Na de Brexit: Uiteengevallen unies zijn niets nieuws

In juni 2016 stemden de Britten voor uittreding uit de EU. In de geschiedenis krioelt het van de gemeenschappen, federaties en unies die uit elkaar vielen, met bloedige conflicten als gevolg.

5 juli 2016 door Tim Panduro

Het Heilige Roomse Rijk: Napoleon verpletterde het Duitse duizendjarige rijk

De unie: In 800 n.Chr. werd Karel de Grote in Rome gekroond tot keizer van het Heilige Roomse Rijk, dat werd gezien als de erfgenaam van het West-Romeinse Rijk. Het rijk werd onder opeenvolgende keizers steeds groter tot het uiteindelijk grote delen van West- en Midden-Europa omvatte.

De prijs was dat de macht van de keizer werd beknot. Het rijk was verdeeld in regio’s, die werden bestuurd door vorsten. Formeel vielen die onder de keizer, maar in de praktijk waren ze grotendeels autonoom. Deze vorsten kozen de keizer. Vaak werd de zoon van de zittende keizer gekozen, waardoor de machtige Habsburgers tot 1740 op de troon zaten.

De breuk: Het keizerrijk hing dus al een beetje als los zand aan elkaar, en raakte na 1740 door interne conflicten verzwakt. Aan de ene kant stond Oostenrijk met een groot aantal bondgenoten en aan de andere kant Pruisen, dat ook een flink aantal naties achter zich wist te scharen. Daarnaast had het rijk onenigheid met Frankrijk.

In 1801 annexeerde Frankrijk onder leiding van Napoleon een aantal gebieden aan de Rijn. Napoleon slaagde erin een aantal middelgrote Duitse staten voor zich te winnen door hun de zeggenschap te geven over kleinere staten. Andere staten bleven zich echter tegen hem verzetten.

Slag bij Austerlitz

© Wikimedia

Een coalitie van staten onder leiding van Oostenrijk viel in 1805 Frankrijk aan, maar delfde het onderspit in de Slag bij Austerlitz. Na de overwinning stichtte Napoleon de Rijnbond, een confederatie van Duitse staten van de rivier de Elbe tot aan de Alpen. Dat betekende het einde voor het Heilige Roomse Rijk, en op 6 augustus 1806 deed keizer Frans II afstand van de troon. Napoleon had een einde gemaakt aan het Duitse duizendjarige rijk.

De nasleep: Na de val van Napoleon in 1814 werd op het Congres van Wenen de Duitse Bond opgericht in het kader van de herordening van Europa. Het nieuwe, sterke Duitsland werd gaandeweg steeds meer gedomineerd door het goed georganiseerde Pruisen en ontwikkelde zich tot een nationale staat met een sterk zelfbewustzijn en nationalisme. De gevolgen daarvan zou de wereld voelen tijdens de Eerste en  Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog.

De Unie van Kalmar: Bloedbad maakte einde aan Scandinavische gemeenschap

De unie: Toen edelen uit Denemarken, Zweden en Noorwegen in 1397 bijeenkwamen in de Zweedse plaats Kalmar, ging voor de Deense koningin Margaretha I een levenslange droom in vervulling.

De Unie van Kalmar maakte de 15-jarige Erik van Pommeren tot koning van de drie landen – en daarmee ook van het huidige Finland, IJsland en Groenland. Denemarken heerste over Scandinavië, hoewel de landen elk hun eigen wetgeving en regering hadden en een rijksraad, die op veel gebieden zelfstandig beslissingen nam.

Formeel was Erik de koning, maar de feitelijke macht was in handen van Margaretha. Pas toen zij in 1412 overleed, kreeg Erik het voor het zeggen. Bij zijn dood had de invoering van oorlogsbelastingen en dienstplicht ertoe geleid dat de boeren in alle drie de landen in opstand waren gekomen en toen zijn opvolger, Christoffel III, in 1448 kinderloos stierf, stelde de unie in feite niets meer voor.

