De kerstboom is een van de belangrijkste kersttradities, maar waarom ziet hij er eigenlijk zo uit? 

Historische kerstgids: 19 feiten over de kerst

Waarom draagt de Kerstman rood? Wie stuurde de eerste kerstkaart? En wat hadden de nazi’s eigenlijk tegen kerst? In onze historische kerstgids lees je het antwoord op deze en nog veel meer vragen.

28 september 2018 door Hans Henrik Fafner

Waar komt de Kerstman vandaan?

Volgens de moderne folklore woont de Kerstman in Finland, Groenland of ergens op de Noordpool. Maar voor de historische oorsprong van de Kerstman moeten we veel verder naar het zuiden. 

De inspiratie voor de Kerstman is onze eigen Sint-Nicolaas, beter bekend als Sinterklaas, die in de 4e eeuw in de stad Myra in het huidige Turkije leefde.

Nicolaas schreef kerkgeschiedenis met zijn gulheid en door zijn geschenken anoniem te geven. Zo legde hij 's nachts munten in de schoenen van de armen, wat tot de traditie leidde om met Sinterklaas (of, in sommige landen, met kerst) je schoen te zetten.

Sint-Nicolaas werd een belangrijke naam binnen de katholieke kerk, maar omdat hij ook beschermheilige van de zeelieden was, overleefde het respect voor hem ook in het protestantse gedeelte van Nederland.

Nederlandse emigranten namen in de 19e eeuw de Sinterklaastraditie mee naar de VS, waar hij tot Santa Claus verwerd zoals we die vandaag de dag kennen.

Later openden archeologen het graf van Sint-Nicolaas in de Italiaanse stad Bari, en de inspiratie voor de mollige Kerstman bleek een klein, mager mannetje van ongeveer anderhalve meter geweest te zijn.

Ondanks de gebrekkige gelijkenis met de gezette Kerstman leeft hij nog steeds voort in de katholieke wereld, waar zijn sterfdag op 6 december herdacht wordt met allerlei festiviteiten, en in Nederland en België als Sinterklaas.

Tekening van de Kerstman uit 1880.

Heeft de Kerstman altijd een rood pak gehad?

De Kerstman zag er niet altijd uit zoals vandaag de dag. Nog maar honderd jaar geleden had hij vaak een donkere mantel, en tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861 tot 1865 toonde het blad Harper's Weekly hem als een klein, elfachtig mannetje.

Het Kerstmannetje stond overigens volledig achter de noordelijke staten in hun oorlog tegen de zuidelijke staten, en in overeenstemming met de tijdgeest droeg hij een blauwe jas met witte sterren en een rood-wit gestreepte broek.

Al lange tijd staat de kleur blauw voor hoop binnen de kerk. Daarom was de Kerstman door de jaren heen vaak donkerblauw, overigens ook de kleur van het Russische Grootvadertje Vorst.

Het rode pak dook pas in het begin van de 20e eeuw op. Santa Claus werd afgebeeld in het rood met een witte bontrand, en deze kleurencombinatie droeg zeker bij aan Coca-Cola's gebruik van de Kerstman voor zijn reclamecampagne van 1931.

De campagne moest het idee van de meeste Amerikanen wegnemen dat Coca-Cola alleen geschikt was om op warme zomerdagen te drinken. 

De tekenaar Haddon Sundblom werd aangesteld om de Coca-Cola-Santa Claus uit te beelden, en hij deed dit zo goed dat hij van Coca-Cola niet alleen een drankje voor het hele jaar maakte, maar ook het beeld van de moderne Kerstman bepaalde.

De Coca-Cola-versie van de Kerstman.

Had de Sovjet-Unie een Kerstman?

In de Russische traditie worden kerstcadeautjes door Baboesjka gebracht. Zij zou 2000 jaar geleden het aanbod van de drie wijzen hebben afgeslagen om mee te gaan naar Bethlehem, en voor straf moest ze voor altijd ronddwalen op zoek naar het kindeke Jezus. Bij het Russisch-orthodoxe kerstfeest op 7 januari brengt ze dan geschenken mee voor de kinderen.

