Our website does not support Internet Explorer.

To get the best experience on our website and of our content, please use a more modern browser like Edge, Chrome, Safari or similar.

Chicago valt ten prooi aan vuurzee

Chicago is in de herfst van 1871 net een kurkdroge brandstapel, en als er een vonkje ontstaat, grijpt het vuur razendsnel om zich heen. De inwoners rennen voor hun leven terwijl de brandweer de vlammen bestrijdt.

Imageselect

Robert Williams schrikt wakker als het brandalarm in zijn huis klinkt. ‘Brand!’ roept zijn vrouw, die hem met haar elleboog in zijn zij port.

Williams is al jaren commandant van de brandweer van Chicago en gewend om te reageren als de brandwacht het signaal geeft dat er brand is.

Het is 8 oktober 1871, 21.00 uur. De 45-jarige Williams lag net op één oor, maar moet nu zijn uniform aantrekken en eropuit gaan.

Een door paarden getrokken brandweerwagen stopt even later bij het huis van de commandant aan Randolph Street. Williams springt erop en de paarden stuiven naar het zuidwesten van de stad, waar aan DeKoven Street een schuur in brand staat.

‘Houd vol, jongens – ze krijgt de overhand.’
Brandweercommandant van Chicago tegen zijn mannen

In 23 jaar bij de brandweer heeft Williams nog nooit zo’n jaar meegemaakt. De houten gebouwen van Chicago zijn na maanden zonder neerslag kurkdroog. Elk klein brandje kan een hele wijk in lichterlaaie zetten.

Als hij in DeKoven Street – ten westen van de zuidelijke arm van de rivier de Chicago – aankomt, staan er al meer huizen in brand. Ter plaatse zijn twee brandweerwagens, maar Williams ziet dat de harde wind het ze lastig maakt.

‘Houd vol, jongens – ze (de brand, red.) krijgt de overhand,’ roept de brandweercommandant naar zijn mensen.

‘Chef, ik denk niet dat we het hier nog langer kunnen volhouden,’ roept een van de brandweermannen uit, die pijnlijke handen heeft door de hitte van het vuur.

‘Vecht door, zo lang jullie kunnen!’ spoort Williams zijn mannen aan, voordat hij naar het volgende huizenblok loopt, waar hij de rook al uit de gebouwen ziet komen – het teken dat ze vlam hebben gevat.

‘Kondig alarmfase twee af (verhoogde staat van paraatheid, red.)! Dit gaat overslaan!’ beveelt de commandant. Zijn ervaring vertelt hem dat de brand uit de hand dreigt te lopen. Zijn bange vermoedens worden snel bevestigd.

Zo’n 500 indianen van de Potawatomi-stam vielen in 1812 de Amerikaanse nederzetting bij Chicago aan.

© Imageselect

Fransman stichtte Chicago

  • 1679: Fransman ontdekt gebied

    De Franse ontdekkingsreiziger René de La Salle beschrijft als eerste Europeaan de streek op de westoever van Lake Michigan. Hij noemt de plek ‘Checagou’ – een Franse verbastering van de indiaanse naam voor een wilde preisoort die hier groeit.

  • De jaren 1780: Eerste kolonist strijkt neer

    Met hamer en zaag bouwt de Fransman Jean Baptiste Point du Sable als eerste Europeaan een woning bij de monding van de Chicago River.

  • 1812: Indianen vechten om de locatie

    De Potawatomi-stam slacht 52 soldaten en burgers af bij de aanval op het Amerikaanse Fort Dearborn op de oever van de Chicago. Na vier jaar van bloedige gevechten moeten de indianen het gebied aan de Amerikanen afstaan.

  • 1833: Chicago wordt als stad geregistreerd

    Met een bevolking van 350 mensen wordt Chicago officieel geregistreerd als stad. Ondernemers uit het Noorden zien potentie in de stad als transportknooppunt.

  • 1848: Kanaal creëert economische groei

    Chicago’s eerste groeispurt vindt plaats na de opening van het Illinois-Michigan-kanaal in 1848. Het 154 kilometer lange kanaal, dat de rivieren Chicago en Illinois met elkaar verbindt, maakt scheepvaart van de Grote Meren naar de Mississippi mogelijk.

