Jackson Pollock

Jackson Pollock: Zuipende druppelschilder liet de kunst vrij

Jackson Pollock lapte in de jaren 1940 de regels van de kunst aan zijn laars met zijn abstracte drippingschilderijen. Nu wisselen de werken van de Amerikaan voor astronomische bedragen van eigenaar, maar psychische ziekten en drankmisbruik werden Pollock fataal voordat hij een ster was.

Jackson Pollock lapte in de jaren 1940 de regels van de kunst aan zijn laars met zijn abstracte drippingschilderijen. Nu wisselen de werken van de Amerikaan voor astronomische bedragen van eigenaar, maar psychische ziekten en drankmisbruik werden Pollock fataal voordat hij een ster was.

Album/Ritzau Scanpix

Vandaag de dag wisselen zijn werken voor vele miljoenen van eigenaar. Jackson Pollocks weg naar de roem als abstracte expressionist ging echter via honger, drank en geweld en eindigde in een fataal ongeluk.

Dit is een overzicht van zijn carrière en zijn abrupte einde. Ontdek waarom hij nog steeds als een van de grootste kunstschilders ooit wordt gezien.

Jackson Pollocks radicale nieuwe kunstvorm

In augustus 1949 bracht het Amerikaanse Life Magazine een artikel over de schilder Jackson Pollock met de kop: ‘Is hij de grootste levende kunstenaar?’

Op de cover stond de kalende kunstschilder met een sigaret in zijn mond en zijn armen over elkaar voor een van zijn inmiddels iconische drippingschilderijen.

Het was een wirwar van kleuren en patronen, schijnbaar willekeurig en chaotisch op een enorm doek aangebracht.

Jackson Pollocks radicale nieuwe kunstvorm was een breuk met het bestaande en vormde een geheel nieuwe stijl: abstract expressionisme.

Geïnspireerd door de theorieën over het onbewuste van de Zwitserse psychiater Carl Jung bracht Jackson Pollock zijn diepste gevoelens over op zijn werk als vormeloze en kleurrijke abstracties.

En dat was niet altijd prettig om te zien.

Jackson Pollock was namelijk niet alleen een geniale kunstenaar, maar ook geestelijk gestoord, gewelddadig en een drankorgel. Deze giftige cocktail werd hem fataal voordat hij eeuwige roem bereikte.

Convergence – schilderij van Jackson Pollock

Convergence uit 1952 (237 cm × 390 cm). Dit is een van de meest iconische werken van Jackson Pollock, dat hij een paar jaar voor zijn dood maakte. Het was de bloeitijd van de schilderstijl waarmee hij ook buiten de kunstwereld roem vergaarde. Van Convergence werd in 2010 een Amerikaanse postzegel uitgebracht met een waarde van 44 cent.

© Ritzau Scanpix

Strijd tegen psychische ziekte en alcoholisme

Jackson Pollock was volgens vrienden en kennissen vrolijk en zorgzaam als hij nuchter was. Maar als hij gedronken had, was hij gewelddadig en niet te genieten.

De innerlijke demonen van de kunstschilder ontstonden al in zijn kindertijd, toen hij met zijn vier broers opgroeide in Arizona en later Californië.

Hun vader was een gewelddadige zuiplap met een kort lontje, die de jeugd van zijn zoons tot een hel maakte.

Een jonge Jackson Pollock

Portretfoto van een ca. 16 jaar oude Jackson Pollock.

© Wikimedia Commons

Zijn vader liep weg toen Jackson Pollock pas acht was, maar toen had de lichamelijke en geestelijke mishandeling al diepe sporen nagelaten.

Jackson Pollock begon zelf te drinken toen hij begin 20 was en worstelde zijn hele leven met drankmisbruik. Hij kampte vermoedelijk ook met een bipolaire stoornis.

Zonder zijn geestesziekte en alcoholisme had Jackson Pollock zich echter waarschijnlijk nooit ontpopt als een van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars. Beide elementen vormden de manier waarop hij zich uitdrukte.

Inspiratie van Mexicaanse muurschilders

Muurschildering van J.C. Orozco: Omnisciencia.

Muurschildering uit 1925 van de Mexicaanse kunstenaar J.C. Orozco: Omnisciencia. Jackson Pollock liet zich in zijn vroege carrière inspireren door de grote Mexicaanse kunstenaars, die zich hadden bekwaamd in de frescotechniek.

© Public domain

Jackson Pollocks loopbaan in de kunst begon in 1930, toen hij op zijn 18e ging studeren aan de Art Students League in New York onder de kunstenaar Thomas Hart Benton.

Pollock liet zich vooral inspireren door surrealistische Mexicaanse kunstenaars als D.A. Siqueiros en J.C. Orozco, die bekendstonden om hun muurschilderingen.

Deze inspiratie komt duidelijk tot uitdrukking in Pollocks eerste werken, die als surrealistische figuratieve kunst kunnen worden gezien. Een voorbeeld is The She-Wolf uit 1943 (zie onder).