Deze traditie was een probleem voor de communisten, die na de revolutie van 1917 de samenleving opnieuw wilden inrichten. 

Elke verwijzing naar religie moest uit het dagelijks leven verdwijnen, en daarom schaften ze de kerstboom af en probeerden Baboesjka te vervangen door Ded Moroz - Grootvadertje Vorst.

Ded Moroz was een veel oudere Russische traditie, maar hij werd nu de centrale figuur in de seculiere kerstviering, die naar oudejaarsavond werd verplaatst. 

Grootvadertje Vorst had een weinig christelijk voorkomen: hij rookte en dronk wodka, en werd vergezeld door de mooie, jonge Snegoerotsjka, het Sneeuwmeisje.

Maar de Sovjetburgers vergaten Baboesjka niet. De kerstboom werd een nieuwjaarsboom, en Baboesjka leefde voort. Toen de Sovjet-Unie op 26 december 1991 ophield te bestaan, keerde Baboesjka terug met de kerstgeschenken.

Kort daarna kreeg ze echter stevige concurrentie van de westerse Kerstman, die met de amerikanisering van de Russische samenleving meeliftte.

Grootvadertje Vorst en zijn assistente, het Sneeuwmeisje, treden op in het Paleis van de Republiek in Oost-Berlijn, kerst 1976.

Waarom is de kerstboom een spar?

De oorsprong van de kerstboom is niet geheel duidelijk, maar de traditie lijkt vooral uit Duitsland en andere landen langs de Oostzee te komen. Dit verklaart ook waarom de spar (of den, maar de meeste kerstbomen zijn sparren) deze rol mocht vervullen: er kwamen veel sparren voor in dit deel van Europa.

In Duitsland bouwde de kerk voort op de traditie, via de heilige Bonifatius (ca. 672-754), die uit een welvarend Angelsaksisch geslacht stamde. Tegen de wil van zijn vader werd hij monnik en hij zag het als zijn levenstaak om het geloof in Duitsland te verspreiden, waar het christendom nog zwak stond.

Volgens de legende velde hij sparren in de grote bossen van Thüringen, en gebruikte hij de driehoekige vorm van de boom om het principe van de drie-eenheid (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) aan de plaatselijke bevolking uit te leggen.

Bonifatius kreeg zo'n groot succes met zijn missie dat hij bekend werd als de Apostel van Duitsland, en Thüringen is precies het gebied waar de kerstboom zijn oorsprong lijkt te hebben. Het werd een gewoonte om een boom in huis te halen en omgekeerd aan het plafond te hangen.

Het versieren van de kerstboom kwam pas veel later in de geschiedenis.

Bonifatius kwam in 754 om het leven, toen hij bij Dokkum door Friezen werd vermoord.

Een klassieke kerstboom is een dennenboom.

© Wikimedia Commons

Wie bedacht elektrische kerstboomlampjes?

De traditie van lichtjes in de kerstboom komt uit het Duitsland van de 17e eeuw, en zo'n 200 jaar later werden deze door de technische vooruitgang vernieuwd. Drie jaar nadat Thomas Edison de elektrische gloeilamp uitvond, kreeg een van zijn vrienden namelijk een idee.

Edward Hibberd Johnson was vicepresident van de Edison Electric Light Company, het elektriciteitsbedrijf van New York, en met kerst 1882 zette hij een boom met 80 rode, witte en blauwe elektrische peertjes in zijn woonkamer.

De kranten van New York deden de zaak af als een goedkope pr-truc en weigerden te schrijven over de kerstboom van de familie Johnson. 

Maar een krant uit Detroit hoorde ervan en stuurde een journalist helemaal naar New York om het wonder te aanschouwen. 'Ik had nog nooit zoiets gezien,' schreef de journalist in de krant, en voegde eraan toe dat elk peertje 'zo groot als een walnoot' was.

Hiermee was het succes een feit. Maar de technologie was ingewikkeld, en de nieuwe kerstboomverlichting kwam pas in 1890 op de markt. Vijf jaar later sloeg het pas echt aan, toen president Grover Cleveland de eerste elektrische boom neerzette in het Witte Huis, met meer dan honderd peertjes.

