Verontwaardigd smeet Maarten Luther de banbrief die de paus tegen hem had uitgevaardigd op het vuur en verklaarde hij de katholieke kerk de oorlog. De Reformatie was begonnen.

© Art Archive

Reformatie zette Europa in vuur en vlam

In 2017 is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther een kerkelijke revolutie in Europa ontketende. De protestantse Reformatie was een opstand tegen de machtige, katholieke kerk en zou uiteindelijk de weg vrijmaken voor de moderne Europese samenleving.

28 maart 2017 door Andreas Ebbesen Jensen

De Reformatie begon letterlijk met een donderslag bij heldere hemel.

Op een zomerdag in 1505 werd de jonge rechtenstudent Maarten Luther tijdens een onweersbui in de Duitse stad Stotternheim getroffen door de bliksem. Door deze enorme hemelse kracht zakte Luther door zijn knieën terwijl hij uitriep: 'Help, heilige Sint Anna, ik word monnik.'

Zo gezegd, zo gedaan en al snel vertrok Maarten Luther naar een Augustijnenklooster in Erfurt om daar een opleiding tot priester te volgen.

In het begin was Maarten Luther, net als alle andere katholieken, ervan overtuigd dat mensen alleen verlost konden worden door hun zonden op te biechten.

Maar al gauw kreeg hij een heel andere kijk op het christendom.

In tegenstelling tot de machtige katholieken, die beweerden dat de daden van mensen bepaalden of ze wel of niet naar de hemel gingen, raakte Luther er steeds meer van overtuigd dat het geloof in God op zich al genoeg was om in de hemel terecht te komen.

Wil je een abonnement op Historia?

Hier vind je de beste aanbiedingen

Luthers stellingen verspreiden Reformatie

Maarten Luther was met name kwaad op de katholieke kerk vanwege het misbruik van zogenoemde 'aflaten'.

Door aflaatbrieven te kopen van hun priester, konden katholieken betalen om van hun zonden verlost te worden en dus sneller het vagevuur verlaten. Hoe meer je betaalde, hoe korter je ziel hoefde te branden in de hel.

Of, zoals er in één aflaatbrief stond geschreven: 'Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt.'

De manier waarop de katholieke kerk de aflaatbrieven misbruikte was voor Maarten Luther een belangrijke reden om zijn 95 stellingen te formuleren en zijn keiharde kritiek te richten op het katholicisme in Europa.

In deze stellingen schreef hij onder andere dat zonden worden vergeven door de woorden van God in de bijbel te volgen, en niet door de zakken van priesters te vullen met goud.

Luther verwoordt het in een van zijn stellingen zo: 'De paus kan geen enkele schuld vergeven dan alleen door te verklaren en te bevestigen, dat ze door God vergeven is...'

Op 31 oktober 1517, de avond vóór Allerheiligen, spijkerde Luther zijn stellingen vast op de deur van de Slotkerk in Wittenberg. En dankzij Johannes Gutenberg, de uitvinder van de boekdrukkunst, werden de 95 stellingen in een razend tempo vertaald en verspreid door heel Europa.

De Reformatie was niet meer te stoppen en de komende decennia nam de weerstand tegen katholieken, met name tegen de paus en priesters, in heel Europa toe.

Als monnik ontwikkelde Maarten Luther een diepgewortelde afkeer van de paus. De uiteindelijke breuk ontstond in 1521. 

© Wikemedia

Reformatie veroordeelt mensen tot brandstapel

Reformatie veroordeelt mensen tot brandstapel

Tijdens de Reformatie was de Fransman Johannes Calvijn een van de belangrijkste tegenstanders van de katholieke kerk.

In 1542 ging hij in Genève wonen, waar hij werkte als predikant en als stadsbestuurder.

Calvijn regeerde Genève met ijzeren hand en hield de leden van zijn gemeenschap nauwlettend in de gaten. Als de inwoners zich bijvoorbeeld niet aan de 10 geboden hielden, werden ze gestraft. In 1544 veroordeelden Johannes Calvijn en het stadsbestuur een man tot de brandstapel omdat hij niet 'rechtgelovig' zou zijn.

