17e-eeuwse Elon Musk vond het pad naar succes

In de Dertigjarige Oorlog loopt een transportroute over een smal paadje in de Zwitserse Alpen, en Kaspar Stockalper staat klaar om er een slaatje uit te slaan. In 40 jaar bouwt hij de weg uit tot een enorm handelscomplex.

In de Dertigjarige Oorlog loopt een transportroute over een smal paadje in de Zwitserse Alpen, en Kaspar Stockalper staat klaar om er een slaatje uit te slaan. In 40 jaar bouwt hij de weg uit tot een enorm handelscomplex.

Getty Images & Imageselect

De grijsharige ruiter kijkt angstig over zijn schouder. Nee, hij wordt niet achtervolgd. Hij geeft zijn paard de sporen en rijdt verder de bergen in. Het is donker en de weg kronkelt, maar hij kent hem als zijn broekzak: hij heeft hem zelf aangelegd.

De man heet Kaspar Stockalper, en deze nacht rijdt hij voor zijn leven. De inwoners van zijn woonplaats Brig in Zuid-Zwitserland dreigen hem te onthoofden, en hij ziet geen andere uitweg dan naar Italië te vluchten.

Het besluit valt hem zwaar, want de 70-jarige Stockalper heeft een enorm zakenimperium opgebouwd, met mijnbouw, huursoldaten, zouthandel en het monopolie op het verkeer over de bergpas.

Nog maar een paar maanden geleden was hij de rijkste man van Zwitserland met 5000 werknemers. Nu, 11 oktober 1679, is hij alles kwijt.

Met een verbitterd gemoed rijdt hij een hoogvlakte op. In de verte ziet hij de lichten van de Alter Spittel, een herberg van zeven verdiepingen die hij heeft gebouwd om rijke kooplui en pelgrims onderweg van een maaltijd en een bed om in te slapen te voorzien.

Stockalper stopt even om te rusten. Het nieuws over zijn vlucht na beschuldigingen van oplichterij in de republiek Wallis heeft de herberg nog niet bereikt.

Niet veel later zit Stockalper weer in het zadel. Voor hem ligt Italië.

De republiek Wallis hoorde sinds 1475 bij Zwitserland. De Drie Bonden (Graubünden) kwamen er pas in 1803 bij.

©

Alpen gingen op slot in Dertigjarige Oorlog

Zwitserland was een verbond van staatjes die buiten de grootschalige Europese oorlog van 1618 tot 1648 wisten te blijven.

In de 17e eeuw bestond het huidige Zwitserland uit een aantal staatjes die zich langzaam ontworstelden aan het Heilige Roomse Rijk. Ze sloten een verbond: het Eedgenootschap.

De Dertigjarige Oorlog, die in 1618 uitbrak, was een godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten in het Heilige Roomse Rijk, maar buurlanden als Frankrijk en Spanje gingen zich er ook mee bemoeien.

Spanje had bezittingen in de Lage Landen en Noord-Italië, terwijl de Fransen bondgenoten van Venetië waren. Beide landen wilden troepen over de Alpen transporteren, maar toen de Drie Bonden betrokken raakten bij de strijd, gingen bijna alle passen dicht.

Een jongeman met ambities

Het geslacht Stockalper stamde af van godvruchtige bergboeren, die hun heil in Brig hadden gezocht. Op 14 juli 1609 kwam Kaspar ter wereld – een moedige, leergierige jongen, die les kreeg van de jezuïeten in Freiburg in het zuiden van Duitsland.

Volgens het rapport dat hij meekreeg toen hij het klooster verliet, hadden de monniken ‘buitengewoon hoge verwachtingen’ van hem. Terug in Brig vestigde hij zich als notaris.

Al een jaar later werd hij in het stadsbestuur gekozen, maar Stockalper wilde meer, en hij had de tijd mee.

Sinds 1618 woedde er een felle oorlog in Europa. Later zou die de geschiedenis in gaan als de Dertigjarige Oorlog, maar dat de strijd zo lang zou duren was nog niet bekend in 1633 toen Stockalper een lange reis maakte naar de kooplui van Antwerpen.

