Hanengevecht: De kleinste gladiatoren

Hanen met scherpe sporen aan hun poten vechten al duizenden jaren tegen elkaar. Van de steegjes van Rome tot de koninklijke arena’s in Engeland: de ‘sport’ was volksvermaak nummer één. Ondanks verboden gingen de bloedige gevechten door.

Hanen met scherpe sporen aan hun poten vechten al duizenden jaren tegen elkaar. Van de steegjes van Rome tot de koninklijke arena’s in Engeland: de ‘sport’ was volksvermaak nummer één. Ondanks verboden gingen de bloedige gevechten door.

Tim Clayton – Corbis/Getty Images

Edward Herbert kijkt gespannen rond in de Royal Cock-pit, de fraaiste Engelse arena voor hanengevechten, in jaren 1530 gebouwd door Hendrik VIII. Een kleine 300 jaar later, in 1822, zal Edward voor het eerst van zijn leven getuige zijn van de bloedige sport.

‘De arena is groot, rond en hoog. Er zijn veel stoelen op meerdere niveaus rondom, als in een amfitheater,’ schreef Edward in een brief aan een vriend.

Om Edward heen staan mannen uit alle geledingen van de Engelse bevolking.

‘Ergens stond een groepje haveloze oude mannetjes, die vooral behoefte leken te hebben aan een goede maaltijd – maar toch hadden ze een shilling betaald om binnen te komen,’ aldus Edward. ‘Er was ook een rustig, formeel heerschap in pak. Ik hoorde dat hij predikant was en altijd heel fanatiek werd als het gevecht begon.’

Terwijl Edward alle indrukken in zich opneemt, loopt een jonge, goedgeklede heer de arena binnen: de haneneigenaar Nash. Achter hem volgt een gespierde man met een witte zak.

‘Eén guinea op Nash!’ Hanengokker, 1822

Het geroezemoes van het publiek zwelt aan tot een oorverdovend geroep. De weddenschappen worden afgesloten.

‘Twee tegen één voor Nash!’
‘Eén guinea op Nash!’
‘Nash, vijf shilling!’

Dan verschijnt Nash’ tegenstander Flemming met zijn haan. De twee vogels zitten nog in hun zak, maar slaken al dreigende kreten tegen elkaar.

Voorzichtig opent Nash zijn zak, waar de prachtigste haan uit komt die Edward ooit heeft gezien.

‘Het was een rood met zwarte vogel – slank, mannelijk en met getrimde veren.’

Op elke poot zit een zilveren spoor van zo’n 4 centimeter lang. Nash overhandigt de haan aan zijn tegenstander, zodat die hem van top tot teen kan onderzoeken.

Dan wordt de arena ontruimd en blijven alleen de twee hanen en hun eigenaren over. De mannen houden hun vogel met beide handen vast en hitsen ze op door ze dicht bij elkaar te houden. De twee hanen worden steeds woester, en uiteindelijk is het te gevaarlijk om ze vast te houden. De eigenaren laten de dieren los, en er stijgt een luid gejuich op. Het gevecht is begonnen.

hanengevecht-schilderij

De Royal Cock-pit in Londen was een van de oudste Engelse hanenvechtarena’s.

© Heritage Images/Getty Images

Hanen vechten voor de goden

Georganiseerde hanengevechten bestaan al zeker 4000 jaar. Het zijn vermoedelijk de oudste dierengevechten ter wereld, en ze zijn nog niet uitgestorven. Edward Herbert had zijn brief net zo goed in het oude Rome kunnen schrijven, of in de huidige Filipijnen.

De kip werd rond 3000 v.Chr. gedomesticeerd door de Chinezen en Indiërs. Volgens historici ontdekten de eigenaren al snel dat de mannetjes hun rivalen stevig aanpakken, en dan was het nog maar een kleine stap naar georganiseerde gevechten. De Induscultuur, die tussen 3300 en 1300 v.Chr. floreerde in het huidige India en Pakistan, lijkt hanen vooral voor gevechten te hebben gebruikt en niet als voedsel.

