Existentialisme in Wachten op Godot

Het existentialisme – Van Sartre tot The Cure

Sartre en de Franse existentialisten maakten de zoektocht naar de zin van het leven weer cool. Ze grepen ook terug op oudere filosofen zoals Søren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche om te ontdekken hoe je authentiek kunt leven.

Sartre en de Franse existentialisten maakten de zoektocht naar de zin van het leven weer cool. Ze grepen ook terug op oudere filosofen zoals Søren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche om te ontdekken hoe je authentiek kunt leven.

Creative Commons

In de periode na de twee wereldoorlogen maakten Franse filosofen er een sport van om vraagtekens te zetten bij de zin van het leven.

Maar ook al waren Sartre en zijn intellectuele vrienden misschien de eerste existentialisten, ze waren zeker niet de eersten die nadachten over de grote vragen van het bestaan.

Volg het existentialisme van Søren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche tot Samuel Beckett, Albert Camus en Jean-Paul Sartre.

Existentiële crises

Tegenwoordig hebben we voor elke crisis een andere naam. Je hebt de midlifecrisis, als de kinderen het huis uit zijn en mensen van middelbare leeftijd opnieuw zin moeten geven aan hun leven.

Of de quarterlifecrisis, een crisis waarmee vooral twintigers te maken krijgen – als alles nog openstaat en ze overweldigd worden door alle keuzemogelijkheden die ze hebben.

Robert Smith van The Cure in 2012.

De lange schaduw van het existentialisme reikt onder andere tot de duistere new wave-muziek van bands zoals The Cure. Zanger Robert Smith heeft zich bijvoorbeeld direct laten inspireren door een van de frontfiguren van het existentialisme, de Franse schrijver Albert Camus.

© Shutterstock

Gelukkig zijn er veel mensen waar je terecht kunt als het leven zinloos lijkt of je last hebt van depressies. Bijvoorbeeld psychologen, psychotherapeuten, filosofen, religieuze leiders en coaches, om er maar een paar te noemen.

Zij helpen mensen uit hun crisis door moeilijke vragen te stellen en mensen met een depressie of angststoornis te helpen ontdekken wie ze zijn en wat ze met hun leven willen.

Om meer te weten over diepe gedachten en lastige gevoelens, hebben ze waarschijnlijk ook existentialistische filosofen gelezen, ook wel ‘existentialisten’ genoemd.

Dat is een filosofische stroming die na de Tweede Wereldoorlog in Parijs ontstond. Maar vragen naar de zin van het leven, hoe je authentiek en in harmonie met jezelf leeft, dat zijn natuurlijk vragen die mensen al vanaf de begindagen van de beschaving hebben beziggehouden.

Het Parijs van de existentialisten

Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre

Het boegbeeld van het existentialisme was Jean-Paul Sartre, maar ook zijn levenspartner, de schrijfster Simone de Beauvoir. Samen reisden ze tijdens de Koude Oorlog de hele wereld rond – ook naar controversiële landen zoals de Sovjet-Unie en – op deze foto – China.

© Wikimedia Commons

Ze kleedden zich in het zwart, rookten sigaretten en dronken enorme hoeveelheden wijn terwijl ze de grote vragen van het leven bespraken. Ze hingen rond in stamkroegen zoals Le Tabou en Les Deux Magots aan de westoever van de Seine.

Dit was de thuisbasis van de intellectuele avant-garde rond de filosoof Jean-Paul Sartre en zijn partner Simone de Beauvoir.

Zij werden geflankeerd door schrijvers, recensenten en denkers als Albert Camus, Raymond Aron, Henri Pichette en Raymond Queneau.

De mens is veroordeeld om vrij te zijn, want eenmaal in deze wereld geworpen, is hij verantwoordelijk voor alles wat hij doet. Jean-Paul Sartre

In de nasleep van Sartres lezing Het existentialisme is een humanisme uit 1945, gepubliceerd in 1946, kwam er enorm veel belangstelling voor Franse schrijvers en denkers die het naoorlogse pessimisme probeerden te verzoenen met de morele opvatting dat de mens meester was over zijn eigen lot en vrij was om zelf de waarde en betekenis van zijn of haar leven te bepalen.

