Luther en Calvijn veranderden de Nederlanden

Na de reformatie was het leven niet meer hetzelfde. Een groot deel van Noord-Europa brak met de paus, maar dat verliep niet overal even vreedzaam. In de Nederlanden leidde de kerkhervorming tot een langdurige, bloedige strijd.

Na de reformatie was het leven niet meer hetzelfde. Een groot deel van Noord-Europa brak met de paus, maar dat verliep niet overal even vreedzaam. In de Nederlanden leidde de kerkhervorming tot een langdurige, bloedige strijd.

Shutterstock

Zwitser vond gehoor in de Nederlanden

De reformatie sloeg aan in grote delen van Noord-Europa, maar de protestanten vielen al snel uiteen in facties.

Terwijl Scandinavië de leer van Luther bleef volgen, kregen de ideeën van de Zwitserse kerkhervormer Johannes Calvijn veel aanhang in de Nederlanden.

Calvijn werd in 1509 geboren en was acht jaar oud toen Luther zijn stellingen publiceerde.

In 1533 sloot hij zich bij de hervormers aan en in 1536 verscheen zijn belangrijkste werk Institutio Religionis Christianae, waarin hij zijn leerstellingen uiteenzette.

Drie verschillen tussen Luther en Calvijn

Maarten Luther en Johannes Calvijn waren beiden kerkhervormers, maar ze verschilden fundamenteel van inzicht over theologische leerstukken.

Predestinatie: Volgens Luther konden gelovigen in de hemel komen door goed gedrag, maar Calvijn geloofde dat het al bij de geboorte door God beschikt was wie er naar de hemel ging.

Dit was het grootste twistpunt tussen de remonstranten, die de leer van voorbeschikking verwierpen, en de contraremonstranten.

Het eerste boek dat Johannes Calvijn schreef, was een eerbetoon aan Erasmus van Rotterdam.

© Wikimedia Commons

Kerk: Luther meende dat de kerk geleid moest worden door bisschoppen, maar volgens Calvijn moest de kerk zichzelf besturen door middel van een raad.

Vorst: De vorst was gekozen door God, stelde Luther. Calvijn vond echter dat het volk zich tegen de vorst kon verzetten als hij slecht presteerde.

Maurits van Nassau voert de Staatse troepen aan in de Slag bij Nieuwpoort in 1600.

© Henri Ambrosius Pacx & Jacob Burghart, 1683

Reformatie leidt tot oorlog met Spanje

Begin 16e eeuw zijn de Nederlanden een uithoek van het katholieke rijk van de Habsburgers. Maar als de machthebbers de reformatie proberen te onderdrukken, komen de Nederlanders in opstand.

Dankzij de drukpers waren de ideeën van Maarten Luther vrij snel na de publicatie van de 95 stellingen bekend in de Nederlanden, die in 1517 onder keizer Karel V vielen.

De denker Erasmus had al een voedingsbodem geschapen met zijn ideeën over tolerantie.

Lutheranen begonnen samen te komen, maar het kwam niet meteen tot een kerkscheuring.

Ook de Friese priester Menno Simons sympathiseerde met de hervormers.

Hij liet zich inspireren door de Zwitser Huldrych Zwingli en de beweging van de anabaptisten of wederdopers die in Zwitserland was ontstaan.

Zij lieten zich niet als kind, maar als volwassene dopen, zodat ze een bewuste keuze maakten voor het geloof.

Deze ‘dopersen’ stonden op gespannen voet met de overige protestanten – en natuurlijk met de katholieke kerk.

Ondertussen probeerde keizer Karel alle ketterse bewegingen met wortel en tak uit te roeien door plakkaten met strenge straffen uit te vaardigen tegen de protestanten.

Zijn zoon Filips II, die in 1555 zijn vader opvolgde als koning van Spanje en heer der Nederlanden, zette er nog een tandje bij.

Nederlanden komen in opstand

Waar de lutheranen trouw waren aan het bestaande gezag, had het volk volgens de Zwitserse hervormer Johannes Calvijn het recht zich te verzetten tegen een onrechtvaardige vorst.

