Gids redt leven van zwarte autobezitters

Als de eerste zwarte automobilisten van de VS ver moesten rijden, namen ze eten, extra brandstof en een emmer om in te plassen mee. Tot de jaren 1960 waren de meeste restaurants, tankstations en hotels voorbehouden aan blanken, en alleen een klein gidsje kon vernederingen en racistisch geweld voorkomen.

Als de eerste zwarte automobilisten van de VS ver moesten rijden, namen ze eten, extra brandstof en een emmer om in te plassen mee. Tot de jaren 1960 waren de meeste restaurants, tankstations en hotels voorbehouden aan blanken, en alleen een klein gidsje kon vernederingen en racistisch geweld voorkomen.

Getty Images

In de jaren 1930 was Victor Hugo Green postbode in New York.

Hij behoorde tot de groeiende Afro-­Amerikaanse middenklasse, die door hard te werken het ultieme statussymbool van die tijd bij elkaar wist te sparen: een auto.

Net als zijn zwarte vrienden was Green het echter meer dan beu om te worden gediscrimineerd – vooral als hij een enkele keer met de auto op vakantie ging.

In 1936 publiceerde hij daarom The Negro Motorist Green Book – een gids voor zwarte autobezitters.

Green wilde in zijn eigen woorden ‘de zwarte reiziger informatie verschaffen om problemen en vernederingen te vermijden en een aangenamere reis te hebben’.

De eerste uitgave had een bescheiden 10 pagina’s met adressen van hotels en restaurants in New York waar zwarten welkom waren.

Het pamflet groeide al snel in omvang en oplage, want talloze zwarte automobilisten hadden hulp nodig om discriminatie en gevaarlijke situaties te vermijden in de VS, die in die tijd rassensegregatie kende.

Auto geeft ongekende vrijheid

Eind jaren 1930 kwam de VS uit een economische depressie en konden steeds meer arbeiders een eigen huis en auto betalen. De auto werd voor zwarten met geld al snel een symbool van vrijheid.

Met een eigen auto hoefden ze niet meer in kleine, vieze wachtkamers op de bus te wachten, terwijl hun blanke landgenoten elders in het busstation in een comfortabele, frisse ruimte zaten.

Ook hoefden ze niet langer in oude, gammele treinwagons te reizen, terwijl blanken verder naar voren in de trein prinsheerlijk in moderne coupés zaten.

Maar hoewel ze nu de vrijheid hadden om zelfstandig te kunnen reizen, bleef racisme een probleem.

Zoals een van hen schreef: ‘’s Ochtends voelen zwarte automobilisten zich zo vrij als een vogel, maar rond lunchtijd duiken de eerste schaduwen al op. Gedurende de middag breiden die zich uit tot een wolkendek, dat een donkere schaduw werpt over de zwarte reiziger. Want hij vraagt zich af: “Waar moet ik vannacht slapen?”’

‘Wat zou het fantastisch zijn om te kunnen stoppen voor een echte maaltijd.’ Mrs Milloy, zwarte moeder, 1958

Als de automobilist in een buurt was die hij of zij niet kende, kon het uren duren om een slaapplek te vinden. Want er waren niet veel hotels en motels die zwarte gasten ontvingen – uit angst hun blanke klanten weg te jagen.

Een zwarte reiziger moest daarom lange omwegen maken of in zijn auto slapen. Dat laatste was nog niet eenvoudig, want overal in de VS waren steden waar zwarten op bepaalde tijden tussen zonsondergang en zonsopgang niet mochten verkeren.

Wie deze regel in zo’n sundown town overtrad, werd door de politie midden in de nacht de stad uit gezet of gearresteerd.

En niet alleen een slaapplek vinden was een probleem voor zwarte autobezitters. Het was ook lastig om onderweg ergens een hapje te eten, doordat de meeste restaurants zwarte klanten weigerden. Zelf eten meenemen was het enige alternatief.

De Afro-Amerikaanse journalist Courtland Milloy weet nog dat zijn moeder op de avond voor een autoreis kip braadde en eieren kookte voor de hele tocht.

En dat zijn moeder elke keer dat het gezin op vakantie ging, verdrietig was.

‘Wat zou het fijn zijn geweest om de nacht door te brengen in een van de hotels waar we langs reden. Of om ergens te kunnen stoppen voor een echte maaltijd of een kop koffie. We zagen door de auto­ruit blanke kinderen spelen in het zwembad van motels, terwijl mijn eigen kinderen zwetend en ruziënd op de achterbank van een hete auto zaten,’ zei ze jaren later tegen haar zoon.