Het leven van Jean-Paul Sartre

De filosoof Jean-Paul Sartre in 1967
© Creative Commons / Moshe Milner

Verzetsstrijder en Nobelprijswinnaar

Les Deux Magots – Sartre’s stamcafé

Een van de plaatsen waar Sartre en de andere existentialisten uit Parijs zich verzamelden was Les Deux Magots.

© Shutterstock

Het existentialisme groeide al snel uit tot een soort underground- of jeugdcultuur, en trok studenten van hogescholen en universiteiten aan, waar Sartre en zijn volgelingen les gaven.

De jongeren droegen meestal zwarte unisex-kleding en strooiden met ironische en pessimistische slogans, zoals ‘waarom de tijd doden als je ook jezelf kunt doden?’

Die zin komt uit de film The Rebel uit 1961, een satire op het existentialisme als modetrend.

De existentialisten zetten graag conventionele waarden op hun kop. Zij wisten namelijk hoe weinig de traditionele waarheden eigenlijk betekenden, want zij hadden de zinloosheid van het leven aanvaard.

The Cure: Killing an Arab

Albert Camus

De schrijver Albert Camus (1913-1960) wordt vaak in één adem genoemd met Jean-Paul Sartre, maar Camus had ook de nodige kritiek op Sartres existentialisme en vooral op de fascinatie van de wat oudere filosoof met extreem-linkse en revolutionaire kopstukken zoals de Duitse terrorist Andreas Baader en rebellenleider Che Guevara. Sartre ging zelfs persoonlijk bij hen op bezoek.

© Flickr / Jared Enos

De duistere esthetiek en ironische afstand van de existentialisten hebben sindsdien talloze bands en artiesten geïnspireerd, die vervolgens weer miljoenen jonge fans en tieners hebben laten nadenken over de zin van het leven.

Maar toen deze schrijver eerstejaars filosofiestudent was, werd het existentialisme door een docent afgedaan als ‘tienerfilosofie’.

De Britse band The Cure, die in de jaren 1980 furore maakte met zijn donkere goth-rock of post-punk, stal het onderwerp van een van hun eerste singles Killing an Arab van Albert Camus, die de hoofdpersoon in zijn meesterwerk De vreemdeling een Arabier laat vermoorden, ogenschijnlijk zonder reden.

Wat is existentialisme?

Existentialisme in Wachten op Godot

Na de oorlog drong het existentialisme ook door tot het theater. Zowel Sartre als Camus schreven toneelstukken. Wachten op Godot van de Ierse schrijver Samuel Beckett is het beroemdste toneelstuk met een existentialistisch thema. Het beschrijft de existentiële angst van twee zwervers die wachten op een zekere Godot, die uiteindelijk nooit komt opdagen. Deze foto is genomen op het Festival d’Avignon in 1978.

© Creative Commons

Net als alle filosofische stromingen en perioden is het existentialisme moeilijk af te bakenen of eenduidig te definiëren.
Er wordt nog steeds gedebatteerd over wat het existentialisme nou eigenlijk is en wanneer het precies begon.

Het existentialisme is een cultuurhistorisch fenomeen dat Sartre en zijn collega’s populair maakten in Parijs – en daarna in de rest van de westerse wereld – in de periode na de Tweede Wereldoorlog tot aan de jaren 1960.

Maar het existentialisme is ook een bepaalde manier van denken.

Jean-Paul Sartre was de eerste denker die het woord ‘existentialist’ gebruikte om zijn gedachten te omschrijven.

Volgens de Britse filosofiehistoricus Frederick Copleston vatte Sartre het hele existentialisme samen met de fomulering ‘l’existence précède l’essence’ – de existentie gaat vooraf aan de essentie.

Veroordeeld om vrij te zijn

Het idee is dat voor mensen – anders dan voor dieren of dingen – het leven pas zin krijgt ná de geboorte.

