In mei 1846 begint een colonne huifkarren aan een tocht dwars door Noord-Amerika. De kolonisten hopen op een beter leven, maar de reis loopt rampzalig af.

© Polfoto/Corbis

Familie Donner nam shortcut naar de hel

De reis van de familie Donner, die met 23 huifkarren op weg ging naar een beter leven in het zonnige Californië, is een van de meest veelbesproken gebeurtenissen uit de Amerikaanse geschiedenis. Alles wat mis kon gaan, ging mis, en uiteindelijk werden de 81 pioniers zelfs tot kannibalisme gedreven.

13 maart 2019 door Boris Koll

Op 11 mei 1846 gonst het in het plaatsje Independence in Missouri van de activiteiten. In het dorp, de voorpost van de beschaafde wereld, wordt volop gehamerd en geknutseld. Paarden, koeien en kinderen roeren zich. De volgende ochtend, bij het gloren van de dag, begint de laatste reis van het jaar over de prairie naar Californië.

Tamzene Donner is in de 40 en moeder van vijf kinderen. Ze loopt nog een keer de voorraad houdbaar voedsel na die over drie huifkarren verdeeld is, samen met kleding, wapens, gereedschap, meubels en kookgerei. ‘Meel, bonen, suiker, thee, zeep,’ mompelt Tamzene. Als alles naar wens is, gaat ze nog even zitten om een brief aan haar zus te schrijven.

Heel even twijfelt Tamzene, want de Donners zijn geen armoedzaaiers, en ze hóéven de gevaarlijke reis niet te maken. Maar, zo schrijft ze aan haar zus, ‘het is beter voor de kinderen en voor onszelf. Ik ben bereid om te vertrekken.’ Bereid, niet enthousiast. Haar man George Donner is degene die het heel graag wil.

Het reizen went snel

De volgende ochtend verlaat Tamzene Donner de stad, samen met haar man, kinderen, zwager, schoonzus, neven, nichten, helpers en de hele familie Reed, die oorspronkelijk uit Ierland komt. 

De huifkarren waarin ze reizen worden in het Engels ook wel prairie schooner (prairieschoener) genoemd, en dat is niet zo gek: van een afstandje lijken de negen wagens net schepen met witte zeilen die zich rustig door een groene zee van gras voortbewegen. 

De kolonisten gebruiken ossen als trekdieren, omdat die sterker zijn dan paarden, maar er lopen ook rijpaarden en melkkoeien mee in de stoet. Zo is er altijd verse melk en boter beschikbaar.

Al na een paar weken zijn de reizigers gewend aan hun nieuwe dagritme. De nachtwakers wekken rond zes uur ’s morgens de anderen. 

Dan zetten de vrouwen koffie en bakken ze spek, terwijl de mannen de ossen voor de wagens spannen. Rond zeven uur zijn ze klaar voor vertrek. Tegen het middaguur houdt de karavaan halt voor de lunch van baked beans, ham en brood.

Na het eten rijden de kolonisten door tot het eind van de middag, maar soms langer, omdat ze alleen hun kamp op kunnen slaan op een plek waar drinkwater is voor zichzelf en de dieren. Als ze zo’n plaats hebben gevonden, stellen ze de huifkarren in een cirkel op. Zo is het kamp makkelijker te verdedigen tegen indianen en kunnen de dieren niet weglopen.

De pioniers maken zich veel zorgen om aanvallen door indianen, maar die komen niet zo vaak voor. De indianen weten inmiddels dat de kolonisten in hun huifkarren niet komen om hun land te stelen, maar op doorreis zijn. Een oorlog is niet nodig.

De Donner Party komt niet veel indianen tegen. In haar aantekeningen schrijft Tamzene echter dat er op een dag twee opperhoofden in haar tent ontbeten.

‘Ze waren ontzettend vriendelijk, en ik vond ze eigenlijk gewoon heel aardig,’ schrijft ze.

Helaas zijn niet alle leden van het reisgezelschap even vriendelijk jegens de oorspronkelijke bewoners. Als de karavaan langs een indiaanse begraafplaats komt, waar de doden traditioneel op stellages in de open lucht liggen, gaat een van de reizigers, Lewis Keseberg, op zoek naar souvenirs om mee te nemen.

