Slaaf schrijft vroegere eigenares: ‘U betoont zich onnoemelijk boosaardig’

De slaaf Jarm Logue steelt op zijn 21e het paard van zijn eigenaar en vlucht. In New York begint hij een leven als vrij man. 26 jaar later krijgt hij een brief van de vrouw van zijn vroegere eigenaar. Ze heeft geld nodig en eist een vergoeding voor het paard en haar slaaf.

De slaaf Jarm Logue steelt op zijn 21e het paard van zijn eigenaar en vlucht. In New York begint hij een leven als vrij man. 26 jaar later krijgt hij een brief van de vrouw van zijn vroegere eigenaar. Ze heeft geld nodig en eist een vergoeding voor het paard en haar slaaf.

Painting/Imageselect
©

Sarah Logue

Leefde: 1783-1866.
Nationaliteit: Amerikaanse.
Was: Echtgenote van de plantage-eigenaar Manasseth Logue.
Wapenfeiten: Sarah Logue is alleen bekend vanwege de brief aan haar vroegere slaaf Jermain Wesley Loguen. Jarm Logue veranderde zijn naam toen hij vrij was in Jermain Wesley Loguen. Een slaaf droeg de achternaam van zijn eigenaar.

Maury, Tennessee, VS, 20 februari 1860

Aan Jarm

Ik pak nu mijn pen om u een paar regels te schrijven en u te laten weten hoe het met ons gaat. Ik ben kreupel, maar kan nog steeds enigszins uit de voeten.

De rest van de familie maakt het goed. Met Cherry gaat het zoals gewoonlijk.

*

Cherry was Jermains moeder. Zijn vader was David Logue, een van de drie broers van wie de betreffende plantage in Tennessee was.

Ik schrijf om u op de hoogte te stellen van de situatie waarin we ons bevinden – deels door uw vlucht en diefstal van onze goede merrie Old Rock.

Hoewel we de merrie terugkregen, was ze weinig meer waard nadat u haar had meegenomen. En nu ik geld nodig heb, heb ik besloten u te verkopen.

Ik heb al een aanbod voor u gekregen, maar dat heb ik afgeslagen. Als u mij 1000 dollar stuurt en de oude merrie vergoedt, geef ik alle aanspraken die ik op u heb op.

Als gevolg van uw vlucht waren we gedwongen om Abe en Ann en 12 acre grond te verkopen.

*

Abe en Ann, Jermains broer en zus. Kinderen van slaven waren van de eigenaar van hun moeder. We weten niet hoe het hun is vergaan.

Ik wil dat u me het geld stuurt zodat ik wellicht het land kan terugkopen waar ik door u afstand van moest doen.

Als u niet ingaat op mijn ver­zoek, verkoop ik u aan iemand anders, en geloof maar dat het u dan spoedig heel anders zal vergaan.

Ik hoorde dat u nu predikant bent. Aangezien de mensen in het Zuiden zo slecht zijn, kunt u beter hier komen preken voor uw oude kennissen.

Ik vraag me af of u de Bijbel leest. Als dat het geval is, dan weet u toch wat er zal worden van de dief die geen berouw toont voor zijn daden?

U weet dat we u hebben opgevoed als onze eigen kinderen en dat u nooit bent mishandeld. En dat u, kort voordat u wegliep, toen uw meester u vroeg of u verkocht wilde worden, antwoordde dat u hem voor niemand zou verlaten.

Sarah Logue

© Onondaga Historical Society, Syracuse, NY

Jermain Wesley Loguen

Leefde: 1813-1872.
Nationaliteit: Amerikaanse.
Was: Schrijver, activist en bisschop van een methodistenkerk.
Wapenfeiten: Hij opende scholen voor zwarte kinderen in de staat New York en streed voor afschaffing van de slavernij.

