In het Engeland van de 18e en 19e eeuw kreeg een vrouw symbolisch een touw om haar nek als ze op de markt werd verkocht.

© Imageselect

Mannen verkochten hun vrouw als vee

In de 18e en 19e eeuw was scheiden voor de gewone Engelsman zo duur dat hij voor een andere oplossing koos: hij bond zijn vrouw een touw om haar nek en nam haar mee naar de plaatselijke markt.

8 juni 2018 door Emil Maischnack Jensen

Op een dag in 1832 kwam de marktomroeper van het Noord-Engelse Carlisle met een bijzonder bericht. 

Luid klingelend met zijn bel riep hij dat boer Joseph Thompson die dag om 12.00 uur zijn 22-jarige echtgenote, Mary Ann Thompson, zou verkopen.

Na drie jaar huwelijk hadden de twee nog steeds geen kinderen, en ze konden het ook niet goed met elkaar vinden.

Toen de tijd daar was, verzamelde zich een flink aantal mannen rond de jonge vrouw, die met een touw om haar nek op een stoel ging staan en rondkeek.

De boer begon zijn verkooppraatje: ‘Gentlemen, dit is mijn vrouw, Mary Ann Thompson, geboren Williamson, die ik wil verkopen aan de hoogste bieder. Het is ons beider wens om voorgoed van elkaar te scheiden.’

Aan een touw naar de markt

Verkoop van echtgenotes kwam niet heel veel voor, maar tot halverwege de 19e eeuw maakten echtparen uit de lagere stand wel gebruik van deze mogelijkheid als ze wilden scheiden.

De regels waren simpel: De man deed zijn vrouw een touw om haar nek en leidde haar naar de markt of de pub. Hier zei hij dat hij zijn vrouw wilde verkopen en dat zij daarmee instemde. Mannen mochten bieden, en als alles goed ging, kreeg de vrouw een nieuwe man.

Tot 1857, toen het parlement een nieuwe scheidingswet aannam, was scheiden voor de gewone Engelsman vrijwel onmogelijk. 

Een scheiding moest worden goedgekeurd door het parlement en de procedure kostte meer dan de burgers konden opbrengen. Tussen 1700 en 1857 vonden er in heel Engeland slechts 314 officiële scheidingen plaats.

Je vrouw verkopen was een alternatief voor scheiden, en waarschijnlijk werd dit sinds de 11e eeuw gedaan. De eerste goed gedocumenteerde verkooppoging vond plaats in 1532, toen een man hiervoor werd veroordeeld. 

Uit de 350 jaar daarop zijn talrijke gedocumenteerde gevallen van vrouwenverkoop bekend – uit rechtbankverslagen en kranten, die de ‘immorele’ levenswandel van de onderklasse graag etaleerde.

Vermoedelijk kwam vrouwenverkoop het meest voor tussen 1780 en 1850. Uit die periode zijn bewijzen gevonden van bijna 300 gevallen. Als een vrouw te koop werd aangeboden, benadrukte haar man vaak hoe mooi ze was en hoe hard ze kon werken. 

De waarheid werd daarbij echter nog wel eens geweld aangedaan. Een ontevreden koper wilde de deal bijvoorbeeld terugdraaien toen hij erachter kwam dat de vrouw in kwestie niet zwanger was, zoals hem door haar man was wijsgemaakt. 

Drie citaten van Joseph Thompson

‘Ik huwde haar voor mijn eigen plezier [...], maar ze werd mijn kwelgeest.’

‘Ze kan boter maken, dienstmeisjes uitfoeteren, en haar haren vlechten.’

‘Ze lacht en huilt met hetzelfde gemak waarmee u een glas ale leegt.’

Prijs voor een vrouw is 20 shilling

Niet elke verkoper dikte zijn verhaal echter aan. Dat blijkt wel uit het verkoop­praatje van Joseph Thompson toen die zijn echtgenote Mary Ann op de markt van Carlisle wilde verkopen.

‘Ik huwde haar voor mijn eigen plezier en voor mijn huishouding, maar ze werd mijn kwelgeest. Een vloek in huis, een nachtelijke invasie en een dagelijkse demon,’ zou hij volgens de Lancaster Herald hebben gezegd. 

Thompson bezwoer de aanwezige mannen moeilijke vrouwen te mijden als een dolle hond, een brullende leeuw of een dodelijke ziekte. Maar toen ging hij over tot de goede kanten van zijn vrouw.