Jackson Pollock: The She-Wolf

The She-Wolf uit 1943.

© Creative Commons

In The She-Wolf zie je de contouren van een dier en de omtrek van enkele andere wezens, maar het figuratieve is duidelijk ondergeschikt.

Een paar jaar verdween het geheel uit de kunst van Jackson Pollock, ten gunste van een non-figuratieve, zeer expressieve stijl.

Nu geldt Jackson Pollock samen met o.a. Mark Rothko en Willem de Kooning als een van de prominentste vertegenwoordigers van de kunstvorm die ‘abstract expressionisme’ wordt genoemd.

Die stijl ontstond eind jaren 1940, vooral in New York, en maakte de VS een tijdlang tot het absolute epicentrum van de moderne kunst.

De Grote Depressie

Rij van werkloze mannen voor een gaarkeuken in Chicago

Rij van werkloze mannen voor een gaarkeuken in Chicago, eigendom van maffiabaas Al Capone.

© Public domain

Terwijl Jackson Pollock in de jaren 1930 zoekende was naar zijn eigen stijl, was Amerika in de ban van de Grote Depressie.

En het is niet overdreven om te zeggen dat Jackson Pollock honger leed.

Tussen 1934 en 1942 had hij zo weinig te besteden dat hij in een kamer in het appartement van zijn broer in de New Yorkse wijk Greenwich Village moest wonen.

Vanaf 1937 werd Pollock behandeld voor zijn alcoholisme door een jungiaanse psychoanalyticus.

Die liet de geplaagde kunstenaar kennismaken met een geheel nieuwe wereld van droomduiding, het onderbewuste en onderdrukte gevoelens en driften.

Een jaar later bracht Jackson Pollock vier maanden door in een psychiatrisch ziekenhuis na een zenuwinzinking.

Deze twee ervaringen drukten in de jaren 1940 een groot stempel op de kunstwerken van Pollock. Hij stelde steeds meer zijn eigen onderbewuste en spontane gevoelens centraal als hij kunstzinnig bezig was.

Mural – schilderij van Jackson Pollock

Mural uit 1943 is een van de vijf duurste schilderijen van Jackson Pollock. Het is te zien in de National Gallery of Art in Washington, D.C.

© Flickr/Phil Roeder/Creative Commons

Jackson Pollocks duurste werken

De Amerikaanse kunstschilder bracht een groot deel van zijn leven in armoede door, maar na zijn dood zijn zijn revolutionaire drippingschilderijen sterk in waarde gestegen.

Het hoogste bedrag dat er op een veiling voor een schilderij van Jackson Pollock is neergeteld, is 140 miljoen dollar. Een Mexicaanse bankier had dat over voor Number 5.

Dit zijn de vijf Jackson Pollock-schilderijen die nu als de duurste gelden.

Blue Poles (1952)

Waarde: 330 miljoen euro

Convergence (1952)

Waarde: 280 miljoen euro

Number 5 (1948)

Waarde: 139 miljoen euro

Mural (1943)

Waarde: 130 miljoen euro

Red Composition (1946)

Waarde: 17 miljoen euro

Huiselijke idylle

Pollocks atelier in Springs, New York

Pollocks atelier in Springs, New York.

© Creative Commons

Met zijn nieuwe stijl trok Jackson Pollock de aandacht van een aantal New Yorkse kunstschilders, onder wie Lee Krasner.

Lee Krasner raakte in de ban van de wilde kunstenaar, die overkwam als een merkwaardige mix tussen een klassieke cowboy en een artistiekerige New Yorker.

De gevoelens waren wederzijds. Al snel waren de twee geliefden, en in 1945 verlieten ze de stad en verhuisden ze naar Springs aan de rand van East Hampton, New York.

In een schuurtje achter het huis richtte Pollock een atelier in, en hier maakte hij zijn eerste drippingschilderij, Red Composition, in 1946.

Zoiets had de kunstwereld nog nooit gezien.

Pollock overviel het doek met verf, glasscherven en peuken

De vloer van het atelier van Pollock en Krasner

De vloer van het atelier van Jackson Pollock en later Lee Krasner.

© Creative Commons

Het schilderij stelde op het eerste gezicht niets voor. Er waren geen figuren, landschappen of objecten in te herkennen – slechts een wirwar van vormeloze kleuren die als druppels en klodders in elkaar overliepen.

Deze techniek kreeg de naam dripping en werd onderdeel van de zogeheten actionpainting. De stijl was minstens even sensationeel als de werken zelf.

Gewapend met emmers verf en penselen viel Jackson Pollock het witte doek aan. Het lag weerloos op de vloer van zijn atelier.

Hij bewerkte het doek vanuit alle denkbare hoeken met een haast manische energie, en afwisselend druppelde, gooide en goot hij er verf op met behulp van houten stokjes en verfblikken met gaten.

Jackson Pollock verwerkte ook glasscherven, kralen, steentjes en andere voorwerpen in zijn werken. Tijdens restauraties zijn er ook sporen van koffie en sigarettenpeuken aangetroffen.

