Van politieke schandalen tot achterklap – de geschiedenis zit vol kwaadsprekerij, maar in dit artikel kom je de sterkste staaltjes tegen.

© Shutterstock

Maak kennis met de rijke-excentriekelingenclub

Nikola Tesla was verliefd op een duif, Oscar Wilde liet zijn kreeft uit en Einstein gaf urenlang natuurkundecolleges aan zijn kleinzoon van acht. Aan veel rijke en beroemde mensen zat een steekje los.

27 mei 2019 door Tobias Stenbæk Bro

Heks van Wall Street liet zoon verkommeren

Hetty Green (1834-1916)

Door op de beurs te speculeren was de Amerikaanse Hetty Green de rijkste vrouw ter wereld geworden. Maar de ‘heks van Wall Street’ zat zó op haar geld dat ze altijd dezelfde oude, zwarte jurk droeg.

Zuinigheid was Green met de paplepel ingegoten. Van haar vader, een rijke quaker, moest ze een etmaal haar mond houden als ze ondeugend was geweest. Op haar oude dag nam haar gierigheid echter bizarre vormen aan. 

Zo verhuisde ze voortdurend van het ene armoedige appartement naar het andere om de belastingdienst te ontlopen en probeerde ze af te dingen op de onbenulligste aankopen. De kranten smulden van haar excentrieke gedrag. 

Op een dag konden ze melden dat de zoon van Green zijn been gebroken had, en dat ze hem in een ziekenhuis voor de armen wilde laten opnemen. Toen het personeel haar herkende, werd hij weggestuurd.

Hij liep koudvuur op, en zijn been moest later geamputeerd worden.

Toen haar dochter in 1909 trouwde, had Hetty Green voor één keer haar zondagse kleren aan.

© AOP/Getty

Einstein raapte peuken op

Albert Einstein (1879-1955)

De Duitse natuurkundige Albert Einstein mocht van geluk spreken dat hij bekend werd om zijn wetenschappelijke prestaties en niet om zijn rare trekjes. 

Toen hij van zijn dokter geen pijp meer mocht roken, raapte hij sigarettenpeuken op, en op windstille dagen ging hij zeilen omdat hij van een uitdaging hield. Ook gaf hij zijn kleinzoon van acht een college over de eigenschappen van zeepbellen.

Op een dag verdwaalde Einstein. Hij belde zijn secretaresse zonder zijn naam te zeggen, maar deze weigerde het adres te geven, zodat Einstein moest opbiechten wie hij was. 

Hij vroeg haar om niemand te vertellen dat hij gebeld had, maar dat is ze kennelijk vergeten.

Politicus spijbelde van parlement

John Mytton (1796-1834)

De Britse edelman John Mytton werd maar 38 jaar, maar hij wist zijn hele familiefortuin, dat in de 16e eeuw vergaard was, erdoorheen te jagen. 

Het begon al toen hij aan de universiteit van Cambridge ging studeren en drie vaten port liet aanrukken.

Mytton maakte zijn studie nooit af, maar dat weerhield hem er niet van zich kandidaat te stellen voor het Britse parlement. 

Hij kocht stemmen door briefjes van tien pond uit te delen. Zijn parlementszetel kostte hem dus een vermogen, maar zijn politieke carrière verliep niet erg voorspoedig. Hij nam slechts deel aan één parlementszitting, waarin hij opmerkte dat het te warm was in de zaal. Vervolgens vertrok hij. 

In 1831 kwam hij vanwege schulden in de gevangenis, waar hij drie jaar later stierf. 

Naar verluidt had John Mytton 2000 honden bij zich als hij op jacht ging.

© Scanpix/Mary Evans

Vrouw van adel sloot dievegge op

Elisabeth de Meuron (1882-1980)

De Zwitserse edelvrouw Elisabeth de Meuron dichtte zichzelf allerlei rechten toe. Zo parkeerde ze haar auto overal, en als de politie haar erop aansprak, zei ze eenvoudigweg: 

‘De auto blijft staan waar hij staat.’ Toen iemand een keer op de gereserveerde plaats van de familie De Meuron in de kerk ging zitten, merkte ze op: ‘In de hemel zijn we gelijk, maar tot die tijd moeten we een zekere discipline handhaven.’

Op een dag probeerde een arme vrouw fruit te stelen uit de boomgaard van De Meuron, waarop ze deze opsloot in het kasteel. 

Toen ze werd aangeklaagd voor wederrechtelijke vrijheidsberoving van de vrouw – die De Meuron ‘het gekke bedelvrouwtje’ noemde – kwam ze met een middeleeuws document op de proppen waarin stond dat de kasteelheer straffen mocht uitdelen in kleine zaken. 

