Gedistilleerd: sterke drank, sterke verhalen

Zin in een glaasje Göring-schnapps? Anticommunistische wodka? Of rum gebrouwen door aartsvijanden van Fidel Castro? Veel sterkedrankmerken zijn groot geworden door oorlog, opstand en leugens.

Zin in een glaasje Göring-schnapps? Anticommunistische wodka? Of rum gebrouwen door aartsvijanden van Fidel Castro? Veel sterkedrankmerken zijn groot geworden door oorlog, opstand en leugens.

Skjold Burne & Shutterstock

Al duizenden jaren weten mensen hoe ze met gist alcoholische dranken kunnen maken. Distilleren werd een kunstvorm toen Europese monniken in de middeleeuwen sterke drank gingen maken – vooral als medicijn.

In de 18e eeuw kwam de productie echt op gang en ontstonden de eerste sterkedrankmerken. Sommige daarvan bestaan nog steeds.

WODKA (Smirnoff)

Tijdens de Russische Revolutie pakten de communisten de baas van het bedrijf Smirnov op en veroordeelden hem ter dood.

© Photo 12/Getty Images & Shutterstock

Tsaar dronk boerendrank

In 1864 begon de boer Pjotr Smirnov in Moskou een wodkadistilleerderij. Pjotr maakte veel reclame voor zijn wodka en kocht priesters om, zodat ze hun kritiek voor zich hielden. De kerk was tegen wodka omdat de Russen zich laveloos dronken. Zijn drank was een enorm succes: zelfs het hof van de tsaar dronk Smirnov-wodka.

Maar dat veranderde. Pjotr werd opgevolgd door zijn zoon Vladimir, en toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verbood Nicolaas II de productie en verkoop van wodka. Vladimir bleef trouw aan de tsaar, en na de oorlog werd hij door de bolsjewieken opgepakt en ter dood veroordeeld. Maar hij ontsnapte en vestigde zich na een turbulent leven in de Franse stad Nice.

Hij begon weer wodka te maken, onder de naam Smirnoff, en toen de drooglegging in de VS in 1933 werd opgeheven, sloeg Vladimir toe. Smirnoff werd in de VS verkocht als ‘witte whisky – geen geur, geen smaak’ – ideaal voor cocktails. Tegenwoordig wordt er wereldwijd elke zes seconden een fles Smirnoff geopend.

RUM (Bacardi)

Naar verluidt staken de Bacardí’s duizenden dollars in plannen om Castro te vermoorden omdat hij hun distilleerderij in beslag had genomen.

© NBC/Getty Images & Shutterstock

De beroemdste rum ter wereld komt uit Cuba. Vanaf 1862 probeerde Facundo Bacardí Masso een, in zijn woorden, ‘beschaafde rum’ te maken.

Het werd een zachte, smaakvolle, donkere rum – gerijpt op eikenhout. Omdat veel Cubanen analfabeet waren, stelde zijn vrouw Amalia een logo voor geïnspireerd op de vleermuizen die onder het dak van de distilleerderij sliepen. In Cuba brengen vleermuizen geluk, en Bacardí’s rum werd een enorm succes.

In 1879 werd Facundo’s zoon en partner, Emilio, gedeporteerd naar een strafkamp in Afrika, omdat hij een opstand tegen de Spaanse kolonisator had gesteund. Facundo bleef achter en kon het bedrijf niet alleen runnen. Gelukkig werd Emilio twee jaar later vrijgelaten, voordat zijn vader de stekker eruit moest trekken.

Toen Fidel Castro in 1959 aan de macht kwam, werd het bedrijf genationaliseerd. De Bacardí’s vluchtten naar Bermuda en zetten van daaruit hun bedrijf voort. Bacardi wordt inmiddels in meer dan 170 landen verkocht.

WHISKY (Johnnie Walker)

Kilmarnock was in de eerste helft van de 19e eeuw een mekka voor Schotse whiskyliefhebbers.

