Net als Thor, die zijn hamer Mjölnir noemde, gaven toegewijde werklui hun hamer ook een bijnaam.

© Bridgeman

Verhalen uit de gereedschapskist

De moersleutel was de uitvinding van een bokser, de eerste zaag werd gemaakt van een dierenkaak en de schroevendraaier werd gebruikt voor middeleeuwse wapenrustingen. De inhoud van de gereedschapskist kent een boeiende en vaak verrassende geschiedenis.

23 maart 2018 door Jesper Rovsing

De hamer is het oudste gereedschap

Het principe om een steen tot een ander voorwerp te hameren was zo eenvoudig, dat het brein van onze voorouders 2,4 miljoen jaar geleden al ver genoeg was om het te doorgronden.

Daarmee is de hamer – als je het simpele prototype, steen in de hand, meerekent –
’s werelds oudste werktuig. Het duurde echter wel even voor de huidige hamer was ontwikkeld.

Pas 30.000 jaar terug kwam iemand op het idee om de slagkracht te vergroten door een reep leer om de steen te binden. 

En nog veel later vond een creatieve arbeider de moderne hamer uit door de slagkop met touw of leer rechtstreeks op een houten steel te binden.

De hamer bleef zich voortdurend ontwikkelen. In de middeleeuwen gingen smeden de hamerkop met twee ijzeren plaatjes aan weerszijden van de steel bevestigen. 

En een andere toevoeging was het gat in de hamerkop, waar de steel in steekt. Nu vloog de kop niet meer zo snel van de steel en werd het werktuig een stuk veiliger.

De hamer werd in de loop der tijd zo’n onmisbaar stuk gereedschap, dat de eigenaars in de Amerikaanse koloniale tijd hun naam en de datum van aankoop erin graveerden en de hamer in sommige gevallen zelfs een koosnaam gaven. 

Een beetje zoals Thor, de god van de donder, die zijn hamer Mjölnir noemde.

Eerste zaag was een dierenkaak

Meerdere volken beweren de zaag te hebben uitgevonden.

© Bridgeman

De Chinezen menen dat de zaag bij hen vandaan komt. De uitvinder zou ene Lu Ban zijn, die rond 500 v.Chr. leefde. 

Deze bewering is niet te rijmen met het feit dat de Egyptenaren al 2500 jaar voor de geboorte van Lu Ban koperen zagen gebruikten. 

De eerste, primitieve zagen werden zelfs al in de steentijd gemaakt – waarschijnlijk waren ze van dierenkaken.

De zaag werd in allerlei formaten geproduceerd, maar pas in de 18e eeuw kwam er een nieuwe vorm bij: de cirkelzaag.

Het mes was van levensbelang

In de ijstijd moesten mensen creatief zijn om te overleven in een klimaat waar planten niet konden gedijen. 

Ze vonden dan ook jachtgereedschap en slachtwerktuigen uit om te kunnen jagen op dieren die de broodnodige eiwitten leverden, en ze verbeterden deze telkens weer. 

Het mes was een van de allereerste werktuigen, en was essentieel voor het overleven van onze soort.

20.000 jaar geleden werden geslepen botten als messen gebruikt. Veel later ging men koper en brons gebruiken, en uiteindelijk ijzer en staal, waarvan het moderne mes gemaakt is.

Profbokser verbeterde de moersleutel

Jack Johnson is vooral bekend als eerste zwarte wereldkampioen in het zwaargewicht. Maar hij kreeg ook het patent op een moersleutel. 

© Bridgeman

Jack Johnson vond een verbeterde versie van de moersleutel uit toen hij in de gevangenis zat.

De moersleutel is een van de jongste werktuigen, en daardoor weten we precies wie de uitvinders zijn. 

De Amerikaan Jack Johnson – een van de drie mannen die in de 19e en 20e eeuw het patent aanvroegen op deze eenvoudige manier om schroeven los en vast te draaien – is een verhaal apart.

Johnson was bokser en werd in 1908 de eerste zwarte wereldkampioen in het zwaargewicht.

Blanke Amerikanen zochten naarstig naar een ‘grote blanke hoop’ die hem aan kon, maar hij sloeg de meeste uitdagers keihard knock-out.

De zelfverzekerde Johnson waagde het te flirten met blanke vrouwen – en trouwde er zelfs een. Ongehoord in die tijd, en tegen de wet. En zo kwam hij in 1912 voor een jaar in de gevangenis terecht.

Tijdens zijn verblijf in Leavenworth Federal Prison in Kansas moest Jack Johnson op een gegeven moment een paar bouten losdraaien, en hij ontwierp daarvoor een elegante moersleutel. 

Het werktuig bleek zo’n duidelijke verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke model, dat hij in 1922 een patent kreeg.

Toen Jack Johnson vrijkwam pakte hij het boksen weer op, al begon zijn leeftijd hem parten te spelen. In 1938 bokste hij zijn laatste wedstrijd.


