Legerkleding kwam in de mode

Het T-shirt werd voor het eerst gedragen door zeelieden, de trenchcoat komt uit de loopgraven en Kroatische huurlingen bedachten de stropdas: veel kleding die jij draagt komt van het slagveld.

Het T-shirt werd voor het eerst gedragen door zeelieden, de trenchcoat komt uit de loopgraven en Kroatische huurlingen bedachten de stropdas: veel kleding die jij draagt komt van het slagveld.

World History Archive/Imageselect & Shutterstock

1. T-shirt – Rebellen kozen onderhemd van de marine

Toen Marlon Brando in T-shirt te zien was in A Streetcar Named Desire, was het kledingstuk meer dan een onderhemd.

© World History Archive/Imageselect

De US Navy had het T-shirt gemaakt als onderhemd, maar rebelse jonge mannen droegen het in de jaren 1940 zonder overhemd.

Vanaf 1913 verstrekte de Amerikaanse marine een eenvoudig, comfortabel en sneldrogend onderhemd van katoen met korte mouwen aan haar zeelieden: de voorloper van het T-shirt.

Het kledingstuk brak echter pas begin jaren 1950 door in het burgerleven nadat de jonge rebellen Marlon Brando en James Dean een T-shirt aantrokken en hun spierballen toonden in filmklassiekers als A Streetcar Named Desire en Rebel Without a Cause.

Sinds de jaren 1960 dient het T-shirt als medium voor allerlei politieke en commerciële boodschappen. De hippies uit die tijd waren de eersten die T-shirts voorzagen van teksten, creatieve batik of aardappelstempels.

2. Rubberen laarzen – Hertog bedacht veelzijdige laars

Wellingtons nauwzittende leren laarzen zijn nu van rubber.

© Hermitage State Museum

Arthur Wellesley, de eerste hertog van Wellington, was niet alleen een uitstekende soldaat en politicus in het 19e-eeuwse Engeland: hij was ook modebewust.

Wellesley verzocht zijn schoenmaker een laars te maken die duurzaam genoeg was voor het slagveld en elegant genoeg voor feestjes. Het resultaat werd een nauwzittende laars met een lage hak, die aansloeg bij de bovenklasse. In 1853 nam de zakenman Hiram Hutchinson patent op schoeisel van rubber, en zijn kopieën van de laarzen van Wellesley gingen als warme broodjes over de toonbank.

3. Chinos – Katoenen broek was camouflage

Europese reizigers die witte vlekken op de kaart verkenden, droegen vaak een chino.

© Science & Society Picture Library/Getty Images

Begin 19e eeuw hadden militaire uniformen nog felle kleuren om vriend en vijand te kunnen onderscheiden op het slagveld. Maar de Engelse officier Harry Lumsden, die in 1846 in Brits-Indië was gestationeerd, had al snel door dat zijn witte uniformbroek niet geschikt was als camouflage.

Met een mengsel van koffie, kerrie en moerbeien kleurde hij de stof lichtbruin: kaki, naar het woord voor ‘stof’ in het Urdu. Die kleur was een stuk moeilijker te spotten in het zanderige landschap, en volgens de Britse kapitein Robert Napier waren de troepen van Lumsden ‘de enige fatsoenlijk geklede mannen in India’.

Veel andere legers namen het idee over, zoals de Spaanse soldaten in de Filipijnen, een kolonie van Spanje. Daar noemden ze de broek chino naar het Spaanse woord voor Chinees omdat de stof uit China kwam.

De gerieflijke katoenen broek sloeg ook aan bij burgers, vooral als die een bezoek brachten aan een tropische kolonie.

4. Blazer – Bezoek koningin maakt mode

De blazer is nog altijd onderdeel van uniformen van o.a. scholieren en cabinepersoneel.

© George Marks/Getty Images

Het is niet zeker wie de blazer ontwikkelde, maar vaak wordt John Middleton Waugh, commandant van het Britse oorlogsschip HMS Blazer, genoemd. Toen hij in 1837 hoorde dat koningin Victoria zijn schip spoedig wilde inspecteren, vond hij dat de bemanning er haveloos uitzag. Waugh nam snel een besluit en liet nieuwe, blauw-witte uniformjassen met messing knopen maken.

De vorstin was onder de indruk, en de bemanning van andere schepen nam het kledingstuk over. Ook aan land brak de blazer door, vaak als onderdeel van het schooluniform.

5. Stropdas – Van huurlingen naar de Zonnekoning

Toen Lodewijk XIV een doek om zijn hals bond, deed zijn hele hofhouding hem na.

© Musée de l’Histoire de France

Qua mode kon niemand zich halverwege de 17e eeuw meten met de Franse koning Lodewijk XIV.

De jonge vorst zag wel iets in de kleurrijke halsdoeken die sommige Kroatische huurlingen droegen nadat ze hadden gezegevierd in de Dertigjarige Oorlog, en al snel bonden alle modebewuste mannen een gekleurde doek met delicaat kant om hun hals met ingewikkelde knopen.

Met enkele aanpassingen wordt de cravate (afgeleid van ‘Kroaat’) tot op de dag van vandaag gedragen. Het kledingstuk ontwikkelde zich in de loop der eeuwen tot de stropdas én het vlinderdasje.

De moderne stropdas werd bedacht door de New Yorkse kleermaker Jesse Langsdorf. In 1924 nam hij patent op een nieuwe das, waarbij de stof uit drie delen bestond en schuin op de weefselstructuur was geknipt.

6. Trenchcoat – Regenjas werd hip

Burberry’s lange uniformjas werd de trenchcoat, die aansloeg bij hip Londen.

© Bettmann/Getty Images

In 1901 ontwierp kledingproducent Thomas Burberry een nieuwe regenjas voor officieren van het Britse leger. Het wind- en waterdichte kledingstuk was een alternatief voor zware wollen jassen en bood meer bewegingsvrijheid.

De jas beleefde zijn doorbraak in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog en kreeg er ook zijn naam: trenchcoat (loopgravenjas). Veel veteranen behielden hun jas, en Thomas Burberry werd een van de grootste modekoningen van de 20e eeuw.

Het ontwerp bleek zo duurzaam dat de trenchcoat ook in de Tweede Wereldoorlog door onder meer de Britten, Fransen en Duitsers werd gebruikt. Later kwamen er kortere legerjassen met nog meer bewegingsvrijheid, maar aan het thuisfront leefde de loopgravenjas voort.