Vergeten evangelie: Jezus was een rotjoch

Omdat de Bijbel allesbehalve volledig is, zaten de eerste christenen met veel vragen. Waarom kreeg Maria de eer om Gods zoon te baren? En hoe was Jezus als kind? Onbekende evangelisten gaven het antwoord.

Omdat de Bijbel allesbehalve volledig is, zaten de eerste christenen met veel vragen. Waarom kreeg Maria de eer om Gods zoon te baren? En hoe was Jezus als kind? Onbekende evangelisten gaven het antwoord.

Imageselect

Een groep jongens is aan het spelen bij een kabbelend beekje in Nazareth, een stad in het noorden van Israël. Het is sabbat, zaterdag, de wekelijkse rustdag van de joden.

Een van de kinderen is de vijfjarige Jezus, zoon van God en de toekomstige verlosser van de mensheid. Hij heeft een dam gebouwd van takken en twijgen. Dan vernielt een van de andere jongens zijn bouwwerk.

‘Jij idiote zondaar! Wat heeft mijn dam jou ooit misdaan? Nu zul je zelf verwelken als een boom en nooit meer bladeren of vruchten dragen,’ schreeuwt Jezus naar de jongen, die dood neervalt.

‘Wat voor kind doet zulke vreselijke dingen?!’ De ouders van een jongen die door Jezus werd vermoord

Vol verdriet gaan de ouders van de dode jongen naar Jezus’ vader, de timmerman Jozef, en vragen: ‘Wat voor kind doet zulke vreselijke dingen?!’

Het antwoord op die vraag staat niet in het Nieuwe Testament, dat vertelt over Jezus’ geboorte in Bethlehem, zijn leven als profeet, en zijn kruisiging en opstanding. In de officiële evangeliën staat niets over zijn jeugd, en ook zijn privéleven blijft een raadsel.

In de eeuwen na zijn dood proberen christenen de gaten in het levensverhaal op te vullen. Een van de teksten beschrijft een onhandelbare, kwaadaardige jongen die Jezus heet.

De kerk overspoeld door evangeliën

Nadat Jezus aan het kruis was gestorven, kwamen er steeds meer verhalen over de verlosser naar buiten. De evangelisten Matteüs, Lucas, Marcus en Johannes vertellen dat hij water in wijn veranderde, de doden tot leven bracht en opstond uit de dood. Deze verhalen werden tussen 60 en 100 n.Chr. opgeschreven.

Maar de christenen bleven met veel vragen zitten. Als een soort aanvulling ontstonden er meer dan 40 evangeliën – Grieks voor ‘goede boodschap’ – met smeuïge verhalen over Jezus.

Het Evangelie van Judas, dat Judas neerzet als de enige discipel die Jezus echt begrijpt, is wellicht het bekendste van de apocriefe evangeliën.

© Critical Edition

De vroege kerkleiders zagen zich daarom genoodzaakt om orde op zaken te stellen. De selectieprocedure werd afgerond tijdens een officiële kerkbijeenkomst in de Noord-Afrikaanse stad Hippo Regius in 393. Het Nieuwe Testament zou de vier klassieke evangeliën bevatten en een aantal brieven, waarvan er 13 werden toegeschreven aan Paulus en Johannes.

De ongeautoriseerde teksten werden ‘apocriefen’ genoemd, naar het Griekse woord voor ‘verborgen’.

De term geeft aan dat de identiteit van de auteurs onbekend is, waardoor ze niet als betrouwbare getuigenis konden worden geaccepteerd. Ze werden ‘ketters’ genoemd en vergeten.

Maria gevoed door een engel

Een van de bekendste apocriefe teksten is het Proto-evangelie van Jakobus. Deze tekst dateert uit de 2e eeuw en werd in 1552 herontdekt.

Zoals de naam al aangeeft, is het een inleiding op de bestaande evangeliën. Het werk legt uit hoe de maagd Maria zo zuiver kon zijn dat ze Gods zoon mocht baren.

Volgens het Proto-evangelie probeerden Maria’s ouders, Joachim en Anna, al langere tijd om kinderen te krijgen. Uit wanhoop trok de man de woestijn in om 40 dagen en nachten te vasten.

Terwijl hij weg was, kreeg Anna bezoek van een engel die haar vertelde dat ze zwanger zou worden. Als dank beloofde Anna het kind aan God te schenken. Toen Joachim terugkeerde uit de woestijn, was zijn vrouw op magische wijze zwanger geworden.

‘Jij loopt geen stap verder.’ Jezus, als hij een jongen doodt die tegen hem opbotst

Negen maanden later werd Maria geboren. Haar ouders, Joachim en Anna, waren zo beschermend dat de term ‘curlingouders’ een understatement is.

