Olympische Spelen 1904

Hoe lang gebruiken sporters al doping?

Paddenstoelen, kruiden en testikels. Sinds de oudheid nemen sporters al hun toevlucht tot prestatiebevorderende middelen, om een voorsprong op de concurrentie te krijgen.

Paddenstoelen, kruiden en testikels. Sinds de oudheid nemen sporters al hun toevlucht tot prestatiebevorderende middelen, om een voorsprong op de concurrentie te krijgen.

Missouri History Museum

Zolang we aan sport doen, worden er al prestatiebevorderende middelen gebruikt. Reeds bij de originele Olympische Spelen, zo’n 2700 jaar geleden, gebruikten sporters diverse voedingsmiddelen en mengsels die hun een voorsprong op de concurrentie konden geven.

Tot de populairste ‘dopingmiddelen’ in die tijd behoorden stierentestikels. Die zouden de mannelijkheid en kracht van atleten vergroten en elke sporter ‘zo moedig en sterk als een wild beest’ maken, aldus de Griekse arts Aretaios.

Ook paddenstoelen en ‘magische’ kruidenextracten werden gebruikt om het uithoudingsvermogen en de pijngrens te verhogen. Volgens de Griekse schrijver Philostratos van Lemnos hielpen artsen graag bij het bereiden van de middelen.

Olympische Spelen 1904

Thomas Hicks (nr. 20) won op de Olympische Spelen van 1904 de marathon op een mengsel van brandewijn en strychnine.

© Missouri History Museum

Doping werd in 1968 verboden

In recentere tijden nam het gebruik van prestatiebevorderende middelen vooral toe in de 19e eeuw, toen er grote sportevenementen opkwamen.

Een van de populairste was een snelwandelrace waarbij de deelnemers in enkele dagen tijd een paar honderd kilometer moesten afleggen. In 1807 nam Abraham Wood naar verluidt opium om wakker te blijven en zijn rivalen te verslaan.

Ook de eerste zesdaagse wielerwedstrijden vergden veel uithoudingsvermogen. Renners namen onder meer nitroglycerine om in zes dagen tijd zo veel mogelijk ronden te kunnen afleggen. Andere populaire middelen waren alcohol en het zenuwgif strychnine.

De gevaren van doping werden duidelijk toen in 1896 de eerst bekende dopingdode viel. De 27-jarige wielrenner Arthur Linton stierf plotseling, enkele maanden nadat hij de ronde Bordeaux-Parijs gewonnen had. De oorzaak: een overdosis efedrine.

Ondanks meerdere sterfgevallen werd doping pas in 1968 door het Internationaal Olympisch Comité verboden.