Het houden van kippen en het vechten met hanen verspreidde zich snel. In het Midden-Oosten kregen hanen een haast religieuze status. In Babylonië, Assyrië en Perzië werd de haan als een goddelijk wezen gezien wiens vechtlust rechtstreeks van de goden kwam.

vrouwen hanengevechten

Volgens onderzoekers dienden hanengevechten al duizenden jaren als vermaak voordat er een echte sport van werd gemaakt.

© Christie’s Images/Bridgeman Images

Het hanengevecht werd van groot belang in het oude Griekenland. Volgens een legende werd de sport ontdekt door de Atheense staatsman en generaal Themistocles.

Toen die in 492 v.Chr. tijdens de Eerste Perzische Oorlog met zijn leger naar de Perzische vijand optrok, zag hij volgens de Romeinse geschiedschrijver Aelianus twee hanen vechten in de berm. Themistocles liet zijn leger halt houden om inspiratie op te doen:

‘Kijk, deze twee vechten niet voor hun goden, hun voorouders, hun eer, hun vrijheid of hun nageslacht. Ze vechten alleen omdat ze zich niet aan de ander willen onderwerpen.’

Naar verluidt ontleenden de soldaten moed aan de aanblik van het hanengevecht en versloegen ze het sterkere Perzische leger.

In de jaren daarna brak er een ‘hanenkoorts’ uit in Athene. Alle weerbare jonge mannen moesten hanengevechten bijwonen en mochten niet vertrekken voor het laatste gevecht afgelopen was. Volgens de Grieken, die de haan als de ideale strijder zagen, maakte dit de mannen moedig en deugdzaam.

‘Onze dapperheid wordt gesterkt door het goede voorbeeld van de hanen,’ schreef de wijsgeer Chrysippus in de 3e eeuw v.Chr.

De vogels werden in verband gebracht met de oorlogsgod Ares en stonden vaak op een schild of helm.

haan Griekse vaas

De oude Grieken vergeleken de haan vaak met het mannelijk lid, ook in de kunst.

© Sailko

Haan is een symbool van vruchtbaarheid

Al sinds de oudheid is het hanengevecht een sport voor mannen. Volgens onderzoekers komt dit omdat de haan geassocieerd wordt met mannelijke deugden als kracht, moed en viriliteit.

Een haan werd ook vaak door oudere Griekse mannen aan hun jonge minnaars gegeven – een geschenk met een duidelijke seksuele ondertoon.

De wijsgeer Aristoteles schreef in de 4e eeuw v.Chr. dat de haan het hoogste symbool van mannelijkheid was omdat hij als enige dier in alle jaargetijden en op alle tijdstippen van de dag paart.

Nu, 2300 jaar later, is er bijna niets veranderd. Toen antropoloog Garry Marvin in de jaren 1980 onderzoek deed naar hanengevechten in Andalusië, zag hij maar weinig vrouwen bij de wekelijkse shows. Deelnemers legden hem uit dat ‘dit iets voor mannen is’.

Op Bali, waar hanengevechten populair blijven, is de taal rijk aan woorden en uitdrukkingen die hanen en mannen aan elkaar gelijkstellen. Het Balinese woord voor haan (sabung) wordt ook gebruikt voor het mannelijk lid, een krijger en een rokkenjager. Een jongeman die niet met meisjes durft te praten is ‘een vechthaan in zijn eerste kooi’.

Sporen moeten gevechten eerlijker maken

Vanuit Athene bereikte het hanengevecht rond 470 v.Chr. Rome. Maar hoewel de Romeinen er niet vies van waren om dingen van de Grieken over te nemen, zagen ze het in het begin als barbaars vermaak.

Toen Julius Caesar echter in 55 v.Chr. bezig was Engeland te veroveren, zag hij dat de Britten aan hanengevechten deden en dat het zelfs verboden was om de hanen op te eten.