Maar alleen de allerrijksten konden met de mode meedoen: je kerstboom met elektrische lampjes uitrusten kon flink in de papieren lopen. De prijs rond de eeuwwisseling bedroeg, omgerekend naar vandaag, zo'n 2000 euro.

Pas rond 1930 kwam er elektrische kerstboomverlichting beschikbaar voor de gewone man.

Was de piramide de voorloper van de kerstboom?

In de loop van de middeleeuwen werd er een decoratie in Duitsland en delen van Zuid-Europa gebruikt die misschien wel de voorloper van de kerstboom is.

Het was een constructie met ronde of achthoekige lagen zoals een gelaagde taart. Op elke 'verdieping' stonden Bijbelse figuren en een kerstkribbe, versierd met bloemen en guirlandes.

In de loop van de tijd kwamen er meer geavanceerde modellen, met kaarsen. De warme lucht zette een propeller op de top in werking, waardoor het bovenste deel van de constructie ronddraaide.

Maar in 1801 ging het er wat anders uitzien en werd het wijdverbreid. In dat jaar beëindigde Napoleon zijn veldtocht in Noord-Afrika, en de Franse troepen keerden terug naar huis. 

Ze brachten tekeningen mee van de piramiden van Giza in Egypte, die meteen gekopieerd werden en verspreid werden in heel Europa.

In Duitsland deden de Egyptische bouwwerken de mensen denken aan de plaatselijke kerstversieringen, die ook smaller waren in de top. 

Daarom werden de piramiden kerstpiramiden genoemd. Ze werden er populair door: de naam wekte associaties met het Heilige Land, dat in de buurt van de piramiden lag.

In de middeleeuwen deed een kerstboom meer aan een piramide denken qua vorm.

Waarom zijn er kunstkerstbomen?

De oorsprong van de kerstboom is onduidelijk, maar de traditie duikt voor het eerst op in 15e-eeuwse bronnen uit het huidige Estland, en een kleine honderd jaar later in Noord-Duitsland.

Vooral de Duitsers waren zulke enthousiaste kerstboomgebruikers dat er in de 19e eeuw een serieus probleem ontstond.

Er waren toen nog geen speciale kerstboomkwekerijen, men zaagde gewoon de top van grote bomen af.

De bomen overleefden dat wel, maar ze groeiden niet meer en waren daarom niet meer bruikbaar voor de houtindustrie. Het gevolg waren grote, onbruikbare bossen en een gebrek aan hout.

In een aantal Duitse staten werd de wet aangepast. Het werd verboden om meer dan één boom per huishouden te hebben.

Dit hielp een beetje, en rond 1845 kwam er een alternatief dat de Duitse bossen kon redden: kerstbomen van veren.

Ganzen werden veel gegeten in Duitsland, en de veren konden op stevig ijzerdraad bevestigd worden.

Deze 'takken' werden op een stam vastgemaakt, en als het geheel groen geschilderd was, leek het net een echte kerstboom. En deze bomen konden zelfs jaar in jaar uit gebruikt worden.

Vanwege een gebrek aan echte kerstbomen rees de vraag naar kunstkerstbomen de pan uit.

Wie stuurde de eerste kerstkaart?

Sir Henry Cole was een drukbezet man. Hij hervormde onder andere de Engelse posterijen en had plannen voor het grote Victoria & Albert Museum in Londen. Hij verkocht ook artikelen waarmee mensen hun huizen konden verfraaien, en door die vele activiteiten kende hij erg veel mensen.

Sir Henry Cole zag daarom altijd erg op tegen kerst: het was bijna ondoenlijk om persoonlijke kerstgroeten te schrijven aan iedereen die hij kende. Er bestonden kerstkaarten, maar die waren met de hand getekend en behoorlijk duur.