© Carstor & Shutterstock

Smerige drank werd megabedrijf

Toen zijn vader in 1820 stierf, gebruikte de 15-jarige John Walker zijn erfenis om een kruidenierszaak te kopen in Kilmarnock, Schotland. Naast levensmiddelen en thee verkocht hij ook whisky, gemaakt door lokale schapenboeren. De gerst die de dieren niet opaten, werd gebruikt voor de whisky.

Over de productie moest belasting worden betaald, en dus werd de whisky stiekem gemaakt. Het resultaat? Vreselijke whisky’s! Maar Walker wist hoe hij thee moest mengen en gebruikte zijn goede reuk- en smaakzin om van de scherpe whisky iets drinkbaars te maken. Al snel stonden mensen in de rij voor de whisky van John Walker.

In 1841 begon Walker zijn whisky per stoomtrein naar het zuiden te exporteren. Binnen één nacht waren zijn flessen in Londen en de verkoop explodeerde. Zijn zoon Alexander bedacht het vierkante model, zodat de flessen minder bewogen tijdens het transport en niet zo snel kapot gingen.

Rond 1909 gaf Johns kleinzoon, George, de whisky de naam Johnnie Walker, ter ere van zijn grootvader.

COGNAC (Hennessy)

Cognac van Hennessy wordt opgeslagen in vaten van hout uit bossen in Midden-Frankrijk.

© SEAN DRAKES/Imageselect & FORGET Patrick/SAGAPHOTO.COM/Imageselect

Ierse soldaat maakt beroemde cognac

Toen officier Richard Hennessy in 1743 Ierland verliet om als huurling in Frankrijk te werken, had hij geen idee dat hij later cognac zou verkopen. Maar hij raakte gefascineerd door een West-Frans drankje. Dankzij het milde klimaat en de kalkrijke bodem konden de boeren in de stad Cognac speciale druivenrassen telen, die zij distilleerden tot een alcoholische drank.

Hennessy kocht de beste bottelingen en bewaarde ze in eikenhouten vaten om de smaak te perfectioneren. Het schijnt dat de Ier tien jaar heeft gezocht naar de perfecte kelder – die diep en koel genoeg was voor de jarenlange opslag.

Vanuit Cognac exporteerde Hennessy zijn drank naar Londen en New York. De elite was gek op de exotische ‘coniack’ en Hennessy groeide uit tot een van de grootste exporteurs. Omdat hij uit Ierland kwam, mocht hij, ondanks zijn adellijke titel, tijdens de Franse Revolutie van 1789 zijn hoofd houden. Het bedrijf verkoopt nu 50 miljoen flessen per jaar – een marktaandeel van 40%.

RUM (Captain Morgan)

De bekendste rum van Morgan, Original Spiced Gold, is in feite een mengsel van rum en andere drank met toegevoegde specerijen.

© Look and Learn/Bridgeman Images & Shutterstock

Gevaarlijke piraat verdronk in rum

De Canadese distilleerderij Seagram lanceerde in 1983 een rum met de meest bezopen piraat van de Caraïben op het etiket: Captain Morgan. Volgens ooggetuigen uit die tijd kon de gevreesde piraat, de Welshman Henry Morgan (1635-1688), heel veel rum drinken – zonder dronken te worden.

In Morgans tijd was goedkope drank, gemaakt van suikerriet, populair in het Caraïbisch gebied. Aan boord van schepen werd drinkwater vaak aangelengd met rum. Het resultaat was ‘grog’ – vernoemd naar een officier die Old Grog werd genoemd.

In de Caraïben krioelde het van de piraten die op zoek waren naar Spaanse schepen vol schatten uit de Zuid-Amerikaanse mijnen – piraten zoals Morgan. Hij was door het Britse koningshuis benoemd tot kapitein, als beloning voor het plunderen van Spaanse schepen en koloniën.

De Spanjaarden waren doodsbang voor de langharige piraat met zijn rode jas, maar in 1688 hield Morgans lever er na 53 jaar mee op. Hij stierf met gelige ogen en een dikke pens – tekenen van alcoholisme.

