In 1903 bewonderden de toeschouwers hun idolen nog toen zij langs hen reden. Het jaar erop werden ze gewelddadig.

© Bridgeman

De allerergste Tour de France ooit

De Tour de France van 1904 wordt een schandaal. De wielerhelden nemen stiekem de trein of zitten elkaar onreglementair dwars. Tourcommissarissen hanteren geladen wapens tegen de woedende toeschouwers. Bijna was de tweede Tour de laatste.

6 juli 2018 door Ebbe Fischer

De Fransman Maurice Garin roept zelfbewust luid naar de Franse verslaggevers die zich rondom hem hebben verzameld:

‘Als ik vóór Parijs niet word vermoord, ga ik de Tour winnen.’

De wielerster won het jaar daarvoor, in 1903, de eerste Tour de France en is zojuist als eerste in Lyon over de eindstreep gegaan, na de 467 kilometer lange eerste etappe van de Tour de France 1904. Garin is ontzet: de renners werden voortdurend aangevallen door gewelddadige types, die vooral de koplopers probeerden tegen te houden. Door deze wantoestanden dreigt de Tour de France, die nog maar net bestaat, alweer ter ziele te gaan.

Tweede Tour de France heeft vliegende start

En het leek juist zo goed te beginnen. Meteen in de eerste etappe vindt er een belangrijke demarrage plaats, waarmee het publiek op zijn wenken wordt bediend. Titelverdediger Maurice Garin en Lucien Pothier maken zich los van het peloton en werken goed samen in de eerste etappe van Parijs naar Lyon. Onder de hete Franse zon trappen ze als bezetenen op hun geavanceerde racefietsen van 25 kilo. Het zal nog uren duren voor de renners kunnen rusten na hun rit over de abominabele Franse wegen. De twee rekenen er niet op voor het donker de finish te bereiken.

Maurice Garin – hij kwam als eerste over de streep, maar won niet.

Sterren mogen de regels breken

Halverwege de rit, ver van de officiële bevoorrading, krijgt Garin de hongerklop. Hij legt contact met de volgauto en dreigt zich terug te trekken als hij geen hulp krijgt. Dat is tegen de regels, maar omdat Garin het jaar daarvoor de eerste Tour heeft gewonnen, is hij belangrijk voor de publiciteit. Hij krijgt proviand.

Wielrenners overvallen door gemaskerde mannen

Na 16 uur fietsen over de stoffige zandwegen gaat de zon onder. Uit het donker doemt naast de twee renners een auto op. Vier gemaskerde mannen kijken naar de uitgeputte renners. Als deze omkijken, vallen de mannen hen aan. De renners kunnen de klappen maar net ontwijken. Met grote moeite houden ze het tempo vast, al volgt de auto hen kilometers lang terwijl de belagers schreeuwen, dreigen en proberen hen van de weg te duwen.

Garin en Pothier slingeren gevaarlijk over de weg, en blijven maar met moeite overeind. Als er een officiële volgauto nadert, slaan de belagers op de vlucht. Dit is nog maar een voorproefje van wat de renners in deze Tour de France te wachten staat. Beide mannen zijn ervan overtuigd dat de overvallers worden betaald door hun concurrenten.

Lift in de auto

Op hetzelfde moment rijdt de Fransman Pierre Chevallier uren achter hen, helemaal in de staart van het peloton. Meermalen wordt hij op achterstand gezet, maar aldoor komt hij verrassend terug. Vals spelen is in het donker gemakkelijk. Welwillende mensen uit de buurt geven hem een lift in hun auto.

Eugène Christophe kreeg in 1919 de eerste officiële gele trui, na de etappe van Grenoble naar Genève.

© Polfoto

Schandalen geven krant wind in de zeilen

Maurice Garin heeft de eerste etappe gewonnen, een paar seconden voor Pothier. Maar die avond klaagt een van de andere favorieten, Hippolyte Aucouturier, boos bij de Tourleiding dat hij constant werd belaagd door concurrenten. Steeds opnieuw botsten renners tegen hem aan, zodat hij ten val kwam.

