiloot van het PanAm-toestel schreeuwt wanhopig tegen zijn gezagvoerder: ‘Weg! Weg! We moeten hier weg!’

Grubbs geeft vol gas en maakt een scherpe bocht om van de startbaan af te komen, terwijl het KLM-toestel met hoge snelheid op hem af komt.

KLM-captain blundert

17.05 uur, cockpit KLM
De gestreste KLM-captain heeft zijn toestel gedraaid en is klaar voor take-off.

Ongeduldig legt Jacob Veldhuyzen van Zanten zijn rechterhand op de vier gashendels en maakt aanstalten om ze naar voren te duwen en te starten. 

Uit de zwarte doos blijkt later dat copiloot Klaas Meurs ingrijpt: ‘Nee wacht even, we hebben nog geen ATC-clearance (toestemming, red.).’

‘Nee weet ik, vraag maar,’ zegt Veldhuyzen van Zanten duidelijk geïrriteerd.

De copiloot vraagt om toestemming om op te stijgen. Het antwoord komt meteen: 

‘KLM acht zeven nul vijf, u mag een Papa beacon-climb uitvoeren naar hoogte negen nul. Draai naar rechts na take-off, koers nul vier nul.’

‘Roger … Toestemming voor Papa beacon-climb, vlieghoogte negen nul, bocht naar rechts tot nul vier nul. We stijgen nu op,’ zegt Meurs.

Hier maken de KLM-piloten een fatale fout: de mededeling was geen toestemming voor take-off, maar gaf de te volgen koers aan. Dit betekent niet dat het toestel mag opstijgen.

Desondanks geeft gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten gas: ‘We gaan ... check thrust.’

Het KLM-toestel begint vaart te maken.

‘Stand-by voor take-off. Ik roep u op,’ klinkt het uit de toren. En vervolgens aan de PanAm- piloten: ‘Rapporteer startbaan vrij.’

‘Oké, ik rapporteer als de startbaan vrij is,’ luidt het antwoord uit de PanAm-cockpit.

‘Is hij er niet af dan, die PanAm?’ vraagt de boordwerktuigkundige van het KLM-toestel, Willem Schreuder, die bij de piloten zit.

‘Jawel,’ antwoordt de gezagvoerder.

Een paar tellen later roept hij: ‘Oh!’

Door de mist ziet hij de contouren van het PanAm-toestel op de startbaan, recht voor zijn optrekkende Boeing. Hij beseft meteen dat hij een enorme fout heeft gemaakt. 

Het is te laat om te remmen, en hij kan alleen nog proberen om zijn toestel zo snel mogelijk de lucht in te krijgen. Eventjes lijkt dat te lukken. 

De wielen komen van de grond, de neus komt omhoog en mist het PanAm-toestel op een haar na. Maar dan klinkt er een harde knal. Het landingsgestel en een van de motoren raken de bovenkant van de cabine van de PanAm.

Het KLM-vliegtuig stort omlaag en glijdt nog 450 meter over de startbaan, tot het ontploft
en in brand vliegt. 

De gezagvoerder, zijn 13 bemanningsleden en 234 chartertoeristen – mannen, vrouwen en kinderen – komen binnen een paar tellen om in de vlammenzee. Niet één inzittende overleeft de ramp.

De reddingswerkers wisten niet dat er twee vliegtuigen in brand stonden.

© Polfoto

Norman Williams wil niet dood

17.06 uur, PanAm-toestel 

Maar een paar passagiers bij het raam zagen het KLM-toestel aan komen stormen. Na de botsing vat het vliegtuig onmiddellijk vlam.

Explosie. Brand. Gegil. Een bom – dat is het eerste wat in Norman Williams opkomt. Hij ziet overal vuur en voelt gloeiend hete metalen deeltjes op zijn gezicht. 

Als hij weer volledig bij zinnen is, merkt hij dat hij zijn riem niet meer om heeft en midden in het gangpad staat.

Het vliegtuig staat in lichterlaaie. Sommige rijen gaan in vlammen op, in andere ziet hij mensen zitten, verlamd van schrik. Het lijkt wel of ze helemaal niet in de gaten hebben wat er om hen heen aan de hand is.

Norman Williams voelt een sterke drang tot overleven in zijn hele lichaam, en zijn geest is helder: hij wil leven. 

