Ooit waren trollen de meest gevreesde inwoners van Scandinavië.

© John Bauer

Trollen zaaiden angst in Scandinavië

In de Vikingtijd dook de eerste trol op in Scandinavië. In de eeuwen daarop leefden de mensen in angst voor deze wezens, die kinderen ontvoerden naar donkere grotten. Het geloof in trollen was zo sterk dat er zelfs wetgeving tegen bestond.

5 februari 2018 door Bjørn Bojesen
De zon ging nog schuil achter de grijze bergen toen boer Snorri zijn afgelegen boerderij in het noorden van IJsland verliet.

We schrijven begin 13e eeuw, en deze zaterdag begon niet anders dan andere zaterdagen, waarop Snorri steevast een heel etmaal liep om naar de kerk te gaan.

Maar de idylle van de zonsopkomst werd wreed verstoord toen boer Snorri plotseling omvergetrokken werd door een vrouwelijke trol die beet en sloeg.

Hij probeerde haar met zijn stok af te weren, maar dat viel nog niet mee. Ze had hem eerder lastiggevallen, en deze keer nam Snorri geen enkel risico.

Hij zette het op een lopen met de woeste trol op zijn hielen. Ze dreef hem steeds verder de berg op, en Snorri raakte zijn gevoel voor tijd kwijt.

Na verloop van tijd was de boer zo uitgeput dat hij de trol niet meer voor kon blijven. Hij voelde hoe haar kille klauwen zich in zijn trui boorden, en met een ruk trok ze hem achterover, klaar om de genadeklap uit te delen.

In zijn val riep de wanhopige Snorri de machtigste man aan die hij kende: bisschop Guðmundur van Hólar. Op hetzelfde moment baadde hij in het licht, en de trollenvrouw was in geen velden of wegen meer te bekennen. 

Volgens een oud volksverhaal zijn deze twee rotsen bij Eysturoy, een van de Faeröereilanden, een versteend trollenpaar. Ze probeerden de eilanden mee te nemen naar IJsland, maar de zon kwam op en veranderde hen in stenen.

© Troldeskulpturer.dk

Skald dicht voor zijn leven

Toen de Scandinaviërs het verhaal van de boer Snorri hoorden, zoals verteld in de saga over bisschop Guðmundur, waren ze diep onder de indruk van het hemelse licht dat hem op wonderbaarlijke wijze had gered. Maar van de rest keken ze niet op, want trollen kwamen in die tijd overal voor.

Net zoals veel mensen van nu zich goed kunnen voorstellen dat er allerlei wezens op andere planeten in het heelal leven, lag het voor de Scandinaviërs van de middeleeuwen voor de hand dat er kwaadaardige trollen huisden in de vele onverkende bossen en gebergten.

Rond 1200 vatte een skald – een dichter – uit Orkney het kernachtig samen: ‘Weinig is erger dan trollen.’

Aan het begin van de Vikingtijd verschenen de eerste. In de 9e eeuw moest de skald Bragi de Oude zijn wagen plotseling stilzetten in een donker bos in Noorwegen omdat een trollenvrouw de weg versperde. 

Dit wordt gemeld in de Proza-Edda, die in de 13e eeuw is opgetekend. De trol was een koppig, maar welbespraakt wezen, dat Bragi uitdaagde voor een dichtwedstrijd.

De skald haalde al zijn dichtkunst uit de kast, en hij wist uiteindelijk de trol te verslaan, waarna hij veilig verder kon rijden door het bos. Hoe de trol eruitzag wordt niet vermeld, maar het verhaal schetst in ieder geval een duidelijk beeld van een wezen dat buiten de mensenmaatschappij leeft.

In het begin bestonden er trollen in alle soorten en maten. Ze hadden niet veel meer met elkaar gemeen dan hun intense haat jegens de beschaving. En de meesten van hen waren vrouw.

In het Landnámabók, dat beschrijft hoe de Scandinaviërs vanaf 870 IJsland koloniseerden, komt echter een trol voor die zeer mannelijk is. In een van de verhalen moet boer Einarr vluchten voor zijn buurman, wiens vrouw hij van hekserij had beticht.

Terwijl de beledigde buurman Einarr achternazit langs de kust, stuiten ze op een enorme trol die op twee rotsen zit, met zijn voeten in de branding. De trol zegt een gedicht op over alle schepen die hij ‘nat heeft gemaakt’.

Deze twee rotsen zijn 61 en 75 meter hoog, wat een indruk geeft van de enorme omvang van de trol. Hij mocht IJslandse vissers en zeevaarders graag het leven zuur maken.

Christus is de vijand

Zelfs de komst van het christendom naar Scandinavië joeg de trollen niet weg, en het bijgeloof dat de bevolking bang maakte voor de wezens bleef overeind.