Studenten zien gloed van het vuur van ver

ZONDAG 8 OKTOBER 1871, 21.30 uur: William Gallagher en zijn vrienden rijden door Chicago.

William Gallagher en zijn vrienden zijn in een goede bui. Ze hebben een lezing in de kerk van de Plymouth-parochie in het westen van de stad bezocht en zijn nu op weg terug naar het theologisch seminarie van Chicago, even buiten de stad.

Plotseling wordt hun gesprek over de lezing onderbroken door het geluid van een brandalarm.

De jonge mannen turen uit de wagen en zien in de verte een fel licht gloeien. De dag ervoor hebben ze in hetzelfde gebied een kleine brand gezien en ze vermoeden dat het vuur van gisteren weer is opgelaaid vanwege de wind. Ze denken dat de brand wel snel geblust zal zijn.

Als de studenten weer op het theologisch seminarie zijn – 5 kilometer ten zuiden van de stad – kruipt Gallagher zonder zich zorgen te maken onder de wol. De studenten vallen snel in slaap, maar veel rust is hun niet gegund.

Gezin ontvlucht het gevaar van de vlammen

ZONDAG, 22.00 uur: Voor het gezin Bradwell, dat op 2 kilometer van DeKoven Street woont, zijn de vlammen in de verte het teken om weg te gaan.

Bessie Bradwell voelt een hand op haar schouder en wordt wakker uit een diepe slaap. In het schijnsel van een licht ziet het 13-jarige meisje haar moeder met een ernstige uitdrukking op haar gezicht op de rand van het bed zitten.

‘De stad staat in brand. We moeten weg uit ons huis, zo snel mogelijk,’ zegt haar moeder Myra.

‘Brandt ons huis ook af?’ vraagt Bessie bezorgd.

‘Dat weet ik niet. Maar we moeten weg, voor het geval het wel gebeurt,’ antwoordt haar moeder.

Bessie staat op en trekt haar mooiste jurk aan, zodat die in elk geval niet in vlammen opgaat. Ondertussen propt haar moeder hun kostbaarste bezittingen in een koffer.

‘Het is de duivel zelf!’
Chicagos brandchef

Bessies vader, rechter James Bradwell, stopt snel al hun contante geld in zijn jaszak. De straat staat vol rook en voor ze naar buiten stappen, pakt Myra Bessies broertje vast.

Bradwell wil dat zijn gezin Washington Street in oostelijke richting volgt, tot Lake Michigan. Weet het vuur het meer te bereiken, dan kunnen ze in elk geval het water in vluchten.

Zelf gaat hij naar zijn kantoor aan Washington Street om een paar oude, kostbare wetboeken te redden. Daarna zal hij weer terugkomen bij zijn gezin.

Myra, die redacteur bij het tijdschrift Chicago Legal News is, begrijpt de passie voor het geschreven woord van haar man en verzet zich niet tegen zijn plan.

Ze is er alleen niet blij mee dat Bessie met haar vader mee wil gaan, maar haar dochter is een vastberaden meisje, dus het heeft geen zin om met haar in discussie te gaan.

Het gezin gaat uiteen. Moeder en zoon gaan richting het water, terwijl vader Bessies hand pakt en met haar in tegengestelde richting loopt – door de rook naar de vlammen, die nu wel heel snel dichterbij komen.

Commandant haalt alle brandweerwagens

*ZONDAG, 22.20 uur: Robert Williams leidt zijn mannen als een generaal op het slagveld, maar ze worden de vlammen niet de baas.

De rook prikt in de ogen van de dappere brandweerlieden van Robert Williams, en hun huid doet pijn. Ze proberen al anderhalf uur het vuur in de buurt van DeKoven Street te stoppen.

Vijf stoommachines pompen erop los, maar er is niet genoeg water om het hevige vuur te bedwingen. Straat na straat vliegt in brand en Williams moet de brandweer nu in de hoogste staat van paraatheid brengen.