De veldheer was naar verluidt dol op de sport, en korte tijd later volgde de gewone Romein. Al snel stonden hanen op munten en mozaïeken in de villa’s van de rijken.

De Romeinse schrijver Columella mopperde rond 50 n.Chr. dat de fanatieke fans van hanengevechten niet ophielden voor ze hun hele erfenis erdoorheen hadden gejaagd.

Mogelijk werden de gevechten zo populair omdat ze een goedkoop alternatief vormden voor de traditionele gladiatorengevechten: geharnaste gladiatoren waren duur en hadden een grote arena nodig, terwijl een hanengevecht makkelijk in een steegje of op een veld gehouden kon worden.

hanengevecht mozaïek

In Pompeï zijn mozaïeken gevonden met afbeeldingen van hanengevechten.

© Naples National Archaeological Museum

Het staat in ieder geval vast dat de Romeinen als eersten extra agressieve rassen fokten en de vogels bewapenden.

Je zou denken dat de sporen ten tonele verschenen om de gevechten bloediger te maken, maar niet alle onderzoekers zijn het daarover eens. Volgens sommigen waren ze een poging om de strijd eerlijker te laten verlopen.

Van nature hebben hanen op elke poot een spoor. Die bestaat uit een bot met een laag hoorn eromheen, en sommige rassen en oudere hanen hebben grotere sporen en daarmee een voordeel in het gevecht. Door de sporen te vervangen door een metalen exemplaar van gelijke grootte zorgden de Romeinen ervoor dat jongere vogels meer kans maakten tegen oudere.

metalen sporen, houten kist

De lengte van de sporen hing af van het reglement. Ze werden vaak bewaard in een houten kist, zoals deze uit de 18e eeuw.

© Heritage Images/Getty Images

Koninklijke sport is voor iedereen

Na de val van het Romeinse Rijk eind 5e eeuw lijkt het hanengevecht even uit Europa te verdwijnen. Het komt pas weer in 1170 voor in een bron, toen de Engelse kerkbestuurder William Fitzstephen schreef:

‘Elk jaar, op heilige dinsdag, brengen de schooljongens hun hanen mee. Tot het middaguur mogen ze zich vermaken met kijken naar de gevechten.’

De traditie van hanengevechten op heilige dinsdag (de dinsdag voor Pasen) bleef tot in de 19e eeuw in stand. De winnaar van de dag kreeg niet met de zweep in de vastentijd, wat gebruikelijk was in de religieuze scholen opdat de jongens de pijn van Jezus zouden voelen.

Honderden jaren lang vermaakten schooljongens zich met hanengevechten, maar toen Hendrik VIII in 1509 op de troon kwam, groeiden ze uit tot de nationale sport van Engeland. De koning was dol op hanengevechten en bouwde de Royal Cock-pit naast zijn paleis Whitehall in Londen.

‘Het hanengevecht is de meest barbaarse van alle takken van sport.’ De schrijver Philip Stubbes, 1583

Het gebruik werd nu omschreven als ‘de sport van koningen’, en toen Jacobus I in 1603 de macht overnam, benoemde hij zelfs een speciale hanenmeester, die de koninklijke hanen moest fokken en trainen. Vier jaar later verscheen het eerste boek dat uiteenzette hoe je hanen moest fokken, trainen en inzetten in het gevecht.

Er waren toen al kritische geluiden te horen. Zo schreef de auteur Philip Stubbes in 1583: ‘Het hanengevecht is de meest barbaarse van alle takken van sport en een schande voor de mensheid.’

Maar de fanatieke aanhangers trokken zich er niets van aan.

metalen spoor, klauw, hanengevecht

Hanen hebben sporen op hun poten die ze bij gevechten gebruiken. In sommige landen worden ze vervangen door metalen exemplaren, maar in Zuid-Amerika vechten hanen met hun eigen sporen.

