Om de Zuidelijke Staten gunstig te stemmen neemt het Congres in 1850 een wet aan die hulp aan gevluchte slaven strafbaar stelt. Toch blijft Harriet Tubman slaven helpen om te ontsnappen.

© Paul Collins

Wraakzuchtige vrouw hielp talloze slaven vluchten

De voormalige slavin Harriet Tubman wil de slavernij met wortel en tak uitroeien. Ze treedt toe tot een geheim netwerk dat slaven helpt ontsnappen. Hoewel ze beseft dat ze aan de galg kan belanden, zoekt ze de zwarten op de katoenvelden op en brengt hen naar het veilige Noorden.

25 mei 2017 door Troels Ussing

De 12-jarige slavin Harriet Tubman weet dat er iets niet in de haak is als haar blik op een dag in 1832 op een oudere jongen op het maïsveld in de staat Maryland valt. 

Alle andere slaven zingen uit volle borst, maar de jongeman zwijgt en staart voor zich uit. Hij is zelfs gestopt met het pellen van maïskolven.

Plotseling zet hij het op een rennen. De opzichter van de plantage roept dat hij terug moet komen en weer aan het werk moet gaan, maar de slaaf gehoorzaamt niet. 

De opzichter gaat achter hem aan, en beide mannen maaien de maïsplanten met hun handen opzij om erlangs te komen. 

De slavenjongen weet de weg aan het eind van het maïsveld te bereiken en gaat door tot hij bij een houten schuur komt, waar hij zich vergeefs probeert te verstoppen.

Bijna als vanzelf volgt Harriet de twee mannen, hoewel ze beseft dat ze met haar aanwezigheid voor problemen kan zorgen. 

Als het meisje de deur opendoet, kamt de blanke man met zijn zweep in de hand de schuur uit op zoek naar de jongen. 

Harriet heeft zelf littekens van de zweep op haar rug. Als de gevluchte jongen plotseling opduikt bij de deur, laat Harriet hem erlangs, waarna het fors gebouwde meisje de weg verspert voor de opzichter, die de jongen uit het oog verliest. 

Uit woede gooit de blanke man een zwaar loden gewicht naar Harriet. Het raakt het jonge slavenmeisje midden op haar voorhoofd.

Het twee pond zware gewicht komt hard aan. Harriet valt op de grond en moet weggedragen worden, terwijl het bloed uit de wond gutst. 

‘Ze redt het niet,’ zeggen de familieleden die wekenlang aan haar bed staan.

Toch staat ze aan het eind van het najaar op van het hooi op de vloer dat als ziekbed dienstdeed. Ze heeft een groot litteken op haar voorhoofd, en de rest van haar leven raakt ze af en toe in een soort trance. 

Maar Harriet Tubman leeft, en ze zal nog veel meer slaven helpen vluchten naar de vrijheid.

Slaven werden voor het leven verminkt als ze na een ontsnapping gepakt werden. 

© Bridgeman & Library of Congress

Geboren als slavin

Op een onbekende dag rond 1822 laat Harriet Tubman voor het eerst van zich horen als ze het op een krijsen zet in een kleine slavenhut in Dorchester County, Maryland. 

Al snel ontdekt ze dat ze is geboren om een blanke master te dienen.

‘Yes, Missus’ en ‘Yes, Mas’r’ zijn de eerste en de belangrijkste zinnetjes die Harriet leert, want ze moet met twee woorden spreken tegen blanke vrouwen en mannen. Al op haar zesde neemt ze met tranen in haar ogen afscheid van haar moeder en vader als ze wordt verhuurd aan een blank gezin in de buurt. 

Ze moet voor een baby zorgen, en de vrouw des huizes heeft een kort lontje en geeft Harriet met de zweep zodra de baby ook maar een kik geeft.

Op een dag is het 6-jarige meisje het zat. Na een stevig pak slaag loopt ze op blote voeten het huis uit. Ze verbergt zich in een varkensstal op een naburige boerderij met ‘een oude zeug en acht of tien biggetjes’. 

