© British Museum

Geschiedenis van het geld: van schelpen tot de euro

Of het nu om kostbare geldstukken, zeldzame schelpen, waardeloze munten, veertjes of andere betaalmiddelen gaat, geld speelt al sinds de oudheid een belangrijke rol in ons leven.

28 augustus 2018 door Pelle Stampe

2500 v.Chr.: Zilveren staven waren eerste betaalmiddel

Over de oorsprong van geld is niet veel bekend. De eerste vermelding van geld komt uit Mesopotamië, het tegenwoordige Irak. 

Volgens oude kleitabletten met spijkerschrift was puur zilver het eerste gestandaardiseerde betaalmiddel. De kostbare staven werden in stukken gehakt en gewogen bij een handelstransactie.

Het zilver werd gebruikt om praktische redenen. De handel in het hoogontwikkelde Mesopotamië nam toe en natuurproducten waren zwaar en moeilijk te vervoeren: kleine zilveren staven waren veel handzamer dan ossen of gerst.

Het spijkerschrift is volgens historici uitgevonden om de vele transacties vast te leggen.

1760 v.Chr.: Koning stelde handelsregels op

Koning Hammurabi van Babylonië stelde wetten op die allerlei regels in Babylonië – het huidige Irak – beschreven. 

Hij beval dat alle transacties schriftelijk vastgelegd moesten worden, of er moesten ooggetuigen zijn, om onenigheid te vermijden.

Tijdens het bewind van Hammurabi werd Babylon een machtig rijk.

© Ullstein Bild

1500 v.Chr.: Kaurischelp was het ideale betaalmiddel in China

Ongeveer 3500 jaar terug gingen de Chinezen kleine kaurischelpen als geld gebruiken.

Of er veel met deze valuta werd betaald, is niet zeker, maar het gebruik was vermoedelijk wel wijd verbreid: toen het Chinese schrift werd ontwikkeld, was het schelpen­teken het symbool voor ‘geld’ en kwam het voor in tekens die te maken hadden met ‘kopen’, ‘verkopen’ en ‘ruilhandel’.

Maar de Chinezen waren niet de enigen die met schelpen betaalden. De felbegeerde schelpen werden tot in de 20e eeuw langs de Indische Oceaan gebruikt voor het afrekenen van de dagelijkse boodschappen.

Ook schelpen waren aan inflatie onderhevig. In de 18e eeuw kostte een vrouw in afgelegen gebieden in Oeganda twee schelpen. 

Toen de wegen naar de kust verbeterd werden, kwamen er meer schelpen in omloop. Hun waarde daalde en in 1860 was een vrouw wel 1000 schelpen waard.

640 v.Chr.: Lydië rijk geworden door munten

In zijn gloriedagen was Lydië – in het huidige West-Turkije – nauwelijks groter dan een stadstaat. Het leek dus een onbeduidend koninkrijk, maar het liet een erfenis na die de geschiedenis zou veranderen: munten.

Egypte, China en andere grote rijken hadden al hun eigen geldsoort in gebruik, en ook Lydië realiseerde zich het belang van een klein en handig betaalmiddel.

Rond 640 v.Chr. sloegen Lydische koningen als eerste munten met een standaardgewicht en -afmeting – en voorzagen deze van hun eigen zegel om de echtheid van het metaal te garanderen. 

De munten bevorderden de handel omdat Lydische handelaren geen kostbare tijd kwijt waren met het wegen van het zilver en goud of het bepalen van de zuiverheid ervan; ze konden simpelweg de munten tellen.

Zelfs gewone burgers namen nu deel aan de bloeiende handel, en spoedig ontwikkelde Lydië zich tot een van de welvarendste rijken. 

Handelaren uit de hele wereld stroomden toe en kochten felbegeerde goederen als parfum en cosmetica, waar het kleine koninkrijk beroemd om was.

Volgens historici leidde deze levendige handel ertoe dat in Lydië de eerste winkels ontstonden.

323 v.Chr.: In het oude Egypte diende graan als geld op de bank

Metalen munten werden in het oude Egypte al gebruikt, maar vrijwel uitsluitend door rijke kooplieden die met andere landen handelden.