Maria bracht haar eerste jaren door in een heiligdom op haar kamer, waar ze verzorgd werd door Hebreeuwse maagden. Al na zes maanden kon ze lopen, maar van haar moeder mochten haar voeten de grond niet betreden, waardoor ze haar bed nooit uit kwam.

Toen ze drie jaar was, werd Maria door haar ouders naar een tempel gestuurd. Hier werd ze gevoed door de hand van een engel.

Toen Maria op 12-jarige leeftijd ongesteld werd, moest ze de tempel verlaten, omdat menstruatiebloed volgens de joden onrein is. Vier jaar later verloofde ze zich met de veel oudere timmerman Jozef. Even later werd Maria zwanger van de Heilige Geest.

Jezus was een seriemoordenaar

Maria wordt in het Proto-evangelie van Jakobus opgehemeld tot de ideale vrouw – die het waardig was om de zoon van God te baren. Maar de jonge Jezus zelf wordt in het apocriefe Kindheidsevangelie van Thomas afgeschilderd als een onhandelbaar rotkind.

De tekst is geschreven tussen de 2e en de 4e eeuw, maar wordt pas in 1945 gevonden door een boer in de Egyptische stad Nag Hammadi. Het werk begint als volgt:

‘Dit zijn de verborgen woorden die Jezus, de levende, sprak en die Thomas heeft opgeschreven.’

Thomas was een van de apostelen, maar de tekst werd door de christelijke kerk niet opgenomen in het Nieuwe Testament.

Volgens deze apocriefe tekst was Jezus een onhandelbaar, wraakzuchtig en moorddadig rotkind. In deze tekst staat ook het verhaal over de dam, en de tekst vertelt dat de jonge Jezus nog meer doden op zijn geweten had.

Een paar dagen nadat de vijfjarige Jezus de jongen vermoordde die zijn dam had vernield, gebruikte de zoon van God zijn magische krachten om een jongen te doden die tegen hem opbotste.

‘Jij loopt geen stap verder,’ zei Jezus tegen de jongen, die meteen dood neerviel.

De bijbelverhalen over Jezus zijn niet origineel. De krachten van de christelijke verlosser lijken op die van de Egyptische en Griekse goden. Ze bevatten zelfs elementen van het boeddhisme.

© British Museum

Egyptische goden herrezen

Sommige goden uit de Egyptische mythologie stonden, net als Jezus, op uit de dood. De bekendste is Osiris, die tot leven werd gewekt door zijn vrouw Isis. Osiris ging echter niet naar de hemel, maar werd de god van de onderwereld.

© Tedmek

Griekse god genas mensen

De halfgod Asklepios was de zoon van een sterfelijke vrouw en de Griekse god Apollo, en bezat genezende krachten. Volgens de oude Grieken kon Asklepios terminaal zieke mensen genezen en de doden weer tot leven brengen.

© Art Institute of Chicago

Jezus imiteerde Boeddha

De stichter van het boeddhisme, Siddhartha Gautama (later Boeddha), kwam bij een tempel toen hij 12 jaar oud was, net als Jezus. Boeddha vastte 47 dagen in afzondering – Jezus 40 dagen. Na het vasten liepen ze allebei naar een vijgenboom.

© British Museum

Water in wijn was niets nieuws

Volgens de Griekse mythologie veranderde de god Dionysus – god van de fruitteelt en extase – al lang voordat Jezus geboren werd water in wijn. Misschien heeft Jezus zijn Griekse collega wel gewoon geplagieerd?

Toen de ouders van de dode jongen zich bij Jozef kwamen beklagen over het vreselijke gedrag van hun zoon, reageerde Jezus door de beide ouders blind te maken.

De zoon van God had sowieso serieuze gedragsproblemen. Toen Jozef een leraar inhuurde om Jezus – die natuurlijk ontzettend hoogbegaafd was – les te geven, bespotte de jongen zijn leraar, Zacheüs, om zijn onwetendheid. Even later nam Zacheüs ontslag.

Daarna nam een andere leraar het over, maar die raakte zo gefrustreerd door zijn ongehoorzame en opstandige leerling dat hij hem een klap gaf. Dit leidde ertoe dat Jezus zijn goddelijke krachten gebruikte om de onderwijzer te doden.

Jezus had met andere woorden een slechte reputatie in de stad Nazareth, en toen een jongen, Zeon, van een dak viel, kreeg Jezus natuurlijk de schuld. Om zijn onschuld te bewijzen, bracht Jezus de jongen weer tot leven.

Daarna wordt Jezus positiever beschreven. De jongen verricht een aantal wonderen, hij redt een jongen van een dodelijke slangenbeet en brengt een dode baby weer tot leven.

Maria Magdalena was Jezus’ favoriet

Het Kindheidsevangelie van Thomas eindigt als Jezus op 12-jarige leeftijd de tempel in Jeruzalem bezoekt – een gebeurtenis die ook in het Nieuwe Testament wordt beschreven.