Ook aan benzine komen was een strijd. Een van de weinig tankketens waarbij zwarten een tankstation mochten beheren en zelfs bezitten, was Esso. Hier konden zwarte automobilisten daardoor altijd terecht.

Esso plaatste ook als een van de eerste bedrijven advertenties in The Negro Motorist Green Book en had het vanaf het begin in de schappen – voor 25 cent.

Als er geen Esso-stations waren, moest de zwarte reiziger maar hopen dat hij genoeg extra brandstof in zijn jerrycan had.

Nationaal park Lewis Mountain in Virginia had een aparte sectie voor zwarte bezoekers.

© National Park Service

Racisme was legaal

Na het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865 werden slavernij en discriminatie op grond van huidskleur verboden.

Maar niet voor lang. In 1883 blokkeerde het Amerikaanse hooggerechtshof vijf wetten tegen rassenscheiding omdat het Congres volgens dit hof niet het recht had om particulieren te verbieden zwarten te discrimineren.

De uitspraak leidde ertoe dat voormalige slavenstaten in het Zuiden allerlei verboden om zwart en blank te scheiden opnieuw invoerden.

Zwarten moesten in aparte treinwagons reizen, mochten hun kinderen niet naar een blanke school brengen en geen openbare toiletten voor blanken gebruiken.

Ze moesten het doen met tweederangs faciliteiten, die ver van de weg lagen.

Emmer fungeert als toilet

Een zwarte automobilist moest zelf zijn drinken meenemen, want kranen waren alleen voor blanken. En naar de wc gaan was ook al problematisch.

Kinderen met een volle blaas werd opgedragen hun plas op te houden tot er een veilige greppel in zicht kwam. Veel mensen namen een emmer mee om in te plassen, zodat ze niet hoefden uitstappen als ze door onveilig gebied reden.

Greens overzicht van plekken waar zwarten konden overnachten, tanken en eten was daarom een hit. Zoals een enthousiaste lezer in 1938 schreef:

‘The Negro Motorist Green Book is echt een uitkomst voor ons ras. Eerder waren we afhankelijk van mondelinge tips om onze bestemming te bereiken.’

Green besefte dat zijn pamflet zich kon ontwikkelen tot een grote gids met adviezen en goede raad voor reizigers overal in het land.

Hij vroeg lezers om tips in te sturen over plekken die ze zelf hadden bezocht en waar ze ondanks hun huidskleur op een goede manier waren behandeld.

Elke tip die werd bevestigd en in het boek terechtkwam, leverde de inzender een dollar op. Zo groeide The Negro Motorist Green Book jaar na jaar, en eind jaren 1940 telde hij 80 pagina’s.

De verkoop steeg tot 15.000 exemplaren. En dat terwijl Greens boek de lezers niet eens leidde naar de beste plekken om te eten of te slapen, maar slechts naar de zeer weinige plekken waar zwarten überhaupt terechtkonden.

Vaak lagen de motels en restaurants ver onder het niveau van de plekken waar blanken welkom waren.

Green riep zijn lezers daarom regelmatig op om het te melden als de klasse of de service in een van de gelegenheden in de gids onder de maat was.

De gids besprak de staten in alfabetische volgorde en alleen steden met plekken waar zwarten welkom waren, werden genoemd. In de uitgave uit 1949 besloeg Mississippi maar anderhalve bladzij, want weinig uitbaters lieten zwarten binnen.

© Digital Public Library of America & Shutterstock

Dure auto is gevaarlijk voor zwarte

The Negro Motorist Green Book kon racisme echter niet uitroeien.

Blanken zagen welvaart vaak als hun recht en beschouwden succes bij zwarten als een onverdraaglijke provocatie.

Een fonkelnieuwe auto kon jaloerse blikken en agressie uitlokken, en onder zwarte autobezitters in het Zuiden was het daarom een bekend trucje om een chauffeurspet te dragen, zodat het leek alsof de bestuurder de luxe auto van zijn blanke baas naar de garage reed.

In 1948 moest een succesvolle zwarte verkoper die dit trucje vergat, het met zijn leven bekopen.

Robert Mallard reed trots rond in zijn dure Frazer sedan, toen hij aan de rand van de stad Atlanta in de staat Georgia werd omsingeld door leden van de Ku Klux Klan.

Er klonk een schot en Mallard zakte dood in elkaar. Zijn vrouw en kinderen doken angstig weg. Mrs Mallard herkende de stemmen van een paar blanke buren die haar man al langer met scheve ogen aankeken. Toch werd de zaak nooit opgehelderd.

Over het geheel genomen was het Zuiden een mijnenveld om in rond te rijden voor zwarten. Wie de lokale gebruiken niet kende, kon in problemen komen. En die gebruiken waren onvoorspelbaar.