‘Nu ik u heb verteld over haar fouten en slechte kanten, wil ik u ook wijzen op haar kwaliteiten en goedheid. Ze kan boeken lezen en koeien melken. Ze lacht en huilt met hetzelfde gemak als waarmee u een glas ale leegt als u dorst hebt. 

Ze kan boter maken en dienstmeisjes uitfoeteren. Ze kan Ierse volksliedjes zingen en haar haren vlechten. 

Ze kan geen rum, gin of whisky maken, maar wel goed de kwaliteit ervan beoordelen, want ze heeft vele jaren ervaring met het proeven ervan. Daarom bied ik u mijn echtgenote, met al haar talenten en gebreken, voor 50 shilling te koop aan.’

Zo veel geld bood niemand, dus Joseph Thompson moest wat van de prijs af doen. Na een paar uur loven en bieden verkocht hij Mary Ann aan ene Henry Mears voor 20 shilling (zo’n 700 euro nu) en een hond, een Newfoundlander.

Mary Ann deed het touw af en vertrok samen met Henry Mears, onder gejuich van de enthousiaste menigte. 

Joseph Thompson deed het touw vervolgens om de nek van de hond en liep naar de eerste de beste pub, waar hij de rest van de dag doorbracht.

Bij gebrek aan een echtscheidings­procedure werd de verkoop van vrouwen een praktische aangelegenheid, waarmee men probeerde buiten het rechtssysteem om de juridische rechten die hoorden bij een huwelijk te beëindigen. 

Dit was belangrijk omdat een vrouw volgens de wet na haar mans dood recht had op een derde van zijn bezittingen. 

Omgekeerd had een man de volledige zeggenschap over de eigendommen van zijn vrouw, ook bij leven. Een echtpaar was daarom afhankelijk van een ceremonie voor het oog van mensen die konden getuigen dat ze uit elkaar waren.

Maar ondanks het medewerken van getuigen en advocaten was de verkoop van vrouwen een illegale praktijk die door elke rechter werd teruggedraaid. Er zijn voorbeelden van vrouwen die na de dood van hun man een erfdeel kregen, hoewel ze al jaren eerder waren verkocht.

Boze vrouwen grijpen in

De autoriteiten namen echter zelden kennis van een vrouwenverkoop, ook al berichtten de kranten er graag over. Er zijn wel gevallen bekend waarin een stadsraad arme mannen juist aanspoorde hun vrouw te verkopen, zodat de stad het gezin geen armenhulp hoefde te geven.

Als de autoriteiten lucht kregen van een geplande verkoop, stuurden ze de politie eropaf. En niet alleen zij verzetten zich tegen de praktijk. 

In een paar gevallen weigerden advocaten en notarissen de koopovereenkomst op te stellen, en in de tweede helft van de 18e eeuw werd de verkoop vaak tegengehouden door een groep boze vrouwen.

De enkele keer dat de verkoop voor de rechter kwam, werden de echtelieden weer tot elkaar veroordeeld. 

Eén vrouw woonde al 17 jaar bij haar nieuwe man en had kinderen met hem gekregen, maar toen de koop ongeldig verklaard werd moesten zij en haar kinderen terug naar de man die haar ooit verkocht had.

Degenen die bij de verkoop betrokken waren, vonden deze echter moreel noch juridisch bezwaarlijk zolang er aan een paar simpele regels werd voldaan. Met name twee zaken waren belangrijk.

Touw en getuigen zijn nodig

Ten eerste moest de vrouw een touw of een halster om hebben, waarmee ze naar de markt werd ‘getrokken’, net als een stuk vee dat naar de veiling werd gebracht. 

In sommige rechtszaken werd juist het feit dat de koper de vrouw had gekregen met een touw om haar nek, aangedragen als bewijs van de geldigheid van het nieuwe huwelijk.

Ten tweede moest de verkoop op een openbare plek plaatsvinden, met genoeg getuigen, zoals een markt of een pub.

Meestal stond er voordat de vrouw werd aangeboden al een koper klaar in de coulissen. Ze was dan voordat de koop­overeenkomst werd gesloten al overgegaan naar de nieuwe man, zogenaamd als zijn huishoudster of iets dergelijks.

Als de verkoper en zijn vrouw jonge kinderen hadden, gingen die gewoonlijk met hun moeder mee. Oudere kinderen, die bijvoorbeeld op de boerderij konden helpen, bleven bij hun vader. Soms waren de kinderen zelf onderdeel van de koop omdat de koper hun echte vader was.