De breuk: Na Christoffels dood koos Zweden zijn eigen koning. In 1520 deed de Deens-Noorse koning Christiaan II een poging om Zweden te veroveren. Dat lukte even, maar bij zijn inhuldiging in Stockholm in datzelfde jaar maakte hij de fout om 82 vooraanstaande Zweedse edelen te laten vermoorden.

Hij dacht dat dit zijn macht zou versterken, maar het pakte heel anders uit. In 1521 werd hij verdreven door de vorst Gustaaf Wasa, die twee jaar later koning van Zweden werd. Daarmee was de unie definitief ten einde.

De nasleep: In eerste instantie had de ontbinding van de Unie van Kalmar niet heel veel gevolgen. Gustaaf Wasa en de Deens-Noorse koning Frederik I vreesden allebei dat Christiaan II de macht zou proberen te heroveren en hielden elkaar daarom te vriend.

Op de lange termijn leidde de val ertoe dat de twee zelfstandige naties Denemarken en Zweden elkaar keer op keer in de haren vlogen. Dat moest vooral Denemarken bezuren, want dit land verloor meermaals een dure oorlog met het broederland, dat een aartsvijand was geworden.

Het Stockholms bloedbad

© Wikimedia

Het Incarijk: Spaanse verovering hielp Zuid-Amerikaanse grootmacht om zeep

De unie: De Zuid-Amerikaanse Inca's noemden hun land Tahuantinsuyu. Dat betekent 'viertal' en verwijst naar de vier provincies van het rijk. De vier hoeken ervan kwamen bijeen in de hoofdstad Cusco. Cusco was oorspronkelijk zelfstandig, en in 1438 begon dit koninkrijkje aan een grote veroveringstocht. 

Verreweg de meeste veroveringen verliepen vreedzaam: de leiders van naburige koninkrijken en stadstaten kregen luxegoederen aangeboden, en als ze instemden met inlijving in het rijk, mochten hun kinderen naar Cusco komen om onderricht te krijgen in het bestuur en de tradities van de Inca's. 

De vier provincies stonden onder leiding van een gouverneur, die ondergeschikt was aan de centrale overheid in Cusco. De provincies behielden grotendeels hun eigen talen en culturen.

De breuk: In 1526 bereikte de Spaanse ontdekkingsreiziger en veroveraar Francisco Pizarro het Incarijk. Het was duidelijk een rijk land, en hij ging naar Spanje om koninklijke toestemming te vragen om het te veroveren. 

Voordat hij terugkwam, was er een burgeroorlog uitgebroken in het Incarijk en hadden de Spanjaarden een pokkenepidemie veroorzaakt die vele levens kostte. De verzwakte staat was een makkelijke prooi voor Pizarro. Het grootste deel van het eens zo machtige rijk moest zich binnen een paar jaar aan hem onderwerpen, maar pas in 1572 werd het laatste stukje van het Incarijk verslagen en de laatste leider terechtgesteld. 

De nasleep: Na de verovering van het Incarijk bezaten de Spanjaarden een nog groter deel van Zuid-Amerika. Het land oefende een grote invloed uit op de plaatselijke cultuur, en dankzij zijn nieuw verworden rijkdommen kon Spanje zijn positie in Europa versterken. 

Omdat de Spanjaarden nogal hardhandig te werk gingen, ging veel kennis over onder meer economie, landbouw en bestuur verloren met de ondergang van het Incarijk.  

Verenigde Staten van Centraal-Amerika: een kort en bloedig bestaan

De unie: Op 15 september 1821 verklaarden vijf provincies in Midden-Amerika zichzelf onafhankelijk van Spanje. De Spanjaarden trokken zich zonder slag of stoot terug, maar al snel begon het bloedvergieten. Vanwege onenigheid tussen de regio's wilden veel gebieden zich niet aan een centrale overheid onderwerpen, en die overheid koos voor een unie met Mexico.

De komst van de Mexicanen leidde tot meer strijd, en in 1823 trok het land zich terug. Op 1 juli 1823 verklaarden de provincies zich volledig zelfstandig en riepen ze de Verenigde Staten van Centraal-Amerika in het leven. Elke provincie stond onder leiding van een minister-president, die verantwoording aflegde aan de federale president. Alleen rijke mannen van Europese komaf hadden stemrecht.  