Deense saga’s maken melding van reuzentrollen die ’s nachts stenen gooiden naar de kerken die langzaam de oude heiligdommen verdrongen.

De trollen hadden een nieuwe vijand gevonden in Jezus en zijn gedoopte aanhangers. Een van de vroege christenen was de Noorse koning Olaf Tryggvason, die in 997 de stad Trondheim stichtte.

Op een dag voer hij langs de Noorse kust om zijn rijk te inspecteren. Bij de plaats Numedal kreeg hij te horen dat een horde trollen het gebied onbewoonbaar had gemaakt voor mensen.

’s Nachts, toen het langschip van de koning voor anker lag, slopen twee van zijn mannen aan land om een stel trollen te bespioneren die rond een vuur zaten. Ze hadden het erover hoe de christelijke god koning Olaf beschermde, waardoor ze hem niet konden doden.

De haat van trollen jegens christenen – die gevoed werd door hun vermogen om christenbloed te ruiken – is ook nu nog bekend, en gaat helemaal terug tot de kerstening.

Naarmate de christelijke kerk dieper doordrong in Scandinavië, werden de trollen vaker in verband gebracht met de duivel en zijn dienaars.

Als Latijnse religieuze teksten het over een monstrum of demonum hadden, lag het voor de hand dat te vertalen met ‘trol’. Zo zorgden geestelijken ervoor dat het geloof in trollen in stand bleef. 

Zo herken je een trol

Volgens het bijgeloof en de Noordse saga’s hebben trollen een aantal kenmerken waar je op kunt letten.

  1. Let op de grootte
    Doorgaans zijn trollen groter dan mensen, maar soms ook een stuk kleiner. Als je iemand kent die onnatuurlijk lang of klein is, kun je maar beter een onderzoek instellen.

  2. Grove bouw en grote neus
    Trollen hebben een grof gezicht, een langere neus dan mensen en ruiken een christen van verre. Als een kennis plotseling roept: ‘Ik ruik christenbloed!’, moet je op je hoede zijn.

  3. Extra lichaamsdelen
  4. Als je collega probeert te verbergen dat hij een  staart heeft, gaat het vermoedelijk om een trol. Het ligt er nog wat dikker bovenop als hij meer dan één hoofd heeft.

  5. Bang voor kerkklokken
    Echte trollen gaan kruisen en kerkklokken uit de weg, en bij daglicht veranderen ze in een steen. Let daarom op mensen die nooit naar de kerk gaan of de hele zomer binnenblijven.

  6. Zoek de trollen op
    Als je geen trol kent, maar er wel graag eentje wilt zien, is dat volgens de Finse wetenschapper Lauri Honko geen probleem. Je moet je verstand eventjes op nul zetten. Als je gestrest, dronken, bang of moe bent, kun je de wezens wellicht ‘zien’ in de schaduw van bomen of rotsen. 

Vermeende trol veroorzaakt brand

‘Mogen de trollen je komen halen!’ Als een Scandinaviër die zin te horen kreeg, wist hij dat hij iemand heel boos had gemaakt. In de middeleeuwen was het van belang om koste wat kost te voorkomen om trollen tegen het lijf te lopen.

Een goede illustratie van de angst die het hele volk voelde voor de wezens, vinden we in de saga over Grettir uit IJsland. Toen hij aanklopte bij een boerderij in Noorwegen om op adem te komen nadat hij in een fjord overboord was geslagen door een storm, werd hij voor een trol aangezien.

Hij had dan ook een fors postuur. Het draaide uit op een gevecht, waarbij de hele boerderij afbrandde.

Wetteksten laten zien dat de schepsels meer waren dan het onderwerp van griezelverhalen die rond het vuur werden verteld. Trollen golden als een reële bedreiging voor de tucht en orde in de samenleving.

In Noorse wetten uit de 12e tot de 14e eeuw is ‘het uitlokken van trollen tot het plegen van heidense daden’ een even zwaar misdrijf als verkrachting.

Een wet uit de vroege 13e eeuw uit het gebied rond het huidige Oslo noemt als voorbeeld een vrouw die heidense geesten opriep. Als zo’n ‘trolse’ vrouw niet genoeg getuigen wist te verzamelen om de volksvergadering te overtuigen van haar onschuld, moest ze de streek onmiddellijk verlaten.

Maar haar bezit mocht ze meenemen, want ze kon er niets aan doen dat ze een trol was.

Dat het een ernstige zaak was om ervan verdacht te worden een trol te zijn, blijkt uit een wet uit het Noorse Bergen. Volgens de tekst kan een man vogelvrij worden verklaard als hij een ander in diens eer aantast door hem voor trol, slaaf of homo uit te maken.

