‘Laat ons het halfrond van vrijheid worden’

Als de Amerikaanse president James Monroe zijn voorganger, Thomas Jefferson, om advies vraagt over het buitenlandbeleid, is het antwoord duidelijk: de VS moeten de leidersrol van het Amerikaanse continent op zich nemen. Dit advies vormt de grondslag van het beleid dat de VS tot op de dag van vandaag voeren.

Als de Amerikaanse president James Monroe zijn voorganger, Thomas Jefferson, om advies vraagt over het buitenlandbeleid, is het antwoord duidelijk: de VS moeten de leidersrol van het Amerikaanse continent op zich nemen. Dit advies vormt de grondslag van het beleid dat de VS tot op de dag van vandaag voeren.

Granger/Imageselect

Monticello, VS, 24/10/1823

Mijnheer,

De vraag die u in uw brieven aan mij hebt gesteld, is de meest gewichtige die mij ooit ter overweging is gegeven sinds die van de Onafhankelijkheid.

Die Onafhankelijkheid maakte ons tot een natie, stelt ons kompas en wijst de koers die we moeten varen door de oceaan van tijd die voor ons ligt.

De omstandigheden om eraan te beginnen, zijn nu beter dan ooit. Onze eerste en voornaamste stelregel is nooit verwikkeld te raken in het gekrakeel van Europa.

Onze tweede dat Europa moet wegblijven van zaken aan deze kant van de oceaan.

Onze belangen lopen niet parallel aan die van Europa. Amerika zou daarom een ​​eigen bestel moeten hebben, los van dat van Europa.

Terwijl ze daar druk bezig zijn om het despotisme ruim baan te geven, zouden wij er volop naar moeten streven om het halfrond van vrijheid te worden.

Vooral één natie kan ons streven daarnaar dwarsbomen. Maar die natie biedt nu aan ons juist te leiden, helpen en begeleiden.

Door in te gaan op haar voorstel bevrijden we haar van haar knellende banden en leggen we haar machtige gewicht in de weegschaal van een vrij bestuur.

Dit land is Groot-Brittannië, dat ons meer dan welke natie dan ook kwaad kan doen. Maar met haar aan onze zijde hebben we van niemand op aarde iets te duchten.

We moeten met haar een bestendige, warme vriendschap onder­houden, en niets kan onze goede verstandhouding hechter maken dan dat we samen vechten voor de goede zaak.

De vriendschap met de Britten wil ik echter niet kopen als de prijs daarvan deelname aan hun oorlogen is.

Maar de oorlog waarbij we in het huidige voorstel betrokken zouden raken, is – mocht het allemaal doorgaan – niet hun oorlog, maar de onze.

Het doel ervan zou zijn het Amerikaanse bestel in te voeren, alle buitenlandse mogendheden weg te houden van ons grondgebied en bemoeienis van de Europese mogendheden met onze binnenlandse aangelegenheden tegen te gaan.

‘Europa moet wegblijven van zaken aan deze kant van de oceaan.’ Thomas Jefferson

We moeten vasthouden aan onze principes en er niet van afwijken.

Als we tweespalt kunnen zaaien onder de Europeanen en hun machtigste natie voor ons kunnen winnen, dan moeten we die kans zeker grijpen. Ik schaar me echter achter de mening van de heer Canning dat samenwerking een oorlog voorkomt, en niet uitlokt.

Als Groot-Brittannië zich terugtrekt, kunnen zelfs alle Europese landen tezamen geen oorlog voeren.

Want hoe kunnen ze enige vijand verslaan als ze de superieure Britse marine ontberen?

Eén vraag moet echter eerst worden beantwoord.

Willen we meer Spaanse provincies overnemen en opnemen in onze federatie? Ik erken ruiterlijk dat ik Cuba tot dusver alijd heb beschouwd als de meest waardevolle aanvulling op ons staatsbestel.

Als we dit eiland zouden verwerven, zouden we de controle hebben over niet alleen de Golf van Mexico, maar ook de landen en het schiereiland eromheen en de waterwegen – wat in politiek opzicht uitermate bevredigend zou zijn.

Ik besef echter terdege dat dit doel alleen kan worden bereikt met oorlog, ook al zou Cuba er zelf mee instemmen.

Bovendien kan de onafhankelijkheid van het eiland, en dan vooral zijn onafhankelijkheid van Engeland – onze tweede prioriteit – worden verzekerd zonder dat we het hoeven te verwerven.

Ik aarzel dan ook niet mijn eerste wens voor de toekomst op te geven.

We kiezen voor onafhankelijkheid van Cuba, en dus voor vrede en vriendschap met Engeland, en niet voor aansluiting, met alle oorlog en vijandigheid van dien.

Daarom kan ik me waarlijk vinden in de verklaring die u voorstelt en die inhoudt dat wij er niet naar streven deze bezittingen te verwerven, en ook staan ​​we vriendschappelijke betrekkingen tussen hen geenszins in de weg.

We zullen ons er echter met hand en tand tegen verzetten als een andere mogendheid zich ermee bemoeit, en met name tegen elke poging om dit gebied met geweld te onderwerpen, door het te veroveren, los te weken of anderszins.

Ik dring er bij de president op aan de Britse regering ertoe aan te zetten de hier geschetste inspanningen voort te zetten, vergezeld van de verzekering dat de president deze onderschrijft voor zover dat in zijn macht ligt.

Aangezien voor oorlog – die van dit alles absoluut het gevolg kan zijn – de toestemming van het Congres is vereist, zal deze kwestie bij de eerste de beste gelegenheid aan het Congres moeten worden voorgelegd.

Het is alweer even geleden dat ik me voor het laatst met politieke zaken heb bemoeid en mijn belangstelling ervoor was ook langere tijd verflauwd, en ik ben verstandig genoeg om te beseffen dat ik niet bevoegd ben meningen te uiten die ook maar enige aandacht verdienen.

Maar de vraag naar de gevolgen van het voorstel is zo verreikend en heeft zo’n grote invloed op ons toekomstige lot, dat mijn interesse toch weer is gewekt.

Ik durf daarom mijn mening te geven in de hoop dat deze ons land goed van pas zal komen.

Ik hoop vurig dat u mijn antwoord ontvangt en leest voor wat het waard is, en verzeker u van mijn eeuwige warme vriendschap en hoogachting.

Th. Jefferson

Naschrift

Op 2 december 1823 nam het Congres de Monroe-doctrine aan, die de politieke heerschappij van de VS in het westelijk halfrond bevestigde.

President Theodore Roosevelt kon op grond ervan een deel van de landtong van Panama annexeren en een kanaal dwars door het continent aanleggen.

En John F. Kennedy deed een beroep op de Monroe-doctrine toen hij in 1962 eiste dat de USSR de wapens weg zou halen die het land in Cuba had neergezet.

thomas jefferson us 3rd president
© Painting/Imageselect

Thomas Jefferson

Leefde: 1743-1826.
Nationaliteit: Amerikaanse.
Was: President, advocaat, politiek denker en plantage-eigenaar.
Huwelijkse staat: Getrouwd met Martha, met wie hij 11 kinderen had. Na Martha’s overlijden kreeg hij zes kinderen bij zijn slavin Sally Hemings.
Wapenfeiten: Jefferson was de man achter de Onafhankelijkheidsverklaring, die werd ondertekend in 1776. Hij werd de eerste minister van buitenlandse zaken en de derde president van de VS.