Schroevendraaier hielp harnassen in elkaar zetten

De platen voor een harnas werden met een schroevendraaier aan elkaar gezet.

© Scanpix

De schroevendraaier werd ontwikkeld door wapensmeden, die hem gebruikten voor het maken van wapenrustingen en schietwapens.

Ten noorden van het Bodenmeer in Duitsland ligt de burcht Wolfegg. In de bibliotheek van de burcht werd de kaart van Martin Waldseemüller gevonden, waarop de naam Amerika voor het eerst voorkomt.

Wat bijna niemand weet, is dat deze bibliotheek ook een 15e-eeuws boekwerk bevat met de eerste beschrijving van de schroevendraaier. 

Kort voor de illustratie erbij werd gemaakt, zou het werktuig zijn uitgevonden. De Duitsers hadden schroeven in het begin vooral nodig voor harnassen, maar later ook voor mechanische onderdelen van schietwapens. 

Zo werd de ontsteker of tondel in primitieve 17-eeuwse pistolen vastgehouden door een ‘slot’, dat vastzat met schroeven. 

Omdat de tondel steeds verwisseld werd, moest de schroevendraaier gemakkelijk in het gebruik zijn. De ontwikkeling van het gereedschap ging dan ook razendsnel. 

Toch was de schroevendraaier zeldzaam: schroeven waren duur en moeilijk te maken. 

Pas vanaf de industriële revolutie werden ze goedkoop en snel geproduceerd en werd de schroevendraaier een gewild artikel.


De troffel was een symbool van goed werk

De troffel was een onontbeerlijk hulpmiddel bij de bouw van de vele middeleeuwse kerken.

© Bridgeman

In de oudheid gebruikten onder meer de Babyloniërs vaak mortel, en die brachten ze op bouwstenen aan met een uitvinding uit ongeveer diezelfde tijd: de troffel.

Een van de vroegste exemplaren die we kennen komt uit de tijd van de Romeinen. Het werktuig is niet zo netjes achtergelaten – het zit muurvast in een klont mortel.

Later werd de troffel een symbool van goed werk. Recent werd bij de restauratie van een Engelse kerk uit 1380 naast een rij grote stenen kisten een troffel met afgebroken handvat gevonden. 

Volgens historici werd hiermee aangegeven dat de eigenaar van deze troffel goed werk had verricht.

De troffel is een van de weinige werktuigen die niet op allerlei plekken ter wereld afzonderlijk werd uitgevonden. Zo zijn de Inca’s er nooit in geslaagd mortel te maken. 

Machu Picchu en andere steden van de indianen in de Andes zijn daarom gebouwd met uitgehouwen stenen die naadloos op elkaar passen.

De bijl is 8000 jaar oud

Van de Valle d’Aosta in het noorden van Italië tot het eiland Rathlin voor de Noord-Ierse kust zijn resten van steengroeven uit de steentijd gevonden, waar talloze bijlen werden uitgehakt. 

In Engeland, Polen en Frankrijk zijn vergelijkbare plekken.

De eerste echte bijlen, waarvan de stenen kop met teer en stroken huid aan de steel werd bevestigd, werden rond 6000 v.Chr. gebruikt. 

De duimstok was goed hanteerbaar

De Duitser Anton Ullrich kwam in 1851 op het geniale idee om van de lange meetlat een kleine, opvouwbare duimstok te maken.

Dertig jaar later verfijnde hij de duimstok met speciale scharniertjes, waarop hij het patent verkreeg.

De meetlat zelf gaat echter al veel verder terug.

In Lothal in Pakistan is een meetlat uit 2400 v.Chr. gevonden met zulke precieze maateenheden dat moderne instrumenten slechts een minieme foutmarge van 0,13 millimeter vaststelden.

Tang was het werktuig van de goden

Hephaistos was de Griekse god van de smeedkunst.

Hij wordt dan ook vaak afgebeeld met een tang, het onmisbare werktuig dat hij volgens de mythe onder andere gebruikte toen hij de bliksem smeedde voor de Griekse oppergod Zeus.

De oud-Griekse illustraties van Hephaistos’ werktuig behoren tot de oudste bewijzen van het bestaan van de tang, hoewel historici duizend jaar oudere sporen van het gereedschap hebben gevonden. Wie het werktuig uitvond en wanneer, is niet bekend.

Vermoedelijk werd de tang voor het eerst gebruikt toen de mens met vuur in de weer was en gloeiende kooltjes en andere hete voorwerpen moest hanteren.

In eerste instantie werd de tang van hout gemaakt, maar zo rond 3000 v.Chr. werden er ook bronzen tangen gebruikt.

In de loop der tijd ontwikkelde de tang zich met de mens mee en ontstonden er varianten voor diverse toepassingen.

Een hoefsmid gebruikt bijvoorbeeld een heel andere tang dan een chirurg of een verloskundige in het ziekenhuis.

Vulcanus – de Romeinse versie van de smeedgod Hephaistos – gebruikte ook vaak een tang. 

© Bridgeman

Bekijk ook ...