Het calvinisme had veel aanhangers in de Nederlanden en was goed georganiseerd.

In de jaren 1560 gingen ze zich steeds openlijker roeren, wat in 1566 uitmondde in de Beeldenstorm, waarbij katholieke eigendommen vernield werden.

Nu werd het koning Filips echt te gortig: hij stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen.

Deze voerde een waar schrikbewind, en de calvinisten grepen naar de wapens. De Tachtigjarige Oorlog was begonnen.

De reformatie was doorgebroken in het hele land, maar de Spanjaarden waren het sterkst in de Zuidelijke Nederlanden, die weer katholiek werden.

In het noorden vormden de opstandelingen de calvinistische Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Tijdens de oorlog ontstond de beweging van de remonstranten, die zich verzetten tegen de calvinistische leer van de predestinatie.

De contraremonstranten vormden weer een tegenbeweging.

Ook na de vrede waren er volop scheuringen, en tegenwoordig zijn er talrijke protestantse kerkgenootschappen in Nederland.

Gelovigen moesten werken voor het eeuwige leven

Volgens Maarten Luther kwam niemand op voorhand in aanmerking voor verlossing, maar konden gelovigen door een deugdzaam leven te leiden in de hemel komen.

Daarbij stonden vlijt en spaarzaamheid hoog in het vaandel – in schril contrast met de katholieke overdaad.

Ook de calvinisten benadrukten de waarde van noeste arbeid, wat volgens sociologen van nu een voorwaarde was voor de opkomst van het kapitalisme.

© Frans Hogenberg

Beelden en versieringen leiden de aandacht af

De kerkhervormers van de 16e eeuw verzetten zich tegen de weelde van de katholieke kerk en de heiligenverering, die ze als afgoderij beschouwden.

Dit leidde in heel Europa tot beeldenstormen, waarbij heiligenbeelden en relikwieën vernield werden.

De eerste beeldenstorm vond in 1522 plaats in Luthers Wittenberg, de Nederlanden waren in 1566 aan de beurt.

In protestantse kerken was geen plaats voor beelden en andere opsmuk.

Volgens Luther leidden ze af van de boodschap van het evangelie, en ook Calvijn wilde de aanbidding van God en de verkondiging van het Woord centraal stellen.

De inrichting van de godshuizen was sober. De preekstoel nam een prominente plaats in, zodat de predikant ‘tussen het volk’ stond.

Zuidelijke Nederlanden bleven katholiek

De Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden, tegenwoordig Nederland en België, vormden aan het begin van de 16e eeuw een eenheid en kwamen tegen het eind van die eeuw ook samen in opstand tegen de Spaanse overheersing.

De opmars van het calvinisme was van zuid naar noord verlopen, en de Beeldenstorm had zijn oorsprong in het zuiden.

Ook in de Zuidelijke Nederlanden leefden grote groepen protestanten, en toen de Tachtigjarige Oorlog in 1568 uitbrak, streefden de opstandelingen ernaar om van alle 17 provincies van de Nederlanden een onafhankelijke, calvinistische republiek te maken.

In 1585 wisten de Spaanse troepen de stad Antwerpen echter na een beleg van ruim een jaar te heroveren op de opstandelingen, en daarna verstevigden de katholieken hun grip op het zuiden.

De scheiding was een feit: het noorden ging door als zeven in plaats van 17 verenigde provincies.

Veel protestanten vluchtten naar het noorden en het zuiden werd weer katholiek.

De nieuwe kerk wilde dat de gelovigen leerden lezen

Luther meende dat elke christen het woord van God kon verkondigen en wilde dat de gelovigen zelf de Bijbel lazen.

Daardoor werd scholing belangrijk.

Onder het katholicisme hadden kloosterscholen een monopolie op het onderwijs.

Eerst waren ze alleen voor aanstaande monniken bedoeld, maar vanaf de 12e eeuw werden er ook af en toe burgerjongens toegelaten.