Net als zijn Duitse geloofsgenoot Maarten Luther was Johannes Calvijn voorstander van een absolute scheiding tussen kerk en staat.

Calvijn dacht dat God van tevoren had bepaald wie er in de hemel zou komen en wie er eeuwig zou moeten branden in de hel. En daar konden mensen, rituelen en sacramenten niets aan veranderen.

Het protestantisme van Johannes Calvijn was met name populair in Frankrijk, Zwitserland, Engeland, Nederland en Schotland en zou later ook in Amerika worden geïntroduceerd.

Reformatie in Nederland

Ook in de noordelijke provincies van Nederland kregen Johannes Calvijn en zijn uitleg van de Reformatie steeds meer aanhangers.

Op dat moment viel Nederland onder het bestuur van keizer Karel V. Zijn opvolger, Filips I, kwam in 1556 op de troon en ontketende een keiharde strijd tegen de nieuwe protestanten.

Filips I was een overtuigd katholiek en beschouwde alle voorstanders van de Reformatie als ketters. Hij richtte speciale inquisitierechtbanken op in de Nederlandse provincies die deze ketters moesten opsporen en veroordelen, en het katholicisme in het land moesten herstellen.

In 1568 kwam de Nederlandse adel in opstand tegen de Spaanse bezettingsmacht. De opstand werd geleid door de edelman Willem van Oranje, die de bezette steden bevrijdde van de Spaanse soldaten. Ook vernielde hij de dijken richting de zee, zodat bevoorradingsschepen de bezette steden konden bereiken.

De oorlog tegen Spanje duurde bijna 80 jaar. In 1648 trok Spanje zich terug uit Nederland en erkende het het noordelijke deel van het land als zelfstandig.

De zuidelijke provincies, die later België zouden vormen, vielen achtereenvolgens onder Spaans, Frans en Nederlands bestuur, tot ze in 1830 ook zelfstandig werden.

Marteling moest Reformatie tegenhouden

In 1542 zag paus Paulus III met afkeer hoe de Reformatie en de opstandige protestanten het katholicisme in Europa steeds meer onder druk zetten.

Geïnspireerd door de Spaanse inquisitie, die al sinds de middeleeuwen mensen had veroordeeld en vermoord die weigerden om zich tot het katholicisme te bekeren, richtte Paulus III de zogenoemde 'Romeinse Inquisitie' op.

Dit betekende dat de jacht op protestanten in Italië en Spanje was geopend. Mensen die als ketter werden aangegeven, belandden vaak in handen van de martelende beulen van de katholieke kerk.

Ongeveer 300.000 aanhangers van het protestantisme werden tijdens de Reformatie beschuldigd van ketterij en ongeveer 30.000 protestanten werden vermoord.

Het lukte de inquisitie om de Reformatie in Italië en Spanje tegen te houden, maar in grote delen van Europa was de strijd tegen Luthers nieuwe, ketterse ideeën een verloren zaak.

Reformatie veranderde Europa

Toen Maarten Luther 500 jaar geleden zijn 95 stellingen vastspijkerde op een kerkdeur in Wittenberg, zou hij Europa voor altijd veranderen.

De Reformatie maakte de weg vrij voor een strenge scheiding tussen kerk en staat, en kreeg verstrekkende gevolgen voor het ontstaan van nieuwe steden, de politiek, opvoeding, het onderwijs en de rol van het individu in de maatschappij.

Door de Reformatie werd het christelijke geloof een aangelegenheid tussen mens en God – en niet tussen mens en kerk. Of, zoals Maarten Luther het in 1523 schreef:

'Niemand kan en mag de ziel bevelen, tenzij hij haar de weg naar de hemel wijst. Dat kan echter geen mens doen, dat kan alleen God.'

Bekijk ook ...