De breuk: De eerste scheurtjes ontstonden al voordat er sprake was van een federatie. Conservatieve en liberale krachten leverden voortdurend strijd, onder meer over de invloed van de kerk, en er brak een reeks opstanden uit totdat de liberalen een paar jaar lang aan de macht kwamen.

In 1837 bracht de Guatemalteekse varkensfokker Rafael Carrera een leger van katholieke boeren op de been en gleed het land af naar een burgeroorlog. In 1838 maakte Nicaragua zich los uit de federatie, die daardoor in feite ophield te bestaan. President Morazán werd uit het land verdreven, en toen hij in 1842 vanuit Costa Rica probeerde om de Verenigde Staten van Centraal-Amerika nieuw leven in te blazen, werd hij geëxecuteerd. Met hem verdween de federatie voorgoed.

De nasleep: De federatie viel uiteen in Guatemala, Honduras, Costa Rica, El Salvador en Nicaragua. Vijf zwakke staten, die geplaagd werden door burgeroorlogen, grensconflicten, economische malaise en manipulatie door machtige landen en grote bedrijven. Deze landen liggen ten grondslag aan het begrip 'bananenrepubliek'. 

Sovjet-Unie: Openheid kwam te laat

De unie: Bij de Russische Revolutie was de tsaar om zeep geholpen, en na een bloedige burgeroorlog waarin honderdduizenden doden vielen werd in 1922 de Sovjet-Unie in het leven geroepen. 

De Sovjet-Unie was gebaseerd op onderdrukking, en dankzij de massale industrialisatie en de overwinning in de Tweede Wereldoorlog groeide het land uit tot een supermacht. De Sovjet-Unie stond tegenover het Westen in de Koude Oorlog, die de wereld in de decennia na de Tweede Wereldoorlog in zijn greep hield. 

De Sovjet-Unie was niet alleen de baas over 15 republieken, maar oefende ook veel invloed uit in een reeks satellietstaten in Oost-Europa en Azië.

De breuk: De socialistische planeconomie kwam nooit goed op gang. Het ontbrak de burgers aan voedsel en goederen, terwijl de corruptie en de zwarte handel welig tierden. Ondertussen gingen er miljarden op aan de wapenwedloop met het Westen. 

Toen Michail Gorbatsjov in 1985 aan de macht kwam, ging hij een experimentele koers varen en gaf hij ruimte aan openheid en discussie. Maar het was te laat. Het regime stond met zijn mond vol tanden toen de burgers kritische vragen gingen stellen, en de republieken, die jarenlang onderdrukt waren, hunkerden naar zelfstandigheid. 

In december 1991 ondertekenden de leiders van Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland een document dat een einde maakte aan de Sovjet-Unie. 

© Wikimedia

De vrijheid onder Gorbatsjov leidde in augustus 1991 tot een couppoging. Op dat moment had de bevolking van Litouwen al voor zelfstandigheid gestemd. De coup van communistische hardliners werd neergeslagen, maar in de chaos scheidden ook Estland en Letland zich af. De Sovjet-Unie viel in rap tempo uit elkaar, en op 31 december 1991 werd de stekker er officieel uitgetrokken. 

De nasleep: De val van de Sovjet-Unie werd in het Westen als een overwinning beschouwd. Op de ruïnes van de Sovjet-Unie ontstonden democratische staten, waarvan sommige weldra weer in dictatuur vervielen. 

Veel ex-Sovjetrepublieken werden geteisterd door onzekerheid, armoede en corruptie, en in Rusland kwam een nieuwe klasse van oligarchen op, die fortuin maakten met de overname van voormalige staatsbedrijven. Een aantal republieken kregen te maken met burgeroorlogen en grensconflicten, die in sommige gevallen tot op de dag van vandaag voortduren. Andere staten uit de voormalige invloedssfeer van de Sovjet-Unie werden toegelaten tot de EU.  

Bekijk ook ...