Jupiter – Romeinse god.

De 12 grootste Romeinse goden – en alle kleintjes

De Romeinse mythologie zat boordevol goden. Twaalf van hen waren belangrijker dan de rest. In dit overzicht lees je waarvan ze precies de god waren en hoe je ze kunt herkennen.

De Romeinse mythologie zat boordevol goden. Twaalf van hen waren belangrijker dan de rest. In dit overzicht lees je waarvan ze precies de god waren en hoe je ze kunt herkennen.

Shutterstock

De Romeinen hadden veel goden. Helemaal aan de top zaten de 12 Olympische goden met Jupiter en Juno als aanvoerders.
Daarnaast vereerden de Romeinen talloze huisgoden, natuurgoden en andere kleinere goden.

Er kwamen ook steeds nieuwe bij, uit de gebieden die de Romeinen hadden veroverd.

Hier vind je een overzicht van de Romeinse goden en de kenmerken die ze hadden.

Alle Romeinse goden op een rij

Romeinse goden op Rafaëls schilderij: Het beraad der goden.

Fresco door Rafaël uit Villa Farnesina in Rome: Het beraad der goden (1517-1518). Op de plafondschildering staan de 12 Olympische goden van de Romeinen, maar ook oudere en geïmporteerde goden.

© Wikimedia Commons

De Romeinse religie bestond uit talloze persoonlijke goden, die het leven, geluk en de welvaart van individuele Romeinen konden maken of breken.

Familiegoden, huisgoden, goden van de landbouw en arbeid vormden de basis van het dagelijkse leven van de Romeinen, die hen elke dag vereerden en offers aan hen brachten.

Na verloop van tijd namen de Romeinen de 12 Olympische, en dus Griekse goden op in hun eigen religieuze praktijken. De goden kregen Romeinse namen, maar grote delen van hun mythologie en religieuze functie werden overgenomen uit het oude Griekenland.

De zogenoemde ‘publieke’ goden hadden verschillende functies en beschermden de Romeinse samenleving. Er werden tempels voor hen gebouwd en de 12 belangrijkste Romeinse goden werden vereerd tijdens verschillende religieuze festivals.

De Romeinen waren redelijk tolerant ten opzichte van andere religies in hun rijk. Daarnaast beschouwden ze de exotische goden die ze tijdens hun veroveringstochten tegenkwamen als varianten van de Romeinse goden die ze thuis al aanbaden.

Dat betekende dat goden zoals Mithra en Cybele werden getolereerd en langzaam inburgerden onder de inwoners van de Eeuwige Stad.

Jupiter – beschermer van Rome

Jupiter – Romeinse god.

Dit beeld van een Romeinse beeldhouwer uit de 1e eeuw n.Chr. laat zien hoezeer de Griekse en Romeinse goden met elkaar verweven waren. Het standbeeld is sterk geïnspireerd op de Griekse beeldhouwer Phidias en zijn standbeeld van Zeus uit Olympia. De gemiddelde Romein zou het standbeeld waarschijnlijk direct zien als een voorstelling van Jupiter.

© Shutterstock

De Romeinse oppergod trouwde met zijn zus

De Romeinen hadden verschillende goden, maar geen van hen was zo machtig als de oppergod Jupiter.

Jupiter stond ook bekend als de dondergod, omdat hij het weer beheerste met bliksemschichten als wapen – net als zijn Griekse tegenhanger Zeus.

Samen met zijn vrouw Juno en hun dochter Minerva werd Jupiter vereerd in een tempel op de Capitolijn in het oude Rome.

Hier aanbaden boeren het standbeeld van Jupiter en vroegen om regen voor hun akkers, en legden ambtenaren hun politieke gelofte af. Romeinse generaals en soldaten brachten offers in de vorm van ossen of geiten in de hoop dat Jupiter hun een militaire overwinning zou bezorgen.

Symbool van het machtige Rome

Het lot van het hele Romeinse Rijk lag in de goddelijke handen van Jupiter. Hij was hét symbool van de militaire en politieke supermacht en werd overal in het rijk vereerd.