Vijf dagen lang probeert ze de varkens opzij te duwen als de slaven van de boer de trog vullen met voer, maar uiteindelijk wordt de honger haar te veel en meldt ze zich met lood in de schoenen weer bij haar meesteres. Die zegt haar betrekking meteen op.

In de jaren die volgen wordt Harriet aan verschillende andere gezinnen verhuurd, en ze blijft dromen van vrijheid. Maar een slaaf kan alleen vrij worden door naar een van de Noordelijke Staten te vluchten. 

Dat is een uiterst gevaarlijke onderneming, en Harriet hoort al haar hele leven ’s nachts het hoefgetrappel van mannen die te paard achter een ontsnapte slaaf aan zitten. 

Als ze die vinden, krijgt hij met de zweep, waarna hij wordt verkocht in het diepe zuiden, waar de slaven nog slechter behandeld worden.

In 1849 daalt de katoenprijs zo sterk dat de master van Harriet Tubman een aantal van zijn slaven moet verkopen. 

De inmiddels 29-jarige Tubman is een van hen. Nu ze van haar familie gescheiden dreigt te worden, beseft ze dat het tijd is om op de vlucht te slaan.

‘Ik had met mezelf afgesproken dat ik recht had op één van twee dingen: de vrijheid of de dood. 

Als ik het ene niet kon krijgen, zou ik het andere kiezen.’ In de late avond van 17 september 1849 werpt Tubman een laatste blik op haar familie, waarna ze de deur zachtjes achter zich sluit en in het donker verdwijnt.

Het is 100 kilometer naar Pennsylvania, waar geen slavernij meer is. Tubman weet dat ze alleen ’s nachts kan lopen, want bij daglicht zal het litteken op haar voorhoofd alles verraden.

Bovendien heeft ze nog steeds last van aanvallen waarbij ze eventjes van de wereld is, en als dat midden op de dag op een landweg gebeurt, is ze nog niet jarig.

Tijdens de eerste nacht sluipt Tubman door het struikgewas, tot ze bij een kleine boerderij komt, waar ze eerder een blanke vrouw heeft ontmoet die zei dat Tubman altijd welkom was als ze hulp nodig had.

De voortvluchtige slavin vermoedt dat de boerin bedoelde dat ze haar wilde helpen vluchten, maar ze staat toch doodsangsten uit als ze aanklopt.

‘Wie is daar?’ klinkt het na een tijdje uit het huis.

‘Harriet,’ antwoordt Tubman zachtjes. De deur gaat krakend open, de blanke vrouw brengt haar gast naar de keuken.

Twee namen schrijft de boerin op een papiertje, dat ze aan Tubman geeft. Het zijn de volgende twee ‘stations’ op weg naar Pennsylvania, waar de slavin veilig kan aankloppen.

Tubman heeft onder de slaven geruchten opgevangen over een ‘ondergrondse spoorlijn’ die gevluchte zwarten naar het Noorden brengt, maar pas nu beseft ze dat deze spoorlijn geen rails en treinen heeft.

Het is een netwerk van geheime routes en schuilplaatsen, voornamelijk opgezet door blanke tegenstanders van de slavernij.

Harriet Tubman stopt het papiertje met de namen in haar zak, bedankt de hulpvaardige boerin omstandig en verdwijnt opnieuw de duisternis in.

Tubman is eindelijk vrij

Terwijl Tubman verder sluipt door de bossen, werpt ze af en toe een blik op de hemel om de Poolster te lokaliseren, zodat ze weet dat ze de goede kant op gaat: recht naar het noorden. 

Als het langzaam licht begint te worden, krijgt ze een boerderij in het oog waarvan ze vermoedt dat het de volgende halte is.

Op haar hoede gaat Tubman naar de achterdeur en laat een vreemde vrouw het verkreukelde briefje zien. De vrouw laat haar binnen en zet wat eten op de keukentafel. Als Tubman is uitgegeten, krijgt ze tot haar verbijstering een bezem in handen gedrukt. 

Ze komt er echter al snel achter dat het de bedoeling is dat voorbijgangers denken dat ze de slaaf van het boerengezin is. Tegen de avond komt de boer in zijn paard-en-wagen het erf op gereden. 

