5000 jaar doen postbodes over de hele wereld al hun uiterste best om de post op tijd te bezorgen.

Cultuur

Geschiedenis van de post: van duiven tot levensgevaarlijke postvliegtuigen

De farao’s richtten het eerste postbedrijf op. De Grieken verstuurden hun post met de postduif en Azteekse ijlbodes leverden spoedbrieven af. De race om de post op tijd te bezorgen is al zo’n 5000 jaar aan de gang.

Egyptenaar stuurde als eerste berichten

3100 v.Chr

In ongeveer 3100 v.Chr. werden Opper- en Neder-Egypte samengevoegd tot één gigantisch rijk.

Egypte was vanaf Aswan in het zuiden tot de Middellandse Zee dik 700 kilometer lang.

Betrouwbare inlichtingen en boodschappers waren dan ook cruciaal voor het voortbestaan van het rijk.

De farao richtte daarom een dienst op met koeriers die de berichten van buiten leerden en aan andere beambten doorvertelden.

Met de groei van de bureaucratie ontstond er behoefte aan schriftelijke archieven. De ambtenaren waren niet in staat alle belangrijke gegevens over de uitrusting van het leger tot de belasting aan toe te zelf te onthouden.

Het hiërogliefenschrift speelde een belangrijke rol bij de oprichting van ’s werelds eerste postbedrijf.

En niet te vergeten de uitvinding van papyrus: het op papier lijkende materiaal was licht en kon veel informatie op een klein oppervlak bevatten.

Het Egyptische Rijk was zo complex geworden dat er behoefte ontstond aan snelle en veilige communicatie.

Dankzij de schrijftaal en het papyrus werd het eerste poststelsel rond 2200 v.Chr. opgericht.

De koeriers van de farao brachten papyrusrollen met orders en wetten naar alle provincies toe en keerden vervolgens terug met boekhoudingen en balansen.

De schrijvers maakten notities op papyrus die ’s werelds eerste postdienst bezorgde.

© Shutterstock

Perzen van post naar post

500 v.Chr

De Griekse historicus Herodotus beschreef rond 450 v.Chr. hoe goed de Perzische postdienst functioneerde:

‘Er staan op één dag reizen van elkaar paarden en bodes langs de weg’.

Het postsysteem was gebaseerd op een ouder systeem waarbij verkenners te paard de koning berichtten over wat overal er in het rjk gebeurde.

Het Perzische Rijk was in 500 v.Chr. al zo gegroeid dat bodes een andere taak kregen. Ze brachten berichten heen en weer tussen de koning en zijn beambtes en ambtenaren in afgelegen delen van het rijk.

Aan de Koningsweg – de 550 kilometer lange verkeersader in Perzië – lagen poststations waar nieuwe postiljons te paard de berichten snel overnamen.

De brieven bevatten een compact, in gedroogde kleitabletten gekerfd spijkerschrift.

De eerste brieven waren kleitabletten met spijkerschrift. Papier bestond toen nog niet.

© Polfoto/Corbis

Gevleugelde boodschapper

3000 v.Chr

Al in de oudheid werden er duiven ingezet met een goed ontwikkeld gevoel om hun nest terug te vinden.

Bronnen van 5000 jaar oud vermelden dat de Perzen duiven gebruikten om berichten snel ergens heen te brengen.

Andere Middellandse Zeelanden namen dit idee over. Zo gaven de Grieken via hun postduiven door welke atleten er bij de Olympische Spelen hadden gewonnen.

Ook later werd gebruik gemaakt van postduiven. In 1860 had persbureau Reuters 45 duiven ‘in dienst’.

Postduiven waren duizenden jaren betrouwbare bezorgers.

© Polfoto/Corbis

Posterijen in Rome onder Augustus

Ca. 1 n.Chr

De koeriers van het Romeinse postwezen hadden op de weg altijd voorrang, want het razendsnel overbrengen van nieuws was de sleutel tot het succes van keizer Augustus.

Het wegennet in het rijk telde zo’n 2000 poststations met om de 20 kilometer een wisselplaats.

Zo’n plaats was voorzien van paarden, reserveonderdelen voor de wagens en een verzorger die voor een natje en droogje zorgde.

Ook was er plaats genoeg voor de ossenkaren en muilezels die grote poststukken bezorgden.

De koeriers kregen hier nieuwe paarden en konden zo een afstand van 150 km per dag afleggen.

Het Romeinse postwezen – de Cursus Publicus – bestelde ook als allereerste de post van gewone burgers.

Mongoolse boodschappers reden 300 kilometer per dag

1180

Marco Polo stond versteld van de Mongoolse postbezorging toen hij er in de jaren 1270 nader kennis mee maakte.

De Italiaan beschreef hoe iemand op de uitkijk stond en op een hoorn blies om de komst van een boodschapper aan te kondigen.