Zoals de Romeinse dichter Ovidius schreef: ‘Jupiter troont hoog in zijn kasteel en kijkt uit over de wereld, de macht van de Romeinen ontmoet overal zijn zoekende blik.’

Maar het had weinig gescheeld of de Romeinse oppergod had die status nooit bereikt.

Goya: Saturnus verslindt zijn zoon.

Het gruwelijke verhaal over de god Saturnus die zijn zoon verslindt wordt wreed afgebeeld op het schilderij ‘Saturnus verslindt zijn zoon’ van de Spaanse schilder Francisco Goya uit de periode 1818-1823.

© Wikimedia Commons

Jupiters vader verslond zijn kinderen

Volgens de Romeinse mythologie was de vader van Jupiter, Saturnus, bang dat een van zijn zes kinderen hem van de troon zou stoten en de macht zou grijpen.

Dus verslond hij ze – op één na. Jupiter werd door Saturnus’ vrouw Rhea verstopt.

In plaats daarvan gaf ze hem een steen te eten, die ze in een babydoek had gewikkeld. Toen Jupiter volwassen was, gaf hij zijn vader een braakmiddel, waardoor de vijf kinderen weer uitgebraakt werden.

Jupiter en zijn vijf broers en zussen – Neptunus, Pluto, Vesta, Ceres en Juno – versloegen hun vader en verdeelden het heelal onder hen, met Jupiter als oppergod.

Jupiter trouwde met zijn zus Juno, en samen kregen ze veel van de belangrijkste Romeinse goden, onder wie Minerva (de godin van de wijsheid) en Mars (de god van de oorlog).

Wil je meer weten over de 12 Olympische goden? Hier vind je ze allemaal +1. Een van de 12 Griekse goden werd namelijk vervangen door Dionysos.

Juno – godin van de vrouwen

De Romeinse godin Juno

Juno als onderdeel van een Romeinse fontein uit de Renaissance: de Quattro Fontane uit 1588 van Domenico Fontane en Pietro da Cortona. De gans aan de voeten van Juno is haar beschermdier.

© Shutterstock

Geen knopen aan de riem

Net als haar Griekse evenbeeld Hera was Juno de godin van de vruchtbaarheid en beschermgodin van de vrouwen, vooral tijdens de zwangerschap – ze werd dan Lucina genoemd.

Wanneer zwangere vrouwen in het Romeinse Rijk tot Lucina baden voor een goede bevalling, mochten zij geen armbanden of ringen dragen, en ook geen knopen aan hun riemen. Het idee was dat de knoop of ring hun gebeden tot de godin zou tegenhouden.

Als vrouw van Jupiter was Juno de hoogst geplaatste godin van de Romeinse mythologie. Ze werd dan ook veel aanbeden.

Naast de tempel op de Capitolijn in Rome, die ze deelde met Jupiter en Minerva, stonden er in het hele Romeinse Rijk dan ook tempels die alleen aan Juno waren gewijd.

Juno Ludovisi – beeld van de Romeinse godin

De beroemde Juno Ludovisi uit de 1e eeuw n.Chr. heeft een koninklijke, moederlijke uitstraling. Het hoofd is twee keer zo hoog als een mens en wordt traditioneel gezien als een afbeelding van Juno/Hera. Daar is echter geen bewijs voor.

© Shutterstock

Juno verdreef de Galliërs met de hulp van ganzen

Op de noordoostelijke top van het Capitool bouwden de Romeinen in 344 v.Chr. een tempel voor Juno.

Hier werd ze aanbeden onder de naam Moneta, wat ‘de waarschuwende’ betekent.

In 387 v.Chr. probeerden de Galliërs in het holst van de nacht de Capitolijn in te nemen.

De Galliërs hadden de Romeinse waakhonden uitgeschakeld, maar ze hadden één ding over het hoofd gezien: een troep ganzen bij de tempel. De ganzen begonnen te gakken, waarop het garnizoen wakker werd en de vijand verdreef.

De ganzen werden als verlengstuk van Juno beschouwd, die Rome had gered door de ganzen als goddelijke spreekbuis te gebruiken.