De rest van de in totaal 15 stoommachines van de brandweer racen daarom met loeiende sirenes richting het zuidwesten. Ondertussen rennen inwoners in paniek alle kanten op om de gevaarlijkste gebieden te ontvluchten.

Brand werd bestreden met stoompompen:

Stoommachines blusten brand

Sinds de jaren 1840 had de brandweer door stoom aangedreven pompmachines. De ketels creëerden zo veel druk dat de brandslangen wel 55 à 70 meter ver konden spuiten.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

De stoomketel

wekt energie op voor de pomp met waterdamp.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

Brandstof

is cruciaal om de ketel te laten koken. Achter op de wagen staat dan ook een emmer kolen.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

Buizen

van koper transporteren damp van de ketel naar de pomp voor op de wagen.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

De koetsier

zit voorop om de wagen door de straten van de stad te sturen.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

Paarden

trekken de wagen. Voor de lichte machines zijn er twee nodig, voor de zware van bijna 4000 kilo vier.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

De pomp

haalt water uit een externe bron en pompt het weg door de brandslang.

Municipal Reference Library & Chicago Public Library

De situatie wordt steeds benarder. Williams merkt hoe brandende voorwerpen over hem en zijn mensen heen vliegen. Deze dwarrelen omhoog door de wind en worden richting het noordoosten geblazen, naar het centrum van Chicago.

Als vuurballen storten de brandende resten neer en veroorzaken zo nieuwe branden.

Om 23.15 uur krijgt Williams de melding die hij vreesde: er is brand ontstaan aan de andere kant van de zuidelijke arm van de Chicago – het stadshart wordt bedreigd.

‘Het is de duivel zelf!’ roept de commandant uit, die had gehoopt dat de rivier het vuur zou tegenhouden.

‘Ga ernaartoe. Ik ben er over een minuut,’ draagt hij een van zijn trouwste brandweermannen op. Williams haalt diep adem. Binnen afzienbare tijd zouden de vlammen zijn eigen huis aan Randolph Street bereiken.

Bessie wacht vergeefs op vader in de rook

*ZONDAG, 23.15 uur: in Washington Street – die parallel aan Randolph Street loopt – zijn Bessie en haar vader bij het kantoor gekomen.

Bessie observeert haar vader in stilte. Hij trekt boeken van de planken in zijn kantoor en rent er vervolgens de straat mee op. James wil niet dat zijn dochter met zware dingen gaat sjouwen, maar Bessie wil per se helpen.

Ze neemt een dik register met abonnees van haar moeders tijdschrift mee naar buiten.

‘Het is goed om dit te redden en ik zal er ook goed op passen,’ zegt Bessie resoluut tegen haar vader.

Op de stoep hopen de boeken zich op. James vraagt Bessie of ze even op hem wil blijven wachten, terwijl hij op zoek gaat naar iemand die hem kan helpen de boeken in veiligheid te brengen.

Er gaan vijf minuten voorbij, tien minuten, een kwartier – maar Bessies vader komt niet terug.

KORT – Zo sloeg de brand om zich heen:

Wind wakkerde vuur aan

Mede door de harde wind werd een simpel brandje in Chicago een enorme ramp. Harde windstoten bliezen brandende stukken hout over de vertakkingen van de rivier heen.

Geel: Afgebrand gebied

University of Illinois

1. Brand breekt uit

Zondag 8 oktober, 20.30 uur: In de avond ontstaat brand in de schuur van de Ierse immigrante Catherine O’Leary aan DeKoven Street. De brandweer is er zo’n half uur later, maar her vuur is al naar diverse omliggende gebouwen overgeslagen.

University of Illinois

2. Vuur gaat rivier over

Zondag, 23.15 uur: Een sterke zuidwestenwind blaast brandende stukken hout van gebouwen aan de westzijde over de zuidarm van de Chicago River. In de dure wijken in het zuiden van de stad ontstaan nieuwe branden.

University of Illinois

3. Vuur beweegt noordwaarts

Maandag, 2.30 uur: Vanwege de wind gaat het vuur nog een keer de rivier over. In korte tijd vliegen meerdere huizen in het noorden van de stad in brand.