Zo kon een verzorger op tijd een nieuw paard klaar zetten, waarop de bode direct verder kon.

Ook beschreef hij hoe de bodes zonder een seconde te verspillen op een nieuw paard sprongen, een wolk van steppestof achterlatend.

De Mongoolse heerser Djengis Khan (1162-1227) had naar Chinees voorbeeld zijn berichtendienst opgericht, de örtöö.

Er waren in het immense China 1400 poststations op één dag reizen van elkaar. Het systeem had 50.000 paarden, 6700 muilezels, 1400 ossen, 400 wagens en 6000 boten ter beschikking.

Djengis Khan en zijn opvolgers richtten een net van duizenden poststations op, op circa 200 kilometer van elkaar.

Na één station nam een andere koerier de post over. Tussen de grote stations lagen kleine stations, waar de koerier van paard wisselde.

Zo konden koeriers op één dag 300 kilometer afleggen.

Deze plaatsen werden ook door soldaten, kooplui en buitenlandse diplomaten gebruikt. Een van hen was Marco Polo.

Op vertoon van deze hanger kreeg een bode de zorg die hij nodig had.

© Metropolitan museum of Art

De Inca’s bouwden wegennet van 40.000 kilometer door de Andes

1200

Het rijk van de Inca’s bestreek circa drie miljoen vierkante kilometer, waarvan het leeuwendeel in het Andesgebergte.

De heersers hadden acute en betrouwbare informatie nodig bij het besturen van dit immense rijk.

Daarom bouwden ze tussen 1200 en 1500 een 40.000 kilometer lang wegennet over woeste rivieren, door onherbergzame bergen, dichte oerwouden en desolate zandvlaktes.

De wegen waren gemaakt van grote platte stenen die goed op elkaar aansloten op een onderlaag van kleinere steentjes.

Er kwamen hangbruggen over rivieren en ravijnen, en bij de meest ontoegankelijke werden de koeriers – de chasqui – in een grote mand eroverheen getrokken.

De chasqui renden door het rijk met de berichten van en naar de heerser.

Aan de hoofdwegen stonden er om de 6 tot 9 kilometer poststations.

Elk station had minimaal één uitgeruste chasqui, die snel een bericht kon overnemen en het naar de volgende boodschapper kon brengen.

De getrainde lopers konden samen zo’n 160 kilometer per dag afleggen. Het wegennet werd ook gebruikt voor transport van soldaten en goederen.

Ambtenaren en andere notabelen konden alleen met een speciaal daarvoor afgegeven vergunning het wegennet gebruiken.

Het wegennet in het Incarijk werd aangelegd om de heerser te voorzien van nieuws uit de provincies.

© Shutterstock

Europese post in handen van één familie

1480

Na de val van het Romeinse Rijk lag het postwezen in Europa een eeuw lang plat.

Steden, kloosters en universiteiten huurden bodes die de post bezorgden.

De koning had zwaar bewapende mannen in dienst om zijn berichten, verordeningen en geld te vervoeren. De gewone burgers konden hun mondelinge berichten meegeven aan reizigers en handelaars.

Omdat de overheid in de Middeleeuwen steeds meer invloed kreeg, groeide de behoefte aan georganiseerde postverbindingen weer.

In de meeste Europese landen ontstonden er in de 15e en 16e eeuw koninklijke postdiensten.

Rond 1480 kreeg de invloedrijke Duitse familie Thurn und Taxis de taak een postbedrijf op te zetten in het Italiaanse deel van het Rooms-Duitse Rijk.

De leden van dit geslacht mochten betaling vragen van privéklanten, als ze de vorstelijke post maar gratis meenamen.

Ze gingen zo efficiënt te werk dat Jeannetto Thurn und Taxis in 1489 werd uitgeroepen tot postmeester van het Rijk.

De postdienst strekte zich over het gebied dat nu Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België, Nederland en Tsjechië omvat.

15 jaar later kreeg de familie Thurn und Taxis de taak een nationaal postwezen in Frankrijk op te richten.

Thurn und Taxis zorgde ervoor dat brieven veilig door heel Europa werden bezorgd.

De familie had tot 1867 een monopolie op de postbezorging in Duitsland.

Brievenbus met muizen gesaboteerd

1653

In 1653 kreeg de Parijzenaar Renouard de Valayer een briljant idee: hij plaatste de allereerste brievenbussen in Parijs.

De Valayer bezorgde alleen de brieven die in een envelop zaten die hij zelf had verkocht.

Het was voor De Valayer een gouden handel, tot een concurrent hem tegenwerkte door muizen in de bussen te gooien.

De aangevreten brieven betekenden het einde van het succes voor De Valayer.

Ook in Duitsland kwam de brievenbus moeizaam van de grond: puriteinse burgers verzetten zich tegen de plaatsing ervan.