Er waren ook verschillende Romeinse festivals gewijd aan de godin Juno. Het belangrijkste festival, de Matronalia, werd op 1 maart gevierd. Hier mochten alleen vrouwen en meisjes aan deelnemen.

Wil je meer weten over de 12 Olympische goden? Hier vind je ze allemaal +1. Een van de 12 Griekse goden werd namelijk vervangen door Dionysos.

Minerva – godin van de wijsheid en kunst

Minerva sammen med Jupiter og Juno.

I Romerriget var den såkaldte capitolinske treenighed øverst i gudernes hierarki. De tre romerske guder, der udgjorde triaden var: Jupiter, Juno og Minerva.

© Shutterstock

Gemaskerde kunstenaars eerden de godin Minerva met drank

Samen met Jupiter en Juno vormde de godin Minerva de zogenaamde Capitolijnse trias, de 3 belangrijkste goden uit de Romeinse mythologie.

Kennis, kunst en wijsheid waren het domein van Minerva, en dus werd ze gezien als beschermgodin van kunstenaars, leraren, studenten, artsen en ambachtslieden.

Minerva is gebaseerd op de Griekse godin Athena, maar ze heeft weinig van Athena’s krijgshaftige kwaliteiten overgenomen.

De godin werd vereerd tijdens een vijfdaags festival van 18 tot 22 maart. De kunstenaars en muzikanten van Rome droegen maskers, verzamelden zich voor de tempel van Minerva en werden stomdronken.

De uil van Minerva

Minerva werd vaak afgebeeld met een uil. De godin en vooral haar uil worden tegenwoordig nog steeds gebruikt als symbool van wijsheid en intelligentie.

De Duitse filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel gebruikte de uil van Minerva als metafoor voor een filosofisch probleem. Hij schreef:

‘Pas als de schemering valt, vliegt de uil van Minerva uit.’

Hiermee bedoelde hij dat de geschiedenis pas duidelijk en begrepen wordt, als ze achter ons ligt. We interpreteren de geschiedenis pas achteraf, vanuit de ideeën en moraal van onze tijd.

Mars – Romeinse god van de oorlog

Twee standbeelden van de Romeinse god Mars.

Links: Mars Pyrrhus – Romeins standbeeld van Mars uit de tijd van keizer Augustus, waarschijnlijk gebaseerd op een Grieks model. 3,6 meter hoog. Rechts: Hoofd van Mars uit de 2e eeuw n.Chr. Mars wordt in beide werken hetzelfde afgebeeld: als een machtige en gespierde krijger in volledige wapenuitrusting.

© Wikipedia Commons en Art Institute Chicago

De soldaten van Rome waren zonen van de oorlogsgod

Zonder de oorlogsgod Mars had het Romeinse Rijk nooit bestaan – als we de legende over de stichting van Rome mogen geloven.

Volgens de mythologie werd Rome gesticht door de tweelingbroers Romulus en Remus; zonen van de Vestaalse maagd Rhea, die door Mars werd verkracht.

Romulus en Remus werden in een voederbak in de Tiber gegooid, maar een wolf redde ze en voedde de jongens op.

Later stichtten ze Rome, maar Romulus doodde zijn broer tijdens een ruzie en werd de eerste koning van Rome.

De Romeinen waren gek op dit verhaal, omdat ze afstamden van de oorlogsgod Mars. Mars was ook de beschermgod van Rome en het Romeinse leger.

Hij had zijn eigen tempel op het Forum Augustus, die vaak bezocht werd door Romeinse soldaten.

De Romeinse krijgsmacht had zelfs een trainingscentrum gewijd aan de oorlogsgod: de Campus Martius. Hier woonden en studeerden de soldaten van Rome.

Op de Campus Martius werden ook paardenraces gehouden – met een twijfelachtige prijs. Het winnende paard werd onthoofd als offer aan Mars.

De maand maart is naar Mars vernoemd. Dit was de eerste maand van de oude Romeinse kalender. Dit komt doordat Mars een soort dubbelrol had.