Dit had een aanval van honderden woedende indianen kunnen uitlokken, maar gelukkig weet James Reed, die zich ontpopt heeft als de informele leider van de expeditie, hem op tijd tegen te houden. 

Na dit voorval kan Keseberg Reed wel schieten. Dat gebeurt ook bijna letterlijk wanneer Reed bij een andere gelegenheid Keseberg de wind van voren geeft omdat deze zijn vrouw een pak slaag heeft gegeven.

‘We hebben een paar heel goede mensen bij ons. En een aantal minder goede,’ schrijft Tamzene. 

Winter staat voor de deur

Het tempo van de ossen stelt het geduld van de kolonisten zwaar op de proef. De dieren zijn sterk, maar erg traag: ze stiefelen voort met een vaartje van zo’n drie kilometer per uur, en voetgangers kunnen de karavaan dan ook met gemak bijhouden. 

Met acht uur rijden per dag zou de reis iets meer dan vier maanden moeten duren, maar in de praktijk is het veel langer. Er treden onderweg altijd wel vertragingen op, en op zondag wordt er niet gereden.

De Donners zijn vrij laat in het jaar vertrokken uit Independence. Reizigers moeten Californië zien te bereiken voordat de sneeuw de passen in het Sierra Nevada-gebergte onbegaanbaar maakt, en dat betekent dat ze Independence moeten verlaten zodra de grond droog genoeg is om de huifkarren te kunnen dragen – uiterlijk 1 mei. Om onbekende redenen ging de Donner Party bijna twee weken na deze datum op pad.

Bij de Big Blue River loopt het gezelschap nog meer vertraging op. Het water van de rivier staat normaal gesproken laag genoeg om er met wagens doorheen te rijden, maar het heeft zo hard geregend dat de stroming veel te sterk is. 

Als na een paar dagen wachten de waterstand nog niet gedaald is, bouwen de mannen een groot houten vlot. Het kost veel tijd, maar ze slagen erin om alle huifkarren veilig aan de overkant te krijgen.

Een van de leden van het gezelschap, de journalist Edwin Bryant, ziet de nabije toekomst somber in. Hij schrijft: ‘Ik maak me zorgen over onze trage voortgang en ik ben bang dat de winter ons in de besneeuwde bergen zal overvallen.’

Bryant besluit dan ook de handdoek in de ring te gooien. Bij een afgelegen handelspost, waar een paar blanken wonen die handel drijven met de indianen, verkoopt hij zijn huifkar en ossen en koopt hij wat muildieren, die veel sneller zijn. Dan verlaat hij de Donner Party en gaat hij alleen verder naar Californië.

Niet veel reizigers delen de zorgen van Bryant. Op 4 juli – Onafhankelijkheidsdag – besluit het gezelschap halt te houden om feest te vieren. De kinderen krijgen limonade, en voor de mannen is er sterkedrank. 

De volgende dag slapen ze hun roes uit. Een onderbreking van twee dagen is een luxe die het reisgezelschap zich eigenlijk niet kan veroorloven, en velen zullen er later dan ook spijt van hebben. 

De Donner Party hakte bomen om voor brandhout. Aan de 3 tot 4 meter hoge stronken was goed te zien hoe dik het pak sneeuw was.

© Library of Congress

Een doorsteekje

De Donner Party heeft een slechte start gemaakt, maar iemand van buiten zal ze pas echt in de problemen brengen. De jonge jurist Lansford Hastings is vier jaar eerder naar het westen getrokken en heeft zich gevestigd in Californië. 

Dat gebied hoort nu bij Mexico, maar daar wil Hastings verandering in brengen. Hij ziet zichzelf zelfs als president van een onafhankelijk Californië, en dat is niet eens heel vergezocht: er wonen maar een paar duizend Mexicanen in het gebied, en als er wat meer Amerikanen bij komen, worden de verhoudingen anders.

Tot ongenoegen van Hastings geven veel immigranten de voorkeur aan Oregon, verder naar het noorden. In 1845 schrijft hij het boek The Emigrants’ Guide to Oregon and California, waarin hij Californië warm aanbeveelt, en hij noemt een ‘doorsteekje’ naar Californië als alternatief voor de traditionele route.

Volgens Hastings kunnen immigranten beter via het Great Salt Lake reizen in plaats van door het huidige Idaho. Hij is spaarzaam met details over de route, en dat is ook niet zo gek: hij heeft hem nooit met eigen ogen gezien, sterker nog: hij bestaat helemaal niet. Er is alleen een gloeiend hete woestijn waar de dieren niet kunnen grazen en waar nauwelijks water is.