Als een echtpaar van tevoren al een afspraak met een koper had gemaakt, kon de zaak worden afgehandeld in een pub. Maar als er nog een koper moest worden gevonden, was de markt de aangewezen plek. 

Hier liepen vaak rijke mannen rond die zich een impulsieve aankoop konden permitteren. Er zijn zelfs verhalen bekend van mannen die meerdere vrouwen kochten op dezelfde markt. En in één geval, in 1835 in Cornwall, kochten twee mannen samen dezelfde vrouw, omdat ze beiden voor haar waren gevallen.

Voor de verkoper was het daarnaast van belang dat de bezoekers van de markt van elders kwamen en daardoor niet op de hoogte waren van de plaatselijke roddels. Dat maakte het makkelijker voor hem om een vrouw te verkopen die een slechte reputatie had.

Tot ver in de 19e eeuw zaten veel vrouwen vast in een slecht huwelijk zonder de mogelijkheid om te scheiden.

© Belmiro de Almeida

Situatie van de vrouw verbetert

In veruit de meeste gedocumenteerde gevallen stemde de vrouw ermee in dat ze werd verkocht. Haar situatie werd er door de verkoop dan ook meestal beter op. 

Niet zelden kwam ze uit een ongelukkige en misschien zelfs gewelddadige relatie, en nu kreeg ze de kans om verder te gaan met een nieuwe man, die hopelijk beter bij haar paste – en rijker was. 

Historici hebben niet één geval kunnen vinden waarin een vrouw werd verkocht aan een man die armer was dan degene die ze verliet.

Er waren ook doortastende vrouwen die zelf de verkoop regelden. In één zo’n geval, uit 1822, werd een echtpaar tijdens de veiling op de veemarkt van Plymouth gearresteerd.

Het stel was twee jaar getrouwd, maar drie weken na de huwelijksnacht had de vrouw al een kind gebaard, en dat kon dus niet van haar echtgenoot zijn.

Hoewel de man zijn vrouw vergaf, verliet ze hem voor de biologische vader van het kind, die haar al snel opnieuw bezwangerde. 

Kort daarna regelde het echtpaar een officiële verkoop, maar toen het bieden begon was de minnaar nergens te bekennen. 

De vrouw liet daarop de staljongen van de pub op zich bieden – met haar eigen geld – opdat ze aan het huwelijk kon ontsnappen.

Bijna altijd waren koper en verkoper mannen, maar soms lag het initiatief bij de vrouw. Dat was bijvoorbeeld het geval bij een verkoop in de Ierse plaats Drogheda, waar ene Marguerite Collins haar man in een boze bui voor anderhalve pence aan een andere vrouw verkocht.

Vrouw wil haar man terug

Marguerite Collins kreeg echter spijt van haar overhaaste beslissing en klaagde bij de burgemeester dat haar man samenleefde met een andere vrouw – aan wie ze hem dus zelf verkocht had.

De man weigerde terug naar huis te gaan en de burgemeester riep beide partijen bij zich om een beter beeld te krijgen van de kwestie. 

In het bijzijn van een talrijk publiek verklaarde de man dat Marguerite gewelddadig was en hem meerdere keren zo hard had gebeten dat hij onder de littekens zat.

De vrouw die de man had gekocht was opgeroepen als getuige in de zaak. Ze bevestigde zijn uitspraken en gaf te kennen dat ze met de dag blijer was met haar ‘aanschaf’.

De koopster zei dat er naar haar mening geen wet was die een echtpaar kon dwingen om uit elkaar te gaan. 

Volgens haar moest de verkoop van een man door zijn vrouw gelijk worden gesteld aan het recht van een man om zijn vrouw te verkopen, zeker als beide partijen instemden met de verkoop.

Na deze getuigenverklaring viel Marguerite Collins haar voormalige man en zijn minnares aan – waarmee ze zichzelf bepaald geen dienst bewees. De burgemeester stuurde de partijen onverrichter zake naar huis.

Echtgenotehandel sterft uit

De handel in echtgenotes ging na de nieuwe scheidingswet van 1857 nog even door, maar nam langzaam af en stopte uiteindelijk geheel. 

Tot begin 20e eeuw zijn echter nog voorbeelden te vinden van het gebruik. 

Zo verklaarde een vrouw uit Leeds in 1913 voor de rechter dat haar man haar voor 1 pond aan een collega had verkocht. 

Lees ook

Samuel Pyeatt Menefee: Wives for Sale, St. Martin’s Press, 1981. Lawrence Stone: Road to Divorce, Oxford University Press, 1990.

Bekijk ook ...