Een hamer is bedoeld om een hamer te zijn, al lang voordat hij wordt gemaakt.

In feite is zijn essentie of functie de hele en enige reden dat hij ontstaat en bestaat.

De mens, daarentegen, moet eerst ontstaan, voordat hij kan ontdekken wat de zin van zijn bestaan is.

Dat betekent ook dat de mens niet anders kan dan vrij zijn – ‘veroordeeld om vrij te zijn’, zoals Sartre schrijft.

En die vrijheid betekent dat de mens moet ontdekken wie hij is en wat voor hem van waarde is.

Het gaat er dus om zo authentiek mogelijk te leven – in overeenstemming met jezelf.

Nietzsches opstand tegen God

Friedrich Nietzsche geschilderd door Edvard Munch

Friedrich Nietzsche werd in 1916 geschilderd door de Noorse schilder Edvard Munch.

© Thiel Gallery

Dankzij Sartre, de Beauvoir en Camus werd het existentialisme in de laten jaren 1940 en 1950 enorm hip.

Maar veel van hun ideeën zijn afkomstig van eerdere filosofen zoals de Duitsers Martin Heidegger en Friedrich Nietzsche en de Deen Søren Kierkegaard.

Friedrich Nietzsche (1844-1900) is beroemd om zijn uitspraak ‘God is dood’.

Zijn filosofie neemt als uitgangspunt het nihilisme (nihil betekent ‘niets’ in het Latijn), een begrip dat een toestand of wereld beschrijft zonder enige vorm van moraal of ethiek. Niets heeft waarde, alles is zinloos. En uit die zinloosheid probeert Nietzsche een ‘bovenmens’ (Übermensch) tevoorschijn te schrijven.

Als de mens God en andere waardesystemen heeft afgezworen, kunnen we eindelijk zelf bepalen wat voor ons zin- en waardevol is. Maar net als bij Sartre betekent dit dat de mens zichzelf en zijn vrijheid serieus moet nemen en zelf op zoek moet gaan naar zingeving.

Søren Kierkegaard – de vader van het existentialisme

Søren Kierkegaard

Portret van Søren Kierkegaard door N.C. Kierkegaard uit omstreeks 1840.

© Flickr / A. Currel

De Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813-55) herkent die zinloosheid ook, maar hij is diep religieus en daarom niet van plan om God af te wijzen.

Ook bij Kierkegaard staan vrijheid en authenticiteit centraal, met name in zijn eerdere, minder religieuze boeken als Of/Of, Het begrip Angst en De ziekte tot de dood.

Die eerste is waarschijnlijk zijn beroemdste werk.

In dit boek probeert een rechter, Wilhelm genaamd, iemand – een jongeman die alleen maar A genoemd wordt – te helpen met zijn depressie.

‘Zwaarmoed’ werd dat in de tijd van Kierkegaard genoemd, lang voordat Freud de psychologie als wetenschap lanceerde.

Het belangrijkste is niet dit of dat te zijn, maar om jezelf te zijn – en dat kan elke mens, als hij dat wil. Søren Kierkegaard

De oplossing waar Wilhelm mee komt, is dat A zichzelf moet kiezen of zichzelf moet worden. Dat betekent dat hij volledig moet accepteren wie en wat hij is, wat hij kan en niet kan, en wat hij wil en niet wil. Kiezen voor je ‘authentieke zelf’ betekent dat je kiest om de persoon te zijn die je bent, ook al zou je ervoor kunnen kiezen om totaal iemand anders te zijn.

Martinus Rørbye: Gevangenis bij het gemeente- en gerechtsgebouw

Zo zag het leven in het Kopenhagen van Kierkegaard eruit, toen hij door de stad zwierf en nadacht over het bestaan. Schilderij van Martinus Rørbye: Gevangenis bij het gemeente- en gerechtsgebouw, 1831, Statens Museum for Kunst.

