Egle Zacchini voor lancering. De familie telde veel kanonartiesten.

© Getty Images

Vrouwelijke durfals lieten zich wegschieten

Het publiek werd wildenthousiast wanneer jonge vrouwen in strakke pakjes zich lieten wegschieten door een kanon. Maar de circusact was net zo gevaarlijk als hij eruitzag. Veel artiesten schoten hun doel voorbij.

8 december 2017 door Kasper Nielsen

Elke avond kan het publiek in het Royal Aquarium in Londen een circusvoorstelling bijwonen met zo’n spectaculaire en gevaarlijke act dat het ministerie van Binnenlandse Zaken ervoor heeft gewaarschuwd. 

De bezorgdheid van de overheid voor de veiligheid van de artiest en het publiek is goede reclame. 

Sinds de voorstelling in première ging op 2 april 1877 stromen de mensen naar het theater. Het Aquarium is avond na avond afgeladen, eerst om 17.30 uur en om 22.30 uur opnieuw.

Het programma bestaat uit een reeks traditionele circusnummers, maar één act met een jonge vrouwelijke artiest is iets nieuws. 

Hoog boven de hoofden van het publiek hangt een zware kanonloop in de lucht, bevestigd aan touwen en kabels. Begeleid door tromgeroffel betreedt Madame Zazel het toneel.

Slechts gekleed in een tricot pakje en hoge laarzen klimt ze behendig naar het kanon en balanceert op de loop. Het gevaarte zwaait vervaarlijk heen en weer wanneer ze in de opening verdwijnt.

Nu klinken er al angstkreten uit het publiek. 

Maar dit is nog niets vergeleken met de golf van angst die korte tijd later door de zaal gaat, wanneer het kanon met een oorverdovende knal afgaat en Madame Zazel 30 meter de lucht in wordt geslingerd.

Het circusnummer is kort, maar heel spectaculair. 

Een paar seconden lang lijkt Madame Zazels gevecht tegen de zwaartekracht fataal af te lopen, maar op het laatste moment wordt haar val gebroken door een vangnet.

Aan het applaus komt geen einde.

Affiches moeten toeschouwers naar de populaire shows trekken. Hier een van Madame Zazels in een uitdagend pakje (l) en de alternatieve kanonkoning John Holtum uit Denemarken (r).

© British library & Getty Images

Circussprong was een illusie

Madame Zazel, eigenlijk Rossa Matilda Richter, was toen nog maar 14 jaar. 

Ze wordt als de eerste menselijke kanonskogel in de geschiedenis gezien. Maar het spectaculaire nummer was eerder bedacht door William Leonard Hunt.

Hij zette zijn eerste schreden op het pad naar beroemdheid op 15 augustus 1860. 

Toen voerde Hunt een opzienbarende koorddans uit boven de Niagara Falls tussen Canada en de VS. 

Hij maakte onderweg salto’s mortale en hing ondersteboven. 

Hunt voerde die zomer het waagstuk nog een paar maal uit, onder meer met een man op zijn rug, en zijn levensgevaarlijke toeren trokken de aandacht van niemand minder dan de prins van Wales, de latere Edward VII.

Voor Hunt waren deze halsbrekende toeren het begin van een carrière als een van de beroemdste circusartiesten van de 19e eeuw. 

Onder de artiestennaam ‘De Grote Farini’ reisde hij af naar Londen, waar hij met zijn acrobatiek de dood tartte. 

Maar in 1869 besloot Farini zijn trapeze aan de wilgen te hangen en werd hij circusdirecteur bij het Aquarium Theatre. 

Hier bedacht hij het prototype van het kanon waarmee Madame Za­­zel in 1877 het theaterpubliek aan zijn stoel gekluisterd hield.

Farini’s oorspronkelijke ontwerp was niet heel opzienbarend. Zijn eerste octrooiaanvraag uit 1871 beschreef een katapult die door middel van aangespannen rubberen kabels een acrobaat 10 tot 12 meter de lucht in kon schieten.

Het eerste optreden met de katapult was twee jaar later, toen de mooie circusartieste Lulu een overtuigende proeve van acrobatische vaardigheden gaf in Niblo’s Garden in New York. 

Het nummer begon zo: Lulu stond bewegingloos op het midden van het podium. 

Plot­seling, ogenschijnlijk zonder zich af te zetten, sprong ze 10 meter loodrecht omhoog en greep een trapeze vast.

Het nummer was in vele opzichten een illusie. Lulu werd met grote kracht de lucht in geslingerd vanaf een platform dat gelijk met de vloer stond en dat zo snel weer teruggetrokken werd dat alleen toeschouwers die heel goed opletten de beweging zagen. 

En ondanks haar naam was Lulu geen jonge vrouw maar Farini’s neef, die uitgesproken vrouwelijke trekken bezat en makkelijk kon doorgaan voor een verleidelijke prinses. 