Hij was namelijk niet alleen de god van de oorlog, maar ook van het voorjaar en de vruchtbaarheid – en in maart werden de gewassen gezaaid.

De Romeinse god Mars is geïnspireerd op de bloeddorstige en moordlustige Griekse oorlogsgod Ares, maar in de Romeinse mythologie speelt Mars een positievere rol.

Lees ook: Alles over het Colosseum – De bloedigste speeltuin van het Romeinse Rijk

De oude Romeinen werden bedolven onder de goden

Nijlgod uit de hellenistische tijd

De antieke goden zetten veel kinderen op de wereld, en die moesten allemaal ook op hun eigen manier aanbeden worden. Dit is waarschijnlijk een hellenistisch beeld van een Nijlgod en alle nakomelingen die hij heeft gekregen.

© Shutterstock

Rusina, Jugatinus, Vallonia, Cybele en de rest

Voordat de Romeinen de Griekse goden overnamen, zagen ze hun goden niet als mensachtige wezens, maar als onzichtbare natuurkrachten.

Deze ‘speciale goden’ werden vereerd door de boeren in Italië, lang vóór het ontstaan van het Romeinse Rijk. Zij brachten de goden in verband met de jaargetijden, natuurverschijnselen, en bepaalde ambachten en beroepen – en vooral met de landbouw.

De Romeinen konden zich de natuur, seizoenen, het zaaien of oogsten niet voorstellen zonder een goddelijke macht.

De oude Romeinse godsdienst had dus geen theoretische basis, maar ging uit van een ondefinieerbare kracht – een numen – die het dagelijkse bestaan van de Italiaanse boeren moest beschermen.

Het levensonderhoud van de boeren hing af van de oogst, en daarom waren er goden voor alle aspecten van de landbouw.

De godin Rusina zorgde voor het land. Jugatinus voor de bergen, en Vallonia voor de valleien. De godin Seia zorgde voor het graan in de grond. Als het graan boven de grond uitkwam, nam de godin Segesta het over. Proserpinsa was de godin van de eerste bladeren en scheuten van het graan, Volutina was de godin van de bladeren, Hostilina van de eerste aren van het stro, Flora van de knoppen, Lacturtia van de bloemen.

Toen Rome een echte grootmacht werd, nam de import van Griekse goden toe en werden veel oude Romeinse goden vervangen door de Griekse goden van de Olympus.

De Romeinen haalden ook goden uit andere landen en gebieden die ze veroverd hadden. Dit zijn een aantal goden die van de Romeinen een verblijfsvergunning kregen.

Zoek je een lijst met – bijna – alle Romeinse goden (ook de kleintjes), dan vind je die hier.

Cybele

Cybele was een Frygische godin die in de 3e eeuw v.Chr. werd overgenomen door de Romeinen onder de naam Magna Mater – de moedergodin of grote moeder. Frygië lag ongeveer waar Anatolië, in het huidige Turkije, nu ligt. Als Romeinse godin werd Cybele vereerd als vruchtbaarheidsgodin. Ze werd vereerd in extatische, seksuele rituelen die soms te ver gingen voor de Romeinen, die daarom probeerden de cultus in te dammen.

Isis

De Egyptische godin Isis kwam in de 1e eeuw v.Chr. naar Rome. Ze werd vereerd in de geheimzinnige rituelen van een mystieke religie. Isis werd onder andere geassocieerd met reizen, de zee en geluk.

Mithras

Mithras was de Indo-Iraanse god van de zon en het licht. In de 2e en 3e eeuw n.Chr. werd hij populair in Rome en de rest van het Romeinse Rijk.

Neptunus – god van de zee en paarden

Neptunus – Romeinse god.

Standbeeld van de Deense beeldhouwer Carl Christian Peters in Kopenhagen, 1870.

Zeelieden waren bang voor de zeegod

Romeinse zeelieden hadden veel respect voor de Romeinse god Neptunus.

Hij was namelijk de heerser van de zee, en als ze hem boos maakten, kon hij met zijn drietand enorme golven veroorzaken en schepen laten zinken.