Dit boek – dat Reed bij zich heeft – heeft geen grote impact, en het geduld van Hastings raakt op: in 1846 reist hij af naar de route van de immigranten om bij hen te lobbyen. Als de huifkarren niet naar Californië komen, moet hij maar naar de huifkarren.

Hastings legt zelf zijn kortere route af, van het westen naar het oosten. Hij heeft geen zware wagen bij zich, die vast zou komen te zitten in het zand, maar gaat te paard, wat natuurlijk veel makkelijker is. 

Toch zou hij moeten beseffen dat hij met de aanbeveling in zijn boek veel mensen in levensgevaar zou kunnen brengen. De reisgenoot van Hastings, James Clymann, schrijft in zijn dagboek: ‘Dit is misschien wel het meest troosteloze landschap op onze planeet. Er groeit niets, nog geen sprietje gras, en het spreekt voor zich dat dieren hier geen schijn van kans hebben.’

Hastings laat zich echter niet uit het veld slaan. De omstandigheden mogen zijn visioen niet in de weg staan, en hij geeft hoog op van zijn route bij de karavanen die hij tegenkomt. Een daarvan is de Donner Party.

Gezelschap was gewaarschuwd

Op het punt waar de shortcut zich van de traditionele route afsplitst, staat Hastings de huifkarren op te wachten. Zijn vriend Clymann rijdt echter verder naar het oosten, waar hij op de Donner Party stuit. 

Tot zijn verbazing treft hij James Reed, met wie hij in het leger diende. De twee hebben elkaar al 14 jaar niet gezien. Ze raken aan de praat, en Clymann schrikt als hij hoort dat Reed het boek van Hastings kent en de korte route wil nemen.

Een paar jaar later herinnert James Clymann zich nog goed wat hij die dag tegen Reed zei: ‘Neem de normale route en wijk er nooit van af. Het is al moeilijk genoeg om je bestemming te bereiken als je dat doet, maar als je het niet doet, kom je er misschien nooit.’

Reed slaat het advies van zijn oude vriend in de wind, en een paar weken later wordt hij gesterkt in zijn idee dat hij het juiste heeft gedaan.

De karavaan stuit op een eenzame ruiter die oostwaarts rijdt. Hij heeft een brief bij zich die hij op verzoek van Hastings aan alle immigranten toont die hij tegenkomt. In de brief belooft Hastings bij Fort Bridger op de karavanen te wachten om ze zelf de korte route te laten zien.

Dat is precies wat Reed, de man met de leidersrol, wil horen. De kolonisten lopen ver achter op schema, en een korte route komt dus als een geschenk uit de hemel. De Donner Party besluit af te wijken van de traditionele route – een rampzalig besluit.

Als de karavaan op 27 juli Fort Bridger bereikt, dat geen militair fort is maar een kleine handelspost met twee man, is Hastings nergens te bekennen. Hij wist dat de Donner Party onderweg was, maar is toch met een andere groep reizigers meegegaan.

Nu zijn er twee mogelijkheden: de groep kan naar de oude route terugkeren, wat een week zal kosten, of op eigen houtje de nieuwe route proberen te volgen. Helaas nemen de kolonisten het verkeerde besluit: ze gaan door op de ingeslagen weg.

Ondertussen is de karavaan die Hastings begeleidt in een bijna onbegaanbare kloof in de problemen geraakt. Hastings schrijft een bericht aan de Donner Party: ze moeten blijven waar ze zijn en een ruiter sturen om hem op te halen, dan zal hij een betere route laten zien.

Hij laat zijn bericht achter in het struikgewas, waar de Donner Party het bij toeval vindt. Drie ruiters, onder wie Reed, gaan op pad, maar Hastings heeft inmiddels een grote voorsprong. Als de drie hem inhalen, gaat hij eerst met ze mee, maar onderweg bedenkt hij zich. 

Hij denkt dat er te weinig tijd is om helemaal terug te rijden, en bovendien moet hij bij zijn eigen gezelschap blijven om dat veilig door de woestijn te helpen. Met deze woorden rijdt hij weg, en dat is het laatste wat de reizigers zien van de man in wie ze hun vertrouwen gesteld hadden.