Maar toen Farini het platform wilde vervangen door een kanonloop, hield de jongen het voor gezien en reisde hij als ‘De koningin van de trapeze’ mee met het Howes & Cushing Circus.

Showman Farini liet zich hierdoor niet uit het veld slaan. 

In 1875 diende hij een nieuwe octrooiaanvraag in voor een ‘cilindervormig vat’ met een springveer, die door buskruit in gang werd gezet. 

Twee jaar later waren hij en Rossa Matilda Richter klaar voor de gevaarlijkste circusact tot dan toe.

Extreme belasting

  • Van buiten lijkt het circuskanon op echte artillerie. Maar in plaats van kruit zit er een katapult in de loop die met perslucht wordt aangedreven.

  • Vroeger wreven de artiesten zich in met talkpoeder tegen brandwonden. Nu dragen ze beschermende kleding en een helm.

  • Via de radio heeft de artiest contact met zijn assistent voorafgaand aan de lancering.

  • De kanonkoning spant alle spieren en stelt zich erop in om aan dezelfde kracht te worden blootgesteld als een astronaut op het moment van lanceren.

  • Vaak verliest de kanonkoning in de eerste seconde vanwege de druk het bewustzijn. Hij komt weer bij op het moment dat hij hoog in de lucht hangt.

  • De vlucht is kort, en onderweg moet de kanonkoning een halve salto mortale maken, waarna hij ruggelings in het vangnet belandt.

  • Verloopt alles goed dan neemt de kanonkoning het applaus in 

  • ontvangst en bereidt hij zich voor op een lancering later op de dag.

Hoog loon voor hoger risico

Madame Zazel incasseerde elke avond waarop ze met Farini’s nummer in het Aquarium Theatre optrad 20 pond. 

Dat was een vorstelijk bedrag, tot tien keer meer dan wat andere artiesten kregen voor een optreden. 

Maar zij zette dan ook elke avond twee keer haar leven op het spel, behalve op zon- en feestdagen.

Vele jaren later stelde de Britse historicus A.H. Coxe vast dat 30 van de 50 eerste hoogvliegende artiesten omkwamen bij de uitvoering van hun nummer.

Het gevaar was niet het grootst tijdens de lancering, zoals velen dachten. De luchtreis begon weliswaar met een knal en veel rook, maar dat was puur theater. 

Als er iemand als een echte kanonskogel met buskruit afgeschoten zou worden, zou dat op slag een bloedige dood betekenen. 

De loop onttrok een elastiek aan het oog, dat de acrobaat wegslingerde zoals een katapult. 

Tijdens de paar seconden dat het nummer duurde, waren er legio mogelijkheden om ernstig gewond te raken.

Het grootste risico was dat de kanonkoningin het vangnet miste dat de val moest breken. In principe kon de baan van een menselijk projectiel makkelijk berekend worden. 

Het was een kwestie van wiskunde om het vangnet correct te plaatsen op basis van het gewicht van de artiest en de kracht en de hoek van de lancering. 

Maar een kleine verandering in variabelen kon de berekening al in de war schoppen. 

Het menselijk projectiel kon bijvoorbeeld een paar kilo zijn af­gevallen, of het elastiek kon niet goed gespannen zijn. 

Bij buitenvoorstellingen moest de artiest ook rekening houden met de windrichting en -kracht.

Voor een ​​minimum aan veiligheid moest het kanon regelmatig goed worden afgesteld. Er werden dan zandzakken afgevuurd met hetzelfde gewicht als de artiest had. 

En het mechaniek moest elke dag worden nagekeken.

Vergeleken met de levensgevaarlijke optredens van de eerste kanonkoninginnen is het risico tegenwoordig kleiner. 

Zoals een hedendaagse kanonkoning het beschreef: 

‘De ballistiek heeft nu zo’n hoge graad van perfectie bereikt, dat het niet gevaarlijker is om je door een kanon af te laten schieten dan om je te scheren met een kettingzaag.’

Kanonkoninginnen zijn overal

Na drie jaar trokken Madame Zazels optredens in Londen de aandacht van de beroemde Amerikaanse circusdirecteur P.T. Barnum. 

Hij haalde haar over naar Amerika te komen. Op affiches werd ze aangekondigd als ‘Zazel, het menselijk projectiel – zie hoe ze uit een monstrueus kanon geschoten wordt’.

Madame Zazel en haar monsterkanon veroverden Amerika stormenderhand, en al gauw hadden andere circussen ook hun eigen kanonkoninginnen. 

Alles werd tot in het kleinste detail gekopieerd – zelfs de naam. 

Terwijl de originele Madame Zazel in 1881 met het reizende circus Batcheller & Doris optrad, kon het publiek ook een Miss Zazel zien als hoofdact bij Shelby, Pullman & Hamilton’s Circus en Cooper, Jackson & Co’s Circus. 