Wat hij deed vanaf zijn 12e tot het allesbepalende moment dat hij op 30-jarige leeftijd gedoopt wordt door Johannes de Doper, staat niet in de Bijbel – en de bekendste apocriefe teksten vertellen hier ook weinig over.

Maar in het Arabisch Kindheidsevangelie, dat waarschijnlijk in de 6e eeuw werd geschreven en in 1697 werd uitgegeven, staat dat Jezus in zijn jeugd ‘de wet’ bestudeerde. Het woord verwijst naar de Vijf Boeken van Mozes, die de grondslag van het joodse geloof vormen.

Een van de meest controversiële personages rondom Jezus was Maria Magdalena.

In het Nieuwe Testament staat een aantal brieven van de apostel Paulus aan christelijke gemeenten, waarin hij de leerstellingen van het christendom uitlegt.

© Museum of Fine Arts, Houston

De kerk kiest de echte evangeliën

Na de dood van Jezus werden er talloze evangeliën over hem geschreven. De kerkleiders moesten daarom een selectie maken en kozen de meest geloofwaardige teksten uit, die vervolgens werden opgenomen in het Nieuwe Testament.

Rond 180 n.Chr. waren er meer dan 40 evangeliën in omloop, geschreven door onbekende auteurs die allemaal beweerden dat ze een van de 12 apostelen waren. De meeste van deze teksten werden echter als ketterij gezien.

De pogingen van de kerk om deze teksten te weren, was een reactie op alle afwijkende geloofsrichtingen die in de tweede helft van de 2e eeuw opkwamen. Toen begonnen zelfverklaarde profeten zoals Marcion en Montanus hun eigen leer te prediken.

De gnostische Marcion beweerde dat het christendom twee goden had – de kwade god van het Oude Testament en de liefdevolle, genadige god waar Jezus over had gesproken. Montanus beweerde dat hij de woordvoerder van de Heilige Geest was en de definitieve christelijke waarheid verkondigde.

Uiteindelijk keurden de kerkleiders een collectie van 27 teksten goed – waaronder de vier klassieke evangeliën die geschreven werden in de jaren 60-100 n.Chr. Deze teksten werden eind 4e eeuw gecanoniseerd tot het Nieuwe Testament.

Volgens het Nieuwe Testament was zij een van de eerste getuigen van Jezus’ opstanding, maar na zijn hemelvaart wordt Maria Magdalena niet meer genoemd.

In het apocriefe Evangelie van Maria Magdalena krijgt de belangrijkste vrouw in Jezus’ leven meer spreektijd. De tekst werd in 1896 in Egypte gevonden, maar een groot deel is later verloren gegaan.

De tekst beschrijft Maria Magdalena als degene die het dichtst bij de verlosser staat. Zij is de enige die hem volledig begrijpt, zegt ze tegen de apostelen.

‘Daarom houdt hij het meest van mij,’ verklaart ze.

Papyrus beschrijft een vrouw

De grote vraag is natuurlijk of de liefde tussen Jezus en Maria Magdalena meer dan platonisch was. Waren ze geliefden – of misschien zelfs getrouwd? En hadden ze kinderen?

Het onofficiële Evangelie van Maria Magdalena geeft geen duidelijk antwoord op deze vragen, maar sommige historici beweren dat Jezus en Maria Magdalena met elkaar getrouwd waren en kinderen kregen – een theorie die het keerpunt vormt in de bestseller De Da Vinci Code van Dan Brown.

Zo vermoedt Karen King, godsdiensthistoricus aan Harvard University, dat Jezus getrouwd was. In 2012 publiceerde ze een voorheen onbekende apocriefe tekst – een Egyptisch papyrusfragment uit de 4e eeuw n.Chr.

In 325 n.Chr. riep keizer Constantijn de Grote bisschoppen uit de hele christelijke wereld bijeen voor een kerkvergadering in Nicea.

© home.scarlet.be

Het fragment is niet groter dan een visitekaartje en bevat een aantal tekstflarden geschreven in het Koptisch – een Semitische taal die verwant is aan het Egyptisch, Hebreeuws en Aramees. Een van de regels luidt:

‘Jezus zei tegen hen: mijn vrouw ...’ De rest van de zin ontbreekt.

Een paar dagen na de publicatie van deze opzienbarende vondst noemde het Vaticaan dit fragment ‘een waardeloze vervalsing’.

Uit dit voorbeeld blijkt echter dat het laatste woord over het vroege leven van Jezus nog lang niet gezegd is.

MEER OVER DE VERBORGEN EVANGELIËN

  • Bart D. Ehrman: Lost Scriptures: Books That Did Not Make It Into The New Testament, Oxford University Press, 2005
  • Bart D. Ehrman: The Other Gospels: Accounts of Jesus from Outside The New Testament, Oxford University Press, 2013