© Public domain

In De ziekte tot de dood schrijft Kierkegaard dat het ‘zelf’ de relatie is die een mens met zichzelf heeft – met zijn fysieke en materiële omstandigheden, zoals zijn uiterlijk, talenten, familie en vermogen, maar ook met zijn ziel.

Een persoon is de relatie tussen zijn ziel en zijn fysiek.

Maar de manier waarop iemand zich verhoudt tot deze relatie, dat bepaalt zijn identiteit of ‘zelf’.

En op dit punt, beweert de rechter in Of/Of, moet je jezelf en je vrijheid serieus nemen. Er zijn overeenkomsten met het kiezen of ontdekken van je ‘essentie’ bij Sartre, maar de vrijheid van Kierkegaard is een stuk minder radicaal. Zoals de rechter zegt, iedereen is gebonden aan een lichaam, een tijd, een oorsprong enzovoort.

Maar het idee van ‘jezelf kiezen’ – en dat de mens de vrijheid heeft om zijn eigen leven te kiezen – inspireerde Martin Heidegger, die vervolgens Jean-Paul Sartre en de rest van de existentialisten inspireerde.

Fjodor Dostojevski

Fjodor Dostojevski.

Een andere grondlegger van het existentialisme was de Russische schrijver Fjodor Dostojevski. Portret van Vasili Perov uit 1872.

© Public domain

Het existentialisme heeft talloze kunstenaars in alle mogelijke genres, stijlen of vakgebieden geïnspireerd.

Een van de absoluut allergrootste existentialistische schrijvers is de Rus Fjodor Dostojevski (1821-1881) – een 19e-eeuwse tijdgenoot van Kierkegaard en Nietzsche.

Dostojevski schrijft over dezelfde thema’s als de twee filosofen, met name Nietzsches strijd met het nihilisme wanneer God dood is en het leven geen zin meer heeft, komt steeds in zijn werk terug.

Misdaad en straf is waarschijnlijk de beroemdste – en meest existentialistische – roman van Dostojevski.

Een jonge rechtenstudent, Rodion Raskolnikov, is de hoofdpersoon in dit vuistdikke boek. Geïnspireerd door de nieuwe ideeën van zijn tijd heeft hij de christelijke moraal achter zich gelaten en vermoordt hij zijn gewetenloze pandjesbaas.

Hij wil haar geld, dat daar alleen maar meer waard ligt te worden, gebruiken om zijn studie af te ronden en dan te werken aan een betere wereld.

Of, in meer filosofische, existentialistische termen, hij wil zijn vrijheid gebruiken om zijn authentieke zelf te worden.

Maar ingaan tegen de maatschappelijke waarden is gemakkelijker gezegd dan gedaan, ontdekt Raskolnikov, terwijl hij probeert uit te vinden wie hij eigenlijk is.

Absurd theater

Samuel Beckett, Wachten op Godot
© Creative Commons

Andere voorlopers van het existentialisme zijn schrijvers zoals de Noorse Nobelprijswinnaar Knut Hamsun, Franz Kafka, Hermann Hesse, Jack Kerouac en de andere beatniks die een inspiratiebron waren voor de hippiebeweging.

In het theater vormden existentialistische thema’s de voedingsbodem voor een nieuw genre, namelijk het absurdisme.

Zoals de naam al zegt, is dit een theatervorm waarin veel handelingen uiteindelijk zinloos blijken te zijn.

Het beroemdste voorbeeld is waarschijnlijk Samuel Becketts Wachten op Godot.

Het hele stuk gaat over twee personen die de tijd verdrijven terwijl ze wachten op de mysterieuze Godot.

Uiteindelijk blijkt dat geen van hen Godot echt kent, of weet hoe hij, zij of het eruitziet.

Het absurdistische theater heeft intussen talloze filmmakers geïnspireerd.

Een voorbeeld dat duidelijk geïnspireerd is op Wachten op Godot zijn Burn After Reading en The Big Lebowski van Joel en Ethan Coen. In beide films wordt zinloos en absurd gewacht op iemand die niemand kent.