Sir Henry Cole had een idee. In 1843 liet hij een kunstenaar een kerstkaart ontwerpen, die hij in 1000 exemplaren liet drukken. Maar de kaart zorgde voor consternatie. De illustratie, die liet zien dat men met kerst aan de armen moest schenken, toonde een vrouw die aan een klein meisje een slokje rode wijn gaf. In het conservatieve Engeland was dat not done.

Maar juist door alle ophef kwam er wellicht het jaar daarop een groot aantal gedrukte kerstkaarten in de handel.

Hoewel velen dachten dat het een modegril was, werd de kerstkaart een groot succes.

’s Werelds eerste kerstkaart.

Glühwein werd in de 15e eeuw voor het eerst gedronken.

Waarom heet Rudolph the Red-Nosed Reindeer zo?

De Amerikaanse namen van de rendieren van de Kerstman worden meestal toegeschreven aan Clement Clarke Moore. 

Hij was hoogleraar in Oosterse talen en Grieks aan de latere Columbia University in New York. Hij zou in 1823 het gedicht A Visit from St. Nicholas hebben geschreven, waarin acht rendieren voorkomen met een naam.

Maar het negende rendier is bekender dan de andere acht: Rudolph the Red-Nosed Reindeer, Rudolf met de Rode Snuit.

Het warenhuis Montgomery Ward in Chicago deelde elk jaar gratis kleurplaten uit aan de kinderen van de klanten. Maar in 1939 was het crisis, en er moest bezuinigd worden. Daarom vroeg het warenhuis een van zijn eigen medewerkers, Robert L. May, om een verhaal te bedenken en er kleurplaten bij te ontwerpen.

Geïnspireerd door ‘Het lelijke eendje’ van H.C. Andersen bedacht hij Rudolph, die vanwege zijn rode neus niet geaccepteerd wordt door de andere rendieren.

Dit verhaal, verteld in kleine gedichtjes geïllustreerd met tekeningen die ingekleurd moesten worden, werd een groot succes. Montgomery Ward raakte alle 2,4 miljoen exemplaren kwijt, en ondanks het gebrek aan papier in de oorlogsjaren waren er in 1946 meer dan 6 miljoen exemplaren verspreid.

Robert L. May had de rechten van Rudolph gehouden, dus toen het verhaal na de oorlog werd uitgegeven, werd hij een rijk man.

Het verhaal over Rudolph met de rode snuit doet het altijd goed rond kerst.

© Shutterstock

Waarom kus je onder de maretak?

De Romeinse geschiedschrijver Plinius de Oudere (ca. 23-79) beschreef hoe de Keltische druïden maretak uit eikenbomen haalden. 

Plinius was ook natuurhistoricus en wist dat de witte bessen van de maretak in grote hoeveelheden giftig zijn, en hij was gefascineerd door het geloof van de druïden in de geneeskrachtige eigenschappen van de plant.

Als de druïden de maretak geplukt hadden, legden ze hem op een witte deken onder de boom, omdat de maretak zijn kracht zou verliezen als hij de grond raakte. 

De maretak werd bij bepaalde offerrituelen gebruikt, en in deuropeningen opgehangen, waar hij een vruchtbaarheidssymbool was en het huis beschermde tegen boze krachten.

Vanwege deze heidense achtergrond verbood de kerk lange tijd het gebruik van de maretak. Maar het gebruik hield stand, en door het geloof in maretak als afrodisiacum ontstond de gewoonte om elkaar te kussen in de deuropening. Dit gebeurde waarschijnlijk ergens in de late middeleeuwen.

De populariteit van het gebruik bereikte een hoogtepunt in het Victoriaanse Engeland van de 19e eeuw, wellicht omdat de preutse samenleving het kussen dan beter kon "controleren", omdat het in de openbaarheid gebeurde.

Er kwam nog een gebruik bij: als een man een vrouw een kus had gegeven onder de maretak, moest hij een bes afplukken en deze weggooien. Als er geen bessen meer over waren, was de maretak zijn magische werking kwijt.

In de Victoriaanse tijd ging de maretak ook tot de kersttradities behoren. Kerst moest liefde en vriendschap bevorderen, en omdat de geboorte van Jezus ook als vruchtbaarheidssymbool gezien kon worden, was de weg vrij voor de maretak, hoewel het gebruik niet werd gezien als een christelijke traditie.