Hij wil er zo snel mogelijk uit. Hij gaat op zoek naar zijn vriend Ted, die kort daarvoor nog op de stoel voor hem zat. Maar hij is weg. Verdwenen.

Er klinkt nog een explosie. Een brokstuk vliegt recht op Williams af. Instinctief tilt hij zijn armen op om het af te weren. 

Hij is dik en zijn conditie is niet al te best, maar nu voelt hij zich beresterk en heeft hij fantastische reflexen. Hij wil nog niet dood. Niet nu!

Bijna alle mensen op de stoelen achter Williams zijn dood. Hun lichamen zijn verschroeid, maar het vuur heeft hem nog niet bereikt. 

Hij begint naar voren te lopen. Hij is niet in paniek. Williams ziet gezichten. Bebloede gezichten, angstige gezichten, verbrande en dode gezichten. Maar nu kan hij daar niet bij stilstaan.

Williams baant zich een weg naar voren. Door een groot gat in het plafond van de cabine ziet hij de blauwe lucht. Hij springt en grijpt de rand van het gat vast. Het scherpe metaal snijdt in zijn handen, maar dat deert hem niet.

Williams denkt alleen maar aan overleven. Zonder moeite hijst hij zijn 125 kilo zware lichaam naar boven en klimt hij op de cabine en vandaar op een van de vleugels. 

De vleugel hangt wel tien meter boven de grond, maar Willams aarzelt geen moment. Hij springt.

Purser redt levens

17.07 uur, PanAm-toestel
Purser Dorothy Kelly ligt bewusteloos in het laadruim van het brandende vliegtuigwrak.

Dorothy Kelly komt langzaam bij bewustzijn. Eerst weet ze niet waar ze is. Ze herinnert zich vaag dat de cabinevloer onder haar voeten wegviel en dat ze een vrije val maakte. Meer niet.

Kelly ligt tussen de koffers, en het bloed van een wond in haar voorhoofd sijpelt in haar ogen. Rondom haar is het donker, maar boven zich ziet ze een streepje licht. 

Ze klimt ernaartoe en belandt ten slotte in de verwoeste neus van het vliegtuig, waar zich meer mensen bevinden die de botsing hebben overleefd.

Ze hoort nog meer explosies, maar maakt zich vooral zorgen over het gebrul van een van de motoren, die nog draait. 

Kelly weet dat dat gevaarlijk is. Een draaiende motor, zuurstof en kerosine, dat is een recept voor rampspoed.

Er is weinig tijd, en Kelly probeert de overlevenden over te halen om door een gat in de romp naar buiten te springen, maar niemand durft. 

Het is een sprong van 12 meter. Kelly weet niet waar ze de krachten vandaan haalt, maar uiteindelijk duwt ze de passagiers door het gat. Pas wanneer ze geen overlevenden meer kan vinden, springt ze zelf.

Kelly komt in het kniehoge gras terecht en is gewond, maar heeft niets gebroken. 

Ze staat op en roept naar de mensen om zich heen dat ze zich heel snel uit de voeten moeten maken voordat het vliegtuig ontploft. De passagiers gehoorzamen. Degenen met botbreuken worden door anderen ondersteund.

Als Kelly naar boven kijkt, ziet ze hartverscheurende taferelen: mensen die in paniek op de raampjes van de brandende cabine beuken in een vergeefse poging om te ontsnappen.

De beelden zullen haar nog lang achtervolgen.

‘Nog jarenlang kon ik niet naar een open haard kijken zonder er mensen in te zien,’ vertelt ze later in een interview.

In haar zoektocht naar overlevenden stuit Kelly op gezagvoerder Grubbs, die verdwaasd op de grond ligt. Ze pakt hem onder de oksels vast en sleept hem bij het brandende wrak weg. 

Ze zijn net op veilige afstand wanneer de resten van het PanAm-toestel de lucht in vliegen na een laatste, verwoestende ontploffing.  

De meeste slachtoffers kwamen uit Nederland en de VS. In beide landen vonden herdenkingsceremoniën plaats. 

© Polfoto/AP

Weg van de vlammenzee

17.07 uur, plaats van de ramp
Nog geen 60 PanAm-passagiers weten zich in veiligheid te brengen.

Na zijn sprong van de vleugel landt Norman Williams op zijn benen in het hoge gras rond de startbaan. 