Neptunus is de Romeinse versie van de Griekse god Poseidon en werd voor het eerst door de Romeinen vereerd rond 399 v.Chr.

De zeegod had een eigen tempel in Rome, aan het Circus Flaminius, waar Romeinse zeelieden vaak dierenoffers brachten in de hoop dat Neptunus hen zou behoeden voor zeestormen.

Neptunusfontein in Bologna.

De Romeinse god Neptunus werd afgebeeld op talloze fonteinen in Italië en de rest van de wereld. De Neptunusfontein op de Piazza del Nettuno in Bologna werd in 1565 gemaakt door Tomasso Laureti.

© Shutterstock

In tegenstelling tot zijn Griekse collega heerste Neptunus niet alleen over het zoute water van de oceanen, maar ook over rivieren en bronnen.

Neptunus was de broer van Jupiter en Pluto. Zijn gespierde lichaam en volle baard verwijzen ook naar Jupiter.

Ceres – Romeinse godin van de akkerbouw

De Romeinse godin Ceres.

Standbeeld van de Romeinse godin van de akkerbouw, Ceres. Dit standbeeld staat in een park in Oekraïne.

Godin van de akkerbouw beschermde de rechten van vrouwen

Voordat het Romeinse Rijk uitgroeide tot de grootste militaire macht ter wereld, kwamen de inkomsten uitsluitend uit de land- en akkerbouw. Daarom was de godin Ceres een van de belangrijkste religieuze figuren van het oude Rome.

Ceres was de godin van de land- en akkerbouw, en het brood. Ze werd vaak afgebeeld met een korenkrans om haar hoofd, een toorts en een mand vol koren.

Later werd ze ook een vruchtbaarheidsgodin die vereerd werd tijdens de Ambarvalia, een feest in mei.

In de 3e eeuw v.Chr. organiseerden de Romeinen een nieuw feest ter ere van Ceres, de Cerealia, dat van 12 tot 19 april werden gehouden.

Ceres werd vooral vereerd door de onderste lagen van de samenleving – de plebejers – die vaak afhankelijk waren van de landbouw.

Standbeeld van de Romeinse godin Ceres.

Standbeeld van de Romeinse godin Ceres. Dit 19e-eeuwse standbeeld staat in een park in Aranjuez, Spanje.

© Shutterstock

In haar positie als godin van de vruchtbaarheid beschermde Ceres ook de rechten van getrouwde vrouwen.

Volgens een oude Romeinse wet mocht een man alleen scheiden als zijn vrouw overspel had gepleegd of geprobeerd had om hem te vergiftigen.

Als ze hier niet schuldig aan was en haar echtgenoot haar toch wegstuurde, moest hij als boete de helft van zijn bezittingen afstaan aan de tempel van Ceres.

Alhoewel de verering van Ceres tot het verleden behoort, leeft de naam van deze godin nog steeds voort. Zo zijn er verschillende bierbrouwerijen naar haar vernoemd, draagt een dwergplaneet de naam Ceres – en het Engelse woord voor ontbijtgranen, cereals, is naar haar vernoemd.

Mercurius – god van de handel en snelheid

Mercurius – Romeinse god.

Beeldje van de Romeinse god Mercurius met gevleugelde voeten en helm.

© Shutterstock

De handelsgod stond op de eerste munten

In 495 v.Chr. werd een van de oudste tempels van Rome gebouwd voor de god Mercurius. Net als de Griekse Hermes, was Mercurius de god van de handel en de winst.

De tempel was een plek waar producten gekocht en verkocht werden, en fungeerde waarschijnlijk ook als een vroege versie van een bank of beursgebouw.

De tempel lag buiten de stadsgrenzen, waar de handel met buitenlandse kooplieden plaatsvond.

De handel vond plaats op een markt voor een van de stadspoorten, en toen Rome rond de 4e eeuw v.Chr. munten invoerde, stond de god Mercurius natuurlijk op dit nieuwe betaalmiddel.

Maar Mercurius was niet alleen de god van de handel. Hij was ook de boodschapper van de goden, wat betekende dat hij de doden naar de onderwereld begeleidde.