Jack the Dripper

In kringen van bohemiens in de steden werd de onstuimige, abstracte kunst van Pollock omarmd, en in de media heette hij al snel ‘Jack the Dripper’.

De radicale drippingstijl sprak vooral de zogeheten beatniks aan, die eind jaren 1950 opkwamen en waar schrijvers als Jack Kerouac en Allen Ginsberg toe werden gerekend.

‘We zijn geen rebellen, we streven naar een nieuwe vorm van bewustzijn,’ zei Allen Ginsberg ooit over de beatgeneratie.

Dat wilde Jackson Pollock ook. Met zijn radicale, abstracte werken liet hij de kunst niet alleen vrij – hij dwong het publiek een bedoeling te zoeken achter de wanorde op het doek, wat wellicht tot meer zelfinzicht leidde.

3 belangrijke personen in Jackson Pollocks leven

Peggy Guggenheim
© Flickr/Jean-Pierre Dalbéra

Peggy Guggenheim

Peggy Guggenheim was een Amerikaanse rijkeluisdochter die in de eerste helft van de 20e eeuw een van de belangrijkste galeriehouders en mecenassen in de internationale kunstwereld was.

Guggenheim leefde voor kunst en kunstenaars, en begin jaren 1940 viel ze als een blok voor de toen nog vrij onbekende Jackson Pollock.

Peggy Guggenheim kocht meerdere van zijn werken en bood hem een solo-expositie aan in haar kunstgalerie in New York.

Dankzij de steun van Guggenheim werd Jackson Pollock een stuk bekender, en ze zorgde ervoor dat hij zich geheel aan de kunst kon wijden, want ze betaalde hem tot 1947.

Lee Krasners schilderij Night Creatures
© Flickr/G. Starke

Lee Krasner

Jackson Pollocks vrouw Lee Krasner was een anker in het leven van de getormenteerde kunstenaar. Ze steunde hem in zijn wilde kunstzinnige uitingen en hielp hem af en toe zijn alcoholisme te beteugelen.

Lee Krasner was zelf ook een getalenteerd kunstenaar en schilderde ook in het huisje van het echtpaar aan de rand van East Hampton in de staat New York.

In 1956 hing het huwelijk aan een zijden draadje. Jackson Pollock was weer gaan drinken en had een affaire met een andere kunstenaar, Ruth Kligman.

Lee Krasner was op vakantie in Europa toen ze hoorde dat haar man dicht bij hun huis was omgekomen bij een auto-ongeluk.

Thomas Hart Benton
© Public domain

Thomas Hart Benton

Zonder Thomas Benton geen Jackson Pollock.

Thomas Benton was de docent van de 18-jarige Jackson Pollock op de kunstacademie Art Students League in New York.

Jackson Pollock had moeite de ‘klassieke’ stijlen onder de knie te krijgen, maar toch zag Thomas Hart Benton iets in de jonge kunstenaar, en hij besloot hem onder zijn vleugels te nemen.

Pollock zag Benton als een vaderfiguur en een kunstzinnig voorbeeld, hoewel hun stijlen sterk uiteenliepen.

Toen Thomas Hart Benton begin jaren 1940 de werken van zijn leerling zag, dus voordat hij naam maakte met zijn drippingschilderijen, zei hij: ‘Jackson is de grootste kunstschilder die dit land ooit voortgebracht heeft.’

Dronken achter het stuur

Jackson Pollock in het Museum of Modern Art in New York

De weg van de hongerige kunstenaar tijdens de depressie naar Jackson Pollocks gigantische doeken als trekpleister van de grootste kunstmusea is lang. Hier heeft Jackson Pollocks Number 31 een ereplek gekregen in het Museum of Modern Art (MoMa) in New York.

© Shutterstock

Niet iedereen was echter te spreken over de drippingstijl van Jackson Pollock.

Kunstcriticus Robert Coates noemde Jackson Pollocks werken ‘ongeorganiseerde explosies van willekeurige energie, en daarom zinloos’.

Pollock bleek echter zelf zijn ergste vijand.

In zijn succesjaren van 1947 tot 1951 begon Jackson Pollock weer stevig te drinken, en met zijn gewelddadige en zelfdestructieve gedrag verwoest de kettingrokende machokunstenaar zichzelf, zijn talent en zijn huwelijk met de eeuwig trouwe Lee Krasner.

In 1953 verruilde hij de drippingschilderijen voor zwart-wittekeningen in een poging een meer klassieke, figuratieve vorm te herintroduceren.

De revolutionaire vonk leek te zijn gedoofd, en in 1956 kroop Jackson Pollock stomdronken achter het stuur en kwam hij om bij een tragisch auto-ongeluk.

Zijn werk leeft echter voort, en voor zijn kunst worden wereldwijd nog steeds vele miljoenen neergeteld.

Niemand kan voor een van de energieontladingen van Pollock gaan staan zonder er op de een of andere manier door geraak te worden. Probeer het eens.