Bij de bevolking was graan echter het meest gebruikelijke betaalmiddel. Ook salaris werd meestal in graan uitbetaald. Een maandsalaris bestond uit circa 200 kilo graan en werd vaak weer geruild.

Om de handel te stimuleren richtten de machthebbers een uitgebreid netwerk van openbare graanbanken op.

De Egyptenaren konden hier hun graan­overschot kwijt, of in tijden van nood graan lenen.

Klanten kregen een bewijs van hun inbreng, of een lening die ze ook bij andere banken konden inwisselen. Dit bewijs diende tevens als betaalmiddel.

Om fraude in plaatselijke vestigingen te voorkomen had de centrale bank in Alexandrië kopieën van alle boekhoudingen.

De Egyptische economie was op graan gebaseerd en landarbeiders kregen in natura uitbetaald.

© Scanpix/AKG Images

Valse munten

Al zo lang er geld bestaat, proberen duistere figuren munt te slaan uit waardeloos metaal. En al net zo lang probeert de mens valsmunterij op allerlei manieren tegen te gaan.

  • Koper werd goud
    In het oude Griekenland bedekten vervalsers goedkope koperstukken met een laag goud.

  • Tin met zilver gemengd
    Rond 1930 werd het zilver van Mexicaanse dollars aangevuld met waardeloos metaal als tin.

  • Ronde munten gevijld
    Het Britse 50-pencestuk is achthoekig. Vervalsers hebben vaak geprobeerd ronde munten bij te vijlen.

  • Handelaren knipten munten
    Vroeger werden gouden en zilveren munten vaak vervalst. Handelaren knipten in munten om er zeker van te zijn dat ze niet vervalst waren.

  • Steen legt vervalsing bloot
    Het karaat van gouden munten werd met een zwarte steen onderzocht. Krassen van gouden naalden met een verschillend karaat op de steen werden vergeleken met de krassen die de munt maakte.

10e eeuw: Het eerste papiergeld verving waardeloze munten 

De eerste bankbiljetten kwamen er eerder uit nood dan uit overtuiging. De munten waren groot en zwaar en hadden heel simpele inschriften die gemakkelijk te vervalsen waren. 

En omdat ze gemaakt waren van goedkope metalen als koper en ijzer hadden ze geen omsmeltwaarde.

De Chinezen vonden de munten maar onhandig en probeerden er op allerlei manieren van af te komen. Ze leverden de munten bijvoorbeeld bij een koopman in, die in ruil daarvoor een garantiebewijs uitschreef. 

Zo’n kwitantie was veel gemakkelijker mee te nemen dan al dat muntgeld en kon op elk gewenst moment voor munten worden ingewisseld. 

Kwitanties werden uiteindelijk zo populair dat ze ook in de handel werden gebruikt.

Toen de keizer in de gaten kreeg dat het gebruik van kwitanties zo'n hoge vlucht had genomen, liet hij officiële bankbiljetten uitgeven om de economie onder controle te krijgen. 

Deze briefjes, die toen moeilijker te vervalsen waren dan munten, werden een groot succes.

Dit Chinese bankbiljet had dezelfde waarde als 1000 munten van in totaal 3,5 kilo.

© British Museum & DK Images

14e eeuw: Joden en tempelridders baanden weg voor eerste banken

In de 14e eeuw werden de laatste tempelridders gedood en de Joden uit het grootste deel van Europa verdreven. 

Beiden hadden lang een monopolie op de eerste vorm van bankieren en toen ze verdwenen werd het onmogelijk om geld te wisselen of te lenen. 

Rijke Italiaanse families roken hun kans en richtten de eerste banken van Europa op. Ze vestigden hun bank – banco in het Italiaans – op de markt en gaven leningen aan ieder die kredietwaardig was. 

Al snel kregen de Italianen een monopolie in Europa. Ze hadden overal vestigingen en werden zeer rijk.

De Italianen verstrekten formeel gezien geen geldleningen. Volgens de Bijbel mag je geen rente berekenen en bankiers konden dus uit de kerk worden gezet. 