Mercurius was ook de god van de snelheid, wat blijkt uit de vleugels aan zijn voeten en zijn helm. Later werd de planeet Mercurius naar de Romeinse god vernoemd, omdat deze zo’n snelle omloop om de zon heeft.

In het Engels gaf de god ook zijn naam aan het metaal kwik (mercury), dat alchemisten in hun geheimzinnige laboratoria vanaf ongeveer 400 v.Chr. tot ver in de middeleeuwen probeerden te veranderen in goud.

Saturnus verslindt een van zijn kinderen.

Saturnus verslindt een van zijn kinderen. Marmeren beeld van de Italiaanse beeldhouwer Francesco Penso (ca. 1665-1737). Dit standbeeld staat in het Zomerpark in Sint-Petersburg.

© Shutterstock

Romeinse god inspiratie voor Kerstmis

Voordat Jupiter de oppergod van de Romeinen werd, maakte zijn vader Saturnus de dienst uit.

Saturnus is de Romeinse versie van de Griekse titaan Kronos, en in de Romeinse literatuur is Saturnus de heerser van het gouden tijdperk – toen mensen in harmonie met de natuur leefden.

De Romeinse dichter Ovidius beschreef deze mythologische tijd: ‘De gouden eeuw was de eerste, en zonder wetten en staatsmacht volgde vanzelf het goede, het ware, het juiste.’

De Romeinen vereerden Saturnus op 17 december tijdens een carnavalachtig feest dat saturnaliën werd genoemd. Later duurde het feest zeven dagen.

Het begon met een optocht, aangevoerd door een ‘koning’: een persoon van lage komaf die zo aan het hoofd van de samenleving werd geplaatst.

Na de optocht barstte het feest los in de straten van Rome, waar Romeinen uit alle lagen van de bevolking elkaar ‘de lo Saturnalia’ wensten, wat zoveel betekent als ‘gelukkige saturnaliën’.

De winkels en scholen waren gesloten en er werden cadeaus – zoals zilver, kaarsen en poppen voor de kinderen – uitgewisseld.

De saturnaliën leken op carnaval; een deel van het plezier was om een andere rol aan te nemen. Volgens bronnen verkleedden meesters zich tot slaven en andersom.

De slaven lieten zich bedienen door hun meesters en schreeuwden respectloos naar hen, als onderdeel van het spel.

Deze rituele rolverwisseling fungeerde misschien ook als een soort ‘uitlaatklep’ voor ontevreden slaven in de streng hiërarchische, Romeinse samenleving.

Toen het Romeinse Rijk halverwege de 3e eeuw christelijk werd, vierden ook veel christenen deze heidense feesten. Historici denken dan ook dat belangrijke elementen van Kerstmis afkomstig zijn van het Romeinse decemberfeest.

Lees ook: 12 dingen die je nog niet wist over gladiatoren

Diana – godin van de jacht en de maan

Diana – replica van Romeins standbeeld.

Diana van Versailles. Replica van Romeins standbeeld, gebaseerd op Grieks standbeeld van Artemis.

© Shutterstock

Vrouwen smeekten de maangodin om kinderen

Buiten Rome, in een heilig bos dat Aricia heet, ligt het Meer van Nemi. Het meer bevindt zich in een vulkaankrater en wordt omringd door oude gebouwen. Hier vereerde de Romeinse onderklasse eeuwenlang de godin Diana.

Diana betekent ‘de stralende’ en was de godin van de maan, de jacht en de wilde natuur. Diana staat bekend om haar schoonheid en wordt afgebeeld met pijl, boog en jachtmes – net als haar Griekse tegenhanger Artemis.

De cultus van Diana was wijdverbreid in Rome en daarbuiten. Het grootste heiligdom voor de godin bevond zich aan het Meer van Nemi.

Dit heiligdom was enorm en bestond uit terrassen op verschillende plateaus en zelfs een kuuroord en hotel voor pelgrims.

De belangrijkste tempel stond op het laagste terras.

Uiteindelijk werd Diana ook een godin van de vruchtbaarheid, wat blijkt uit archeologische vondsten bij het heiligdom buiten Rome.