GIN (Plymouth Gin)

De zeelieden van de Britse marine lustten wel pap van de gin van de dominicanen.

© Lanmas/Imageselect & Shutterstock

Monniken maakten wondermiddel voor marine

Sinds 1793 maken monniken in de havenstad Plymouth een van de populairste dranken van Groot-Brittannië: gin. Plymouth Gin, gedistilleerd in het dominicanenklooster van de stad, werd in de 19e eeuw een favoriet van de Royal Navy, die een basis had in de nabijgelegen stad Devonport.

Met een alcoholpercentage van 57 was de gin zo sterk dat buskruit nog steeds brandde, ook als er per ongeluk gin over werd geknoeid. Vóór vertrek testte de bemanning de zuiverheid van de gin door een paar druppels uit elk vat op wat buskruit te sprenkelen en het aan te steken. Als het mengsel niet met een heldere vlam brandde, had de verkoper de drank verdund.

De Royal Navy bracht de gin de hele wereld over. In de 19e eeuw begonnen Britse officieren in India gin te mengen met tonicwater – het liefst met citroen of limoen. Het tonicwater bevatte kinine, een stof die werkte tegen malaria.

Het resultaat was een frisse en licht bittere cocktail die malaria voorkwam – gin & tonic.

BITTER (Fernet Branca, Jägermeister & Von Oosten)

Eeuwenlang werden aperitieven, kruidenbitters en likeuren verkocht als wondermiddel tegen allerlei ziekten. Meestal werden deze drankjes echter na de maaltijd gedronken om de spijsvertering te helpen.

© Shutterstock

Italiaanse drank genas cholera

Het kruidenbitter Fernet Branca werd in 1845 in Milaan gelanceerd als middel tegen cholera en menstruatiepijn. Geloof het of niet, tijdens de drooglegging in de VS mochten apotheken het wondermiddel daarom gewoon verkopen.

© Shutterstock

Neutje van Göring werd feestdrank

In 1934 kreeg Hermann Göring de titel Reichsjägermeister. De drank Jägermeister – ook wel ‘Göring-schnaps’ genoemd – werd het jaar daarop gelanceerd. In de jaren 1980 werd Jägermeister populair onder jongeren, vooral in de VS.

© Skjold Burne & Shutterstock

Klassieker emigreert

Von Oosten is van oorsprong Nederlands, maar wordt sinds 1841 in Hamburg gemaakt. In de oorlog werd de fabriek gebombardeerd, maar een Deens filiaal bleef het kruidenbitter maken volgens het bijna 200 jaar oude recept.

TEQUILA (Jose Cuervo)

Het hoofdingrediënt van tequila is de blauwe agave, die gedijt in een droog klimaat.

© Stan Shebs & Shutterstock

Cowboys dronken alcoholische godendrank

Voor de oorspronkelijke inwoners van Mexico was de agaveplant het symbool van Mayahuel: een godin met 400 borsten, gevuld met bedwelmende melk. De Azteken kookten de bladeren tot een brandewijn en dronken die als eerbetoon aan de godin.

Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw Mexico veroverden, systematiseerden ze de agaveteelt en de productie van de drank in de stad Tequila, waar de plant goed groeide. De drank kreeg de naam van de stad en werd heel populair.

Cowboys uit Mexico namen tequila mee in uitgeholde pompoenen die aan hun zadel hingen. Sommigen konden een shotje in een uitgeholde stierenhoorn gieten en in volle galop opdrinken – zonder te knoeien. Er werd gezegd dat tequila wonden geneest, bevallingspijn verlicht en darmwormen doodt.

Eind 18e eeuw maakte Jose Antonio Cuervo zijn eerste tequila. Zijn recept was populair en het bedrijf groeide. In 1880 liet de familie Cuervo de drank voor het eerst bottelen. Nu is het de meestverkochte tequila ter wereld.

MEER OVER GEDISTILLEERD

A.J. Baime: Big Shots: The Men Behind The Booze, New American Library, 2003