Er kwamen wissels: de lener ‘verkocht’ de wissel voor een bepaald bedrag aan de bank en ‘kocht’ hem later terug voor een hoger bedrag. Geen geldleningen dus, maar de koop en verkoop van een document.

1660: Eerste briefjes in Europa door muntencrisis

In de vroege jaren 1660 had Zweden een ernstig tekort aan koper. De grote vraag ernaar betekende dat het kopergehalte in de Zweedse munten opeens meer waard was dan de munten zelf. 

Iedereen spoedde zich naar Stockholm Banco – de eerste bank van Zweden – om zijn koperen munten te incasseren en als metaal te verkopen.

De bank had de munten echter uitgeleend. Om de crisis af te wenden gaf de bank  ‘kredietbiljetten’ uit die de klant later voor munten kon inruilen. Zo ontstonden de eerste bankbiljetten van Europa.

Als noodplan gaf Stockholm Banco biljetten uit die weer ingewisseld konden worden.

© British Museum/DK Images

1718: Frankrijk failliet door beruchte Schotse gokker

In 1718 werd de nationale bank van Frankrijk opgericht door de Schot John Law. Hij was theoretisch econoom, maar ook een berucht gokker. 

Law had regent Filips van Orléans overgehaald om de enorme staatsschuld af te lossen met de uitgifte van bankbiljetten waarvan Filips zelf de waarde garandeerde. 

Alleen banken en handelaren gaven bankbiljetten uit, maar koninklijke biljetten zouden de handel een impuls kunnen geven, aldus de Brit.

Law was ook directeur van de Franse handelscompagnie die zaken deed met de Franse koloniën. Hij begon aandelen uit te geven en de verkoop nam een vlucht. 

Er kwam steeds meer behoefte aan koninklijke biljetten omdat Law de rijkdom van de koloniën overwaardeerde. In een paar jaar stegen de aandelen met 3600%, tot de bel barstte. 

Alle aandeelhouders wilden verkopen en de waarde van de aandelen en biljetten kelderde. Frankrijk was failliet en Law werd uitgezet.

Geld in soorten en maten

Vederlicht of loodzwaar – geld heeft in allerlei soorten en maten bestaan, en in sommige werelddelen waren zelfs veren, stenen en zout geldige betaalmiddelen.

  • Veer voor vrouw
    Kleine veertjes werden op de Salomoneilanden gebruikt om vrouwen en kano’s te betalen. 

  • Reuzenstenen als geld
    Op de Yapeilanden dienden steenringen als valuta. De maat en de geschiedenis ervan
    bepaalden de waarde.

  • Zout waardevoller dan goud
    Voordat munten en briefjes in Ethiopië werden ingevoerd was zout soms duurder dan goud.

  • Indianen met schelpen
    De indianen in Noord-Amerika betaalden met gordels van zeeschelpen. De patronen bepaalden de waarde ervan.

  • Slaven gekocht met ringen 
    In West-Afrika gebruikte men tot 1948 metalen ringen. Met deze kostbare ringen werden slaven betaald.

1873: Droom over één rijk brengt kroon en öre voort

In de 19e eeuw wilden Zweedse, Noorse en Deense politici de drie landen samenvoegen. 

De inspanningen werden in 1864 gestaakt toen de combine Zweden-Noorwegen Denemarken niet steunde in de oorlog tegen Pruisen. Maar er kwam wel een monetaire unie.

In 1873 voerden Zweden en Denemarken de van oorsprong Deense kroon en Zweedse öre in, Noorwegen volgde twee jaar later. De unie bestond formeel tot 1972.

1924: Autopech leidde tot creditcard

De auto zorgde er al in het begin van de 20e eeuw voor dat de Amerikanen heel mobiel waren. Met de auto kwamen ze in steden die eerst niet binnen hun bereik lagen. 

Maar de reizers konden in de problemen raken als ze niet genoeg contanten bij zich hadden om benzine te betalen of als ze onderweg pech kregen.

Als oplossing – en klantenbinding – introduceerde General Petroleum in 1924 een betaalkaart die overal kon worden gebruikt bij benzinestations en garages. 

Warenhuizen en spoorwegen volgden snel met hun eigen kaart, die vaak alleen aan de beste klanten werd verstrekt en bij het bedrijf zelf kon worden gebruikt.