Ze vreesden dat er een ‘heimelijke en immorele correspondentie’ zou ontstaan als je ongezien een brief kon posten.

Als je echter je brieven bij de plaatselijke postbode moest afgeven, was de kans dat ze pikante berichten zouden bevatten minder groot.

Tot de 19e eeuw vereiste dit postsysteem dat de burgers de komst van de zogeheten ‘belleman’ moesten afwachten.

Die liep door de straten en verzamelde enveloppen en pakjes die hij naar het postkantoor bracht; dat zorgde voor de verdere afhandeling.

De allereerste brievenbus in Nederland was van gietijzer en werd in 1850 geplaatst. De oorspronkelijke kleur was groen, maar vanaf 1941 werden de bussen rood gekleurd.

Vanaf 2009 is TNT bezig de bussen te vervangen door oranje exemplaren. Deze operatie wordt in 2010 voltooid.

Britten creëerden een postrevolutie

1840

In 1837 kwam de Britse onderwijzer Rowland Hill met het idee postzegels te gaan gebruiken.

De afzender moest dan voor de verzending betalen, niet de ontvanger. Hills idee luidde een posthervorming in die het jaar erop door het parlement werd goedgekeurd.

Op 1 mei 1840 konden de Britten als eersten ter wereld postzegels kopen.

De zwarte postzegel met de jonge koningin Victoria erop kostte 1 pence en werd daarom de Penny Black genoemd.

De hoeveelheid post in Groot-Brittannië nam explosief toe. Vóór de hervorming werden er jaarlijks 82 miljoen brieven verstuurd, in 1841 al 170 miljoen.

In veel andere landen deed de postzegel binnen 20 jaar zijn intrede.

Postcode bestond uit letters

1840

De allereerste postcodes bestonden niet uit cijfers maar letters, en Londen werd in vier postdistricten ingedeeld: North (N), South (S), East (E) og West (W).

In verband met de invoering van de postzegel werd de stad in 1840 in districten verdeeld.

In de 19e eeuw namen de meeste Europese en Amerikaanse grote steden dit systeem over. In Nederland werden postcodes in 1978 ingevoerd;

België kent al sinds 1969 postnummers om de toegenomen hoeveelheid post te kunnen verwerken.

De postcode verwijst naar een postsorteergebied, waardoor de afhandeling van poststukken sneller en efficiënter verloopt.

Internationale post verzoop in ingewikkelde regels

1863

In de tweede helft van de 19e eeuw was het versturen van internationale brieven lastig: er waren regels en tarieven voor de afzender, de ontvanger én de doorvoerlanden.

Als je een brief uit Noorwegen naar Spanje stuurde, moest er Deense, Duitse en Franse porto op.

De landen bepaalden zelf hun tarieven voor internationale post – en het tijdstip waarop deze werd doorgestuurd.

In 1863 maakte een internationaal postcongres een eind aan deze bureaucratie; 11 jaar later werden de complexe regels afgeschaft.

Ruiters bezorgden post in hele VS

1863

Halverwege de 19e eeuw bestonden de VS nog voornamelijk uit onontgonnen land.

Het spoor stopte in Missouri in de Midwest en de Rocky Mountains en de Sierra Nevada vormden een natuurlijke barrière tussen oost en west.

Post naar het snelgroeiende Californië moest daarom met de boot via Zuid-Amerika en was dus maanden onderweg.

Om de post sneller te bezorgen werd in april 1860 de Pony Express Company opgericht.

Het bedrijf had poststations langs de 3100 kilometer lange route van St. Joseph in Missouri tot San Francisco.

Hier kreeg de ruiter na 16 kilometer galopperen een vers paard.

Een nieuwe ruiter nam het na 160 kilometer over.

De ruiters reden dag en nacht in weer en wind in volle galop; het doorkruisen van het Wilde Westen duurde slechts tien dagen.

De bezorging van een brief kostte vijf dollar, een half weekloon van een arbeider.

Het beroep van postruiter was niet ongevaarlijk.

De kans om door rovers of indianen overvallen te worden was groot voor wie alleen door de prairie reed.

De ruiters moesten jong en slank zijn, want lichte ruiters waren het snelst. Een postruiter verdiende dan ook vier keer zo veel als een arbeider.

De ponyexpress was een groot succes, maar werd al na anderhalf jaar in oktober 1861 gestaakt.

Toen nam de transcontinentale telegraaf het briefverkeer over en werd de ponyexpress overbodig.

Vertaling:

GEZOCHT: Jonge, lichte, tanige kerels.

Eisen: ervaren ruiter onder de 18 jaar die dagelijks de dood in de ogen wil kijken. Bij voorkeur wees.

Loon: 25 dollar per week.

