Hoe weten onderzoekers hoe de oude talen klonken?
Het korte antwoord daarop is dat ze niets 100 procent zeker kunnen weten, want er zijn natuurlijk geen opnames van bijvoorbeeld 4000 jaar geleden. Maar omdat de meeste talen voorgangers zijn van de talen die nu nog bestaan, kunnen de onderzoekers dezelfde woorden in verschillende, verwante talen en dialecten met elkaar vergelijken. Op die manier konden ze reconstrueren hoe woorden zijn veranderd in de loop van de tijd, en hoe ze oorspronkelijk hebben geklonken.
Ze hebben zo veel mogelijk woorden onderzocht, en daaruit kwam een algemeen overzicht, dat ons enigszins nauwkeurig kan vertellen hoe taal vroeger klonk.
Een ander belangrijke factor in het onderzoek waren spelfouten. In de samenlevingen van het verleden was er geen spellingcontrole, of zelfs maar een woordenboek, dus sinds het spijkerschrift van de Soemeriërs – de oudste geschreven bronnen – zijn er talloze spelfouten in teksten geslopen.
Voor veel historici zijn deze fouten een hindernis. Zo worden namen vaak verkeerd gespeld, waardoor moeilijk kan worden vastgesteld of bronnen het over dezelfde persoon hebben. Maar voor taalkundigen zijn spelfouten waardevol. Ze vertellen namelijk welke letters en combinaties van letters ongeveer hetzelfde klonken binnen een taal.
Een laatste belangrijke bron voor de onderzoekers waren liederen, gedichten en alles wat rijmt. Liederen en gedichten kwamen in veel oude samenlevingen voor – zoals bij de Grieken en Romeinen – en sommige bestaan nog steeds.