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de Amerikaanse economie een sterke groei door. De Amerikanen kochten auto’s, keukens en andere consumptiegoederen – het liefst op krediet, zodat ze hun goederen direct meekregen. 

Diners’ Club speelde in op de kooplust en behoefte aan gemak en kwam in 1950 met de creditcard. Die kon worden gebruikt in winkels in de VS en de kaarthouders hoefden de rekening pas na 60 dagen te betalen.

Toen de winkels eenmaal merkten dat klanten meer producten kochten met een creditcard, werd de nieuwe kaart bijna overal geaccepteerd.

De eerste betaalkaart werd bij de pomp gebruikt; de kaart van Diners’ Club werd overal geaccepteerd.

© Getty Images

1967: Geldautomaten gebruikt door gokkers en prostituees

De eerste elektronische geldautomaat kwam in 1967 in Londen in gebruik, maar het idee ontstond al eerder. 28 jaar daarvoor had Luther Simjian een mechanische automaat uitgevonden waarmee bankklanten dag en nacht geld konden opnemen.

Hoewel het technisch perfect werkte, werd het apparaat al na een half jaar uit de roulatie gehaald omdat veel klanten dachten dat ze opgelicht werden. 

‘Blijkbaar werd de machine alleen nog maar gebruikt door prostituees en gokkers, die liever het contact met kassiers vermeden’, aldus uitvinder Simjian.

Pas in 1967 werd de automaat een groot succes. De nieuwe, elektronische machine kon een cheque die met een licht radioactieve stof was behandeld, inlezen als de ingetoetste pincode overeenkwam met de ‘vingerafdruk’ op de cheque.

De uitvinder wilde oorspronkelijk de kaarten voorzien van een zescijferige pincode, maar zijn vrouw kon slechts vier cijfers onthouden. 

Daarom bestaan alle pincodes op dergelijke kaarten tegenwoordig maar uit vier cijfers.

Barclays installeerde als eerste bank een elektronische betaalautomaat.

© Barclays

1999: De euro moet vrede bewaren in een verdeeld Europa

De euro werd in 1999 ingevoerd om de positie van de EU in de wereldeconomie te versterken: één gemeenschappelijke munt zou voor stabiliteit zorgen en de Europese landen minder kwetsbaar maken voor inflatie. 

Bovendien zou de euro de handel en het toerisme stimuleren, omdat er geen noodzaak was om valuta’s te wisselen.

Nu gebruiken ruim 329 miljoen Europeanen de euro en nog eens 100 miljoen valuta is aan de nieuwe munt gekoppeld. De eurozone is de grootste economie ter wereld, en met 750 miljard in omloop is de euro nu ook de meest gebruikte valuta ter wereld.

Het idee van de euro gaat terug tot de tijd vlak na de Tweede Wereldoorlog. 

Europa lag opnieuw in puin, en om een eenheid en één Europese identiteit te creëren – en dus toekomstige oorlogen binnen Europa te voorkomen – werd in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. 

De EG volgde, en daarna de EU, met als doel de vrede in Europa te bewaren door een hechte politieke en economische samenwerking.

Australische koperen munt kost 3,7 ton

Muntenverzamelaars zijn altijd op jacht naar unieke, zeldzame munten. In goede staat kunnen de meest begeerde een vermogen opleveren, zoals deze vijf, waarvan sommige miljoenen waard zijn.

  • 5.448.884 euro
    Bij een veiling in 2002 was de Amerikaanse Double Eagle uit 1933 ’s werelds duurste munt.

  • 2.683.155 euro
    De Amerikaanse ‘1804 silver dollar’ is een van de meest begeerde en legendarische munten op aarde.

  • 1.522.500 euro
    In 1894 werden van deze 1 dime-munt 24 stuks geslagen; er zijn er nog negen van over.

  • 1.364.012 euro
    Deze Amerikaanse munt van 1 dollar uit 1870 was officieel nooit in omloop, maar er zijn er toch 11 van.

  • 371.402 euro
    De Australische 1-penny uit 1930 is van koper en bestaat slechts in zesvoud.

Bekijk ook ...