Monster van Loch Ness sterft niet uit

Is het een grote haai, een steur of een oude dinosaurus? Talloze ooggetuigen hebben het monster in het Schotse Loch Ness waargenomen. Maar telkens als er een onderzoeker komt kijken, maakt het wezen een diepe duik.

Is het een grote haai, een steur of een oude dinosaurus? Talloze ooggetuigen hebben het monster in het Schotse Loch Ness waargenomen. Maar telkens als er een onderzoeker komt kijken, maakt het wezen een diepe duik.

Keystone/Stringer/Getty Images & Shutterstock

Als je een ritje maakt om het meer Loch Ness in de Schotse Hooglanden op een van de spaarzame zonnige dagen, kun je je moeilijk voorstellen dat in het gladde water, waar de bergen en de gele bloemen in weerspiegeld worden, een heus monster zou kunnen huizen.

Maar als de donkere regenwolken zich – zoals gewoonlijk – hebben samengepakt tussen de groene heuvels en de bergen die het meer omringen, en het water donker en koud lijkt, is het niet eens zo’n gek idee dat er iets onbekends schuilgaat in de diepte.

Naar verluidt heeft er in het grote meer altijd al een monster geleefd – of misschien is dat toch niet het juiste woord. Als je afgaat op de souvenirs die je rond het meer kunt kopen is Nessie, zoals de bijnaam van het dier luidt, eerder een schattig uitgevallen kruising tussen een draak en een dinosaurus.

De vele toeristen die het gebied jaarlijks aandoen, pompen 35 miljoen euro in de plaatselijke economie en komen vooral vanwege het monster, maar eigenlijk is de natuur alleen al meer dan voldoende reden voor een bezoek.

Sinds 1968 vaart het bedrijf Royal Scot toeristen over het meer om naar het monster te speuren – tot nu toe vergeefs.

© Shutterstock

Het Schotse meer is zo’n 37 kilometer lang en ligt in een groen dal uit de ijstijd. En ondanks al die bezoekers is er nog veel ongerepte natuur te vinden.

Maar als je in je eentje over het meer uitkijkt en beseft dat de bodem maar liefst 200 meter onder het donkere oppervlak ligt, dwalen je gedachten haast als vanzelf af naar een duister geheim dat het diepe water verbergt.

De bekendste foto van het monster van Loch Ness dateert uit 1934. Sindsdien is het meer een toeristentrekpleister.

© Granger/Imageselect

Nessie is nog geen 100 jaar oud

Het verhaal van het monster van Loch Ness begon een kleine 90 jaar geleden.

In 1933 publiceerde de Inverness Courier uit de gelijknamige onofficiële hoofdstad van de Hooglanden even ten noorden van het meer een ingezonden brief van ene George Spicer, die beschreef wat hij en zijn vrouw bij Loch Ness de weg hadden zien oversteken:

‘Ik heb in mijn leven nog nooit iets gezien wat zo sterk op een draak of een prehistorisch dier leek.’

Volgens Spicer was het dier een meter of 8 lang en had het geen zichtbare poten, maar wel een lange nek. Tot verbazing van Spicer was het wezen uit het meer gekomen en was het met een vis of een andere prooi in zijn bek voor hem en zijn vrouw langs gelopen.

De krant kwam niet met concrete bewijzen, maar al snel begonnen de brieven binnen te stromen. De inwoners van Inverness speculeerden over een draak, een enorme vis en een zeeslang, en noemden het mysterieuze dier het monster van Loch Ness.

‘Ga niet verder, raak deze man niet aan, verdwijn onmiddellijk.’ De monnik Columba als hij het monster van Loch Ness ontmoet volgens het boek Vita Columbae

Datzelfde jaar verscheen het eerste beeld van de nieuwe toeristentrekpleister.

De vage foto was gemaakt door Hugh Gray. En in 1934 werd de bekendste foto gemaakt, waarop een lange nek uit het water lijkt te steken.

Deze kreeg de bijnaam Surgeon’s Photograph omdat hij door de gynaecoloog Robert Kenneth Wilson gemaakt zou zijn.

Wilson wilde het liefst anoniem blijven, maar de bijnaam bleef hangen omdat zijn beroep de foto extra geloofwaardig maakte.

Nu kwam de Loch Ness-koorts pas goed op gang. Een bewoner genaamd Mackenzie wist ineens te vertellen dat hij al in 1871 of 1872 – van het precieze jaartal was hij na al die jaren niet zeker – iets gezien had in het meer dat leek op een boomstam of een gekantelde boot, dat in het water kronkelde en traag bewoog om uiteindelijk met hoge snelheid in de diepte te verdwijnen.

Binnen de kortste keren meldden zich honderden ooggetuigen die het monster allemaal hadden waargenomen. Het oudste verhaal dateert zelfs uit 565 en voedde het idee dat het monster altijd in het meer had gezeten, ook al kwamen alle oude waarnemingen pas aan het licht nadat de brief van Spicer in 1933 was verschenen.

De onderzoekers analyseerden o.a. water bij de bodem van het 200 meter diepe meer.

