Het eerste vredesakkoord

Hoe lang bestaat diplomatie al?

Soms kom je met politieke onderhandelingen verder dan met wapens, lieten de oude Egyptenaren al zien. Met listen en diplomatie veroverden ze het Midden-Oosten.

Soms kom je met politieke onderhandelingen verder dan met wapens, lieten de oude Egyptenaren al zien. Met listen en diplomatie veroverden ze het Midden-Oosten.

locanus

Diplomatie is bepaald geen nieuwe uitvinding. Al in de oudheid maakte de koning gebruik van diplomaten die onderhandelingen konden leiden. Een van de oudste archeologische voorbeelden van diplomatieke connecties zijn de zogeheten Amarnabrieven – kleitabletten uit de 14e eeuw v.Chr.

De tabletten bevatten zo’n 300 briefwisselingen tussen de bedienden van de Egyptische farao’s Achnaton en Amenhotep III en hun vazalkoningen in het Midden-Oosten, waaronder 58 brieven van de Fenicische koning Rib-Addi uit wat nu Libanon is. Hij probeerde Achnaton ertoe over te halen soldaten te sturen om hem te beschermen tegen aangrenzende koninkrijken.

Het eerste vredesakkoord

Egyptische diplomaten legden zo’n 3300 jaar geleden het eerste bekende vredesakkoord op kleitabletten vast.

© locanus

De Egyptenaren onderhandelden over eerste vredesakkoord

In andere brieven onderhandelt Tushratta, koning van wat we nu Syrië noemen, met Achnaton, die hem vraagt of hij met zijn dochter mag trouwen. De bruidsschat die de farao moet leveren is een bepalend punt van discussie.

‘Moge mijn broeder mij veel goud sturen. In mijn broeders land is goud zo overvloedig als stof. Moge mijn broeder mij geen leed bezorgen’, schrijft Tushratta.

De Egyptische diplomaten bereikten zo’n 100 jaar later een hoogtepunt met het eerste vredesakkoord in de geschiedenis. Dat gebeurde na een grote slag tegen de Hettieten in 1274 v.Chr.

In het akkoord beloven de partijen dat ze niet vijandig zullen zijn en elkaar zullen helpen tegen andere vijanden. De afspraak luidt dat de koning die de belofte schendt, door de goden gestraft zal worden, die ‘zijn huis, zijn land en zijn volgelingen zullen verwoesten’.