Hij gebaart aan Tubman dat ze erin moet springen, waarna hij haar snel toedekt met een deken. 

Dan laadt hij de kar vol groente en maïs van zijn land. De man neemt plaats op de bok, trekt aan de teugels en het paard komt langzaam op gang.

Pas vele kilometers later komt het paard tot stilstand na een ‘prr’ van de boer. Hij helpt Tubman de wagen uit en legt haar uit hoe ze bij de volgende halte komt.

Op blote voeten ploetert de ex-slavin door, en nacht na nacht dwaalt ze door de bossen van Maryland en het naburige Delaware.

Overdag verstopt ze zich in het struikgewas of slaapt ze in een schuur van blanke helpers.

Harriet Tubman heeft nooit verteld hoe lang ze precies onderweg is geweest, maar waarschijnlijk is het al diep in november als ze op een frisse, zonnige dag aankomt in Pennsylvania.

Eindelijk is ze vrij. Vrij van het onbetaalde werk, vrij van de eeuwige zweep en vrij om haar eigen beslissingen te nemen. Tubman gaat aan de slag als kokkin bij een hotel in Philadelphia, en voor het eerst van haar leven krijgt ze geld in ruil voor arbeid.

Elke cent die ze niet aan eten of huur uitgeeft, doet ze in een kistje. Ze wil het geld gebruiken om andere slaven naar de vrijheid te helpen. Want al is Tubman vrij en is ze onder de indruk van de grote stad, waar zelfs zwarten er verzorgd bijlopen en netjes spreken, ze voelt zich eenzaam:

‘Er was niemand om je welkom te heten in het land van de vrijheid. Ik was een vreemde op een vreemde plek, en mijn thuis was ondanks alles in de oude slavenhutten met mijn vrienden, broers en zussen.’

In de winter van 1850 loopt Harriet Tubman de burelen van het Philadelphia Vigilance Committee binnen.

Ze heeft gehoord dat hier blanken en vrije zwarten bijeenkomen die slaven in het Zuiden willen bevrijden. Avond na avond luistert Tubman naar de verhalen over de vrijwilligers die al sinds begin 19e eeuw slaven helpen vluchten. Het netwerk is veel groter dan Tubman had gedacht.

Een aantal vrijwilligers doen dienst als ‘conducteur’: ze gaan naar het Zuiden om groepjes slaven naar het Noorden te loodsen.

Als Tubman hoort over hun verrichtingen, weet ze het meteen. Ze wil ook conducteur worden. In december 1850 zet ze daarom haar contacten bij de Underground Railroad in om haar zus, zwager en hun twee kinderen de slavernij te helpen ontvluchten.

Na een 60 kilometer lange vaartocht over de Patapsco River naar Baltimore in Maryland wacht Harriet Tubman haar familieleden op aan de oever om hen in veiligheid te brengen.

Met paard-en- wagen en te voet gaat de reis van station naar station, en Tubman verdooft de kleintjes met opium, zodat ze het niet op een schreeuwen zetten.

Als het gezelschap Pennsylvania weet te bereiken, is Tubman vastberaden om op dezelfde voet verder te gaan. 

Tubman trotseert nieuwe wet

Maar een nieuwe vluchtelingenwet bedreigt de ondergrondse spoorlijn.

Om de stroom van slaven naar het Noorden een halt toe te roepen, besluit het Congres eind 1850 dat iedereen die een ontsnapte slaaf helpt of verbergt, een half jaar cel of een boete van 1000 dollar kan krijgen – twee keer het jaarsalaris van een ambachtsman.

Vanwege deze wet verdwijnen enkele stations. De ‘conducteurs’ vinden het te riskant geworden.

Maar Tubman gaat onverdroten door met haar ondergrondse activiteiten, en telkens als ze genoeg bij elkaar heeft gespaard, neemt ze de trein naar de plantages in het Zuiden.

Een zwarte vrouw die in zuidelijke richting reist is niet verdacht – alleen zwarten die de andere kant op gaan worden zorgvuldig gecontroleerd.

In december 1852 staat Tubman op het perron in haar oude woonplaats. Ze beseft dat ze herkend kan worden en wikkelt een bandana om haar hoofd om het litteken te verbergen.