De verhalen zijn voer voor de schrijvende pers nu het grote publiek belangstelling krijgt voor de Tour. De Tour de France is in Frankrijk al heel populair. Het blad L’Auto, de officiële organisator van de Tour, beleeft gouden dagen met een fors gestegen oplage, en in het hele land verheugen de mensen zich erop de renners door hun geboorteplaats te zien rijden. Maar nu bereiken geruchten over onregelmatigheden elke uithoek van de republiek, en als een smeulend vuurtje verspreidt de woede zich over het land, met dramatische gevolgen.

Tourcommissaris trekt pistool

De tweede etappe gaat over de Col du Grand Bois bij St. Etienne. Een steile klim van 12 kilometer, voorafgaand aan de Alpen. Gemiddelde stijging 5,2%, hoogste top op 1161 meter. Een grote schare toeschouwers wacht boven in spanning. Ze hebben over het bedrog gehoord en als de renners de top naderen, klinken de kreten: ‘Weg met Garin! Leve Fauré! Dood aan alle anderen!’

De menigte blokkeert de weg en de renners moeten afstappen. De mensenmassa steunt loyaal de plaatselijke held Antoine Fauré, die als enige mag doorrijden. Verschillende mannen gaan met knuppels Maurice Garin te lijf.

Al gauw wordt het geluid van een motor hoorbaar en in de volgende haarspeldbocht komt een volgauto in zicht. Als Tourcommissaris Georges Lefèvre ziet wat er gebeurt, ontsteekt hij in woede. Hij grijpt in een opwelling zijn pistool en vuurt over de menigte heen. Bij het geluid van de schoten en de aanblik van de opgewonden Tourcommissaris trekken de geweldplegers zich terug. Onder een scheldkannonade vervolgen de renners hun weg over de berg.

Renners gediskwalificeerd

Een grote groep renners zoekt elkaar op tijdens de lange afdaling en blijft de volgende 250 kilometer bij elkaar. Hippolyte Aucouturier wint de massasprint in Marseille nipt. Wonderlijk genoeg is hij niet meer gevallen na zijn klacht de vorige dag. ’s Avonds wordt de onbekende Ferdinand Payan gediskwalificeerd omdat hij zich heeft vastgehouden aan een auto­.

Toeschouwers boos over diskwalificatie

In de derde etappe gaat het peloton door de stad Nîmes, niet ver van de Middellandse Zee. De uit de race gehaalde Ferdinand Payan komt uit deze contreien. Wanneer de renners het centrum naderen en het Romeinse amfitheater boven de rode daken zien opdoemen, worden ze door een horde opgewonden toeschouwers luid toe­geschreeuwd: ‘De Tour zal nooit door Nîmes gaan!’ 

Al snel ontwaart de kopgroep spijkers op de weg, en verderop glasscherven. Verschillende renners krijgen een lekke band. Maar het peloton rijdt door. Vanuit de smalle kronkelige straatjes gooit iemand een steen en dat is het startsein. De menigte stort zich op de weg en valt de renners aan. Maar deze keer zijn de commissarissen voorbereid en ze vuren onmiddellijk waarschuwingsschoten af. Het gepeupel trekt zich terug.

Organisatie heeft geladen pistolen

De Tourleiding weet nu hoe te handelen en de dagen erna zit de organisatie in de volgauto’s klaar met geladen pistool. Ook de politie is gemobiliseerd.

De ongeregeldheden trekken veel belangstelling en L’Auto verkoopt geweldig, al vraagt hoofdredacteur Henri Desgrange zich wel af welke krachten hij in vredesnaam heeft ontketend. De vierde etappe verloopt zonder noemenswaardig geweld, en de hoofdredacteur haalt opgelucht adem.