© Shutterstock

Water wordt geanalyseerd op zoek naar het onbekende dier

Environmental DNA of eDNA is een methode waarbij monsters genomen worden en getest op DNA-resten. Met behulp van DNA-sequencing kunnen onderzoekers ontdekken van welk levend wezen een DNA-streng komt.

In de zomer van 2018 namen wetenschappers van de universiteit van Otago in Nieuw-Zeeland watermonsters uit Loch Ness, die aan universiteiten in vijf landen werden geanalyseerd.

Omdat elk dier DNA achterlaat, kunnen onderzoekers erachter komen wat er zoal in het water leeft.

Nessie is vaak beschreven als een reptiel of een overlevende dinosaurus, en daarom gingen de onderzoekers ervan uit dat er iets bijzonders aan de hand was als ze reptielen-DNA zouden ontdekken.

Tot nu toe hebben ze 500 miljoen individuele DNA-sequenties gevonden en geen sporen van reptielen aangetroffen. Er zijn echter wel veel sporen van palingen, dus áls er een ‘monster’ in Loch Ness zit, is het wellicht een enorme paling.

Monnik waarschuwt voor monster

In het boek Vita Columbae, dat uit het einde van de 7e eeuw stamt, beschrijft abt Adomnán van Iona een voorval dat 100 jaar eerder plaatsgevonden zou hebben. De Ierse monnik Columba zag hoe een paar dorpelingen een man aan het begraven waren aan de rivier de Ness.

Ze vertelden dat de man bezig was de rivier over te zwemmen toen hij werd gebeten en onder water getrokken door een watermonster.

Columba stuurde iemand uit zijn gevolg de rivier op, en toen het monster weer opdook, sloeg de heilige een kruisje en zou hij het monster hebben toegesproken:

‘Ga niet verder, raak deze man niet aan, verdwijn onmiddellijk.’

Het wezen stopte meteen, ‘alsof het door een touw naar achteren werd getrokken’, en sloeg op de vlucht, zo luidt het 1400 jaar oude verhaal.

Fans van het monster van Loch Ness mogen er graag naar verwijzen. De rivier de Ness loopt van het meer via Inverness naar de zee ten noorden van Loch Ness, en het verhaal zou aantonen dat er al eeuwenlang een monster in of rond het meer leeft.

Sceptici wijzen er echter op dat vertellingen over watermonsters die beteugeld worden door iemand met een sterke band met God, volop voorkomen in hagiografieën – beschrijvingen van het leven van een heilige – uit die tijd.

De monnik Columba zou het monster van Loch Ness in de 6e eeuw gezien hebben.

© J. R. Skelton

Sinds 1933 is het monster van Loch Ness meerdere keren ‘waargenomen’ en zijn er foto’s en filmopnamen gemaakt van het beroemde wezen.

Die beelden hebben echter één ding gemeen: ze zijn vaag en laten daardoor ruimte voor interpretatie – als het al niet overduidelijk vervalsingen zijn.

In de jaren 1930 toog de wildjager Marmaduke Wetherell naar het meer om het beroemde monster te proberen neer te schieten. Naar eigen zeggen vond hij duidelijke sporen van Nessie.

Hij nam afdrukken en liet die analyseren, maar ze bleken van een nijlpaard: een grapjas had de afdrukken gemaakt met een parapluhouder gemaakt van een nijlpaardenpoot.

40 jaar later, in 1972, vonden onderzoekers een groot kadaver, dat circa 1,5 ton woog. Het verkeerde in staat van ontbinding en zag eruit als een ‘berenkop op een bruin lichaam met schubben en vinnen met klauwen’.

Het dier bleek echter een onlangs gestorven zeeolifant te zijn. Een oppasser van een dierentuin had de snorharen afgeschoren en het kadaver toegetakeld om zijn collega’s om de tuin te leiden.

Monster staat op Apple Maps

Vaak ligt het bedrog er wel heel dik bovenop, maar af en toe zijn er beelden gemaakt die moeilijk te duiden zijn, zoals onderwaterfoto’s van iets wat veel wegheeft van een grote vin of kop.

Er bestaan ook foto’s van bulten of andere lastig identificeerbare objecten die uit het water steken, en toen Apple Maps in 2014 luchtfoto’s van Loch Ness openbaar maakte, leek er de omtrek van een groot dier op zichtbaar, maar vermoedelijk ging het om het kielzog van een vaartuig.

Een van de kapiteins die met toeristen over het meer vaart, George Edwards, maakte in 2011 een foto van drie bulten. Toen had hij naar eigen zeggen 26 jaar lang 60 uur per week naar het monster gespeurd.

Edwards heeft het meer later met sonar afgezocht en beweert een trog op de bodem te hebben gevonden, waar het meer dieper is dan eerder aangenomen. Mogelijk houdt Nessie zich daar schuil, waar ze moeilijk te vinden is.

De kwaliteit van de Nessie-foto’s wisselt. Soms ligt het er dik bovenop dat een foto nep is.

© Ad Meskens

De Schotse kapitein kon het bestaan van de trog echter niet aantonen.