Syracuse, New York, VS, 28 maart 1860

Mrs Sarah Logue

Ik heb uw op 20 februari verzonden brief ontvangen en dank u daarvoor. Het is lang geleden dat ik iets van mijn oude moeder heb gehoord en ik ben blij dat ze nog leeft en dat het, zoals u zegt, ‘zoals gewoonlijk’ met haar gaat.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik had graag meer over haar gehoord.

U bent een vrouw, maar indien u het hart van een vrouw had gehad, had u nooit tegen mij gezegd dat u mijn broer en zus hebt verkocht omdat u door mijn vlucht de geldwaarde verloor waarvoor u me had kunnen verhandelen.

U hebt mijn broer en zus, Abe en Ann, en 12 acre grond verkocht omdat ik ben weggelopen, zo zegt u.

Dan betoont u zich onnoemelijk boosaardig door mij te vragen om terug te keren en weer uw bezit te worden, alsof ik een ellendig stuk vee ben, ofwel om u 1000 dollar te sturen om het land terug te kopen – maar niet om mijn arme broer en zus terug te kopen!

Tussen 1800 en 1865 ontvluchtten circa 100.000 slaven met hulp van witte en vrije zwarte mensen het zuiden van de VS.

© Painting/Imageselect

Als ik u geld zou sturen, zou dat zijn om mijn broer en zus terug te krijgen, en niet opdat u grond kunt bemachtigen.

U zegt dat u kreupel bent, ongetwijfeld om mijn medelijden op te wekken. En ik voel ook oprecht met u mee.

Maar tegelijkertijd ben ik bozer dan ik in woorden kan uitdrukken om wat u me vraagt te doen uit medelijden met uw arme voet of been.

Ellendige vrouw! U moet weten dat ik mijn vrijheid – om maar te zwijgen van mijn moeder, broers en zussen – belangrijker vind dan uw lichaam. Ik vind haar belangrijker dan mijn eigen leven en dan dat van alle slaveneigenaren en tirannen ter wereld bij elkaar.

‘Is een paard stelen een grotere zonde dan mij uit mijn moeders wieg te roven?’ J.W. Loguen.

U zegt dat u me wilt verkopen, en bijna in dezelfde zin zegt u: ‘U weet dat we u hebben opgevoed als onze eigen kinderen.’ Maar vrouw, hebt u uw eigen kinderen opgevoed voor de markt? Om met de zweep te worden geslagen? Waar zijn mijn arme, bloedende broers en zussen? Kunt u me dat zeggen?

Wie stuurde ze de suiker- en katoen­velden in, waar ze werden geslagen en geboeid en kreunend stierven, zonder dat iemand ze kon begraven?

Ellendige vrouw! Beweert u dat u niet degene was die dat deed? Dan zeg ik: uw man deed het, en u keurde het goed. Uw brief bewijst het. Schaam u.

U noemt mij een dief. Begrijpt u niet dat ik meer recht had op de oude merrie dan Manasseth Logue op mij?

*

Manasseth Logue was een van de drie plantage-­eigenaren. Hij was gehuwd met Sarah Logue en een broer van Jermains vader.

Is het feit dat ik een paard heb gestolen een grotere zonde dan dat hij me uit mijn moeders wieg heeft geroofd?

Als hij en u vinden dat ik mijn rechten aan u heb verspeeld, dan hebt u de uwe ook aan mij verspeeld. Wilde u me angst inboezemen door te zeggen dat u me zult verkopen als ik niet met geld over de brug kom?

Dan zeg ik u dat ik het een uiterst verachtelijk voorstel vind. Het is een schande en een belediging, en ik ben niet van plan ook maar een duimbreed toe te geven.

Hoogachtend,
J.W. Loguen

Naschrift

De brief van Jermain Wesley Loguen werd afgedrukt in The Liberator, een krant voor afschaffing van de slavernij.

Acht jaar later, in 1868, werd Loguen bisschop van een methodistenkerk in New York. Vanaf het moment dat hij zelf wegliep, hielp hij andere slaven om te ontsnappen.