RMS Titanic

13 noodlottige schipbreuken

De menselijke factor speelde vaak een beslissende rol bij schipbreuken in de geschiedenis. Lees over de Titanic, Vasa en 11 andere rampen.

5 februari 2018 door Hans Henrik Fafner

De menselijke factor speelde vaak mee bij schipbreuken in de geschiedenis, en of het nu door kil cynisme of nalatigheid kwam, de ramp was in veel gevallen niet te overzien …

Hier hebben we 13 noodlottige schipbreuken op een rij gezet.

Het Witte Schip: De troonopvolger verdronk

Het Witte Schip zinkt op 25 november 1120 in het Kanaal voor de kust van Normandië.

De jonge prins Willem had het Witte Schip geleend om in november 1120 met zijn gevolg van 300 man terug naar Engeland te varen. Ze dronken stevig, want ze hadden het jaar daarvóór meegeholpen met de overwinning van Frankrijk, en de bemanning was stomdronken. Toen het schip rond middernacht voor de Noord-Franse kust op een rots liep, brak er chaos uit. Op een slachter uit Rouen na kwamen alle mannen om in de golven.

Na de ramp lachte koning Hendrik I nooit meer. Hij probeerde zijn enige andere legitieme kind, Mathilde, te laten erkennen als troonopvolger, maar vergeefs. Vier jaar na de dood van de koning in 1135 viel Engeland ten prooi aan een burgeroorlog.

Vasa: Niet tegen de koning zeggen ...

De Vasa werd in 1961 geborgen en is nu te zien in het Vasa-museum in Stockholm.

Te weinig ballast en een te hoog zwaartepunt – daardoor kapseisde de Vasa. Het schip zonk tijdens zijn maiden trip in 1628, nog geen zeemijl van Stockholm vandaan, vanwaar het was vertrokken.

De bouwtechnici hadden de problemen al in de haven gesignaleerd, maar koning Gustav Adolf wilde zo graag dat het schip zich zou aansluiten bij de Zweedse vloot op de Oostzee dat niemand de koning het durfde te vertellen.

HMS Victory: Vlaggenschip spoorloos verdwenen

De HMS Victory zonk in oktober 1744.

Al toen het vlaggenschip van de Britse Kanaalvloot, de HMS Victory, in 1740 te water werd gelaten, maakten scheepsbouwers melding van een constructiefout, waardoor het schip bij zwaar weer moeilijk bestuurbaar zou zijn.Toen de vloot in oktober 1744 over het Kanaal voer en door een zware storm getroffen werd, raakten de overige schepen het contact met de Victory kwijt.

Pas in 2009 vonden marinearcheologen twee van de bronzen kanonnen van het schip, meer dan 80 kilometer van de plek waar het schip volgens de Britten met man en muis vergaan was.

HMS Guardian: Lange tocht met lekke schuit

De HMS Guardian voer in 1784 op de dag voor kerst op een ijsberg. Wonderlijk genoeg voer het schip nog ruim 2000 kilometer verder.

Op de dag voor kerst, 1784, liep de HMS Guardian op een ijsberg in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan. Met een groot gat in de romp kon het Engelse schip op elk moment zinken, maar kapitein Edward Riou besloot op het land af te stevenen.

In negen weken legde de HMS Guardian de 2100 kilometer af naar Kaapstad, waar Riou het schip veilig aan land bracht.

De kannibalen van de Méduse

Jean Louis Théodore Géricault: Radeau de la Méduse

Een incompetente kapitein was om politieke redenen benoemd tot kapitein op het Franse fregat de Méduse, en tijdens de tocht naar Senegal ging het mis. Op 2 juli 1816 liep de Méduse op een zandbank 50 kilometer voor de Afrikaanse kust.

Omdat er een storm opstak, werden de passagiers en bemanningsleden van de Méduse geëvacueerd – sommigen in twee reddingsboten en 146 vrouwen en mannen op een houten vlot. Maar toen de kapitein erachter kwam dat de twee jollen het vlot niet konden trekken, kapte hij de touwen door en liet hij het vlot aan zijn lot over, bijna zonder voorzieningen. Er waren slechts 15 passagiers over toen het vlot bij toeval op 17 juli werd gevonden – ze hadden overleefd door kannibalisme.

SS Central America: Schip van Goud

J.J. Childs: De SS Central America zinkt in 1857.

Toen de raderboot SS Central America op 12 september 1857 schipbreuk leed in een orkaan ter hoogte van South Georgia, werd het nog erger met de toenmalige economische crisis, beter bekend als de Paniek van 1857.

Het schip had namelijk 14 ton goud in het laadruim, een direct gevolg van de goudkoorts in Californië, en door het verlies begon men zich af te vragen of de regering de al verzwakte dollar wel kon dekken met de goudreserves. Zo'n 400 van de 578 passagiers van het 'Schip van Goud' kwamen om het leven.