In afgelegen streken regelden de mensen hun eigen zaakjes. Een IJslands verhaal beschrijft hoe de zoontjes van Finnbogi – die echt geleefd heeft – een oude mopperpot plaagden.

Er gingen geruchten dat de man de gedaante van allerlei dieren kon aannemen. Toen de kinderen hem een trol noemden, sloeg hij hen ter plekke dood.

Vrouwen worden ontvoerd

In het middeleeuwse Scandinavië zat de natuur vol gevaren. ’s Nachts, en in de wildernis de hele dag, waren de trollen actief. Ze hadden de onhebbelijkheid om mensen te ontvoeren en mee te nemen naar hun grotten in de bergen.

Volgens de Deense folklorist Henning Frederik Feilberg (1831-1921) waren twee van de drie mensen die door een trol naar een berggrot werden gebracht, van het vrouwelijk geslacht.

Vooral de eerste paar weken na een bevalling moesten vrouwen uitkijken. De kerk beschouwde hen dan als onrein. Pas na zes weken konden ze volgens de christelijke traditie weer als volwaardig parochielid worden opgenomen.

In de eerste zes weken behoorden ze officieel niet tot de kerkgemeente, en ze genoten daardoor niet zo veel bescherming van God. Het volk geloofde dan ook dat het in die
periode veel makkelijker was voor de trollen om vrouwen te ontvoeren.

Als een man thuiskwam en een vrouw van hout in het echtelijk bed aantrof, wist hij dat er een trol langs was geweest en de pop achtergelaten had als betaling voor de geroofde vrouw.

Soms werden vrouwen aangetrokken tot de rijkdommen van de trollen en raakten ze uit zichzelf in de ban van de wezens. Een Zweeds gezegde luidde: ‘Wie een trol neemt voor goud, houdt de trol over als het goud weg is.’

Het geluid van kerkklokken kon een trol ervan weerhouden iemand te ontvoeren. Uit Noorwegen en Zweden zijn verhalen bekend van kerkklokken die de bossen in werden gesleept om ze te luiden, en in Denemarken was er altijd wel een klok binnen gehoorsafstand.

Een vrouw kon ook proberen op de trol in te praten – net zo lang tot de zon opkwam en de trol versteende.

De weinigen die levend terugkwamen uit het rijk van de trollen, werden nooit meer helemaal de oude. De tijd ging trager bij de trollen. Iemand die dacht maar korte tijd ontvoerd te zijn geweest, kon bij thuiskomst ontdekken dat haar hele familie al aan ouderdom was overleden. 

Om van een trollenkind af te komen veegden de mensen het de deur uit. Dan haalde de trol zijn gebroed weer op.

© Shutterstock

Kinderen verwisseld

Het ontvoeren van vrouwen verbleekte echter bij het ergste wat een trol kon doen: een baby in de wieg verwisselen met zijn eigen trollengebroed.

Ouders konden moeilijk zien of ze een trollenkind hadden gekregen, want trollenjongen leken sterk op gewone kinderen. Maar naarmate het kind opgroeide, kwamen er meer aanwijzingen. Zo waren trollenkinderen minder slim dan mensenkinderen, hadden ze geen manieren en aten ze voor tien.

Om van een trollenjong af te komen, moesten de ouders het zo slecht behandelen dat de trollen er medelijden mee kregen. Dan legden ze het echte kind terug om hun eigen jong te redden van de onbarmhartige ouders. 

De waarheid komt aan het licht

‘Als je het hebt over een trol, is hij nooit ver weg,’ zeiden de Zweden. In Scandinavië waren de trollen ‘het verborgen volk’, dat onzichtbaar was en de boel ontwrichtte. Alleen mensen die ‘helder’ zicht hadden, konden ze zien.

Het klinkt ons merkwaardig in de oren dat er echt in trollen geloofd werd, maar er lag een soort volkswetenschap aan ten grondslag. Vóór de 16e eeuw konden de meeste Scandinaviërs niet lezen en schrijven, en ze duidden de wereld op basis van hun ervaringen.

Als wandelaars verdwaalden in de bergen, vrouwen mismaakte kinderen baarden of koeien ineens geen melk meer gaven, lagen trollen voor de hand als logische verklaring.

Na de reformatie veranderden trollen in onschuldige wezens in oude sagen. Later, in de 19e-eeuwse romantiek, speelden ze een grote rol, en ze zijn nog steeds ongekend populair.

Lees ook

John Lindow: Trolls: An Unnatural History, Reaktion Books Ltd, 2014. Bjørn F. Rørvik/Gry Moursund (ill.): Bukkene Bruse i badeland, Cappelen Damm, 2009.

Bekijk ook ...