Ook kromt ze haar rug om meer op een bejaarde, zwakke vrouw te lijken dan op een energieke slavenbevrijdster.

Ze bezoekt drie van haar broers, die zijn verkocht en die er maar al te graag vandoor willen gaan.

Er sluiten zich nog twee andere slaven bij de groep aan, en de vriendin van een van de broers wil ook vrij zijn en trekt mannenkleren aan om niet te veel op te vallen.

Terwijl iedereen op kerstavond bij het haardvuur psalmen zingt, zwoegen Tubman en haar zes vluchtelingen door de stromende regen.

Met kerst zijn de slaven altijd een paar dagen vrij, dus het zal even duren voor de opzichters iets in de gaten hebben.

Maar de wegen zijn in een modderpoel veranderd, en elke stap die de zeven zetten is loodzwaar.

Op Eerste Kerstdag is de groep doodop. Toevallig zijn ze niet ver van de plantage waar Tubman en haar broers opgegroeid zijn, en ze weten een schuur waar ze kunnen schuilen. Drijfnat zoeken ze er hun toevlucht.

De voortvluchtige slaven zijn uitgehongerd, en Tubman stuurt twee mannen van de groep naar de hut van haar ouders om om eten te vragen.

Haar vader aarzelt geen seconde als hij bericht krijgt van zijn dochter, die hij al ruim drie jaar niet heeft gezien.

Zonder met zijn vrouw te overleggen pakt de oude man een mand met brood en vlees en begeeft hij zich behoedzaam naar de schuilplaats, waar hij de mand naar binnen schuift zonder oogcontact met zijn kinderen te maken.

Hij weet dat hij als vader van gevluchte slaven zeker zal worden ondervraagd. Als hij zijn kinderen niet aankijkt, kan hij naar waarheid verklaren dat hij ze tijdens kerst niet heeft gezien. ’s Avonds, als de groep weer op pad gaat, loopt de vader een stukje mee.

Met een blinddoek voor zijn ogen houdt hij de hand van Tubman vast, tot ze afscheid moeten nemen. Maanden later hoort hij pas dat iedereen de veilige Noordelijke Staten heeft bereikt.

Tot 1856 maakt Tubman ongeveer 10 reizen als conducteur, en de vrouw met het litteken op haar voorhoofd wordt een beroemdheid op de plantages.

De slaven noemen haar Mozes, naar het Bijbelse personage dat de joden uit de slavernij in Egypte leidde – ook omdat ze ’s avonds graag Go down, Moses – way down in Egypt’s land zingt als ze rondsluipt bij de hutten om de zwarten duidelijk te maken dat ze bereid is om hen naar het Noorden te brengen.

Nu de vluchtelingenwet van kracht is, voert de reis nog verder dan voorheen. De Noordelijke Staten zijn niet zo veilig meer.

Op bomen en huizen hangen plakkaten waarop een beloning wordt uitgeloofd voor ontsnapte slaven, en velen zijn bereid om voor een paar dollar een voortvluchtige slaaf in de kraag te vatten en naar het Zuiden te brengen.

Tubman neemt dan ook geen enkel risico. ‘Ik vertrouwde Uncle Sam niet langer mijn mensen toe, dus ik bracht ze helemaal naar Canada,’ vertelde ze later. 

Handboek voor een voortvluchtige slaaf

1. Loop op zaterdagavond weg

De ‘conducteurs’ van de Underground Railroad brachten hun groepje vluchtelingen meestal op zaterdagavond bijeen. Doordat slaven vaak vrij waren op zondag, hadden ze op deze manier een dag voorsprong voordat de opzichters ontdekten dat er iemand ontbrak

2. Oriënteer je op de Poolster

Door de Grote Beer te zoeken aan de sterrenhemel konden de ontsnapte slaven de Poolster lokaliseren, die hen naar de vrijheid leidde. Als het bewolkt of licht was, hadden ze niets aan de sterren en keken ze naar dode boomstronken, die mos op de noordkant hadden. 