Er zijn terracotta beeldjes gevonden van moeders met baby’s, fallussymbolen en afbeeldingen van de vrouwelijke geslachtsorganen.

De vondsten dateren van rond 600 v.Chr. en bevatten inscripties van vrouwen die de godin om hulp vragen om een zoon te krijgen.

Later kreeg Diana een eigen tempel op de Aventijn in Rome, waar grote dieren zoals ossen aan de godin werden geofferd.

Apollo – god van de muziek, kunst en genezing

Apollo van Belvedère – Romeinse en Griekse god.

Apollo van Belvedère. Romeins standbeeld uit ongeveer 120-140 n.Chr. Mogelijk naar Grieks voorbeeld, hoewel de Romeinse sandalen erop wijzen dat dit beeld een oorspronkelijk Romeins werk is.

© Shutterstock

Apollo was de beschermgod van keizer Augustus

De Griekse god Apollo werd in de 4e eeuw v.Chr. in Rome geïntroduceerd. Hij was de god van de muziek, kunst, orakels en geneeskunde.

In de ‘Illias’ van Homerus is Apollo ook de god van de pest, die de ziekte verspreidt, maar ook afwendt.

In 431 v.Chr., direct na een dodelijke pestepidemie, wijdden de Romeinen een tempel aan de god. Apollo kreeg ook de bijnaam ‘Medicus’ vanwege zijn genezende eigenschappen.

In 212 v.Chr. voerden de Romeinen een feest voor Apollo in, de zogenaamde Ludi Apollinares, dat begon op 5 juli en duurde tot 13 juli.

Maar pas in de tijd van keizer Augustus, rond het jaar 0, begon de god een belangrijke rol te spelen.

Voordat Augustus keizer van Rome werd, heette hij Octavianus. Onder die naam won hij een zeeslag van zijn rivaal Marcus Antonius, die net als Octavianus alleenheerser van Rome wilde worden na de dood van Caesar.

Na die overwinning greep Octavianus de macht en in het jaar 27 v.Chr. kreeg hij de bijnaam Augustus – ‘de verhevene’.

Augustus zag Apollo als zijn beschermgod, en een van de eerste dingen die hij deed als absoluut keizer van Rome, was een tempel voor Apollo bouwen op de Palatijn.

De tempel werd gebouwd op het privéterrein van de keizer. Historici denken daarom dat de tempel vooral bezocht werd door de bovenklasse.

Bacchus – Romeinse god van de wijn en dronkenschap

Dionysos en Bacchus door Exekias en Michelangelo.

De Griekse/Romeinse god van de wijn, Dionysos/Bacchus, in twee versies – 2000 jaar na elkaar. De versie van de Griekse pottenbakker Exekias (ca. 530 v.Chr.) en Michelangelo Buonarotti’s versie van een stomdronken Dionysos/Bacchus (1496-1497).

© Wikimedia Commons en Shutterstock.

Wilde zuipfeesten leidden tot doodstraf

Bacchus was de Romeinse god van de wijn, roes en extase. Bacchus was het Romeinse equivalent van Dionysos.

Volgens de mythe werd Dionysos geboren uit de dij van Zeus en opgevoed door nimfen en saters, zodat hij de mensen kon leren wijn te maken en drinken.

In het oude Griekenland werd Dionysos vereerd door een besloten gemeenschap van ‘mainaden’. Mainaden waren vrouwen die de god aanbaden tijdens nachtelijke feesten in het bos, met geschreeuw en muziek die hen in extase brachten.

Toen Dionysos in het begin van de 2e eeuw v.Chr. onder de naam Bacchus naar Rome kwam, mochten ook mannen de god vereren.

Dit deden ze door dronken te worden en vreemde dingen te doen. Een van de rituelen was dat ze brandende fakkels in het water van de Tiber staken en weer omhoog trokken zonder dat de fakkels doofden – zegt de mythe in ieder geval.

Het ritueel ging gepaard met muziek en extatisch gedrag van de sekteleden, bijvoorbeeld allerlei seksuele uitspattingen.

