Sovjetleiders regeerden via intimidatie en gouden bergen

De Sovjet-Unie was een reactie op het tsarenrijk. Zo moesten leiders voortaan democratisch worden gekozen. Maar in de praktijk waren de partijbazen excentrieke dictators met evenveel macht als de gehate tsaar.

De Sovjet-Unie was een reactie op het tsarenrijk. Zo moesten leiders voortaan democratisch worden gekozen. Maar in de praktijk waren de partijbazen excentrieke dictators met evenveel macht als de gehate tsaar.

Apic/Getty Images

Vele generaties lang heersten de Russische tsaren als dictators over hun rijk, tot de laatste, Nicolaas II, in 1917 moest aftreden na een revolutie. Om de economie nieuw leven in te blazen trokken de nieuwe machthebbers, de bolsjewieken, Rusland terug uit de Eerste Wereldoorlog.

Maar in de unie van Sovjetrepublieken werd een schrikbewind gevoerd, en dissidenten moesten altijd over hun schouder kijken. In de jaren 1980 voerde secretaris-generaal Michail Gorbatsjov hervormingen door, maar het was te laat. In 1991 viel de Sovjet-Unie uit elkaar.

1. Lenin (1917-1922)

Lenin kreeg zijn eerste beroerte in mei 1922, waarna anderen namens hem regeerden. De Sovjet-Unie ontstond pas officieel in december 1922.

© Pavel Semyonovich Zhukov

Collectivisatie leidt tot hongersnood

Toen in 1905 ongewapende demonstranten werden neergeschoten bij het Winterpaleis van de tsaar, kwam de revolutionair Vladimir Iljitsj Oeljanov in actie. ‘Het proletariaat is opgestaan tegen het tsarisme!’ verkondigde hij in het geschrift Voorwaarts!.

Zelf leefde Oeljanov in ballingschap in meerdere Europese landen onder de schuilnaam Lenin, en hij moest tot 1917 wachten op de Russische Revolutie.

Boze soldaten en arbeiders steunden Lenin na de communistische machtsovername. Hij sloot vrede met Duitsland en nationaliseerde onder meer de landbouw, banken en industrie. Oekraïne, Armenië en andere staten hadden na de val van de tsaar hun zelfstandigheid uitgeroepen, maar werden gedwongen ingelijfd bij de nieuwe Sovjet-Unie.

De snelle hervorming van landbouw en industrie leidde in 1920 tot voedselschaarste. Zo’n 5 miljoen mensen verhongerden, maar de gedwongen collectivisatie ging door.

In zijn laatste jaren zat Lenin in een rolstoel na een aantal beroerten, en o.a. Stalin nam het landsbestuur waar. De partijleider overleed in 1924.

2. Jozef Stalin (1922-1953)

De overwinning op Duitsland droeg bij aan de mythe van Stalin als de onbuigzame ‘man van staal’.

© U.S. Signal Corps Photos

Iedereen was een vijand

Jozef Stalin was jarenlang een trouwe bondgenoot van Lenin. Maar in zijn testament uit 1922 waarschuwde die voor Stalins machtswellust. Toen Lenin stierf, nam Stalin het roer in de Sovjet-Unie over, en hij zorgde ervoor dat niemand het testament onder ogen kreeg.

Lenin had het goed gezien: hoge militairen die verdacht werden van deloyaliteit werden ter dood veroordeeld, en een huurmoordenar plantte een ijsbijl in het voorhoofd van Stalins grootste rivaal, Leon Trotski. Vanwege alle showprocessen had het Rode Leger een groot tekort aan bekwame officieren toen Hitler in 1941 aanviel.

Maar Stalins meedogenloze tactieken in de Tweede Wereldoorlog leverden hem de overwinning op en maakten de Sovjet-Unie tot een supermacht. De wereld werd in twee machtsblokken verdeeld en Stalins macht reikte tot ver buiten de landsgrenzen.

Hij installeerde marionettenregeringen in Polen en Tsjecho-Slowakije en vormde zo een buffer tegen West-Europa. In 1953 kreeg Stalin een hersenbloeding in zijn slaapkamer. Niemand durfde iets te doen, en de dictator stierf vier dagen later.