De rest van de reis wordt een ware hel. In één kloof moet de karavaan 13 keer dezelfde rivier oversteken op zoek naar een begaanbare route. Ergens anders staan de huifkarren twee dagen stil terwijl de mannen zich met schoppen, houwelen en bijlen een weg banen.

Op 22 augustus bereiken de leden van het gezelschap na een uitputtende reis eindelijk de zoutwoestijn. Maar hier begint de ellende pas goed. De hitte is ondraaglijk, en de wielen van de wagens zakken weg in het zand.

De ossen vergaan van de dorst en kunnen zich maar met moeite voortslepen. Een aantal bezwijkt. Ook de mensen hebben het zwaar: zelfs de kinderen hebben lang niet genoeg te drinken. Voor het leven van de 31 kinderen onder de 12 wordt gevreesd. De vrouwen vloeken en tieren net zo hard met de mannen mee.

Naarmate er meer ossen het loodje leggen, moeten er huifkarren achtergelaten worden. Sommige gezinnen raken bijna al hun bezittingen kwijt. Vooral de Reeds krijgen het zwaar te verduren: ze houden slechts één os en één koe over en moeten lastdieren lenen.

De beproevingen zijn niet goed voor de stemming in het gezelschap. Het is nooit een hechte groep geweest, maar nu is het ieder voor zich. Niemand wacht op degenen die het tempo niet kunnen bijbenen.

Gelukkig sterven er geen mensen van de dorst, maar door de ‘korte route’ van Hastings loopt de karavaan een maand vertraging op. Pas op 12 september is de groep weer terug op de oorspronkelijke route richting het Sierra Nevada-gebergte en Californië. 

Frustratie leidt tot moord

De uitgeputte mannen hebben een kort lontje, en op 5 oktober barst de bom. Tijdens de beklimming van een zeer moeilijk begaanbare helling krijgen Reed en ene Snyder het aan de stok. Snyder draait door en slaat Reed zo hard met het uiteinde van zijn zweep op het hoofd dat het bloed eruit stroomt. Wat er precies gebeurt weet niemand. De vrouw van Reed komt aanrennen en krijgt mogelijk ook een slag met de zweep. Ineens heeft Reed een mes in zijn hand, en ligt Snyder dood op de grond.

Het was een volslagen impulsieve actie. Als Reed beseft wat hij gedaan heeft, probeert hij Snyder nog te helpen, maar het is te laat.

De kolonisten zijn eerst met stomheid geslagen, maar dan kiezen ze partij, en al snel staan er twee groepen tegenover elkaar. Niemand wist zich raad met de situatie. Een moord moet bestraft worden, maar de groep heeft de VS al verlaten, dus de wetten van dat land gelden niet.

Lewis Keseberg, die nog steeds niet veel op heeft met Reed sinds het voorval op de indiaanse begraafplaats, ziet zijn kans schoon. Hij roept dat Reed opgehangen moet worden. Maar zo ver willen de meesten niet gaan. De meerderheid besluit uiteindelijk dat de moordenaar uit de karavaan moet worden verbannen. Reed weigert zijn gezin in de steek te laten, maar zijn vrouw slaagt erin hem op andere gedachten te brengen. Reed moet te paard naar Californië rijden om een team op de been te brengen dat de anderen kan redden als ze niet voor de winter over de bergen komen.

Op 31 november bereiken de pioniers eindelijk de Stephens Pass. Als ze die oversteken, zijn ze de Sierra Nevada over en ligt de weg naar Californië open. ’s Avonds slaan ze hun kamp op aan de voet van de berg. En dan gaat het sneeuwen.

Zelfs op aangelegde wegen en paden kwamen de zwaarbeladen huifkarren maar moeizaam vooruit.

© Polfoto/Corbis

De volgende ochtend verspert een dik pak sneeuw de doorgang. De kolonisten doen een poging om door de pas te komen, maar moeten rechtsomkeert maken. Twee dagen later proberen ze het opnieuw. Omdat de huifkarren niet door de sneeuw komen, moeten ze die achterlaten. Ze beladen de ossen met hun belangrijkste bezittingen en gaan zelf te voet.

De jonge Charles Stanton slaagt er met de hulp van twee indianen in de top te bereiken. Maar de drie moeten terugkeren als ze merken dat de rest van het gezelschap hen niet heeft kunnen volgen.