Maretak wordt al duizenden jaren als symbool van vruchtbaarheid gezien. 

Had Dagobert echt een hekel aan kerst?

Toen de Disneytekenaar Carl Barks een kerstverhaal wilde maken, haalde hij inspiratie uit de literatuur. De hoofdpersoon moest een oude vrek zijn met een grondige hekel aan kerst.

Zo iemand vond hij in het klassieke verhaal van Charles Dickens, 'A Christmas Carol', uit 1842, waar de oude Ebenezer Scrooge de kerst met zijn 'Bah, humbug!' afdoet. Daarom werd de hoofdpersoon van de film Christmas on Bear Mountain uit 1947 een zure, oude eend met de naam Scrooge McDuck.

Dagobert Duck, zoals hij in het Nederlands heet, woonde alleen in een chalet op Bear Mountain, en met zijn Schotse wortels was hij een vrek die de gezelligheid van het kerstfeest haatte. 'Deze vreselijke tijd, wanneer iedereen lief is voor elkaar!' noemde hij het.

Carl Barks wilde hem gebruiken als commentaar op de tomeloze consumptie in de VS van na de oorlog, en het was de bedoeling om Scrooge McDuck maar eenmalig op te laten treden als vijand van het kerstfeest.

Maar het Amerikaanse publiek smulde van hem, en Carl Barks zag in dat het personage veel mogelijkheden had.

Hij maakte hem daarom veel jonger en vitaler, en zo lag het kerstfeest ten grondslag aan een van de populairste Disneyfiguren, die nu alles om zich heen haatte: Bah, humbug!

Oom Dagobert was in het begin een kersthater.

Wat heeft kerst met Thanksgiving te maken?

In 1939 waren de VS nog niet betrokken bij de Tweede Wereldoorlog, maar president Franklin D. Roosevelt maakte zich zorgen over de ontwikkelingen. Bovendien was hij druk bezig met het bestrijden van de economische crisis die het land al jaren teisterde.

Dat jaar viel Thanksgiving – de nationale feestdag waarop dank wordt gezegd voor de oogst en andere goede dingen – op 30 november, waardoor de Amerikaanse bevolking maar 20 dagen had om kerstinkopen te doen. 

Het bedrijfsleven stelde daarom voor om Thanksgiving naar 23 november te verplaatsen. Dan zou er meer tijd zijn voor kerstinkopen, waardoor de economie gestimuleerd zou worden.

De president stemde in, maar er ontstond een enorme commotie. Duizenden burgers waren woedend.

Kalenderfabrikanten moesten de hele oplage van hun kalenders van 1940 herdrukken, en dat zou tot veel faillissementen leiden, omdat de nieuwe kalenders te laat zouden komen voor kerst.

Kleine winkels protesteerden ook. 'De korte tijd voor kerstinkopen leidt tot grote drukte in de warenhuizen, waardoor veel klanten juist naar kleinere winkels komen,' schreef de eigenaar van Arnold's Hat Shop in New York in een brief aan de president.

Twee jaar later stelde men vast dat de economie niet geprofiteerd had van de verplaatsing van Thanksgiving. Het feest werd toen weer terug verplaatst, en sindsdien wordt Thanksgiving op de vierde donderdag van november gevierd.

In december 1941 vielen de Japanners Pearl Harbor aan, waardoor de VS bij de oorlog betrokken raakten. Dit gaf de industrie een impuls, de werkloosheid daalde sterk en de economische crisis was voorbij. Dit was bovendien erg goed voor de handel rond kerst.

De VS schoof in 1939 de datum van Thanksgiving op om meer tijd te maken voor kerstinkopen.

Wat vonden de nazi's van kerst?

Inpakpapier met arische motieven en koekjesvormen waarmee Duitse huisvrouwen hakenkruiskoekjes op de kersttafel konden zetten. In de jaren 1930 probeerden de nazi's kerst te stelen, en ze deden erg veel moeite om de symbolen en gewoonten rond het feest in hun nationaal-socialistische ideologie te laten passen.

