Een schermer, een ufofanaat en een rockster – dit is slechts een greep uit de kleurrijke figuren die zich ooit kandidaat gesteld hebben voor het presidentschap van de VS.

Kleurrijke presidentskandidaten

De VS heeft geen gebrek aan kleurrijke of ronduit knotsgekke figuren, en sommigen daarvan willen president worden. Dit zijn zes van de opvallendste predidentskandidaten door de jaren heen.

29 januari 2016 door Trine Roslev

Homer A. Tomlinson

Homer was 'koning van de wereld'

Vijf keer konden de kiezers genieten van de New Yorkse dominee Homer A. Tomlinson. Van 1952 tot 1968 probeerde hij met opvallende uitspraken president te worden.

Tomlinson had in de reclame gezeten en gebruikte zijn kennis van marketing om zijn boodschap te verspreiden. Hij wilde het belastingstelsel vervangen door de kerkelijke tienden en pleitte voor een 'secretariaat van rechtvaardigheid'.

Toen hij besefte dat niemand zijn uitspraken serieus nam, riep Tomlinson zichzelf uit tot 'koning van de wereld'. Wereldwijd voerde hij 101 ceremoniën op met een gouden kroon, een opblaasbare wereldbol en een klapstoel als troon.

Gabriel Green

Ruimtewezens bepaalden Greens beleid

De ufoloog Gabriel Green stelde zich in 1960 en 1972 kandidaat voor het presidentschap.

Hij beweerde dat hij contact had met buitenaardse wezens en dat hij in zijn leven honderden vliegende schotels had gezien.

Hij probeerde de Amerikanen er zelfs van te overtuigen dat hij meerdere keren fysiek contact had gehad met wezens van Mars, Venus, de ster Alfa Centauri en de sterrenhoop Pleiaden.

In 1960 nam hij het op tegen Richard Nixon en John F. Kennedy met een bijzondere economische agenda, die gebaseerd was op informatie die hij naar eigen zeggen van aliens had gekregen. Zijn ideeën vielen echter niet in de smaak bij de kiezers, en uiteindelijk gooide Green de handdoek in de ring en gaf hij zijn stem aan Kennedy.

Pat Paulsen

Grappige Pat was eeuwige kandidaat

De komiek Pat Paulsen kandideerde zich maar liefst zes keer: in 1968, 1972, 1980, 1992 en 1996.

Na een solocarrière werd hij in 1967 ingehuurd door de beroemde Smothers Brothers en mocht hij in hun omstreden satirische show spelen, waarin racisme, de Amerikaanse presidenten en de Vietnamoorlog op de hak genomen werden.

Pat Paulsen richtte de partij Straight Talking American Government op. Telkens als hij zichzelf tot presidentskandidaat voor die partij liet kiezen, presenteerde hij zijn voorstellen door middel van parodistische verkiezingsslogans en loze beloften.

Zo zei hij tijdens een van zijn optredens: 'Of ik de staatsschuld wil afschaffen? Natuurlijk, waarom niet?' En toen hem gevraagd werd of hij zich in 1968 kandidaat zou stellen voor het presidentschap, antwoordde hij: 'Waarom niet? Ik kan niet dansen, en die baan levert een goed pensioen op. Ik zou een hoop geld krijgen als ik met pensioen ga.'

Gek genoeg werd Paulsen nooit tot president van de VS gekozen.

Joe Walsh

Rockster beloofde gratis benzine

In 1980 was het niet de eerste de beste die president probeerde te worden – het was Joe Walsh van de rockband Eagles in hoogst eigen persoon.

De gitarist voerde campagne met de slagzin 'gratis benzine voor iedereen', en hij beloofde van zijn hit Life's Been Good het nieuwe volkslied te maken.
Zijn voorstel om de benzine gratis te maken leverde hem veel publiciteit op, maar hij wist de kandidatuur niet in de wacht te slepen.

En als hem dat wel was gelukt, was hij toch geen president geworden: de minimumleeftijd voor dat ambt is 35, en Walsh was pas 33 toen hij zich kandideerde.

Henry Skillman Breckinridge

Schermer werd neergesabeld

In 1936 nam de Olympische schermer Henry Skillman Breckinridge het op tegen de Democratische favoriet, Franklin D. Roosevelt.

In 1920 had hij deelgenomen aan de Olympische Spelen in Antwerpen, waar hij met zijn schermteam een bronzen medaille in de wacht sleepte. Acht jaar later werd hij de aanvoerder van de ploeg en bracht hij zijn schermteam naar de Spelen. De kandidaat mocht naast schermen ook graag een partijtje tennis spelen.

In de politieke arena vielen zijn resultaten echter tegen: de schermende Amerikaan verloor verpletterend van Roosevelt, die 93,19% van de stemmen kreeg.

Joshua Abraham Norton

Keizer zette Congres buitenspel

Deze schertsfiguur stelde zich nooit kandidaat voor het presidentschap, maar hij verdient toch een plaatsje op onze lijst. Want Joshua Abraham Norton sloeg de verkiezingen gewoon over: hij schoof het Congres opzij en benoemde zichzelf tot keizer. 

In 1859 keerde Norton berooid terug naar San Francisco na een mislukt avontuur in de rijsthandel. In allerlei plaatselijke kranten riep hij zichzelf uit tot keizer Norton I van de Verenigde Staten.  

Hij kon echter geen keizer zijn zo lang er nog een politiek systeem was dat zonder hem functioneerde. Daarom vaardigde hij in oktober 1859 een decreet uit waarin hij het Congres ophief.

Toen de Congresleden zich daar weinig van aan leken te trekken, liet hij weten zijn leger naar Washington te zullen sturen om alle volksvertegenwoordigers om te brengen. Zo ver kwam het niet, maar in het hoofd van de keizer hield het Congres op te bestaan.

Later voerde hij zijn eigen munteenheid in, en in 1872 zette hij een boete op het gebruik van de afkorting 'Frisco' voor 'San Francisco'. 

De excentrieke keizer was zo populair in zijn stad dat er 30.000 mensen naar zijn begrafenis kwamen.

Bekijk ook ...