Na bloedbad en mensenoffers: Britten stalen heilige beelden van Benin

Aan het eind van de 19e eeuw waren de Britten op zoek naar een excuus om de rijkdommen van het Afrikaanse koninkrijk Benin, dat een gigantische schat bezat, in te pikken.

Aan het eind van de 19e eeuw waren de Britten op zoek naar een excuus om de rijkdommen van het Afrikaanse koninkrijk Benin, dat een gigantische schat bezat, in te pikken.

British Museum Af, A79.13 & Shutterstock

Ralph Locke buigt zich voorover om zijn veters te strikken, terwijl de karavaan zich langzaam en slingerend een weg baant door de ondoordringbare jungle.

De 32-jarige Britse ambtenaar is lid van een Britse expeditie die begin 1897 is aangekomen in het Afrikaanse koninkrijk Benin. De Britten en hun inheemse dragers zijn op weg naar de hoofdstad van het land, Benin City. Daar hopen ze een lucratieve deal te kunnen sluiten die hun toegang geeft tot de belangrijkste grondstoffen van Benin – palmolie en ivoor.

Terwijl Ralph Locke zijn veters strikt, klinkt het geluid van geweerschoten door de jungle. De ambtenaar schrikt op.

‘Ineens klonk er een schot een paar meter van ons vandaan, daarna werd de hele karavaan beschoten.’ Kapitein Alan Boisragon beschrijft de aanval van de Edo-krijgers

De koning van Benin – Ovonramwen – heeft de Britten herhaaldelijk laten weten dat ze niet welkom zijn in zijn koninkrijk.

Maar de Britten hebben zijn waarschuwingen in de wind geslagen. Daarom hebben honderden krijgers van de koning zich met geweren en bijlen in het kreupelhout verborgen, en nu springen ze op en vallen ze aan. Binnen een paar minuten worden de 300 leden van de karavaan afgeslacht.

Ralph Locke en kapitein Alan Boisragon zijn de enige Britten die levend weten te ontsnappen. Hun missie is mislukt, maar ook al hebben de Benin-krijgers de Britse expeditie tegengehouden, hun strijd tegen de Europeanen is allesbehalve voorbij.

Het koninkrijk Benin ligt in het huidige Nigeria en heeft niets te maken met de moderne staat Benin.

© Artokoloro/Imageselect & Shutterstock

Benin wordt een handelscentrum

Het koninkrijk Benin lag in het zuiden van het huidige Nigeria, vlakbij de delta van de rivier de Niger, en mag niet verward worden met het land Benin, dat ten westen van Nigeria ligt. Het koninkrijk werd bevolkt door de Edo, een stam die al meer dan 4000 jaar voor de komst van de Britten in het land woonde.

Volgens historici ontstond het koninkrijk uit verschillende kleine dorpen en microstaten. De hoofdstad Benin City ontstond in 1170. In de eeuwen daarna kreeg het land een centrale koningsmacht, die de baas was over alle dorpshoofden in de regio.

In die tijd maakte het rijk een culturele en economische bloeiperiode door. Koning Oguola, die heerste in de tweede helft van de 13e eeuw, richtte collectieven van metaalbewerkers en messinggieters op die schitterende en heel kenmerkende kunstwerken maakten.

Tot de verovering van 1897 bezat Benin City talloze bronzen en koperen kunstwerken, o.a. van krijgers.

© Daderot & Shutterstock

Kunst was van de koninklijke familie

Het paleis in Benin was versierd met duizenden kunstwerken. De werken gaven de geschiedenis van de Edo weer en waren tegelijkertijd voorbeelden van een ambachtelijke traditie die zijn tijd ver vooruit was.

De bronzen beelden uit Benin dateren uit de 13e eeuw, toen de koning van Benin, Oguola, een ambachtelijke traditie begon op basis van brons en messing. De werken werden gemaakt op strenge instructie van de koning, die ook de meeste kunstwerken in zijn bezit had.

Op platen van messing staan scènes uit verhalen en mythen afgebeeld: koningen, soldaten, priesters, dieren, monsters, dwergen en zelfs Portugese soldaten in 15e-eeuwse harnassen. Bij de meeste afgietsels komen de figuren uit het oppervlak naar voren, waardoor een 3D-effect ontstaat.

Net als de platen geven de bronzen beelden blijk van een uniek vakmanschap en een georganiseerde productie. De stijl lijkt een beetje op het Europese modernisme van honderden jaren later – bijvoorbeeld de abstracte gezichten met grote neusgaten en uitpuilende ogen.

Veel van deze kunstwerken sierden het altaar van de koning, en staan nu in het British Museum in Londen.

Toen de Portugezen als eerste Europeanen in 1485 Benin City ontdekten, vonden ze een hoogontwikkelde samenleving met veel handelsmogelijkheden. Benin City ontwikkelde zich geleidelijk tot een echt handelscentrum met de grootste en mooist versierde gebouwen van West-Afrika. Bananen, palmolie en slaven werden in de hoofdstad geruild voor jenever, tabak en wapens.