Hij wist dat alle wegen door de Alpen vanwege de oorlog gesloten waren, wat inhield dat er geen verkeer van goederen kon plaatsvinden tussen Noord- en Zuid-Europa. Maar Stockalper bood de kooplui de helpende hand, want in zijn eigen stad, Brig, begon een bergpas die iedereen over het hoofd had gezien.

Onder reizigers was de route over deze Simplonpas niet geliefd: het pad was in slechte staat en er waren gevaarlijke afgronden. Maar zo lang het oorlog was, was het de enige route, en Stockalper had het alleenrecht op vervoer over deze weg weten te krijgen.

De handelaren ontvingen de Zwitser, die zes talen beheerste (Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Latijn en Grieks), met open armen. Hij leek hun problemen op te kunnen lossen, maar eerst moest de Simplonpas zijn waarde bewijzen.

Die mogelijkheid kwam een jaar later, toen de prinses van Savoye, Maria van Bourbon-Soissons, de Alpen over wilde. Dat was een hele onderneming, want de prinses reisde met 50 hovelingen en 100 paarden.

Gelukkig slaagde het project. Na twee dagen was de prinses veilig de bergen over – en Stockalper kreeg een vorstelijke beloning. Belangrijker nog: het nieuws van de veilige Alpenroute ging als een lopend vuurtje door Europa.

Kaspar Stockalper mocht zich onder meer baljuw, transporteur, zouthandelaar en weldoener noemen.

© Andreas Praefcke

Politieke posten legden zakenman geen windeieren

1628

Kaspar Stock­alper wordt notaris.

1629

In stadsbestuur van Brig gekozen.

1633

Monopolie op verkeer over Simplon.

1636

Opent zijn eerste ijzermijn.

1641

Richt een leger van huurlingen op.

1648

Monopolie op zouthandel in Wallis.

1652

Staatssecretaris.

1670

Gekozen tot baljuw van Wallis.

1678

Ondergang.

Vooral de koning van Spanje had behoefte aan de pas, want hij had bezittingen in Italië en de Lage Landen, en de enige directe route over land liep door het grondgebied van aartsvijand Frankrijk.

En ook dat land kon wel een weg door de Alpen gebruiken om het contact met zijn bondgenoot Venetië te onderhouden.

Weg krijgt bestrating en herbergen

Met zijn neus voor diplomatie wist Stockalper te voorkomen dat de vijanden elkaar in de haren vlogen op zijn weg.

Ondertussen was Stockalper getrouwd met de rijkeluisdochter Magdalena, die een flinke bruidsschat inbracht. Kaspar Stockalper investeerde dat geld meteen in wat we nu infrastructuur noemen.

Eerst en vooral moest de weg verhard worden. Stockalper liet er rotsplaten van 2 meter breed op leggen. Langs de hele route legde hij bruggen aan, zodat de reizigers met droge voeten over de vele rivieren en beken kwamen, en op regelmatige afstand van elkaar verrezen herbergen, waar de passanten konden eten en overnachten.

Op enkele plaatsen zette hij zelfs regelrechte flats neer, waar reizigers konden slapen en hun spullen veilig waren tijdens het wachten op controle door de douane op of nieuwe lastdieren.

Het transport verliep met ezels en muildieren, die lang eigendom waren geweest van zelfstandige Säumer – ezeldrijvers. Om de volledige controle te krijgen, onderhandelde Stockalper net zo lang met het gilde van de ezeldrijvers tot ze zich bij hem aansloten.

In totaal 200 man waren betrokken bij het goederenvervoer over de Alpen, en Stockalper liep binnen: de reizigers betaalden voor de ezels, voor het gebruik van de weg en voor onderdak. Ook inde hij tol voor de bisschop.

200 ezeldrijvers verzorgden het goederenvervoer over de Simplonpas. Al in het eerste jaar, 1634, transporteerden ze 300 ton.

© IG-maultier.ch

Zelfs in de winter ging het verkeer door, want Stockalper had mensen in dienst die de weg sneeuwvrij hielden. Zij werden betaald met een wintertoeslag die reizigers neertelden.