3. Blijf uit de buurt van steden

In grote steden hingen de straten vol met aanplakbiljetten waarop hoge beloningen uitgeloofd werden voor weggelopen slaven. Er stond een duidelijk signalement op, zodat premiejagers hen konden opsporen. 

Hoe verder weg van huis een slaaf werd opgepakt, hoe hoger de beloning. Zelfs in de Noordelijke Staten konden slaven in de kraag worden gevat en meegevoerd naar het Zuiden

4. Verberg je op de ‘stations’ van de Railroad

Overal op de route stonden de vrijwilligers van de ondergrondse klaar. Het aantal veilige schuilplaatsen groeide gestaag, en uiteindelijk zat er nog maar 30 à 40 kilometer tussen de stations.

5. Bereid je voor op kou en sneeuw

Veel slaven waren van West-Afrika naar de Zuidelijke Staten gebracht en waren niet gewend aan kou. Het weer in het Noorden kon dan ook een vervelende verrassing zijn. De voormalige slaven waren blij met hun vrijheid, maar konden moeilijk aan de winters wennen.  

6. Ga naar Canada

Canada was tussen 1850 en 1865 de enige veilige plaats voor voortvluchtige slaven. Toen een wet vanaf 1850 inwoners van het Noorden verplichtte om zwarten aan te geven van wie ze vermoedden dat het weggelopen slaven waren, vluchtten er 30.000 tot 40.000 naar Canada.

Visioen redt vluchtelingen

In deze gevaarlijke omstandigheden moet de ex-slavin soms hard optreden. Af en toe worden gevluchte slaven zo bang dat ze rechtsomkeert willen maken. 

‘Volg ons, of je gaat eraan! Een dode neger verraadt niets,’ zegt ze dan, terwijl ze met haar revolver dreigt. Wie terugkeert, zal net zo lang ondervraagd worden tot hij vertelt wie hem geholpen heeft.

‘Vrijheid of de dood’ is het motto van Tubman, dat ze blijft herhalen terwijl ze haar groepen onbevreesd door bossen en over rivieren loodst.

‘We maakten ons zorgen om haar veiligheid, maar ze leek geen angst te kennen. 

Het idee dat ze opgepakt kon worden, leek haar totaal niet te deren,’ schreef een van Tubmans vrienden van de Underground Railroad, William Still, die opmerkt dat ze vaak een toeval krijgt als gevolg van haar hoofdletsel.

‘De helft van de tijd leek ze wel in een trance te zijn, en tijdens haar tochten moest ze vaak in de berm gaan liggen om te slapen,’ stelde Still vast.

In 1856 stort ze zelfs in in een greppel terwijl ze vier slaven van Maryland naar Canada brengt. Als Tubman bijgekomen is, stuift ze opeens het bos in.

Het kleine groepje kan haar nauwelijks bijhouden. De conducteur brengt de voortvluchtigen naar een bepaalde hut die ze naar eigen zeggen in een visioen heeft gezien.

Als ze een paar uur in de hut hebben geslapen, gaat het groepje weer op pad in het donker, en precies op de plek waar Tubman de vorige nacht flauwviel, zien ze aanwijzingen dat slavenjagers er hun kamp hebben opgeslagen. Het gras is vertrapt en er liggen peuken op de grond. 

Even verderop hebben ze zelfs een plakkaat op een boom gehangen. Er staat 400, 800 en 1500 dollar op het hoofd van de drie mannen in de groep voortvluchtigen. En maar liefst 12.000 dollar is voor degene die ‘de vrouw die hen weggelokt heeft’ aanbrengt.

Gedurende de nacht dreigt er nog meer gevaar. De lange Wilmington Bridge in de staat Delaware wordt zwaar bewaakt.

De brug leidt naar Wilmington, waar een van Tubmans trouwste vrienden van de Underground Railroad woont: Thomas Garrett.

Tubman is de brug vaak overgestoken, want Garrett staat altijd voor haar klaar, maar nooit eerder stonden er gewapende bewakers op die passerende ruiters en wagens aanhouden.

De groep wordt gezocht, en Tubman weet dat ze onder geen beding over de brug kunnen.