Dit was nog niet zo gemakkelijk, want de hoofdpersoon van het feest, Jezus, was tenslotte joods. De nazi's probeerden dit probleem op te lossen door de christelijke symboliek uit het kerstfeest te halen. 

De Duitse Sinterklaas, Sankt Nikolaus, die op 6 december kinderen cadeautjes bracht, werd aan de kant gezet en vervangen door Odin, die met zijn wortels in de Germaanse mythologie beter in het nazistische wereldbeeld paste.

Ook de sterren in de kerstbomen waren problematisch. De vijfpuntige ster leek op het symbool van het communisme, en de zespuntige op de joodse davidsster.

De nazi's wilden dat de Duitsers IJzeren kruisen aan de kerstboom zouden hangen, maar dat sloeg nooit aan, want de bevolking was nu eenmaal vrij conservatief in de beleving van kerst.

En dan had je nog de adventskalenders. De nazi's verboden kalenders met afbeeldingen. Achter elk luikje moest een nazistische slogan staan. Chocolade of snoep in de luikjes werd wel toegestaan.

In de oorlogsjaren was het helemaal afgelopen met de adventskalender. Er was een gebrek aan karton, dus de nazitop besloot dat er geen adventskalenders meer gemaakt mochten worden.

Toen de grootste Duitse producent van adventskalenders, Richard Sellmer, ze in 1946 weer op de markt bracht, gebeurde dat met steun van de Amerikanen.

Dwight D. Eisenhower, de opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Europa, werd gefotografeerd terwijl hij met zijn kleinkinderen een adventskalender opende, en die afbeelding werd gebruikt in de denazificatie van Duitsland.

De nieuwe adventskalender werd een doorslaand succes.

Het IJzeren Kruis is nooit een populaire kerstversiering geweest. 

Was er echt een kerstbestand in de loopgraven?

'Om zes uur hield alles op en was het helemaal stil,' schreef een anonieme Engelse soldaat op 1 januari 1915 in de krant The Times. Hij was aan het front in Frankrijk in de Eerste Wereldoorlog en beschreef hoe de gevechten tegen de Duitsers daar waar hij zich bevond een week voor kerst ophielden.

'We zaten de hele avond rond het vuur, en omstreeks 23 uur vertelde een infanterieofficier dat alle gevechten geannuleerd waren, en dat soldaten elkaar troffen tussen de loopgraven,' schreef hij. Niets was van tevoren afgesproken toen de manschappen kort voor de eerste kerst in oorlogstijd het vuren staakten. Het zou de geschiedenis ingaan als het kerstbestand.

De soldaat vertelt dat de strijdende partijen elkaar de volgende ochtend in niemandsland ontmoetten. De Duitse soldaten waren uiterst beleefd, maar er werd niets gezegd, want niemand sprak de taal van de tegenstander.

Uiteindelijk verscheen er een Duitser die enige jaren in de VS had gewoond. Hij trad op als tolk. Ze wisselden sigaren en kleine geschenken uit, en een Duitse soldaat vroeg een Engelsman een foto naar zijn tante in Liverpool te sturen.

'De meeste Duitsers zijn opgewekte en aardige mensen, en het lijkt zo belachelijk om tegen ze te vechten,' schreef een andere Britse soldaat in dezelfde krant.

Om middernacht, toen kerst voorbij was, werd de strijd hervat, en was het front weer bloedig als vanouds. Toen de Britse legerleiding van de vele spontane bestanden hoorde, werd verbroedering met de vijand streng verboden.

Toen de frontsoldaten met kerst 1915 weer iets dergelijks probeerden, was er maar sporadisch sprake van een kerstbestand.

Frankrijk, Westfront, december 1914. Duitse soldaten vergeten eventjes de gruwelijke realiteit van de oorlog en vieren kerst.

Vierden de Romeinen kerst?

In 217 v.Chr. leden de Romeinen een aantal vernederende nederlagen tegen Hannibal, de beroemde generaal uit Carthago. 