Industriële revolutie versnelde postbezorging

1830

Handel en economie namen in de 19e eeuw sterk toe door de industriële revolutie. En een snelle informatieverschaffing was voor de industriëlen uit die tijd letterlijk goud waard.

Toen het spoor vanaf de jaren 1830 in Europa en de VS werd uitgebreid, ging de post al snel over de rails.

In de jaren 1840 kregen de eerste zeilschepen een stoommotor en gingen ze post over de Atlantische Oceaan bezorgen.

Een stoomschip deed er geen 30 tot 36 dagen over, maar 12.

In 1864 namen de Amerikaanse posterijen rijdende postkantoren in bedrijf. De brieven werden al rijdend in de postwagons gesorteerd.

De post werd in tassen verpakt die er bij steden zonder station werden uitgegooid.

De postbezorging werd sneller, maar werkte als een magneet op treinrovers als Jesse James en de gebroeders Dalton.

De sneltrein tussen New York en Chicago werd zo vaak overvallen dat de postwagons in 1870 van staal en kogelvrije ruiten werden voorzien.

Stephenson’s Rocket was ’s werelds eerste moderne stoomlocomotief en werd in 1829 gebouwd. Treinen en stoomschepen werden direct al ingezet bij de distributie van post

© Polfoto/Corbis

Altijd post

1870

Het motto van de posterijen is ‘de post moet bezorgd’, ongeacht de weersomstandigheden.

In ontoegankelijke gebieden namen de postbodes het motto vrij letterlijk en maakten ze van kano’s, kamelen, hondensleeën, ski’s en luchtballonnen gebruik om de post te bezorgen.

In Les Landes in Frankrijk moesten de postbodes hun stelten uit de kast halen om drassige gebieden te bedienen.

En nog steeds bezorgen de Havasupai-indianen in Arizona hun post op een muilezel.

Deze kleine stam woont onderin de Grand Canyon, en hun reservaat kan alleen bereikt worden via een smal en steil pad van 10 kilometer.

In de drassige gebieden in Frankrijk droeg de bode speciaal schoeisel.

© Scientific American Supplement

Postordercatalogus maakt boerendroom waar

1872

In de VS woonden veel nieuwe immigranten ver van winkels.

Als ze dan eindelijk in de stad kwamen, was de keuze klein en waren de prijzen hoog door gebrek aan concurrentie.

Aaron Montgomery Ward, een rondreizende handelaar, stuurde daarom in 1872 een ‘catalogus’ van één pagina met handnijverheidsartikelen aan de boeren in Wisconsin, Illinois, Indiana en Iowa.

Via de catalogus konden ze artikelen bestellen en voor een redelijke prijs thuis laten bezorgen. Wards initiatief werd een groot succes.

Het assortiment werd uitgebreid met landbouwgereedschap, eten en kleding. In 1890 telde het ‘Droomboek’, zoals hij zijn catalogus noemde, 540 geïllustreerde pagina’s.

Met de postordercatalogi konden de boeren ook per post boodschappen doen.

© POLFOTO/CORBIS

Gevaarlijke vlucht maakte post duur

1918

Toen het eerste postvliegtuig in 1918 in Washington D.C. opsteeg richting New York was iedereen dolenthousiast.

Afgelegen gebieden kwamen met het vliegtuig al gauw binnen bereik. Piloten werden op handen gedragen.

Een van hen was Charles Lindbergh, die in 1927 als eerste non-stop alleen over de Atlantische Oceaan vloog.

In 1925 werd de markt voor postvluchten in de VS vrijgegeven en ontstond er een enorme concurrentie.

Er waren 34 maatschappijen die er alles aan deden om de concurrent te snel af zijn. De veiligheid van de piloten kwam daarmee in het gedrang.

Nachtvluchten werden normaal, ook al waren er geen betrouwbare hoogtemeters en waren de landingsbanen slecht verlicht.

Het was niet ongebruikelijk dat piloten 15 tot 18 uren achtereen vlogen.

Op die manier nam de distributietijd van New York naar San Francisco af van 70 tot 36 uur, maar ten koste van veel mensenlevens.

In 1934 werd systematische fraude met gewicht aangetoond.

De bedrijven werden namelijk per gram en kilometer betaald.

De luchtpost werd door het staatsbedrijf United States Postal Service overgenomen, dat een halt toeriep aan deze wildwesttoestanden.

Lees ook:

Eerste Wereldoorlog

Duitsers richten bloedbad aan in België

13 minuten
Godsdienstgeschiedenis

Q & A: Waar komen de amish vandaan?

2 minuten
Godsdienstgeschiedenis

De heksenvuren brandden in heel Europa

18 minuten
Meest populair

Log in

Fout: Ongeldig e-mailadres
Wachtwoord vereist
ToonVerberg

Al abonnee? Heb je al een abonnement op ons tijdschrift? Klik hier

Nieuwe gebruiker? Krijg nu toegang!