Daarom brengt ze eerst haar vier vluchtelingen in veiligheid in een bos, waarna ze naar een huis in de buurt gaat. Daar kan ze hulp krijgen om Thomas Garrett op de hoogte te stellen van hun penibele situatie.

Een paar dagen later klinkt er gefluit aan de bosrand, en Harriet Tubman haalt opgelucht adem als ze twee wagens ziet met een stel metselaars achterin.

Garrett heeft de blanke werklieden betaald om ’s morgens vanuit de stad over de brug te rijden. Ze kunnen dan ’s avonds terugkeren zonder dat de agenten die de brug bewaken argwaan krijgen.

Een voor een gaan de voortvluchtigen onder in de wagen liggen, terwijl de metselaars voorzichtig bakstenen boven op hen leggen.

Het is nogal stoffig onder de stenen, en de ontsnapte slaven moeten regelmatig hoesten terwijl ze kort voor middernacht op de brug af rijden.

Om het geluid te overstemmen heffen de metselaars luidkeels een lied aan terwijl de wagen over de brug hobbelt, en de bewakers lachen hen vriendelijk toe.

Midden in de nacht komen de wagens het erf van Garrett op rijden, en hij onthaalt zijn gasten op een zacht bed voor hun reis naar de vrijheid verdergaat.

Zonder verdere incidenten weet Tubman de gezochte en waardevolle slaven naar Canada te brengen.

Maar nu is Tubman zelf ook een van de meest gezochte personen van de VS. Elke slaveneigenaar wil haar aan de galg zien bungelen.

In 1858, na nog een reeks geslaagde missies, is de prijs die op het hoofd van de vrouw staat opgelopen tot 40.000 dollar.

Op de ‘stations’ van de Underground Railroad werden slaven verborgen.

© Bridgeman, J.D.R. Hawkins & Christa Sterken

Tubman wordt spion voor de Unie

In 1861 mondt de onenigheid tussen de voor- en tegenstanders van de slavernij uit in de Amerikaanse Burgeroorlog.

Harriet Tubman ziet in de oorlog een kans om de slavernij voor eens en voor altijd af te schaffen en meldt zich direct aan bij het Noordelijke leger.

Eerst verzorgt ze als verpleegster de gewonden, maar in 1863 gaat Tubman naar het front als verkenner en spion. Op 2 juni, kort voor middernacht, varen twee kanonneerboten van de Unie de Combahee River in South Carolina op met 150 geüniformeerde zwarte soldaten en Harriet Tubman aan boord. De ex-slavin heeft eerder de onderwatermijnen van de vijand in kaart gebracht, en vanaf de voorplecht van een van de vaartuigen dirigeert ze de schepen er kundig omheen. Dan bereiken ze de afgesproken plek, waar honderden slaven zich op bevel van Tubman hebben verborgen. Als ze het teken geeft, komen ze tevoorschijn en rennen ze aan boord.

Ondertussen stormen de troepen van de Unie aan land en gaan ze op de grote plantages in het gebied af. 

Vooral de voormalige slaven onder de soldaten zijn belust op wraak en gooien brandende fakkels in de huizen en voorraadschuren van de slavenbezitters. De katoenvelden worden in brand gestoken.

Als het licht wordt, zijn meer dan 750 slaven aan boord gegaan van de schepen, die ontkomen zonder één man kwijt te raken. De Zuidelijken zien Tubman en haar slaven nog net wegvaren.

Een week later beschrijft de krant The Boston Commonwealth de aanval als ‘een moedige en effectieve actie, geleid door een zwarte vrouw’. 

In juni maakt de krant bekend dat de vrouw in kwestie Harriet Tubman is – dezelfde persoon die vóór de oorlog meer dan 300 slaven naar het vrije Noorden bracht.

Na de laatste reddingsactie staat de teller van het aantal slaven dat Tubman in veiligheid heeft gebracht op 1050. 

Als de burgeroorlog twee jaar later, in 1865, afgelopen is, kan Harriet Tubman eindelijk opgelucht ademhalen. 

De slavernij wordt in de hele Verenigde Staten afgeschaft. Haar volk is voor altijd vrij.

Bekijk ook ...