Maar niet iedereen in Rome was even gecharmeerd van het gedrag dat de sekte vertoonde.

Hun wilde en losbandige gedrag joeg de inwoners en de Senaat van de stad de stuipen op het lijf, en in 186 v.Chr. werd de verering van Bacchus in heel Italië verboden. In het ergste geval stond er de doodstraf op.

‘Geen Romeinse burger, lid van de Latijnse Liga of bondgenoot mag Bacchusfeesten bijwonen, tenzij hij daartoe door de Senaat is gemachtigd... Indien iemand in strijd hiermee handelt, zal hij ter dood worden veroordeeld,’ luidde het (enigszins geparafraseerde) besluit van de Senaat.

Venus – godin van de liefde en schoonheid

Venus – Romeinse godin, 3 versies.

Drie versies van Venus/Aphrodite. 1. De Ludovisi Aphrodite, een marmeren, Romeinse replica van een origineel Grieks beeld. Alleen de torso is trouwens intact gebleven. De rest is later gerestaureerd. 2. Lely’s Venus. De gehurkte Venus/Aphrodite stamt uit de Hellenistische tijd. Het is een afbeelding van Venus die verrast wordt tijdens het baden. 3. Venus van Milo (Aphrodite van Melos). hellenistisch tijdperk, 150-100 v.Chr.

© Wikimedia Commons

Caesar beweerde een nakomeling van Venus te zijn

De Romeinse godin Venus werd oorspronkelijk geassocieerd met vruchtbaarheid en tuinen, maar later nam ze de eigenschappen van haar Griekse tegenhanger, Aphrodite, over; namelijk liefde en schoonheid.

Venus was de godin van de mannelijke en vrouwelijke seksualiteit, en was volgens de legende zo mooi dat haar eigen vader, Jupiter, haar probeerde te verleiden.

Toen ze zijn avances afwees, dwong Jupiter haar om te trouwen met de lelijke vuurgod Vulcanus.

Venus had niet genoeg aan haar afzichtelijke echtgenoot en had veel minnaars – sterfelijk en onsterfelijk.

Bijvoorbeeld de knappe sterveling Adonis en de oorlogsgod Mars, met wie ze een zoon – Cupido – kreeg.

In de Romeinse mythologie werd Cupido het symbool van de liefde die zijn pijlen gebruikt om mensen verliefd te laten worden.

De eerste tempel voor Venus in Rome werd rond 295 v.Chr. gebouwd bij de Aventijn. De tempel werd blijkbaar gefinancierd met de boetes die Romeinse vrouwen hadden gekregen voor ‘seksuele uitspattingen’.

De Romeinse keizer Julius Caesar was ervan overtuigd dat hij afstamde van de godin Venus en Astyanax, de zoon van de Trojaanse held Aeneas, die op zijn beurt de voorvader was van de stichter van Rome, Romulus.

En dus was het Caesars goddelijke recht om te heersen over Rome.

Vulcanus – god van de smeden en vulkanen

Vulcanus – Romeinse god.

Standbeeld uit ca. 1828 van de Romeinse god Vulcanus van de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen (1770-1844).

© Shutterstock

Vuurgod gaf naam aan vulkanen

Vulcanus was de heerser over al het vuur op aarde.

Volgens de mythe woonde hij onder het eiland Vulcano ten noorden van Sicilië. Hier maakte hij de wapens en sieraden van de goden. Daarom werd Vulcanus ook de god van de smeden.

Elke keer dat Vulcanus in zijn smidse aan het werk was, barstte de vulkaan uit. Vulcanus ging ook regelmatig naar andere vulkanen, waardoor die ook uitbarstten.

En daarom zijn deze vuurspuwende bergen vernoemd naar de Romeinse god van het vuur.

De tempels van Vulcanus lagen buiten de steden, en die heiligdommen waren bescheiden om zijn verwoestende kracht te temperen.

Tijdens het Vulcanalia-festival gooiden de inwoners van Rome levende vissen in het offervuur, waarschijnlijk om het vuur iets uit het tegenovergestelde element (water) te laten verteren en zijn verwoestende kracht af te zwakken.