University of Illinois

4. Watervoorziening kapot

Maandag, 3.00 uur: Een stuk brandend hout landt op het dak van een van de waterwerken bij Lake Michigan. Het vuur kan niet geblust worden. Een uur later is Chicago’s watervoorziening verwoest.

University of Illinois

5. Regen biedt redding

Dinsdag, 1.00 uur: De wind neemt af en het begint te regenen. Hierdoor krijgt men het vuur onder controle, en in de ochtend is de brand op de meeste plekken geblust.

University of Illinois

De rook is ondertussen dikker geworden en af ten toe vallen er brandende snippers uit de lucht. Bessie vindt dat het op een sneeuwbui lijkt, maar dan met rode sneeuwvlokken in plaats van witte.

Het jonge meisje weet echter heel goed dat ze niet veel langer op de straat kan blijven staan. Ze besluit daarom om niet meer op haar vader te blijven wachten, maar in plaats daarvan richting het water te lopen, waar haar moeder en broertje ook naartoe zijn gegaan. Bij hen zal ze veilig zijn.

Ze loopt Washington Street in, waar het echt wemelt van de vluchtende inwoners. Een man die een kist vol kippen op zijn hoofd probeert te balanceren, botst tegen Bessie aan, waardoor ze bijna omvalt.

Een andere man maakt zich druk over de gevangenen die in het cachot onder het gerechtsgebouw zitten. ‘Ach, die arme gevangenen. Ze zitten opgesloten in hun cel en verbranden levend!’ roept hij vertwijfeld.

Het is een heftige ervaring voor het 13-jarige meisje. De straten zijn veranderd in een chaos, met doodsbenauwde mensen die allemaal met zo veel mogelijk bezittingen willen ontsnappen aan het naderende vuur.

Bessie wil alleen de hand van haar moeder of vader weer snel vasthouden.

James Bradwell snelt naar water

*MAANDAG, 0.15 uur: Bessies vader keert terug bij zijn kantoor – hij heeft niemand gevonden om hem te helpen.

Voor de ingang van zijn kantoor ziet James Bradwell zijn stapels oude boeken, maar Bessie is weg! Tevergeefs doorzoekt hij het kantoor.

Het vuur woedt nu op meerdere plekken in het zuidelijk deel van het centrum en komt steeds dichter bij Washington Street, dat tot nu toe alleen door rook en licht gloeiende neerslag werd geplaagd.

‘Waar is Bessie?’
Rechter James Bradwell, Bessies vader

James besluit daarom om naar het park bij het water te lopen, waar Myra wacht met hun zoon. Hopelijk is Bessie daar ook.

Wanneer James eindelijk bij het park is, ziet hij na kort zoeken zijn vrouw en zoon tussen alle andere mensen die ook hun toevlucht hebben gezocht bij het water.

‘Waar is Bessie?’ roept James uit.

‘Wat? Ik dacht dat ze bij jou was,’ zegt Myra ongerust.

‘Goeie genade,’ zegt James zachtjes. Hij ploft neer op hun koffer en schreeuwt: ‘Wat is er met ons meisje gebeurd?’

Maar Bessies moeder wil de hoop niet opgeven en stelt haar man gerust. ‘Ik zou haar zonder aarzelen naar het einde van de wereld laten gaan – onze dochter redt zich wel. Rustig maar.’

Williams evacueert zijn vrouw

*MAANDAG, 0.45 uur: Williams’ mannen hebben vergeefs getracht het vuur te stoppen. Dat is nu bijna bij Randolph Street, waar zijn eigen huis ligt.*

Robert Williams is ontsteld over het tempo van de brand. Verschillende kerken, de gasfabrieken van de stad en het wapendepot van het leger zijn al in vlammen opgegaan.

Nu is het fraaie gerechtsgebouw tussen Washington en Ran­dolph Street in gevaar. Met toestemming van de burgemeester haalt de politie de ruim 100 gevangenen uit hun cel, terwijl Williams’ mannen het vuur proberen te beteugelen.

