Vlag van de VN

VN ontstonden uit de puinhopen van de oorlog

Na de Tweede Wereldoorlog richtten 51 landen de VN op om een nieuwe oorlog te voorkomen. Tegenwoordig tellen de VN 193 leden, die strijden voor een veiligere, duurzamere en rechtvaardigere wereld.

Na de Tweede Wereldoorlog richtten 51 landen de VN op om een nieuwe oorlog te voorkomen. Tegenwoordig tellen de VN 193 leden, die strijden voor een veiligere, duurzamere en rechtvaardigere wereld.

Shutterstock

Wat is de VN?

Op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties – of VN – in New York wappert de vlag van de organisatie.

Op de blauwe vlag wordt een embleem van de aarde omlijst door twee olijftakken, een symbool van vrede. De wereldkaart symboliseert alle mensen van de wereld.

Sinds de oprichting van de VN vlak na de Tweede Wereldoorlog op 24 oktober 1945 ijvert de internationale organisatie om die vlag recht te doen en te zorgen voor meer vrede in de wereld.

Tegenwoordig zijn 193 landen lid, bijna alle naties van de wereld. De naties van de VN zetten zich in voor het bewaren van de vrede door internationale samenwerking en collectieve veiligheidsmaatregelen.

Om lid te worden van de VN, moet een land het VN-Handvest ondertekenen.

In het handvest staan de vier hoofddoelen van de VN:

  1. Internationale vrede en veiligheid bewaren.
  2. Vriendschappelijke relaties tussen naties ontwikkelen.
  3. Samenwerken bij het oplossen van internationale problemen
  4. Het naleven van mensenrechten bevorderen en het centraal coördineren van het optreden van naties.

Wie stichtten de VN?

VN werden tijdens de oorlog gepland

Op 30 oktober 1943 kwamen afgevaardigden van China, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten bijeen in Moskou, waar ze overeenkwamen een internationale organisatie op te richten om na de oorlog de vrede te bewaren.

De overeenkomst kreeg de naam Verklaring van Moskou, en het jaar erop werden de eerste gedetailleerde plannen voor de VN gemaakt.

Maar pas op de Conferentie van San Francisco (25 april-26 juni 1945) werden de grondbeginselen van de VN bevestigd.

Het originele VN-Handvest

Het Handvest van de VN werd op 26 juni 1945 door 51 naties ondertekend. Het originele document wordt nu bewaard in de National Archives in Washington D.C.

© UN Photo/Rosenberg

Afgevaardigden van in totaal 50 landen – waaronder Nederland en België – namen deel aan de Conferentie van San Francisco. Ze werkten er het VN-Handvest uit en richtten het Internationaal Gerechtshof op.

Het Internationaal Gerechtshof is het belangrijkste gerechtelijke orgaan van de VN. Het zetelt in het Vredespaleis in Den Haag.

Wat zijn de ontwikkelingsdoelen van de VN?

VN moet klimaat versterken

De ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de VN werden op 25 september 2015 in New York vastgesteld.

Het zijn 17 concrete doelen en 169 subdoelen, die erop gericht zijn ongelijkheid in de wereld weg te werken en het klimaat te beschermen door politieke wil en een betere prioritering van middelen.

De 17 SDG’s van de VN zijn:

  1. Alle vormen van armoede uitroeien.
  2. Een einde maken aan honger, zorgen voor voedselzekerheid en betere voeding, en duurzame landbouw bevorderen.
  3. Zorgen voor een gezond leven en welzijn voor alle leeftijden.
  4. Gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs en kansen om levenslang te leren.
  5. Gendergelijkheid tot stand brengen en vrouwen en meisjes mondiger maken.
  6. Toegang tot water en sanitaire voorzieningen en het op duurzame wijze beheren ervan.
  7. Toegang tot betrouwbare, duurzame en betaalbare moderne energie.
  8. Blijvende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen.
  9. Veerkrachtige infrastructuur opbouwen, inclusieve en duurzame industrialisering bevorderen en innovatie ondersteunen.
  10. Ongelijkheid binnen en tussen landen verminderen.
  11. Steden en gemeenschappen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam maken.
  12. Zorgen voor duurzame consumptie en productie.
  13. Snel handelen om de klimaatverandering en de gevolgen te bestrijden.
  14. Instandhouding en duurzaam gebruik van de oceanen en hun rijkdommen.
  15. Bescherming, herstel en ondersteuning van duurzaam gebruik van ecosystemen op het land, bestrijding van woestijnvorming, stopzetting van landdegradatie en verlies van biodiversiteit.
  16. Vreedzame en inclusieve samenlevingen ondersteunen. Iedereen toegang bieden tot de rechter en effectieve en inclusieve instellingen op alle niveaus opbouwen.
  17. Het wereldwijde partnerschap voor duurzame ontwikkeling versterken en meer middelen uittrekken om de doelstellingen te bereiken.