Omdat de bergen rond Simplon rijk aan mineralen waren, kon Stockalper mijnen openen om aan goud, ijzer, lood en koper te komen. Kolenbranders hakten bomen om om houtskool te maken waarmee de kostbare
metalen werden gewonnen.

KAART: Stockalper maakte geldmachine van Simplonpas

Het ging de jonge zakenman niet altijd voor de wind. Na drie jaar huwelijk stierf zijn vrouw Magdalena, maar de vrouwen stonden in de rij voor de aantrekkelijke weduwnaar.

38 dagen na de dood van Magdalena verloofde Stockalper zich met de 18-jarige Cäcilia, die ook een aanzienlijke bruidsschat meebracht. Ze schonk hem 13 kinderen.

Koning van Simplon bouwt een paleis

Hoewel de ideeën van Maarten Luther aansloegen in Zwitserland en het protestantisme ook aanhang vond in Wallis, bleef Stockalper trouw aan de katholieke kerk en steunde hij die met de bouw van kerken, kloosters, scholen en een ziekenhuis, maar dat deed hij niet alleen om God zijn dankbaarheid te tonen.

De zelfbewuste zakenman vond zijn eigen rijkdom geheel gerechtvaardigd. Zijn motto was Sospes lucra carpat – Gods gunsteling moet de winst afromen. Die woorden schreef hij graag op de omslag van zijn kasboeken.

Stockalper was ervan overtuigd dat zijn wereldse rijkdom het bewijs was dat God het goed met hem voor had, en dat degenen die het meest uit het leven haalden in de hemel beloond zouden worden. Sospes lucra carpat is ook een anagram van ‘Caspar Stocalperus’.

Naast zijn zakelijke activiteiten was Stockalper actief in de politiek: hij had al vroeg ontdekt dat het lucratief was om een openbaar ambt te bekleden. Hij was lid van de landdag (het parlement) van Wallis en klom op tot schrijver van de republiek: de rechterhand en staats-secretaris van de baljuw, het staatshoofd.

Dat was hij 18 jaar lang. In 1670 werd zijn politieke loopbaan bekroond met het baljuwschap van Wallis. Hij werd met algemene stemmen gekozen en de leden van de landdag prezen hem de hemel in.

Een jaar later betrokken de Stockalpers een gloednieuw paleis in Brig. De drie torens waren genoemd naar de drie wijzen uit het oosten: Caspar, Melchior en Balthasar.

In 1948 verkochten de nazaten van Stockalper het paleis aan de gemeente Brig. Het is nu het raadhuis en een museum. De Simplonpas is een populaire wandelroute.

© Shutterstock

Het paleis was een koning waardig, en Lodewijk XIV van Frankrijk noemde Stockalper dan ook ‘de koning van Simplon’. Dat was niet overdreven. Hij had het politiek, economisch en juridisch voor het zeggen in Wallis en trok aan alle touwtjes.

‘Wie te weinig geld heeft, ontbreekt het aan argumenten,’ zei hij graag.

Soldaten voor alle oorlogen

Stockalper dankte het respect van de Zonnekoning aan een speciaal onderdeel van zijn zakenimperium: 1200 goed getrainde soldaten die te huur waren voor de strijdende partijen van de oorlogen die de Europese heersers voortdurend met elkaar uitvochten.

Lodewijk XIV had het eerste recht op de huur van Stockalpers regiment en maakte er veel gebruik van. Als Frankrijk de troepen niet nodig had, stonden andere landen in de rij. Zelfs de paus in Rome huurde de soldaten in.

Omdat de mannen elkaar goed kenden en jarenlang zij aan zij hadden gevochten, was het regiment veel effectiever dan de meeste Europese huurlingenlegers, die doorgaans een zootje ongeregeld waren met een twijfelachtige loyaliteit.

Het gebrek aan trouw van huurlingen in de Dertigjarige Oorlog kwam vooral doordat de opdrachtgevers vaak geen soldij uitbetaalden. Maar zo ging het niet in Zwitserland. ‘Geen geld, geen Zwitsers,’ wisten de Europese vorsten.

Als ze bekwame soldaten uit de Zwitserse republieken wilden, moesten ze de portemonnee trekken.