Het huis van Williams staat slechts 150 meter verderop en hij gaat op weg om zijn vrouw te evacueren. Een paar brandweerlieden en een agent zijn al ter plaatse en hebben mevrouw Williams naar buiten geholpen.

De commandant bekommert zich nu om het belangrijkste voorwerp in huis. ‘Willen jullie me helpen mijn piano eruit te krijgen?’ vraagt hij enkele brandweerlieden. Hij haalt de poten van de piano, zodat ze die beter naar buiten kunnen slepen.

De vlammen zijn nu dichtbij, maar Williams gaat weer naar binnen om de tapijten te redden. Door de hitte begeeft het houtwerk het en barsten de ramen.

Williams gooit een tapijt over zijn schouder en loopt de straat op. Hij ziet hoe de eerste gele vlammen aan het huis beginnen te likken. Naast hem staat zijn vrouw te snikken.

Hij kan haar maar heel even troosten, en dan stuurt hij haar met paard-en-wagen naar het westen. Williams weet dat het met zijn eigen huis gedaan is, maar hij heeft nog steeds een hele stad te redden.

Bessie vlucht over een brandende brug

*MAANDAG, 1.00 uur: Bessie Bradwell is door de chaos in de stad de weg kwijtgeraakt en heeft nog geen spoor van haar familie gevonden.

Het razende vuur, de huilende wind en schreeuwende mensen hebben het zuiden van het centrum in een inferno veranderd. Bessie is bang en in de war, maar dan hoort ze bekende stemmen. Vrienden van Bessies ouders hebben haar door puur toeval in de mensenmassa gezien.

‘Kom met ons mee,’ zegt het echtpaar, dat zich net als de meeste andere vluchtende inwoners doelgericht naar de bruggen haast die over de Chicago lopen en naar het noordelijke gedeelte van de stad leiden.

‘Dit is het einde van Chicago!’
Wanhopige inwoner over de brand

Als Bessie en het echtpaar bij State Street Bridge komen, staat de brug deels in brand, net als diverse plekken op de oever van de rivier.

Kisten en zakken met goederen zijn door de brandende neerslag in de fik gevlogen. ‘Kom, we moeten nu meteen de brug over!’ roepen de vrienden van haar ouders. Nerveus gaat Bessie mee.

De hitte van de brandende brug is ondraaglijk en Bessies jas vat een paar keer vlam, maar telkens doven behulpzame vluchtelingen achter hen het vuur met hun handen.

Als ze bijna aan de overkant zijn, spurt er een man voorbij. Hij is doorgedraaid van angst. ‘Dit is het einde van Chicago!’ schreeuwt hij luid.

‘Nee, de stad zal opnieuw verrijzen!’ roept Bessie instinctief. Ze weigert de hoop op te geven.

De meeste Amerikanen slikten het verhaal over de koe van Catherine O’Leary die brand had gesticht voor zoete koek.

© Imageselect

Koe beschuldigd van brandstichting

Na de brand in oktober 1871 schreef journalist Michael Ahern in de Chicago Tribune dat het vuur in een schuur in DeKoven Street was ontstaan.

Blijkbaar had een koe tijdens het melken een lantaarn omvergeschopt. De locatie klopte, maar het verhaal was je reinste onzin, zoals Michael Ahern 22 jaar later toegaf.

De eigenaar van de koe – Catherine O’Leary – werd toen ook bij een hoorzitting vrijgesproken. De echte oorzaak van de brand is nooit gevonden.

In het officiële onderzoeksrapport stond: ‘Of de brand is veroorzaakt door een vonk van een schoorsteen of door iemand is aangestoken, kunnen wij niet bepalen.’

‘De hele stad staat in brand!’

*MAANDAG, 2.30 uur: William Gallagher ligt diep in slaap in zijn bed op het theologisch seminarie, wanneer er hard op de deur van zijn slaapkamer wordt gebonsd.*

Gallagher wordt met een schok wakker door het plotselinge lawaai. Toch is de slaapdronken student verbazingwekkend snel op de been. Hij loopt naar de deur en doet die open.

Op de gang ziet hij een van zijn vrienden staan, die ook bij de lezing van de vorige avond aanwezig was.