In de staat Mississippi waren er voor zwarte automobilisten naast de wettelijke regels ook allerlei ongeschreven verkeersregels.

Op meerdere plekken mochten zwarte automobilisten blanke niet inhalen.

De staat had talrijke grindwegen, en daar dwarrelde zo veel stof op dat het onvermijdelijk zou zijn dat de auto van de blanke besmeurd zou worden door de zwarte bestuurder. En dat was onacceptabel.

Niet alleen de Zuidelijke Staten kenden echter racisme. Ook in het noorden van de VS werden zwarte automobilisten gediscrimineerd.

In de staten Montana en Wis­­con­­sin kon The Negro Motorist Green Book na 13 jaar nog steeds geen enkel hotel of restaurant noemen waar zwarten mochten komen.

Maine, bij de Canadese grens, telde slechts één hotel waar zwarte reizigers konden overnachten. Ook in het westen stelde de gastvrijheid weinig voor.

Nevada en Utah hadden samen één hotel en twee pensions in de aanbieding.

Racisme leidt tot diplomatieke crisis

De openlijke discriminatie trof niet alleen de zwarte bevolking van de VS zelf, maar ook buitenlandse politici.

Zo werd in 1957 de Ghanese minister van Financiën bij een bezoek aan de staat Delaware de toegang ontzegd tot een restaurant van de hotelketen Howard Johnson.

President Eisenhower maakte officieel zijn excuses en nodigde de minister uit voor een ontbijt in het Witte Huis.

Onder Eisenhowers opvolger, John F. Kennedy, overwoog het ministerie van buitenlandse zaken om diplomaten en andere officiële gasten uit derdewereldlanden The Negro Motorist Green Book te geven, om herhaling van deze blunder te voorkomen.

‘In de nabije toekomst is het niet meer nodig om deze gids te publiceren.’ Victor Hugo Green, 1936

Het idee werd echter verworpen en in plaats daarvan liet het ministerie alle 50 staten weten dat diplomaten ‘dezelfde privileges als blanken’ moesten genieten.

Onder Kennedy werd er ook eindelijk serieus actie ondernomen tegen eeuwen van racisme en rassendiscriminatie.

De burgerrechtenstrijd vormde het begin van het einde voor The Negro Motorist Green Book. Victor Hugo Green stierf enkele maanden na Kennedy’s aantreden als president in 1961, maar zijn vrouw Alma bleef het boek uitgeven.

Naarmate de strijd resulteerde in meer rechten voor zwarten, daalde de verkoop van Greens gids. De doodsteek kwam in 1964, toen het Amerikaanse Congres de Civil Rights Act aannam.

In één klap werd discriminatie op grond van huidskleur, geslacht of godsdienst verboden.

Motels probeerden de wet te laten terugdraaien, omdat die in strijd zou zijn met de grondwet. Zo vond de eigenaar van het Heart of Atlanta Motel in Georgia dat de wet zijn recht om zelf zijn klanten te kiezen inperkte.

Hij beweerde ook dat zwarte klanten zijn inkomsten zouden doen dalen, zonder dat hij compensatie ontving van de staat.

De moteleigenaar verloor de zaak en moest voortaan ook zwarte gasten toelaten. Twee jaar later kwam The Negro Motorist Green Book voor het laatst uit.

Green had het bij de eerste uitgave al voorspeld:

‘In de nabije toekomst zal het niet meer nodig zijn om deze gids te publiceren. Dan hebben wij als ras gelijke rechten.’

Zwarte automobilisten werden overal in de VS met argwaan en afgunst bekeken.

© Getty Images

De nabije toekomst waar Green het in 1936 over had, had 30 jaar op zich laten wachten.

Eindelijk konden zwarte automobilisten door Amerika rijden zonder hun route precies te hoeven plannen – en zonder de vernederingen die er tot dan toe steevast bij hadden gehoord.

Politie mikt op zwarte bestuurder

Hoewel er sinds Greens gids veel is verbeterd, worden zwarte automobilisten in de VS nog steeds gediscrimineerd.

Een rapport van de staat Illinois uit 2013 liet zien dat de politie auto’s van zwarten en latino’s twee keer zo vaak doorzoekt, hoewel bij blanke automobilisten de kans dat er drugs en andere smokkelwaar wordt gevonden groter is.

In Florida krijgen zwarte bestuurders 22 procent van de boetes voor het niet dragen van de gordel, al vormen ze maar 13 procent van de autobezitters daar.

Volgens burgerrechtenactivisten worden zwarten vaak alleen om hun huidskleur gestopt. De discriminatie kreeg zelfs een naam: DWB – Driving While Black.