USS Cairo: Eerste torpedoslachtoffer

J.J. Childs: De USS Cairo op de rivier de Mississippi, 1862.

In de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) was het Amerikaanse kanonnenschip de USS Cairo bezig met mijnenruimen in de rivier de Yazoo, een zijtak van de Mississippi.

Tijdens het werk vuurden onbekende daders op 12 december 1862 een torpedo af op de Cairo, die meteen zonk. Het was het eerste oorlogsschip in de geschiedenis dat ten onder ging door een elektrische torpedo.

SS Sultana: In de schaduw van een aanslag

SS Sultana

De grote stoomketels ontploften toen de raderboot de SS Sultana op 27 april 1865 noordwaarts voer over de rivier de Mississippi. Het schip mocht 376 passagiers meenemen, maar er waren 2400 man aan boord – vooral soldaten die thuiskwamen van de Burgeroorlog.

Zo'n 1800 mensen kwamen er om het leven, tijdens de ontploffing of daarna in het ijskoude rivierwater. De ramp kreeg echter niet veel aandacht omdat deze nog geen twee weken na de aanslag op president Abraham Lincoln plaatsvond.

SS Gothenburg: De rijken zonken het hardst

SS Gothenburg

In februari 1875 liep het passagiersschip de SS Gothenburg op het koraalrif van de Great Barrier Reef. Het schip begon te zinken en in de storm was het onmogelijk om de reddingsboten te water te laten.

Terwijl de haaien om het schip cirkelden sprongen de passagiers over boord om naar het land te zwemmen. Velen van hen droegen hun hele vermogen aan goudstukken in gordels om hun middel, en degenen met de zwaarte gordels zonken direct naar de bodem.

RMS Titanic: Te weinig reddingsboten

De steven van de RMS Titanic, gezien vanuit de Russische MIR in een onderzeeër.

Toen de RMS Titanic op 15 april 1912 zonk tijdens zijn maiden trip over de Atlantische Oceaan, overleefden slechts 710 van de 2227 opvarenden de ramp.

De reddingsboten van het schip hadden slechts ruimte voor 1178 mensen, maar dat was nog meer dan wettelijk voorgeschreven. Op dat moment gaf de Engelse wet de reddingscapaciteit van schepen namelijk aan in tonnage; dat stond los van het aantal passagiers dat aan boord kon.

SS Florizel: Werktuigkundige wilde bij familie langs

De vuurtoren van Cape Race, New Foundland, waar de SS Florizel in 1918 schipbreuk leed omdat de werktuigkundige even bij zijn familie wilde aanwippen.

In de nacht van 23 februari 1918 liep het passagiersschip SS Florizel tijdens een hevige storm op de klippen van Cape Race. Uit later onderzoek bleek dat de werktuigkundige J.V. Reader op eigen houtje de machine een standje lager had gezet, dus de kapitein dacht dat het schip verder was toen hij bijstuurde om Cape Race te omzeilen.

Reader wilde de aankomst in Halifax wat vertragen, zodat het schip de nacht in de haven moest doorbrengen. Dan zou hij tijd hebben om even langs te gaan bij zijn familie in de stad. Dat kostte 79 van de 123 opvarenden het leven.

HMS Carpathia: Reddingsschip gezonken door torpedo

De HMS Carpathia redde 708 opvarenden van de Titanic, maar zonk in 1918 door een Duitse torpedo.

De Cunard Lines HMS Carpathia kwam als eerste schip bij de gezonken Titanic, en het schip nam 708 overlevenden aan boord.

Toen de Carpathia tijdens de Eerste Wereldoorlog de Atlantische Oceaan overstak met allerlei voorzieningen aan boord, werd het schip op 17 juli 1918 bij de Ierse kust getroffen door een Duitse torpedo. Vijf bemanningsleden kwamen om het leven en 57 andere opvarenden werden gered.

SS Sauternes: Deense kronen uit Londen

De SS Sauternes verdween op 7 december 1941 in de ijskoude zee bij Svinoy op de Faeröer.

Alle 25 passagiers en bemanningsleden verdwenen in de ijskoude golven van de Atlantische Oceaan toen de SS Sauternes op 7 december 1941 bij windkracht 10 tegen de rotsen werd geslagen bij de Deense eilandengroep Faeröer. De ervaren reddingsmensen aan land konden niets beginnen.

Aan boord waren 22.500 Deense kronen. De munten waren geslagen in Londen omdat het door de Duitsers bezette Denemarken zelf geen contanten naar de eilanden ten noorden van Schotland kon sturen.

Bekijk ook ...