‘De hele stad staat in brand!’ roept die en hij vraagt of ze de stad in zullen gaan om het vuur van dichtbij te zien.

Gallagher klautert eerst op het dak van het seminarie, waar hij een drie tot vijf kilometer lange strook vuur ziet die door de hevige wind vooruit wordt geblazen.

Zijn vriend heeft gelijk: deze brand is uniek. Even later zijn de twee studenten op weg naar de vlammenzee.

In het westen treffen ze dramatische taferelen aan. Hordes mensen wurmen zich met volle kruiwagens en karren door de straten, en koeien en paarden rennen rond.

In meerdere straten zijn agenten en brandweermannen bezig om houten façades neer te halen en het hout van de stoepen te verwijderen om de opmars van het vuur te vertragen.

Op andere plekken proberen militairen en politie hele straten op te blazen, zodat de brand niet meer wordt gevoed. Op een van de pleinen van de stad ziet Gallagher een politieman met een jongetje aan de hand.

‘Alles wat ik weet, is dat zijn ouders zijn omgekomen bij de brand in het Girard Hotel,’ vertelt de agent aan de aanwezigen, waarna een heer zich over het kind ontfermt.

Op het plein zitten ook drie kinderen op een koffer op hun moeder te wachten, maar zij komt niet. ‘Nee!’ roepen de kinderen, wanneer enkele omstanders een poging doen om ze mee te krijgen.

Als de vlammen te dichtbij komen, trekken een paar volwassenen de kinderen met geweld weg, terwijl de drie stakkers om hun moeder huilen.

Gallagher loopt de hele nacht door de stad, betoverd door de verwoestende opmars van het vuur. Als de dag aanbreekt, volgt hij met zijn vriend de stoet mensen die zich naar het westen voortsleept om de veilige prairie te bereiken.

De studenten gruwen van de inhalige vervoerders, die de situatie gebruiken om de meest exorbitante prijzen te vragen. Gallagher hoort koetsiers 100 dollar voor elke vracht eisen, een vijfde van een jaarsalaris van een arbeider.

Op de prairie lijkt het doorgaans lege landschap op een slagveld, vol uitgeputte mensen met een verbrande huid en roet in hun haar.

De gelukkigen die meerdere dingen uit hun huis hebben kunnen redden, stapelen die op en leggen tapijten neer, zodat hun gezin kan zitten. De vluchtelingen op de prairie voelen zich veilig, maar in de stad vechten veel inwoners nog voor hun leven.

Vluchtelingen gaan het water in

*MAANDAG, 7.30 uur: James Bradwell heeft de koffer van het gezin ’s nachts aan de oever van Lake Michigan begraven. Hij is bang dat hun laatste bezittingen in brand zullen vliegen.

James Bradwell is blij dat hij de kostbaarheden van de familie begraven heeft, want de brandende neerslag valt nu ook in het park.

De situatie is kritiek, omdat het vuur snel oplaait in de groene omgeving. Ladekasten, koffers en kleren staan in brand en de mensen rennen panisch het meer in.

De Bradwells stappen voorzichtig het modderige water in, maar gaan niet te ver. Wel gooien ze alle drie constant water over hun gezicht en armen, zodat ze niet verbranden door de verzengende hitte van het vuur.

Gelukkig bereikt het vuur de oever niet en als de vlammen na een paar uur gedoofd zijn, kunnen ze weer op het inmiddels verkoolde gras staan.

James graaft de koffer op, maar de opluchting over het redden van hun bezittingen is van korte duur, want Bessie is er nog steeds niet.

Brandweerwagens begeven het

*MAANDAG, 11.00 uur: commandant Williams en zijn mannen bestrijden het vuur, dat door de brandende neerslag nog een rivierarm over is gegaan en het noorden van de stad heeft bereikt.*

Williams’ ogen zitten vol roet en rook, waardoor hij de weg slecht ziet – hoewel hij voor in de wagen zit die hem naar West-Chicago brengt, waar het vuur is weggebleven. Voordat de wagen bij het huis is waar ze zijn vrouw naartoe hebben gebracht, krijgt hij een veiligheidsbril.