© Superbass

Vanaf halverwege de 16e tot begin 19e eeuw was het hanengevecht een van de populairste sporten van Engeland. De kranten stonden vol aankondigingen van gevechten, en anders dan bij veel andere sporten kwam het publiek uit alle geledingen van de samenleving.

Staatshoofd Oliver Cromwell verbood de praktijk in 1654 in heel Engeland, maar dat was niet omdat hij het zielig voor de dieren vond. Cromwell zag de gevechten als broeinesten van verraad en verzet tegen zijn regime. Meteen na zijn dood in 1658 werd het hanengevecht weer toegestaan.

Edward Herbert, die de Royal Cock-pit in 1822 bezocht, dacht ook niet direct aan dierenwelzijn. Volgens hem waren de gevechten ‘groots en fraai’.

Hij beschreef in de brief aan zijn vriend hoe de twee vogels zich op chaotische wijze op elkaar stortten. Toen de eerste confrontatie geen winnaar opleverde, begonnen ze elkaar aan te kijken en elkaars uitvallen te ontwijken.

Plotseling sprong de haan van Nash op en stak hij zijn zilveren spoor in de borst van zijn tegenstander. Het bloed droop eruit, en de getroffen haan, die eerst geel was, werd langzaam oranje. De helft van de zaal juichte, de andere helft schudde het hoofd.

De eigenaren renden de arena in om de wonden schoon te maken. Toen begon het gevecht weer, maar ‘de vogel van Flemming wankelde en was er slecht aan toe’. Na nog een uithaal was hij dood.

haan water training

Voor een modern hanengevecht spuit de eigenaar zijn haan vaak nat om hem energieker te maken.

© Shutterstock

Vechthanen werden getraind als sporters

Van oudsher wordt het hanengevecht gezien als een tak van sport, en omdat er geld en eer op het spel stonden, werden de vogels grondig getraind.

In het Amerikaanse hanenvechtblad The Feathered Warrior schreef de beroemde fokker John Madigin in de jaren 1940 een gedetailleerde handleiding voor de training van een haan vanaf 14 dagen voor een gevecht. Hij adviseerde ren- en vliegtraining van toenemende intensiteit, afgewisseld met pauzes waarin de hanen rauwe biefstuk en eiwit te eten krijgen.

Haneneigenaren veranderden hun vogels ook fysiek. De kam van het mannetje werd afgesneden – niet alleen om het gewicht te verminderen, maar ook omdat wonden aan de kam hevig bloeden. De veren werden bijgeknipt zodat de trainer verwondingen makkelijker kon opsporen. Een sterke haan vocht meestal vijf keer in zijn leven.

Zoals bij alle sporten was er een uitgebreid reglement, dat per gebied sterk kon verschillen. Zo werden metalen sporen in Zuid-Amerika zelden gebruikt, waardoor een gevecht 20 minuten kon duren.

Tegenwoordig wordt de training van hanen vaak aangevuld met massage en geneesmiddelen die helpen spieren op te bouwen, zoals steroïden.

Amerikanen fokken reuzenhanen

Hanengevechten zijn het best gedocumenteerd in Engeland, maar van de 17e tot de 19e eeuw vonden ze in een groot deel van de wereld plaats.

Toen ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan in 1521 de Filipijnen bereikte, ontdekte hij dat men er ook aan hanengevechten deed, hoewel er nooit westerse invloed was geweest. Magellaans assistent Antonio Pigafetta schreef in zijn dagboek:

‘Ze houden zeer grote en zeer tamme hanen. Soms laten ze ze tegen elkaar vechten en zetten ze geld in op de winnaar.’

Het staat echter buiten kijf dat vooral de Europese koloniale mogendheden het hanengevecht verspreidden. De eerste vechthanen die Noord-Amerika bereikten, zouden Iers of Engels zijn geweest, maar het duurde niet lang of de Amerikanen fokten ze zelf.

hanengevecht Bali

Bali in Indonesië heeft een lange traditie van hanengevechten. Het gebruik is er nog populair, hoewel de autoriteiten het niet graag zien.