3. Nikita Chroesjtsjov (1953-1964)

Chroesjtsjov stond bekend om zijn uitbarstingen en sloeg vaak op de tafel tijdens VN-vergaderingen.

© New York Daily News Archive/Getty Images

Wispelturige partijleider

De leider van de Sovjetrepubliek Oekraïne, Nikita Chroesjtsjov, greep de macht na de dood van Stalin. Hij had diens zuiveringen altijd gesteund, wat hem de bijnaam ‘de Slachter van Oekraïne’ had opgeleverd.

Maar als Sovjetleider liet Chroesjtsjov gevangenen vrij, versoepelde hij de censuur op kunst en bracht hij een bezoek aan de VS. Toen Hongarije zich in 1956 wilde ontdoen van het Russische juk, werd de opstand echter neergeslagen.

De betrekkingen met het communistische China bekoelden toen Chroesjtsjov terugkwam op zijn toezegging de atoombom aan de Chinezen te geven. De Sovjetleider was berucht om zijn stemmingswisselingen, maar tijdens de Cubacrisis in 1961 hield hij het hoofd koel en vond hij een diplomatieke oplossing.

En dat werd hem fataal. Veel partijkopstukken vonden dat Chroesjtsjov zich zwak had betoond tijdens de onderhandelingen. In 1964 werd hij afgezet, maar anders dan veel partijgenoten mocht hij enkele jaren later een natuurlijke dood sterven.

4. Leonid Brezjnev (1964-1982)

Brezjnev kreeg 114 Sovjetonderscheidingen. De meeste had hij zichzelf toegekend.

© AFP/Ritzau Scanpix

Hardcorecommunist helpt economie om zeep

De opvolger van de wispelturige Chroesjtsjov was de kille Brezjnev, die politiek commissaris in een tankfabriek was geweest. Hij stuurde de KGB op dissidenten af en hield het Oostblok kort. Toen Tsjecho-Slowakije in 1968 hervormingen wilde doorvoeren, reden er tanks door Praag en werd er een Moskougezinde regering geïnstalleerd.

Brezjnev breidde het kernwapenarsenaal uit om de VS in te halen. Samen hadden de supermachten bijna 50.000 atoombommen – genoeg om de aarde 500 keer te vernietigen. Omdat hij vond dat hij het fantastisch deed, kende hij zichzelf allerlei onderscheidingen toe, waaronder acht keer de prestigieuze Leninorde.

Brezjnevs conservatisme en onwil om te hervormen waren funest voor de economie, maar kritiek was taboe. Zelfs de rampzalige inval in Afghanistan in 1979 was volgens de media een succes. Toen Brezjnev in 1982 stierf, was de economische groei geslonken van 4,9 procent in 1965 tot 1,9 procent en was een op de vijf burgers werkloos.

5. Michail Gorbatsjov (1985-1991)

Onder Gorbatsjov zochten de VS en de Sovjet-Unie toenadering, onder meer door afspraken over een reductie van het kernwapenarsenaal.

© White House Photographic Collection

Hervormer draagt unie ten grave

Na jaren van een kwakkelende economie en dalende productiviteit zag de nieuwe secretaris-generaal, Michail Gorbatsjov, in 1985 in dat er hervormingen moesten komen. Onder de motto’s glasnost (openheid) en perestrojka (herstructurering) bezocht de 54-jarige Sovjetleider fabrieken en stond hij arbeiders toe kritiek te leveren.

Stakingen werden getolereerd en buitenlandse bedrijven mochten investeren. Gorbatsjov sloot ontwapeningsverdragen met de VS en beëindigde de oorlog in Afghanistan. Daarvoor kreeg hij in 1990 de Nobelprijs voor de Vrede.

De Sovjetleider snapte hoe massamedia werken en liet zich vaak fotograferen in ontspannen situaties, bijvoorbeeld met de Amerikaanse president Ronald Reagan. Maar de pogingen om de kernramp in Tsjernobyl in 1986 in de doofpot te stoppen, lieten zien dat de glasnost zijn grenzen had. Toen Gorbatsjov zich in 1991 formeel terugtrok, was de unie dood.

‘Het oude systeem stortte in voordat het nieuwe in werking kon treden,’ zei hij teleurgesteld.