De toenmalige president van de VS, Barack Obama, was aanwezig bij de ondertekening van de 17 SDG’s van de VN.

Hij verklaarde dat het bereiken van de doelen zwaar zal zijn, maar dat we niet in de positie zijn om het niet te doen:

‘We maken ons geen illusies over de uitdagingen die voor ons liggen. Maar we weten ook dat dit iets is wat we moeten doen... Onze menselijkheid dwingt ons tot handelen.’

Video: De hele toespraak van Obama tot de VN

Wat is de mensenrechtenverklaring van de VN?

In 1948 stelde de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens op, met in totaal 30 artikelen.

De mensenrechten worden samengevat in het eerste artikel: ‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.’

Eleanor Roosevelt

Als voorzitter van de VN-Commissie voor de Rechten van de Mens was de Amerikaanse First Lady Eleanor Roosevelt in 1948 de drijvende kracht achter de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

© National Archives and Records Administration

De verklaring is formeel niet juridisch bindend, maar in 1966 nam de VN twee mensenrechtenverdragen aan ter bescherming van:

Burgerlijke en politieke rechten, die tot doel hebben de vrijheid en de waardigheid van het individu te beschermen.

Economische, sociale en culturele rechten vereisen dat de staat de fundamentele levensomstandigheden van de burgers beschermt en positieve maatregelen neemt om die te waarborgen.

Welke landen zitten niet in de VN?

Vier staten staan buiten de VN

In totaal staan vier staten buiten de Verenigde Naties.

Dit zijn:

  • Kosovo
  • Taiwan
  • Palestina
  • Vaticaanstad

Kosovo verklaarde zich in 2008 onafhankelijk van Servië en heeft het lidmaatschap aangevraagd. Sommige lidstaten verzetten zich echter tegen toelating van Kosovo, waaronder Rusland en China, die lid zijn van de VN-Veiligheidsraad en hun veto kunnen uitspreken.

Taiwan was onder de naam China lid van de VN tot 1971, toen het zijn zetel verloor aan de Volksrepubliek China, die in plaats daarvan tot legitiem lid werd verklaard.

De Palestijnse Autoriteit vroeg voor het laatst in 2014 erkenning als soevereine staat aan, maar slechts 8 van de 15 VN-Veiligheidsraadleden stemden voor.

Vaticaanstad is geen lid van de VN omdat de rooms-katholieke kerk politiek neutraal moet zijn. Sinds 1964 heeft het Vaticaan als enige onafhankelijke staat in de wereld de status van permanent waarnemer bij de VN.

Lijst van VN-lidstaten

Dit zijn alle landen die lid zijn van de VN in alfabetische volgorde, met het jaar waarin ze lid werden:

  • Afghanistan – 1946
  • Albanië – 1955
  • Algerije – 1962
  • Andorra – 1993
  • Angola – 1976
  • Antigua en Barbuda – 1981
  • Argentinië – 1945
  • Armenië – 1992
  • Australië – 1945
  • Azerbeidzjan – 1992
  • Bahama's – 1973
  • Bahrein – 1971
  • Bangladesh – 1974
  • Barbados – 1966
  • België – 1945
  • Belize – 1981
  • Benin – 1960
  • Bhutan – 1971
  • Bolivia – 1945
  • Bosnië en Herzegovina – 1992
  • Botswana – 1966
  • Brazilië – 1945
  • Brunei – 1984
  • Bulgarije – 1955
  • Burkina Faso – 1960
  • Burundi – 1962
  • Cambodja – 1955
  • Canada – 1945
  • Centraal Afrikaanse Republiek – 1960
  • Chili – 1945
  • China – 1945
  • Colombia – 1945
  • Comoren – 1975
  • Congo – 1960
  • Congo, Democratische Republiek (voorheen Zaïre) – 1960
  • Costa Rica – 1945
  • Cuba – 1945
  • Cyprus – 1960
  • Denemarken – 1945
  • Djibouti - 1977
  • Dominica – 1978
  • Dominicaanse Republiek – 1945
  • Duitsland – 1973
  • Ecuador – 1945
  • Egypte – 1945
  • El Salvador – 1945
  • Equatoriaal-Guinea – 1968
  • Eritrea – 1993
  • Estland – 1991
  • Ethiopië – 1945
  • Fiji – 1970
  • Filipijnen – 1945
  • Finland – 1955
  • Frankrijk – 1945
  • Gabon – 1960
  • Gambia – 1965
  • Georgië – 1992
  • Ghana - 1957
  • Grenada – 1974
  • Griekenland – 1945
  • Groot-Brittannië – 1945
  • Guatemala – 1945
  • Guinee – 1958
  • Guinee-Bissau – 1974
  • Guyana – 1966
  • Haïti – 1945
  • Honduras – 1945
  • Hongarije – 1955
  • Ierland – 1955
  • IJsland – 1946
  • India – 1945
  • Indonesië – 1950
  • Irak – 1945
  • Iran – 1945
  • Israël – 1949
  • Italië – 1955
  • Ivoorkust – 1960
  • Jamaica – 1962
  • Japan – 1956
  • Jemen – 1947
  • Jordanië – 1955
  • Kaapverdië – 1975
  • Kameroen – 1960
  • Kazachstan – 1992
  • Kenia – 1963
  • Kirgizië – 1992
  • Kiribati – 1999
  • Kroatië – 1992
  • Koeweit – 1963
  • Laos – 1955
  • Lesotho – 1966
  • Letland – 1991
  • Libanon – 1945
  • Liberia – 1945
  • Libië – 1955
  • Liechtenstein – 1990
  • Litouwen – 1991
  • Luxemburg – 1945
  • Macedonië, de Voormalige Joegoslavische Republiek – 1993
  • Madagaskar – 1960
  • Malawi – 1964
  • Maldiven – 1965
  • Maleisië – 1957
  • Mali – 1960
  • Malta – 1964
  • Marokko – 1956
  • Marshalleilanden – 1991
  • Mauretanië – 1961
  • Mauritius – 1968
  • Mexico – 1945
  • Micronesia – 1991
  • Moldavië – 1992
  • Monaco – 1993
  • Mongolië – 1961
  • Montenegro – 2006
  • Mozambique – 1975
  • Myanmar (voorheen Birma) – 1948
  • Namibië – 1990
  • Nauru – 1999
  • Nederland – 1945
  • Nepal – 1955
  • Nicaragua – 1945
  • Nieuw-Zeeland – 1945
  • Niger – 1960
  • Nigeria – 1960
  • Noord-Korea – 1991
  • Noorwegen – 1945
  • Oekraïne – 1945
  • Oezbekistan – 1992
  • Oman – 1971
  • Oostenrijk – 1955
  • Oost-Timor – 2002
  • Pakistan – 1947
  • Palau – 1994
  • Panama – 1945
  • Papoea-Nieuw-Guinea – 1975
  • Paraguay – 1945
  • Peru – 1945
  • Polen – 1945
  • Portugal –1955
  • Qatar – 1971
  • Roemenië – 1955
  • Rusland – 1945
  • Rwanda – 1962
  • Saint Kitts en Nevis – 1983
  • Saint Vincent en de Grenadines – 1980
  • Samoa – 1976
  • San Marino – 1992
  • Sao Tomé en Principe – 1975
  • Saudi-Arabië – 1945
  • Senegal – 1960
  • Servië – 2006
  • Seychellen – 1976
  • Sierra Leone – 1961
  • Singapore – 1965
  • Slovenië – 1992
  • Slowakije – 1993
  • Salomonseilanden – 1978
  • Somalië – 1960
  • Spanje – 1955
  • Sri Lanka – 1955
  • St. Lucia – 1979
  • Sudan – 1956
  • Suriname – 1975
  • Swaziland – 1968
  • Syrië – 1945
  • Tadzjikistan – 1992
  • Tanzania – 1961
  • Thailand – 1946
  • Togo – 1960
  • Tonga – 1999
  • Trinidad en Tobago – 1962
  • Tsjaad – 1960
  • Tsjechië – 1993
  • Tunesië – 1956
  • Turkije – 1945
  • Turkmenistan – 1992
  • Tuvalu – 2000
  • Uganda – 1962
  • Uruguay – 1945
  • Vanuatu – 1981
  • Venezuela – 1945
  • Verenigde Arabische Emiraten – 1971
  • Verenigde Staten – 1945
  • Vietnam – 1977
  • Wit-Rusland (Belarus) – 1945
  • Zambia – 1964
  • Zimbabwe – 1980
  • Zuid-Afrika – 1945
  • Zuid-Korea – 1991
  • Zuid-Soedan – 2011
  • Zweden – 1946
  • Zwitserland – 2002