© Leiden University Library

Een bekend Amerikaans hanenras was de enorme Connecticut Strawberry. Een 3 kilo zwaar exemplaar van dit ras, bekend als ‘de Bochel’ vanwege een aangeboren afwijking, vocht halverwege de 19e eeuw drie jaar achtereen zonder te verliezen. Er werden duizenden dollars per gevecht op hem ingezet.

In de 18e eeuw was het hanengevecht de op een na populairste sport van Noord-Amerika. Het moest alleen de paardenrennen voor zich dulden. Hanengevechten werden vooral in de Zuidelijke Staten gehouden, waar boeren hun eigen hanen meebrachten.

Er begon echter steeds meer verzet tegen de bloedige sport te komen: in 1775 verbood Georgia als eerste kolonie de gevechten. Na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog in 1783 werd het hanengevecht op steeds meer plaatsen als een barbaars overblijfsel van de Britse tijd gezien. En de kritiek zwol alleen maar aan.

Hanenfokker: ‘Gevechten zeggen iets over menselijke aard.’

Zorgen over dierenwelzijn

In de 19e eeuw kwam het hanengevecht in een groot deel van de westerse wereld zwaar onder vuur te liggen als barbaars en kwaadaardig gebruik. En in Engeland was inmiddels een nog bloediger variant ontwikkeld.

Bij een zogeheten Welsh Main werden 32 hanen per paar tegenover elkaar gezet. De 16 winnaars van de eerste ronde moesten het meteen tegen elkaar opnemen, en zo ging het door tot er nog één haan over was. Dergelijke ‘toernooien’ noemde de antiquair Samuel Pegge in 1775 ‘een schande voor ons Britten’.

Op veel plaatsen in de wereld werden ook ‘battle royals’ gehouden, waarbij alle hanen tegelijk werden losgelaten in de arena. In een wirwar van veren en bloed bleef uiteindelijk één haan in leven, die gewonnen had.

De eerste Engelse protestgroep tegen dierenmishandeling ontstond in 1824, en door telkens de publiciteit te zoeken wist deze organisatie het volk voor haar zaak te winnen.

dode haan

Zelfs de beste haan heeft zelden puf voor meer dan vijf gevechten in zijn leven. En als hij die vijf heeft overleefd, is hij vaak op en kan hij niet meer vechten.

© Shutterstock

Maar pas in 1849, 27 jaar nadat Edward Herbert de Royal Cock-pit had bezocht, viel het doek voor het hanengevecht toen het Britse Lagerhuis de Cruelty to Animals Act aannam. Deze baanbrekende wet maakte dierengevechten illegaal en bepaalde dat dieren rechten hadden en niet mishandeld mochten worden.

De gevechten gingen echter in het geniep door, en in 1952 kwam er een wet die het bezit van voorwerpen die ook maar iets met hanengevechten te maken hadden verbood. Er waren echter ook nog wel voorstanders te vinden in het Westen. Toen de Amerikaanse staat Oklahoma in 1975 een verbod op hanengevechten overwoog, fulmineerde de Democraat John Monks in het Huis van Afgevaardigden:

‘In elk land dat overgenomen wordt door communisten, wordt als een van de eerste dingen het hanengevecht verboden,’ zei hij, en de praktijk werd in Oklahoma pas in 2002 illegaal.

Hanengevechten zijn nog toegestaan in onder meer de Filipijnen, Mexico en enkele regio’s van Spanje en Frankrijk, waar ze als cultureel erfgoed worden gezien.

hanengevecht arena Filipijnen

Het hanengevecht is nog een zeer populair vermaak in de Filipijnen. De grootste gevechten worden gehouden in arena’s met plaats voor 25.000 man.

© Paul Lewin