Om de stemming in Rome te verbeteren, besloot men op 17 december een feest te houden. Dit werd een groot succes, en het jaar daarop werd het herhaald. Zo ontstond de traditie van de saturnaliën.

In de loop van de jaren werd het feest steeds omvangrijker. De festiviteiten duurden wel een week, tot 23 december, de winterzonnewende en de kortste dag van het jaar. Het feest kreeg ook een nieuwe betekenis. 

De nederlagen tegen Hannibal raakten in de vergetelheid, en men richtte de blik op het komende oogstseizoen en de lange, lichte dagen.

In deze tijd werden de anders zo strakke omgangsvormen ook wat frivoler. Wie naar het feest ging, hoefde geen toga aan, en de slaven mochten ook feesten en zich als vrije burgers gedragen.

Het was zelfs gebruikelijk dat de rijke Romeinen hun slaven bedienden. Iedereen dronk wijn en had plezier.

Een andere traditie die ontstond was het geven van cadeautjes, meestal kaarsen als symbool van de zonnewende.

De schrijver Seneca klaagde dat 'het plebs zich te buiten ging,' en in de 1e eeuw schreef de jurist en staatsman Plinius de Jongere dat hij zich opsloot in zijn studeerkamer terwijl de rest van het huishouden uit zijn dak ging bij de saturnaliën.

Keizer Augustus probeerde het feest te beperken tot drie dagen, en Caligula tot vijf. Maar daar trokken de Romeinen zich weinig van aan: ze feestten er een week op los. De traditie van cadeautjes en kaarsen ging door tot in de 4e eeuw, toen het christendom aan zijn opmars begon.

Historici denken dat sommige kersttradities hun oorsprong bij de Romeinen vinden.

Hoe werd kerst een volksfeest in Japan?

Het kerstfeest kwam naar Japan toen de Portugezen er in 1549 de eerste handelsbasis stichtten. Ze namen missionarissen mee die het nieuwe land katholiek probeerden te maken – wat overigens nauwelijks gelukt is, want vandaag de dag is maar 1% van de Japanse bevolking christelijk.

Kerst bleef daarom een feest voor een zeer kleine minderheid, en toen het christendom in 1612 verboden werd, werd het gevierd door de 'kakure kirishitan', de verborgen christenen.

Dit was de situatie tot het begin van de 20e eeuw, toen Japan zich langzaam openstelde voor westerse invloeden, en de bevolking belangstelling kreeg voor vooral de Amerikaanse variant van het kerstfeest.

Toen Japan in 1942 met de aanval op Pearl Harbor de oorlog aan Amerika verklaarde, moest het kerstfeest eraan geloven. Het werd gezien als een verderfelijk amerikanisme, en daarom verboden.

De Amerikanen leidden de wederopbouw van Japan na de oorlog, en introduceerden bijvoorbeeld Hollywoodfilms, waarin het kerstfeest in een romantisch licht werd gezet.

De Japanners waren dolenthousiast, en kort na de oorlog maakte kerst een gigantische comeback in Japan – maar nu geheel zonder religieuze ondertoon. Het werd een seculier volksfeest met kerstbomen en cadeautjes, en werd een symbool van de nieuwe tijd.

Kerstverlichting in Tokio. 

Is kerst ooit verboden?

Oliver Cromwell leidde het Engelse Gemenebest van 1653 tot zijn dood in 1658. In die periode had het kerstfeest het niet gemakkelijk.

De republikeinen waren niet zo blij met de kerstviering van de Engelsen, die in hun ogen was verworden tot een betekenisloze vreetpartij van kalkoen, taart en pudding, weggespoeld met grote hoeveelheden kerstbier.

Cromwells aanhangers zagen de viering als een overblijfsel van de katholieke kerk, en probeerden er een meer puriteins feest van te maken. De twaalf dagen durende feesten met vuurwerk en seksuele losbandigheid werden afgeschaft. 

25 december werd een gewone werkdag, en kerst moest het liefst in stilte en met vasten gevierd worden. Een hele serie wetten werd ingevoerd, waardoor zelfs de geur van bepaald kersteten uit een open keukenraam strafbaar werd.