Williams is drijfnat, en het is dan ook bevrijdend om zijn zware uniform uit te trekken en een schoon exemplaar aan te doen. Zijn vrouw heeft thee en brood klaargezet.

De warme thee is een weldaad voor zijn droge keel, maar hij krijgt slechts twee happen brood naar binnen. Hij maakt zich zorgen.

’s Ochtends vroeg heeft een brand ten noorden van de rivier de waterpompen van de stad verwoest. De brandweer kan Lake Michigan dan ook niet langer als reservoir gebruiken. Bovendien zijn verschillende stoommachines en waterslangen kapotgegaan.

Een oppervlak van circa 8,5 km2 werd verwoest.

© Imageselect

Chicago was een rokende puinhoop

De brand in 1871 maakte grote delen van Chicago met de grond gelijk. Een derde van de stad was in een klap weggevaagd en de overlevenden konden nergens meer wonen.

Rond de 100.000 mensen verloren hun huis bij de brand en circa 300 inwoners kwamen in de vlammen om. De schade, met inbegrip van negen schepen op de rivier, bedroeg 220 miljoen dollar en zou nu rond de 4 miljard euro liggen.

Maar de inwoners van de stad hadden de hoop niet opgegeven. ‘Chicago bestaat nog steeds,’ stelde de Chicago Tribune een paar dagen na de brand vast. De krant wees vooral op het feit dat ‘de grote verkeersaders nog bestaan en alles klaar is om weer opgepakt te worden’.

Het optimisme van de krant was terecht. Het spoorwegnet was nog intact en dit maakte het makkelijker om met het herstel van de stad te beginnen. Direct na de ramp startte een ambitieus bouwproject.

De politici van Chicago wilden een nieuwe stad van steen en staal bouwen die beter bestand was tegen toekomstige branden.

Uit het hele land kwamen mensen naar Chicago om in de bouw te werken en in 1880 was het inwonertal van 300.000 naar 500.000 gestegen.

De economische groei zette dankzij de gunstige ligging van de stad door en rond de eeuwwisseling woonden er 1,7 miljoen mensen in de metropool, die nu de op een na grootste van de VS was.

  • 17.500 gebouwen brandden tot de grond toe af.

Williams zelf voelt zich wat fitter als hij zijn vrouw een afscheidskus geeft en in de wagen plaatsneemt. Maar optimistisch is hij niet. Het vuur houdt Chicago nog steeds in zijn greep en hij bidt dan ook dat het snel gaat regenen.

Gallagher gaat bij de noodpolitie

*MAANDAG, 22.00 uur: William Gallagher heeft bijna een etmaal bij de branden en de nu dakloze inwoners op de prairie doorgebracht. Daarom heeft hij zijn bed voor zijn doen vroeg opgezocht.

Gallagher doet zijn ogen open en is direct klaarwakker. Een geluid heeft hem gewekt. Hij weet dat de oudste theologiestudenten een wachtdienst hebben geregeld, zodat iedereen snel gewaarschuwd wordt als de wind draait en het vuur uit de stad het seminarie bedreigt.

Even later komt Gallagher erachter dat het geluid niet vanaf de gang komt, maar uit de hemel – een ritmisch getrommel op het tak. Het regent!

‘God zij geprezen voor al zijn zegeningen,’ roept de gelovige jongeman uit voor hij weer in slaap valt, wetende dat het seminarie – en ongetwijfeld ook het nog niet verbrande deel van de stad – veilig is.

De volgende ochtend, na het dagelijkse gebed, gaan de studenten groepsgewijs naar de First Congregational Church of Chicago in het noordwesten van de stad om te kijken wat ze kunnen doen om de autoriteiten te helpen.

Het stadsbestuur en de politie hebben hun kantoren in de kerk ingericht omdat het stadhuis en het politiebureau zijn afgebrand.

Op weg naar hun bestemming zien de jonge studenten een stad die in puin ligt. Op een paar plekken woedt het vuur nog steeds, maar de regen van die nacht heeft het bluswerk goed op weg geholpen en het vuur is in principe onder controle.