Maar Benin ontwikkelde zich niet alleen economisch, maar ook religieus. Eeuwenlang hadden de Edo hun voorouders vereerd, maar in de loop van de 17e tot 19e eeuw veranderde de koning van een wereldlijke leider in een goddelijke figuur.

In zijn nieuwe rol als oppergod heerste de koning over leven en dood door middel van rituelen waarbij slaven en gevangenen werden geofferd.

Britten op zoek naar palmolie

Eind 19e eeuw waren de Portugezen niet langer de belangrijkste Europese macht in Afrika. Een groot gebied langs de Niger was onderdeel van een Brits protectoraat met als hoofdplaats de stadstaat Old Calabar.

Na de afschaffing van de slavernij in 1833 zochten de Britten nieuwe manieren om geld te verdienen in West-Afrika. Door de industriële revolutie ontstond er een enorme vraag naar palmolie, die werd gebruikt als smeermiddel voor machines en voor de productie van zeep.

En omdat er veel oliepalmen groeiden, was de Nigerdelta erg belangrijk voor de Britten. Als ze de regio, en dus ook de palmolieproductie, onder controle konden krijgen, konden ze aan de enorme vraag van de Britse industrie voldoen.

Maar de Britten hadden een probleem. De koning van Benin en heerser van het Edo-volk, Ovonramwen, hief zware belastingen op de verkoop van palmolie.

‘Blanke expeditie naar Benin gevangen en vermoord door inboorlingen.’ Telegram aan Londen

Volgens Londen was de situatie onhoudbaar en in 1892 stuurden de Britten een delegatie naar Benin City, onder leiding van vice-consul Henry Gallwey. Die keerde even later terug met een ondertekende afspraak: Ovonramwen had zich onderworpen aan de Britse kroon.

Het gesprek tussen Gallwey en de koning werd echter gevoerd in drie talen en er waren slechts drie getuigen bij. De koning had ondertekend met een X en alles wijst erop dat hij dacht dat het een vredesverdrag was, en geen onderwerping.

Koning Ovonramwen bleef daarom gewoon zijn belastingen innen, en in 1896 werd Ralph Moore de nieuwe consul-generaal. Geïrriteerd door de onverschilligheid van de koning stelde Moore voor om het land met geweld te onderwerpen.

Maar Moore keerde in augustus van dat jaar terug naar huis en werd opgevolgd door de 33-jarige vice-consul James Robert Phillips. Na drie weken besloot Phillips om in actie te komen. Op 29 december schreef hij aan Buitenlandse Zaken dat hij een expeditie naar Benin City had gepland.

Naast de diefstal van de kunstwerken uit Benin zijn er nog veel meer voorbeelden van Europese wetenschappers en kunstverzamelaars die onbetaalbare kunstschatten mee naar huis namen.

© British Museum/Jastrow

Ambassadeur viel voor friezen

Thomas Bruce was van 1799 tot 1803 de Britse ambassadeur in het Ottomaanse Rijk. Hij raakte gefascineerd door de marmeren friezen in het Parthenon in Athene en bracht ze naar Engeland, waar hij ze in 1816 verkocht aan het British Museum.

© Sailko & Shutterstock

Goud van Troje belandde in Rusland

In 1873 vond de Duitse archeoloog Heinrich Schliemann tijdens zijn opgravingen van Troje in Anatolië een kist met goud en kunstobjecten. In 1945 namen Russische soldaten de schat mee naar Moskou.

© Hans Hillewaert

Steen van Rosetta loste raadsel op

Tijdens een expeditie in Egypte in 1799 vonden Napoleons soldaten een steen met inscripties in drie talen, waarmee de hiëroglyfen konden worden ontcijferd. De steen kwam in Britse handen en bevindt zich nu in het British Museum in Londen.

© Salt Research

Turken verkochten Grieks altaar

In 1878 deed de Duitse ingenieur Carl Humann opgravingen bij de oud-Griekse stad Pergamon in het Ottomaanse Rijk. Hier kocht hij een spectaculair altaar van de Turken, dat tegenwoordig te zien is in Berlijn.

© Philip Pikart

Buste van Nefertiti kwam naar Berlijn

In 1912 vond de archeoloog Ludwig Borchardt in Tell el-Amarna een buste van de Egyptische koningin Nefertiti. De Duitser nam zijn vondst mee naar huis, en sinds 1923 staat de buste in het Egyptisch Museum van Berlijn.

Missie mislukt

Zonder op antwoord te wachten, voer Phillips op 2 januari 1897 de rivier af richting Benin City. De expeditie bestond uit een handvol Britse officieren, een dokter, handelaren, een muziekkorps en 250 lokale inwoners.

De expeditie van Phillips nam ook kleren, camera’s, bedden, voedsel en water mee – en stout, zodat de Europeanen onderweg geen dorst zouden krijgen. Om de koning niet te provoceren, had Phillips alle wapens op laten bergen in kisten.