De Meuron kwam er met een boete en een preek over modern strafrecht vanaf.

Hertog had grootheidswaan

Alexander Hamilton (1767-1852)

Uit alle biografieën over de Schotse hertog Alexander Hamilton blijkt dat hij er overdreven trots op was dat hij afstamde van James Hamilton – een hertog die in de 16e eeuw vergeefs aanspraak had gemaakt op de Schotse troon. 

Ruim 200 jaar later beweerde zijn nazaat Alexander Hamilton de rechtmatige koning van Schotland te zijn.

Koning werd Hamilton niet, maar hij vond dat zijn begrafenis dan tenminste een vorst waardig moest zijn. 

Eerst liet hij een mausoleum van 40 meter hoog bouwen, en vervolgens gaf hij een vermogen uit aan een Egyptische sarcofaag, waarin hij zijn gemummificeerde lichaam wilde laten opnemen. Toen de sarcofaag bezorgd werd, bleek deze veel te klein voor Hamilton – hij was van een Egyptische prinses geweest. 

Op zijn sterfbed verzocht hij zijn familie om zijn lichaam toch in de sarcofaag te proppen. De mummiedeskundige die erbij geroepen werd heeft naar verluidt de voeten van het gebalsemde lijk van Hamilton moeten zagen om het in de sarcofaag te laten passen. 

De excentriekeling Alexander Hamilton meende recht te hebben op de Schotse troon. Die kreeg hij niet, maar hij liet zich desondanks begraven als een vorst.

© Bridgeman

Uitvinder verliefd op een duif

Nikola Tesla (1856-1943)

In zijn laatste levensjaren ging de Servisch-Amerikaanse wetenschapper Nikola Tesla met duiven praten. 

Hij zocht ze elke dag op in het park, en als er eentje gewond was, nam hij hem mee naar huis om hem te verzorgen. 

Tesla zei zelf over zijn liefde voor duiven: ‘Ik heb jarenlang duizenden duiven gevoerd, maar van eentje was ik erg onder de indruk. Een fraaie vogel, wit met lichtgrijze vleugelpunten. Deze duif was anders. Het was een vrouwtje. Ik hoefde maar aan haar te denken of haar te roepen of ze kwam aangevlogen. Ik hield van die duif, zoals een man van een vrouw houdt. Ze gaf mijn leven zin.’

Geoloog at koningshart op

William Buckland (1784-1856)

De Britse geoloog William Buckland had zich ten doel gesteld om alle bekende diersoorten te eten. 

Zo wilde hij erachter komen welke dieren eetbaar waren en een nieuwe bron van voedsel zouden kunnen vormen. In zijn huis begon hij een dierentuin, en de meeste dieren eindigden op zijn bord. 

Zijn gasten kregen onder meer geroosterde aardmuis, krokodillenbiefstuk, egel en jonge hondjes voorgezet. Niet alle dieren vielen echter bij hem in de smaak: bromvliegen en mollen waren volgens Buckland niet te eten.

Tijdens een diner waar Buckland te gast was, toonde de gastheer een kostbare schat: het gebalsemde hart van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV. De gastheer beweerde dat hij het gekocht had van Franse revolutionairen die het graf van de koning hadden geplunderd.

Buckland hoefde niet lang na te denken: ‘Ik heb veel merkwaardige zaken gegeten, maar nog nooit een koningshart.’ Hij kocht het hart en at het meteen op.

De gasten van William Buckland kregen geroosterde muis voorgezet.

© Scanpix/Mary Evans

Ierse dichter liet zijn kreeft uit

Oscar Wilde (1854-1900)

In het preutse Victoriaanse Engeland hield de Ierse dichter Oscar Wilde de gemoederen flink bezig. Zo kleedde hij zich uiterst provocerend: hij droeg een paarse kniebroek, een groen jasje, een lichtblauwe das en soms zelfs een tulband. 

Als student aan de universiteit van Oxford wandelde hij door de stad met een kreeft aan een lijntje om zijn minachting voor de burgerij te tonen.

Toch was het niet zijn excentriciteit die Wilde de das om deed, maar zijn geaardheid: hij bezocht regelmatig mannelijke prostitués en travestieten. 

Homoseksualiteit was strafbaar, en in 1895 werd hij dan ook veroordeeld tot twee jaar cel. Drie jaar na zijn vrijlating stierf hij in alle eenzaamheid.

Lees ook

Dame Edith Sitwell: English Eccentrics, Penguin Books, 1971. Jamie James & David Weeks: Eccentrics, Phoenix, 1996. David Weeks: Eccentrics – a Study of Sanity and Strangeness, Random House, 1995. William Donaldson: Brewer's Rogues, Villains and Eccentrics, W&N, 2002.

Bekijk ook ...