Zwitserse huurlingen waren uitstekend getraind en kenden elkaar door en door.

© Bridgeman Images

Alle koningen wilden Zwitserse soldaten

300 jaar lang waren huurlingen het belangrijkste exportproduct van de Zwitsers. Niemand wilde tegenover een Zwitserse soldaat staan.

In het woelige Europa hadden vorsten regelmatig soldaten nodig, maar hun kwaliteit liet vaak te wensen over. Als een koning zeker wilde zijn van de overwinning, huurde hij Zwitserse piekeniers in, die als onoverwinnelijk golden.

Die reputatie hadden ze gekregen tijdens de Slag bij Morgarten in 1315, toen 1500 boeren uit de bergen een Habsburgs leger van 9000 man in de pan hakten.

De Zwitserse huurlingen hadden hun tactieken afgekeken van Philippus, koning van Macedonië in de 4e eeuw v.Chr. Philippus maakte gebruik van goed getrainde infanteristen met lange lansen.

Als de aanval begon, lieten de Macedoniërs hun lansen zakken en rukten ze met gesloten gelederen op. Omdat de Zwitsers arm waren, meldden zich jaarlijks 30.000 mannen aan voor het slagveld.

De soldaten werden verhuurd als regimenten en waren zeer succesvol. Tot in de 19e eeuw leden ze nauwelijks nederlagen.

Kaspar Stockalper inde het geld rechtstreeks van de vorsten, en als hij de soldaten had uitbetaald, bleef er nog genoeg voor hemzelf over.

Toen de Dertigjarige Oorlog in 1648 voorbij was en de vraag naar huurlingen eventjes gedaald was, stortte Stockalper zich in een nieuw avontuur: zout.

Hij slaagde erin het monopolie op de zouthandel in handen te krijgen voor Wallis, dat zelf nauwelijks zout had en elk jaar 1000 ton importeerde. Zout was onmisbaar in het eten en werd gebruikt voor conservering en kaasproductie.

Het winnen van het mineraal was niet duur, maar er vielen heel wat accijnzen en andere toeslagen op te heffen. Voordat het zout bij de consument was, was de prijs vaak verviervoudigd – en het grootste deel ging naar Stockalper.

Schulden doen hem de das om

De ‘gunsteling van God’ stak al het geld dat hij met zijn zaken verdiende in zijn particuliere bank, die geld uitleende aan koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders. En als die hun schulden niet konden aflossen, nam Stockalper ook genoegen met grond of diensten.

‘Niets is eeuwig – behalve grond en onroerend goed,’ zei de Zwitser.

Ook particulieren in Wallis konden de hulp van Stockalper inroepen als de oogst mislukte of ze geld nodig hadden voor een bruidsschat. Stockalper leende vooral aan machtige mannen als de bisschop en de leden van de landdag, die uiteindelijk bijna allemaal bij hem in het krijt stonden.

Op deze manier werd hij met gemak drie keer tot baljuw gekozen. Acht jaar lang bleef hij dankzij de leningen aan het bewind, maar voor het eerst in zijn indrukwekkende loopbaan maakte Stockalper een inschattingsfout.

Van de 110 leden van de landdag waren hem 87 zo veel geld schuldig dat ze hem nooit van hun leven hadden kunnen terugbetalen. Uit wanhoop besloten de politici om zich van de zakenman te ontdoen.

‘Zoals de schaduw het lichaam volgt, volgt jaloezie een goede naam.’ Een van de lijfspreuken van Kaspar Stockalper

Ze waren al een tijdlang jaloers op de onmetelijke rijkdom en het weelderige paleis van Stockalper, die zich als een koning gedroeg. En dat laatste was niet zo handig in de republiek Wallis, die trots was dat de Rooms-Duitse keizer er niets te vertellen had.

Toen de landdag van Wallis in 1678 moest stemmen over de vernieuwing van het zoutmonopolie van Stockalper, zagen de volksvertegenwoordigers hun kans schoon: ‘Al sinds zijn jonge jaren handelt mijnheer Stockalper zonder na te denken of te vragen.