Chicago werd in een paar jaar weer opgebouwd, en kreeg ook de eerste wolkenkrabber ter wereld, die negen etages en 55 meter hoog was.

© Urban Remains Chicago

In de kerk, waar het vrijwilligerswerk wordt verdeeld, worden de studenten in twee rijen opgesteld en moeten ze hun rechterarm optillen en zweren dat ze hun plicht zullen vervullen ‘als speciale politie in deze noodsituatie en orders van de politiecommissarissen zullen opvolgen’.

‘Zo waarlijk helpe mij God,’ besluiten de jonge mannen de eed, waarmee ze tijdelijk tot de noodpolitie behoren. In die hoedanigheid zullen ze de politie van de stad bijstaan met de noodwerkzaamheden.

Voorzien van een politiebadge krijgt Gallagher de taak alle paard-en-wagens die hulp kunnen verlenen, te vorderen. Weigert de eigenaar, dan kan Gallagher hem arresteren, maar gelukkig blijven zulke confrontaties hem bespaard.

De kersverse agent rijdt de hele dag af en aan met wagens en verzamelt de families op de prairie om ze naar de kerken en scholen van Chicago te brengen, waar ze eten, kleding en onderdak krijgen.

‘Je kunt je niet voorstellen wat een klap dit voor velen is geweest,’ schrijft hij dezelfde dag in een brief aan zijn zus, die in Boston woont. De jonge theologiestudent zal de brand nooit vergeten.

De familie Bradwell krijgt geweldig nieuws

*DINSDAG, 20.00 uur: Rechter Bradwell, zijn vrouw Myra en hun zoon zijn veilig sinds de brand in het park is uitgedoofd. Maar ze hebben hun dochter Bessie nog steeds niet gevonden.

James Bradwell is al bijna twee dagen ziek van bezorgdheid – niet omdat Chicago in puin ligt of zijn huis geheel is afgebrand, maar omdat zijn dochter nog steeds vermist wordt.

Hij heeft de hele dag vergeefs in de stad rondgelopen en heeft de hoop bijna opgegeven als hij ’s avonds naar een openbare bijeenkomst gaat.

Bradwell krijgt al snel het woord en vraagt of iemand zijn dochter heeft gezien. Ze is 13 jaar oud en in de buurt van het gerechtsgebouw verdwenen, mogelijk met een groot boek in haar armen.

In het publiek staat een onbekende heer op. ‘Rustig maar, rechter Bradwell, uw dochter is veilig aan de westzijde (van de zuidelijke arm van de Chicago River, red.), en ze heeft negen uur rondgelopen met dat grote, zware boek met abonnees,’ vertelt de man, die de bijzondere Bessie Bradwell maandagochtend heeft ontmoet in een restaurant, waar ze samen met bekenden zat.

James omhelst de vreemdeling en dankt hem hartelijk voor de informatie. Als hij even later weer bij zijn vrouw is en haar het fantastische nieuws vertelt, straalt zijn gezicht voor het eerst in 48 uur.

De hele familie zal spoedig weer bij elkaar zijn. Ze hebben de grote brand overleefd.

Naschrift

Robert Williams is zijn stad nog twee jaar van dienst geweest als brandweercommandant, tot 1873.

De familie Bradwell bleef in Chicago, waar Bessie net als haar ouders jurist werd. In 1894 – het jaar waarin haar moeder overleed – werd ze adjunct-hoofdredacteur bij de Chicago Legal News. Bessie werd in 1907 hoofdredacteur van de krant en bleef dit tot haar dood, 20 jaar later.

Over het lot van theologiestudent William Gallagher is na de Chicago-brand niets meer bekend.

Lees ook:

Log in

Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
Toon Verberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!

Reset wachtwoord

Geef je mailadres op, dan krijg je een e-mail met aanwijzingen voor het resetten van je wachtwoord.
Ongeldig e-mailadres

Voer je wachtwoord in

We hebben een mail met een wachtwoord gestuurd naar

Nieuw wachtwoord

Enter a password with at least 6 characters.

Wachtwoord vereist
Toon Verberg