Stanton kan zijn ogen niet geloven als hij ziet dat de anderen een vuur hebben gemaakt en voor de nacht hun kamp opgeslagen hebben. Hij probeert ze over te halen om door te gaan: ‘We kunnen er nu door, maar als er nog meer sneeuw valt, zijn onze kansen verkeken.’

Een van de indianen zet Stantons woorden kracht bij door op de dreigende lucht te wijzen. Er is veel meer sneeuw in aantocht.

Maar de aansporingen zijn vergeefs. De uitgeputte kolonisten willen niet bij het warme vuur weg. Dat zal de Donner Party opnieuw duur komen te staan: diezelfde nacht gaat de pas door een metershoog pak sneeuw op slot voor de rest van de winter.

De reizigers zijn precies één dag te laat. Ze hebben veel dagen verspild, en nu liggen honger en kou op de loer. 

Het is ieder voor zich

De meeste reizigers gaan meteen aan de slag met het bouwen van hutjes om zich tegen de kou en de wind te beschermen. Maar de familie Donner bevindt zich op zo’n 10 kilometer van de anderen. De as van een van hun wagens is gebroken, en George Donner is gewond geraakt toen hij probeerde met een bijl een nieuwe as te maken.

De Donners en hun voerlui zetten vier tenten op, die ze met ossenhuiden bekleden om de warmte binnen te houden. Tot meer zijn ze eenvoudigweg niet meer in staat, en niemand schiet hen te hulp. De situatie is uitzichtloos. Het proviand is bijna op, en vanwege het dikke pak sneeuw is jagen onmogelijk. 

De gezinnen die nog dieren hebben kunnen zichzelf nog eventjes in leven houden door ze te slachten, maar weigeren ook maar iets af te staan aan degenen die het minder getroffen hebben. Al in november slaat de honger toe. Halverwege december sterft de 24-jarige Baylis Williams als eerste, en de anderen zijn er zeer slecht aan toe.

Op dat moment besluit een groep van 10 mannen en vijf vrouwen nog een poging te doen de pas over te steken om de dichtstbijzijnde blanke nederzetting te bereiken, 150 kilometer verderop.

Ze maken primitieve sneeuwschoenen waarmee ze hopen door de dikke laag sneeuw te kunnen lopen. Maar ze nemen geen eten of tenten mee, en als de sneeuwschoenen kapotgaan, kunnen ze geen kant op. Na een week sterft Charles Stanton als eerste van de honger. De jonge Stanton had zichzelf kunnen redden, maar wilde de anderen niet in de steek laten.

Een paar dagen daarna is Patrick Dolan de eerste die oppert om mensenvlees te eten. De anderen voelen zich ernstig bezwaard, maar wijzen het idee niet af. Eén man kan zijn leven geven om de anderen te redden. 

Ze kunnen strootjes trekken, of twee mannen kunnen duelleren. Ze besluiten echter te wachten tot een van hen uit zichzelf overlijdt. Dat gebeurt diezelfde nacht, en ironisch genoeg is het Patrick Dolan. De overlevenden durven elkaar niet in de ogen te kijken terwijl ze hem opeten.

Maar binnen afzienbare tijd wordt kannibalisme geaccepteerd. William Foster stelt zelfs voor om de twee indianen die bij de groep zijn te slachten. De 28-jarige William Eddy probeert hier nog een stokje voor te steken door hen te waarschuwen.

Ze slaan meteen op de vlucht, maar ze komen hopeloos vast te zitten in de sneeuw. Deze keer houdt niemand Foster tegen. Hij schiet ze dood, en de indianen belanden in de pan.

De groep slaagt erin de pas over te steken, en op 18 januari bereikt ze het laagland. De vijf vrouwen leven nog, maar er zijn nog maar twee mannen over.

In het kamp, aan de andere kant van de pas, wordt de situatie steeds uitzichtlozer. In december sterven vijf mensen, en in januari bezwijkt de een na de ander. De overlevenden zijn zo wanhopig dat ze hun tanden zetten in ossenhuid en leren boekomslagen.

De vrouw van James Reed – Margaret – en hun vier kinderen leven nog. Als ze door al hun voedsel heen zijn, moeten ze hun geliefde hond, de terriër Cash, doden en opeten. Zelfs de huid en de poten van het trouwe huisdier moeten eraan geloven. 