Na de reformatie moesten de gelovigen de Bijbel kunnen lezen.

© Shutterstock

In de 14e eeuw ontstonden er parochiescholen waar de plaatselijke pastoor lesgaf, maar het onderwijs bleef in handen van de katholieke kerk.

Na de reformatie werden katholieke scholen in de Republiek gesloten en vervangen door calvinistische.

Ook meisjes gingen nu naar school, en steeds meer mensen leerden lezen en schrijven.

Begin 19e eeuw werd de staat voor het onderwijs verantwoordelijk, maar het christelijke onderwijs bleef bestaan.

De katholieken bespotten de ex-monnik Maarten Luther omdat hij was getrouwd.

© Cornelis van Haarlem, 1591

Celibaat is tegen Gods wil

Toen Luther de Bijbel bestudeerde, ontdekte hij dat die met geen woord van monniken of nonnen rept. Dat inzicht veranderde zijn leven.

‘Een vrouw kan zichzelf niet volledig beheersen. God schiep haar lichaam opdat ze met een man een gezin kan stichten.’ Dat schreef Luther in 1524 aan drie twijfelende nonnen. Hij was toen nog monnik.

Luther had geen plannen om te trouwen. Hij was bang dat een huwelijk zijn aandacht af zou leiden van zijn levenstaak en dat het hem mogelijk in een kwaad daglicht zou stellen.

De katholieke kerk nam het niet lichtzinnig op als een monnik of non zijn of haar kuisheidsgelofte brak.

Maar langzaam overtuigde Luther zichzelf ervan dat ook hij zich aan de leer van de reformatie moest houden en een vrouw moest zoeken.

Die vond hij in Katharina von Bora, een weggelopen non die hij had helpen vluchten.

Verliefd was Luther niet toen ze trouwden, maar de gevoelens kwamen met de jaren bij het echtpaar.

Terwijl Katharina een gelukkig leven leidde met Maarten Luther, hadden de nonnen die recht in de leer waren en in het klooster waren gebleven het zwaar.

In de Duitse streken waar de reformatie was ingevoerd, werden nonnen en monniken uit hun klooster gezet.

Luther, Calvijn en Hendrik VIII wonnen terrein op de paus

In de 16e eeuw had de katholieke kerk het zwaar te verduren.

In Duitsland en Scandinavië namen vorsten de leer van Maarten Luther ter harte, terwijl de Engelse koning Hendrik VIII zich in 1534 aan het hoofd stelde van een nieuwe kerk: de anglicaanse.

In Genève in Zwitserland gaf Johannes Calvijn een andere draai aan het protestantisme, die niet alleen in zijn eigen land en de Nederlanden aansloeg, maar ook in Schotland en Frankrijk.

De Franse koning zat echter niet te wachten op ‘Duitse toestanden’ en bestreed de zogenoemde hugenoten te vuur en te zwaard. Velen van hen namen de wijk naar de Nederlanden.

Maarten Luther wijdde zijn leven aan de reformatie

1525

Na een leven als vrijgezel besluit de 42-jarige Luther te trouwen met Katharina von Bora (26). Ze krijgen vijf kinderen.

1526-28

Luther reist rond om de protestanten te sterken in hun geloof. Zijn kerk is nu actief in vijf vorstendommen en 14 vrije steden.

1529

De hervormer schrijft zijn Grote catechismus, waarin hij predikanten leert hoe ze het evangelie moeten verspreiden.

1534

Luther publiceert de Bijbel in het Duits. Zijn woordkeuze is volks, en hij verrijkt de taal met uitdrukkingen als ‘een wolf in schaapskleren’.

1545

Maarten Luther houdt zijn laatste college aan de universiteit van Wittenberg. De laatste jaren heeft hij weinig invloed meer op de kerk.

1546

Luther heeft een zwak hart en sterft op zijn 62e tijdens een reis. Katharina erft zijn bezit niet en leeft tot haar dood in 1552 in armoede.