Maar er zijn veel aanwijzingen dat de Engelsen dit verbod massaal negeerden. Er werden anonieme pamfletten verspreid die de viering van het religieuze en seculiere kerstfeest aanmoedigden, en er werden ook geheime kerstdiensten bij mensen thuis gehouden.

Er wordt zelfs aan getwijfeld of Cromwell zelf wel meedeed aan de puriteinse beperkingen van kerst. Hij hield veel van muziek en dans, en bij de bruiloft van zijn dochter stond hij een echt feest toe.

Daarom denkt men dat Cromwell zelf de kerst eigenlijk helemaal niet wilde afschaffen.

Redde koningin Victoria kerst?

De industriële revolutie bracht enorme veranderingen teweeg in Europa aan het einde van de 18e eeuw.

Vanuit Engeland verspreidden nieuwe productievormen zich over het continent, en werk, geld en economie werden steeds belangrijker. Er was geen plaats meer voor feestdagen en tradities, en in Engeland dreigde de kerst eraan te moeten geloven.

Dit veranderde toen de jonge koningin Victoria in 1840 met prins Albert trouwde. Hij kwam uit het midden van Duitsland, waar kersttradities belangrijk waren. 

Prins Albert nam ze mee naar het Engelse hof, en al in 1841 was de eerste kerstboom te zien op Windsor Castle. De prins voerde ook het geven van kerstcadeautjes in bij de koninklijke familie.

Dit kwam de koningin goed uit, want de gezinsidylle van het kerstfeest paste goed bij haar normen en waarden, en het was een mooi alternatief voor de drinkgelagen waaruit het kerstfeest in de bovenklasse vooral bestond. En de koningin vond het nuttig voor de arbeiders om met hun gezin kerst te vieren.

Ze nodigde daarom het tijdschrift The Illustrated London News bij haar thuis uit om de kerstversieringen te bewonderen. Omdat het koninklijk paar erg populair was bij de bevolking, duurde het niet lang of de hele Engelse bevolking had de koninklijke kerstgebruiken overgenomen.

Met de nieuwe massaproductie was het bovendien mogelijk om kerstcadeautjes te maken die zelfs de arbeidersklasse zich kon veroorloven.

Was Fort Christmas een kerstfort?

In 1832 wilde de Amerikaanse regering de Seminole-indianen weg hebben uit het reservaat in Florida dat ze negen jaar eerder tot hun beschikking hadden gekregen. 

Dit was niet de eerste keer dat ze verplaatst werden: opnieuw wilden blanke kolonisten hun land hebben, en de regering bood de indianen een nieuw reservaat in Arkansas aan, een stuk naar het westen.

Dit vormde de aanleiding tot de tweede Seminole-oorlog, een van de bloedigste indianenoorlogen uit de geschiedenis. Ongeveer 40.000 soldaten namen eraan deel, en de oorlog duurde van 1835 tot 1842. 

Het kostte de regering in Washington het gigantische bedrag van 40 miljoen dollar. 1500 soldaten en een onbekend aantal indianen kwamen om.

Op eerste kerstdag 1837 stuitte een troepenmacht van 800 man op 4000 indianen. De soldaten werden de moerassen bij Lake Okeechobee in gelokt en de soldaten te paard hadden het moeilijk, de indianen waren goed bekend met het terrein.

Daarom werd er voor een nieuwe strategie gekozen: 200 forten, die in het oorlogsgebied gebouwd werden, zouden uitkomst moeten bieden. Er kwam een fort bij Lake Okeechobee, en vanwege de tijd van het jaar kreeg dit de naam Fort Christmas.

Fort Christmas en de meeste andere forten werden echter nooit gebruikt. De oorlog verplaatste zich namelijk naar het zuiden, en zelfs met de derde Seminole-oorlog (1855-1858) kon de regering de stam Florida niet uit krijgen.

De meeste forten werden weer afgebroken, maar Fort Christmas bleef staan en is vandaag de dag een museum bij het plaatsje Christmas, dat het hele jaar door kerstversiering heeft.

Bekijk ook ...