Lucien Pothier wint in Bordeaux. Bij daglicht zelfs, want de etappe was maar 268 kilometer. Ook de vijfde etappe blijft relatief rustig, de favoriet voor de ritzege Aucouturier wint in Nantes.

Bedrog wordt ontdekt

De Tourleiding heeft de controle terug en de zesde etappe naar Parijs verloopt weliswaar met protesten langs de kant, maar zonder geweld. In het algemeen klassement leidt Maurice Garin met de paar seconden die hij in de eerste etappe op Pothier won, maar de fanatieke Garin is hier niet tevreden mee. Op het vlakke stuk naar Parijs valt hij aan en hij bereikt zes minuten voor de nummer twee de finish. Een uitgelaten mensenmenigte verwelkomt hem in Parijs. Twee Touroverwinningen uit twee.

De Tourcommissarissen zijn minder enthousiast. Wat zij weten zal de reputatie van de Tour bezoedelen en de Franse wielerhelden van het voetstuk doen vallen waar de redactie van L’Auto hen op heeft geplaatst. De Franse journalist Michel Nicolini zei er jaren later over: ‘Als de organisatoren hun beslissing al onmiddellijk na de finish hadden genomen, waren ze gelyncht.’

Een van de bekendste sportsymbolen is de gele trui. De herkomst van de leiderstrui is onzeker. Tourwinnaar Philippe Thys meldde dat hij er in 1913 een kreeg, maar de eerste officiële trui ging pas in 1919 aan.

© Piotr Tysarczyk

Tour de France op sterven na dood

De commissarissen nemen daarom de tijd en gaan in conclaaf met de Franse wielerbond, de Union Vélocipédique de France. Ze besluiten de zaak voor een tijdje in de ijskast te zetten om de gemoederen te laten bedaren.

Pas eind november 1904 komt de Tour zelf met een rapport. Maar liefst 29 renners zijn uit de uitslag geschrapt en worden langdurig geschorst. Daardoor wordt de 20-jarige Henri Cornet de nieuwe, officiële winnaar. Hij is nog steeds de jongste winnaar ooit.

Een paar dagen later brengt de Franse wielerbond eveneens een rapport uit. Ook daarin staat dat Maurice Garin niet langer de winnaar is, en bovendien is de hele top vier gediskwalificeerd. Het publiek is geschokt en sportjournalist en Touroprichter Henri Desgrange vreest dat dit het einde van de Tour betekent.

‘De Tour de France is dood. Ik ben bang dat deze tweede editie de laatste is. De Tour gaat ten onder aan zijn eigen succes, aan de blinde hartstocht die erdoor is ontketend en aan de streken en het bedrog van onwetenden en kwaadwillenden’, schrijft hij in L’Auto.

Bewijzen verdwenen spoorloos

Waarom winnaar Maurice Garin en de 28 anderen precies zijn gediskwalificeerd, is nooit bekendgemaakt. Maar de beslissing was gebaseerd op uitspraken van getuigen. Meerdere ooggetuigen

zagen renners de trein nemen, in een auto meerijden of aan een auto hangen. Jarenlang lag de documentatie achter slot en grendel, en toen de Duitsers in 1940 Frankrijk binnenvielen, werden de papieren ijlings naar Zuid-Frankrijk vervoerd. Daar verdwenen ze. Garin heeft tot aan zijn dood in 1957 altijd volgehouden dat hij onschuldig was.

In L’Auto schreef oprichter van de Tour Henri Desgrange: ‘Ons wacht de grote, morele verplichting om de wielersport weer op orde te brengen. En dat kan alleen de Tour de France.’

Lees ook

Jacques Seray: 1904: The Tour de France Which Was to Be the Last, Ann Arbor Press, 1999. Matthijs Linnemann: 100 jaar Tour de France, Strengholt’s Boeken, 2003. 

Bekijk ook ...