Hij vindt dat hij overal maar recht op heeft,’ zei een van de leden van de landdag boos. Stockalper werd beticht van ‘een onfatsoenlijkheid en kwaadaardigheid die hun weerga niet kennen in ons land’.

De landdag stelde een aanklacht tegen hem op met 18 misdaden, waaronder ambtsmisbruik, oplichting van de huurlingen, fraude met accijnzen en heffingen en gesjoemel met de zouthandel.

Omdat de baljuw de doodstraf boven het hoofd hing, werd hij gedwongen schuld te bekennen. Hij moest afstand doen van al zijn bezit en werd onder huisarrest geplaatst in de hoofdstad Sion.

Imperium valt in duigen

In juni 1678 kwam Stockalper op vrije voeten en kon hij terugkeren naar zijn paleis in Brig. Hij trof er commissarissen van de landdag aan, die een overzicht aan het maken waren van zijn bezittingen.

Naar verluidt bood Stockalper, om een deel van zijn vermogen te redden, aan om alles uit te stallen in de kapel. Toen hij eigendomsbewijzen, pandbrieven, goud en zilver daarheen had gebracht, verborg hij de helft ervan onder het altaar.

Zo kon de godvruchtige zakenman geheel naar waarheid zeggen: ‘Onder mijn handen ligt alles wat ik bezit!’ Volgens de overlevering kwam hij ermee weg – voor even.

De ambtenaren gingen onverdroten door en somden bezittingen ter waarde van 2 miljoen pond op, waarmee je in de 17e eeuw 122.233 melkkoeien kon kopen. En de eigendommen buiten Wallis waren niet eens meegenomen, zoals een paleis in Domodossola aan de Italiaanse kant van de pas.

Paus Urbanus VIII maakte hem ridder van de Gulden Spoor – een bijzondere orde van de katholieke kerk.

© presse03

Stockalper lag goed bij hof en paus

  • Rooms-Duits keizer Ferdinand III sloeg Stockalper tot ridder en gaf hem de adellijke naam zum Turm.
  • Karel Emanuel II, hertog van Savoye, gaf hem de baronie Duingt in Oost-Frankrijk.
  • Karel II van Spanje gaf hem burgerrechten in Milaan.
  • Lodewijk XIV van Frankrijk gaf hem een aantal ordes, sloeg hem tot ridder en noemde hem Le Roi du Simplon: koning van Simplon.

Maar donkere wolken pakten zich samen. Stockalpers tegenstanders deelden zijn zakenimperium op, onder wie zijn aartsvijand Adrian In-Albon, die Stockalper wel kon schieten: de baljuw had In-Albon de hand van zijn dochter geweigerd, en nu betichtte In-Albon hem van majesteitsschennis jegens de Rooms-Duitse keizer.

Uiteindelijk moest Stockalper inzien dat zijn vijanden pas zouden stoppen als zijn kop zou rollen. De enige manier om aan dat lot te ontkomen, was alles opgeven en naar het buitenland vluchten.

Zijn bedienden maakten een paard klaar, en Stockalper verdween in de nacht met een paar loyale mannen. Het doel was het paleis in Domodossola over de Italiaanse grens.

In het paleis liet hij zijn uitgebreide bibliotheek achter, inclusief zijn notitieboek dat vol stond met wijsheden uit de boeken. Een ervan luidde: ‘Zoals de schaduw het lichaam volgt, volgt jaloezie een goede naam.’

Naschrift:

Kaspar Stockalper verbleef vijf jaar in ballingschap in Domodossola voor het stof in Wallis was neergedaald. De 75-jarige vluchteling mocht terugkomen als hij openbaar excuses maakte. Tot zijn dood op 29 april 1691 woonde hij in zijn paleis, dat hij mocht houden.

In 1975 overleed de laatste nakomeling van Stockalper in Brig.

Toen de passen gesloten waren tijdens de Dertigjarige Oorlog, zagen de grootmachten van Europa het belang van Zwitserland in voor het vrije verkeer van personen en goederen. De republieken van het Zwitserse Eedgenootschap werden geheel onafhankelijk van het Heilige Roomse Rijk. Deze neutraliteit moest de passen over de Alpen open houden.