Redding is eindelijk nabij

Ondertussen doet de verbannen James Reed verwoede pogingen om Californië te bereiken en hulp te sturen. Meer dood dan levend komt hij aan in de bewoonde wereld, en hij zet meteen een reddingsactie op touw.

Het eerste team vertrekt op 31 januari, en James Reed zelf volgt een week later met een tweede team. Ze worden opgehouden door een zware sneeuwstorm, maar op 18 februari bereikt het eerste team het kamp. Het lijkt uitgestorven, maar dan horen de mannen een schreeuw. Uit een hoop sneeuw komt een vrouw tevoorschijn. Ze strompelt op het reddingsteam af:

‘Zijn jullie uit Californië gekomen, of uit de hemel?’

De uitgehongerde overlevenden krijgen maar een beetje voedsel, zodat ze zich niet overeten. Velen zijn te zwak om de tocht naar Californië te maken, en het reddingsteam moet een aantal mensen achterlaten.

Op de terugweg komen ze Reed tegen. Zijn dochter Virginia vliegt hem in de armen. Hij hoort dat zijn hele gezin nog in leven is, en kan zijn geluk niet op.

Als de reddingswerkers van het vierde en laatste team in het kamp van de Donner Party aankomen, wacht hun een gruwelijke aanblik. In de sneeuw zitten twee tieners mensenvlees te koken in een pan. 

Vlak bij hen ligt de aan stukken gesneden Mrs Graves, en naast haar zit haar dochtertje van één. Die heeft haar arm om het gehavende lichaam van de onfortuinlijke vrouw geslagen. Ze huilt en roept om haar moeder.

Een van de reddingswerkers tilt het meisje op en troost haar tot ze ophoudt met huilen. Dan gaan ze verder het kamp in, waar ze nog meer afgrijselijke dingen zien. De lange reis van de Donner Party is op een hartverscheurende tragedie uitgedraaid. 

Ramp kostte 36 mensen het leven

Van de 81 reizigers overleefden slechts 45 kinderen en volwassenen de ontberingen in de bergen. Voor een aantal van hen ging de Californian Dream in vervulling.

Het gezin Reed bracht het er heelhuids vanaf. Margaret en James Reed kregen later nog twee kinderen en adopteerden bovendien twee van de verweesde Donnerkinderen. James Reed maakte fortuin als onroerendgoedhandelaar in San Jose.  

James en Margaret Reed.

© Polfoto/AP

William Foster verloor zijn zoontje Georgie, dat mogelijk werd gedood en opgegeten door Lewis Keseberg. Foster hoefde zelf nooit verantwoording af te leggen voor de moord op de twee indiaanse gidsen die het gezelschap begeleidden.

Het gezin Keseberg raakte zijn twee kinderen kwijt. Philippine Keseberg bleef bij haar gewelddadige man en kreeg nog acht kinderen met hem. Twee van hen waren geestelijk gehandicapt. 

Lewis Keseberg deed geen goede zaken en het gezin leefde in armoede. Na aankomst in Californië ging Keseberg er prat op dat hij mensen had gegeten. In het begin werd er nog wel naar zijn verhalen geluisterd, maar na verloop van tijd werd hij met de nek aangekeken. Het gezin raakte geïsoleerd, en als Keseberg zich een enkele keer in het openbaar vertoonde, werd hij door de kinderen op straat nageroepen en uitgejouwd.

De familie Donner werd zwaar getroffen. De twee echtparen – Tamzene en George, en Elisabeth en Jacob (de broer van George) – kwamen om het leven, evenals zes van hun in totaal 14 kinderen. Tamzene Donner was er nog relatief goed aan toe toen het reddingsteam haar aantrof. 

Ze weigerde zich te laten evacueren: ze wilde bij haar man blijven, die te zwak was om mee te gaan. De Donnerkinderen die het overleefden, boerden goed. De jongste, Eliza, trouwde met een senator uit Californië.

Leanna Donner, de laatste overlevende van de barre winter, werd 96 jaar en overleed in 1930.

Leanna Donner was de laatste overlevende van de ramp.

© Library of Congress

Lees ook

Ethan Rarick: Desperate Passage – The Donner Party’s Perilous Journey West, Oxford University Press, 2008 Tim McNeese: The Donner Party. A Doomed Journey, Chelsea House Publishers, 2009 

Bekijk ook ...