De weerhaan is in een groot deel van de christelijke wereld te zien.

© Shutterstock

Hoe komen we aan de weerhaan?

Eeuwenlang geven windwijzers boven op gebouwen al de windrichting aan. De weerhaan zoals we die nu kennen, gaat echter terug op een religieuze traditie.

2 oktober 2019 door Niels-Peter Granzow Busch

Windwijzers zijn al sinds de oudheid in gebruik, maar hadden toen niet de vorm van een haan.

Een van de vroegste zat op de Toren der Winden in Athene en stelde de god Triton voor, die met zijn staf naar de wind wees.

De Toren der Winden aan de rand van de Romeinse Agora in Athene bestaat nog steeds, maar de zeegod Triton geeft niet meer met zijn staf de wind aan.

© Joanbanjo/Wikipedia

Weerhaan kwam op bevel van de paus

De weerhaan hebben we te danken aan een pauselijk edict uit de middeleeuwen. In de 9e eeuw gaf paus Nicolaas I opdracht om een haan op alle kerktorens te plaatsen. 

Die stond voor de apostel Petrus, van wie Jezus had voorspeld dat hij hem zou verraden: ‘Nog voor de haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’

Petrus was volgens de traditie de eerste paus. Na het edict installeerden alle kerken een weerhaan, en het gebruik sloeg aan. 

Bekijk ook ...