Vampier begraven met zeis over haar nek

De angst voor een bloeddorstige edelvrouw in de 17e eeuw leidde tot extreme maatregelen, blijkt uit nieuwe vondst.

De angst voor een bloeddorstige edelvrouw in de 17e eeuw leidde tot extreme maatregelen, blijkt uit nieuwe vondst.

Mirosław Blicharski/Aleksander Poznań

Haar mooie zijden hoed kwam als eerste tevoorschijn uit het 17e-eeuws graf. Maar wat de Poolse archeologen daarna zagen, was een stuk spannender. In het graf in Bydgoszcz, 250 kilometer ten noordwesten van Warschau, lag ook een zeis.

De zijden hoed liet zien dat het graf aan een vrouw uit de hogere klasse toebehoorde, maar de zeis verraadde iets heel anders.

‘De zeis was zo over de nek van de overledene geplaatst dat ze – mocht ze proberen overeind te komen – onthoofd zou worden’, vertelt de leider van het opgravingsteam, professor Dariusz Poliński van de Nicolaas Copernicus-universiteit in Torun.

Bij nader onderzoek bleek het lichaam een overbeet te hebben, wat in 17e-eeuws Polen al voldoende kon zijn om als vampier te worden beschouwd.

© Mirosław Blicharski/Aleksander Poznań

Bescherming tegen vampiers

De scherpe zeis bij de nek kan volgens de archeologen maar een ding betekenen: de mensen die de Poolse edelvrouw begroeven, waren bang dat ze een vampier was.

Om te voorkomen dat ze weer opstond uit haar graf, hadden ze ook nog een hangslot aan haar teen bevestigd – een symbolische poging om haar tot in de eeuwigheid in het graf op te sluiten.

Het is volgens professor Poliński een ongebruikelijke vondst:

‘Mensen probeerden vaker zich te beschermen tegen de doden, maar dan meestal door hun hoofd of benen af te hakken, door het lichaam met het gezicht naar beneden te leggen of door verbranding of steniging’.