Schaars geklede kanonkoninginnen waren de grote hit begin van de jaren 80 van de 19e eeuw, het publiek kreeg er geen genoeg van.

In Londen had Farini een nieuwe ster gevonden: ‘Bebe, de vliegende vrouw’. Zelfs neef Lulu vatte moed en begon een carrière als kanonskogel. 

Maar op 3 mei 1881 eiste de nieuwe circusdiscipline zijn eerste slachtoffer. 

Bij een optreden in Pennsylvania schatte waaghals Lizzie Davene een salto mortale verkeerd in en raakte met haar hoofd de rand van het vangnet.

Geïrriteerd over de vele na-apers en afgeschrikt door het gevaar verruilde de echte Miss Zazel het kanon voor koorddansen, maar ze ontliep haar lot niet. 

In 1891 viel ze naar beneden en brak haar rug. Nu haar artiestenleven voorbij was keerde ze terug naar Engeland om van haar pensioen te gaan genieten.

Het elastiek van het circuskanon kon alleen een korte vlucht realiseren, waardoor het nummer er weliswaar imposant uitzag, maar ook zo voorbij was. 

Er kwamen andere, opzienbarender waaghalzen in beeld. 

Fietsende koorddansers en later ‘walls of death’ en motorstunts namen vanaf het midden van de jaren 90 van de 19e eeuw de plaats in van de kanonkoninginnen en -koningen.

In de jaren 1920 zagen circuskanonnen eruit als echte stukken geschut. De artiesten kleedden zich in pilotenuniform.

© Polfoto/Corbis

Krijg jij geen genoeg van historische waaghalzen?

Neem dan een abonnement op HISTORIA.

Circuskanon als krijgslist

In het begin van de jaren 1920 was het circuskanon in de vergetelheid geraakt. 

Maar dankzij een Italiaanse clown begonnen de menselijke projectielen weer door de lucht te vliegen.

Edmondo Zacchini was de zoon van een circusdirecteur en als kind trad hij als clown en acrobaat op voor hij een ingenieursopleiding ging volgen. 

In de Eerste Wereldoorlog vocht hij in 1917 tegen Oostenrijk-Hongarije in de Slag bij Monte Grappa. 

De afstand tot de vijandelijke stellingen was minder dan 100 meter en hij vroeg zich af of de Oostenrijk-Hongaren vanuit de achterhoede konden worden aangevallen. 

Jaren later zei hij in een interview met het tijdschrift Life dat ‘soldaten misschien met een groot kanon tot achter de vijandelijke linies konden worden geschoten’.

Zacchini testte zijn idee nooit aan het front, maar na de oorlog bedacht hij dat het wellicht in het circus kon worden gebruikt. 

Hij liet een machinewerkplaats volgens zijn technische beschrijving een circuskanon maken. In plaats van Farini’s elastiek gebruikte Zacchini een grote veer.

De moderne kanonkoningact ging in 1922 in Caïro in première. Zacchini klom in de loop van het kanon, zijn jongere broer Hugo bediende het afvuurmechanisme. 

Het de lucht in schieten van de kanonkoning ging gepaard met een knal en rook zoals bij echte kanonschoten. 

Toen het kanon afging, brak Zacchini’s rechterbeen als een luciferhoutje vanwege de enorme kracht.

In het ziekenhuis had de onfortuin­lijke kanonkoning tijd genoeg om over technische verbeteringen na te denken. 

Hij kwam tot de conclusie dat de loop te breed was, zodat hij tijdens de lancering geen houvast had. En de veer was veel te sterk.

Zacchini bouwde na zijn herstel het kanon om en ruilde met zijn broer van plaats. Zijn berekeningen waren deze keer correct. 

Hugo kwam heelhuids uit de lancering en vloog daarna zo ver als de projectielen uit het kanon van De Grote Farini nooit hadden weten te komen.

De Europese tournee van de twee artiesten werd een triomftocht. Koning Victor Emanuel III van Italië eerde de broers met een gouden medaille. 

Edmondo Zacchini bleef tot 1934 optreden en wijdde zijn leven daarna aan het opleiden van professionele kanonkoningen. 

De familie Zacchini heeft het grootste aantal menselijke kanonskogels ter wereld voortgebracht en ook de meeste kanonnen gebouwd. 

De traditie en de technische details gingen van de ouders op hun zonen en dochters over.

De beroemdste familie van kanonkoningen heet tegenwoordig Smith. 

Hun persluchtkanon heeft een afstandsrecord gevestigd en iemand de grens tussen de VS en Mexico over geschoten.

Lees ook

Byron Rogers: The last human cannonball – And other small journeys in search of great men, Aurum Press, 2006. Shane Peacock: The great Farini, Allan Lane, 1995.

Bekijk ook ...