Hij komt hard terecht en breekt zijn enkel, maar hij voelt geen pijn. Hij strompelt weg van het brandende vliegtuigwrak tot hij op veilige afstand van de vlammen is.

Als Williams zich omdraait en naar het wrak kijkt, ziet hij een bemanningslid op zijn knieën in het gras zitten. 

De man slaat aan één stuk door met zijn vuisten in het gras. Het is PanAm-gezagvoerder Victor Grubbs, die zijn verdriet op deze manier afreageert.

‘Wat heb ik deze mensen aangedaan?’ roept hij keer op keer, terwijl hij heen en weer wiegt en op de grond blijft hameren.

Williams ziet de purser Dorothy Kelly naar de kapitein rennen om hem in veiligheid te brengen. Dan klinkt er een enorme ontploffing in het wrak van de PanAm-Boeing. 

Williams beseft dat er niemand meer in leven kan zijn in het inferno. Rondom hem slagen ruim 50 mensen erin om weg te komen, sommigen met hulp van anderen. 

Veel van de passagiers hebben ernstige brandwonden. Een man roept om hulp, maar de man aan wie de noodkreet is gericht, antwoordt slechts: 

‘Sorry.’

Bij wijze van uitleg tilt de man zijn hand op. Hij heeft geen vingers meer.

Rommelige reddingsactie

17.20 uur, Luchthaven
Brandweerlui spoeden zich naar de vlammenzee bij het KLM-toestel. Ze weten niet dat er nog een vliegtuig bij het ongeluk betrokken is. Door de mist zien ze de PanAm niet.

Inwoners van een nabijgelegen dorp zijn als eersten bij de plaats des onheils. 

Ze komen aangerend met emmers en natte handdoeken die ze om de halfnaakte, verbrande slachtoffers slaan om de pijn te verzachten. 

Omdat er te weinig ambulances zijn, worden veel passagiers in privé-auto’s naar het ziekenhuis gereden.

Williams, die hevig aan zijn handen bloedt, weigert hulp. Hij weet dat anderen er slechter aan toe zijn dan hij. Veel overlevenden zijn in shock en kijken verdwaasd om zich heen.

‘Mijn vrouw! Mijn vrouw! Ik moet haar gaan zoeken!’ roept een man. Hij wil terugrennen naar de vlammenzee, wat zijn dood zou zijn. Maar gezagvoerder Grubbs, die weer bij zinnen is, pakt de man vast en houdt hem tegen.

Uiteindelijk laat Norman Williams zich in een auto helpen. De chauffeur is een man van in de 20, een van de vele plaatselijke bewoners die zijn toegestroomd om te helpen. 

Binnen de kortste keren zit het interieur van de wagen onder het bloed. Williams verontschuldigt zich, maar de man wil er niets van weten.

‘De nada. De nada’ – het geeft niet.

De man slingert tussen het overige verkeer door met zijn hand op de toeter. 

In slechts een kwartier brengt hij Williams naar een van de ziekenhuizen van de stad Santa Cruz, waar de Amerikaan behandeld wordt.

Een laatste, gruwelijke aanblik

30 maart, luchthaven Los Rodeos
Na drie dagen in het ziekenhuis worden de overlevenden naar het vliegveld gebracht om terug naar huis te vliegen.

Dit soort fouten is onvergeeflijk: op weg naar het vliegveld staat de bus met overlevenden stil voor de open hangar die als mortuarium dienst doet. 

Forensisch onderzoekers lopen er rond tussen ruim 500 zwaar verminkte lichamen.

‘Het was een zware beproeving voor de overlevenden om dit te moeten aanschouwen,’ schrijft Norman Williams later in zijn boek.

Veel passagiers in de bus zijn er slecht aan toe. Sommigen zijn doodsbang om weer te moeten vliegen. Ook Williams gaat het niet in de koude kleren zitten. 

Als het vliegtuig naar de startbaan taxiet, beleven de passagiers de verschrikkingen van drie dagen eerder opnieuw.

Maar nu gaat het goed. De overlevenden van de ergste vliegramp ooit gaan naar huis.

Lees ook

Norman Williams & George Otis: Terror at Tenerife, Bible Voice Inc., 1977. Allistair Fitzgerald: Air Crash Investigations: Tenerife Airport Disaster, The World's Deadliest Plane Crash Ever, Mabuhay Publishing, 1978.

Bekijk ook ...