In de loop der jaren hebben ook andere amateurs Loch Ness min of meer systematisch uitgekamd in de hoop een spoor van het monster aan te treffen. Ze hebben de bodem van het meer gefotografeerd en gezocht naar kieren en gaten die mogelijk verklaren waarom Nessie zich maar zo zelden laat zien.

De eerste speurtocht begon al in 1934, en de meest recente was in 2018.

Bij het laatstgenoemde onderzoek nam een internationaal team biologen monsters van het water om er DNA-analyses op los te laten.

Deze methode kan sporen van DNA van een reptiel aan het licht brengen, die afkomstig zouden kunnen zijn van het monster.

Zo wordt een van de grootste problemen van Loch Ness opgelost: het water bevat een grote hoeveelheid turfdeeltjes, waardoor het zicht in centimeters uitgedrukt moet worden.

In het nabijgelegen Inverness worden goede zaken gedaan met het monster van Loch Ness.

© Shutterstock

Robert Rines, die in 1972, 1975, 2001 en 2008 het meer heeft afgespeurd met sonar en camera’s met schijnwerpers, heeft iets met zijn sonar getraceerd dat een nek of een staart zou kunnen zijn, en fotografeerde in 1972 iets wat volgens hem een ruitvormige vin was. In 1975 legde hij twee zwemmende objecten vast in het troebele water.

Critici voeren echter aan dat het vast om stenen of vinnen van vissen gaat en dat de zwemmende objecten gewoon otters kunnen zijn.

In 2008, toen het hem telkens maar niet gelukt was om tastbare bewijzen te vinden, poneerde Rines de theorie dat de diersoort inmiddels was uitgestorven.

Sonar biedt hoop

In 1987 werd in het kader van Operation Deepscan het meer afgezocht met 24 boten met echoloden en werd er volgens de onderzoekers een groot object op 180 meter diepte aangetroffen.

Een sonarexpert die apparatuur aan de expeditie had gedoneerd, stelde vast dat iets onbekends, groter dan een vis, in het meer leefde, maar meer wist hij niet te zeggen.

In 2003 werden er 600 gloednieuwe sonars met satellietbesturing ingezet, maar er werd niets bijzonders aangetroffen.

Een van de meest gehoorde theorieën is dat Nessie een plesiosaurus is – een dinosaurus met een lange nek die 66 miljoen jaar geleden uitstierf, aan het eind van het krijt.

De toeristen stroomden naar Loch Ness toen er geruchten gingen over een monster. In de jaren 1980 opende het grote Loch Ness Centre and Exhibition zijn deuren.

© Immanuel Giel

Hiervan zijn we zeker

Er zitten geen dinosaurusssen in Loch Ness

  • Zeehonden die soms langskomen kunnen observaties van grote dieren verklaren.
  • De vorm van het meer leidt tot unieke golven, die misleidend kunnen zijn.
  • Loch Ness is met 226,96 meter het op één na diepste meer van Schotland.
  • Het meer vriest nooit dicht en de temperatuur is vrij constant.
  • Er komen negen bekende vissoorten voor in het meer.
  • In Loch Ness ligt een kunstmatig eiland, vermoedelijk uit de ijzertijd.

Die theorie staat echter op gespannen voet met de geologie van Loch Ness. Het meer is vrij jong: het is zo’n 10.000 jaar geleden, in de laatste ijstijd, door een gletsjer gevormd. De plesiosaurus had dus tientallen miljoenen jaren elders moeten overleven voor hij zijn toevlucht in het meer kon zoeken.

Er zijn monsters genomen van de bodem van Loch Ness om de geschiedenis ervan in kaart te brengen. Zo kwam er een radioactieve laag van de tijd na de ramp van Tsjernobyl aan het licht. Er zijn geen aanwijzingen dat er ooit zout water het meer is binnengedrongen.

Hoe een zwemmende dinosaurus er dan is terechtgekomen, is niet duidelijk. Bovendien is het meer met zijn watertemperatuur van 5,5 °C aan de frisse kant voor een koudbloedig dier.

Volgens sommigen is het monster een 5 meter lange karper die niet van nature voorkomt in Schotland. Ook de steur wordt wel genoemd.

Maar misschien moeten we de verklaring in een andere hoek zoeken, want grote dieren zouden zich waarschijnlijk niet honderden jaren in het meer hebben kunnen schuilhouden.

De schimmen op de vele onscherpe foto’s kunnen gewoon kleinere dieren zijn, of boomstammen of ander drijfhout. Veel van de foto’s waarop golven of een kielzog te zien zijn, kunnen verklaard worden met de unieke omstandigheden in het langwerpige meer.

En omdat er nooit tastbare bewijzen zijn gevonden of duidelijke foto’s van Nessie zijn gemaakt, ligt het voor de hand te denken dat het monster van Loch Ness ontstaan is uit een mix van overdrijving, wensdenken en grappenmakerij.

Niets wijst erop dat er een of meer grote dieren in het meer leven.

© HISTORIA

MYSTERIES

Dit artikel komt uit de reeks MYSTERIES. Elk deel duikt in raadsels uit het verleden, van de tempeliers tot de occulte wereld van de nazi’s.

Bekijk alle titels en bestel ze hier: www.historianet.nl/mysteries