Op 3 januari ging de delegatie op 25 km van Benin City aan land, maar de timing kon bijna niet slechter. Koning Ovonramwen hield net een religieus festival en was allesbehalve gastvrij. Via boodschappers vroeg hij de Britten rechtsomkeert te maken.

Ondanks de waarschuwingen gaf Phillips de volgende ochtend het bevel om door te gaan. De lokale dragers droegen zware kisten en het pad was zo smal dat ze achter elkaar moesten lopen – als parels aan een ketting.

‘Plotseling klonk er een schot een paar meter van ons vandaan, daarna werd de hele karavaan beschoten,’ schreef kapitein Alan Boisragon later.

In 1891 werd een deel van het keizerlijke heiligdom van Benin City gefotografeerd.

© Smithsonian National Museum of African Art

Boisragon dacht eerst dat het een welkomstsaluut was, tot hij zijn mannen hoorde schreeuwen van de pijn. Hij rende naar een kist om zijn revolver te pakken, maar werd tegengehouden door Phillips die zei: ‘Geen revolvers, gentlemen!’

Toen werd Phillips door een kogel geraakt en viel hij dood neer.

Terwijl de officieren wanhopig probeerden hun wapens te vinden, sloegen de dragers op de vlucht. Slechts een paar van hen wisten te ontsnappen. Boisragon en Locke verstopten zich in de rimboe en waren de enige Britten die de hinderlaag overleefden.

Zwaargewond zwierven ze zes dagen door de jungle, totdat ze gered werden door een bevriende stam. Op 10 januari kwam er een telegram binnen bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen.

‘Blanke expeditie naar Benin gevangen en vermoord door inboorlingen.’

The Times schreef een paar dagen later: ‘Bloedbad bij Britse invasie in West-Afrika’.

Wraakactie na hinderlaag

Londen was woedend na het bloedbad op de expeditieleden – en verhalen over de mensenoffers van de Edo maakten het alleen maar erger. Het Britse parlement besloot zijn handelsbelangen in de Nigerdelta veilig te stellen en tegelijkertijd de roep om wraak onder de bevolking te sussen.

Admiraal Harry Rawson kreeg het commando over een vloot van in totaal 11 schepen en 1262 mannen die Benin moesten veroveren. Rawson had ook 16 machinegeweren mee aan boord.

Rawson voer de Benin op en ging op 12 februari ten zuidwesten van Benin City aan land. Ondanks verschillende aanvallen van Edo-krijgers in de jungle, rukten de Britse troepen zonder grote verliezen op en na zes dagen bereikten ze Benin City. Hier kwamen ze oog in oog te staan met twee mensenoffers.

Na hun overwinning op de Edo namen de Britten een foto in het verbrande paleis van de gevluchte koning.

© Reginald Kerr Granville (d.1912)

‘De ongelukkige wezens waren met hun armen achter de rug gebonden. Hun borstkas was opengesneden, zodat hun ingewanden eruit hingen, schreef consul-generaal Ralph Moore, die deel uitmaakte van de expeditie. Hij vertelt verder:

‘De troepen bestormden de laatste 200 yards (180 meter, red.) en de stad werd om 14.00 uur veroverd.’

De stad lag vol lijken en de stank was zo intens dat sommige soldaten flauwvielen. Toen de Britten de offerplaatsen onderzochten, vonden ze een schat aan versierde bronzen en koperen beelden en platen, en grote hoeveelheden slagtanden en bewerkt ivoor. De kunstvoorwerpen namen ze mee – de stad werd platgebrand.

Het koninkrijk Benin bestond niet meer. De koning was gevlucht voordat de Britten er waren, maar in augustus gaf hij zich over. Ovonramwen werd verbannen naar Old Calabar, waar hij in 1914 stierf.

Beelden uit Benin opgekocht

Het nieuws over de kunstschatten die de soldaten in Benin City hadden gevonden verspreidde zich snel onder musea en verzamelaars. Het British Museum was de belangrijkste opkoper, maar ook andere musea kochten delen van de schat.

Sinds de onafhankelijkheid van 1960 probeert Nigeria de gestolen schatten terug te krijgen, maar het British Museum weigert de collectie over te dragen.

De Amerikaanse Smithsonian Institution heeft in het voorjaar van 2022 39 bronzen beelden teruggegeven, en in juli gaven Duitse musea de rechten op 1110 kunstwerken terug. Het grootste deel van de Edo-cultuur bevindt zich echter nog steeds in privécollecties buiten Nigeria.

MEER OVER DE GESTOLEN SCHAT VAN BENIN

  • Paddy Docherty: Blood and Bronze: The British Empire and the Sack of Benin, Hurst & Co., 2021
  • Barnaby Phillips: Loot: Britain and the Benin Bronzes, Oneworld, 2021
  • Alan Boisragon: The Benin Massacre, Methuen, 1897