John Lennon gaf de gewapende Mark Chapman nog een handtekening voor hij werd doodgeschoten.

© Polfoto, Metropolitan filmexport

John Lennon werd doodgeschoten door verbitterde fan

Mark Chapman was dol op The Beatles, maar had de pest aan John Lennon, die volgens hem de idealen van de band verkwanseld had. Op een koude decemberavond nam de teleurgestelde fan het recht in eigen hand.

22 augustus 2018 door Mette Iversen

Een van de medewerkers van het Dakota-gebouw herkent de dikke fan die op John Lennon staat te wachten: ‘Waarom ben je hier nog?

Je hebt toch al een handtekening?’ De geduldige handtekeningverzamelaar, Mark David Chapman, negeert hem. Het is 8 december 1980 en hij staat al de hele dag voor het gebouw nabij het Central Park in New York waar Lennon een exclusief appartement heeft.

Als hij voor een stoplicht 25 meter verderop een witte limousine ziet stoppen, gaat er een rilling door hem heen. Daar zijn ze. De limousine rijdt tot vlak voor The Dakota. Eerst stapt er een vrouw met steil, zwart haar uit – Yoko Ono, Lennons vrouw. Chapman lacht en knikt vriendelijk naar haar.

Dan stapt ook haar man uit, met een stapel cassettebandjes in zijn handen. Een stem in Chapmans hoofd beveelt: ‘Doe het, doe het, doe het.’ Wanneer John Lennon langsloopt, trekt Mark Chapman zijn pistool uit zijn zak. Hij strekt zijn arm uit en richt.

Chapman is boos om boek over John Lennon

De 25-jarige Chapman had John Lennon en The Beatles altijd verafgood. In zijn ouderlijk huis klonken de liedjes van de groep uit radio en pick-up. De grootste band van de eeuw zong over vrijheid, vrede en harmonie – een aantrekkelijke boodschap voor een onzekere puber in de woelige jaren 1960.

Mark Chapman kreeg vaak slaag van zijn vader. Op school voelde hij zich een buitenbeentje en begon hij met drugs. Op zijn zestiende zocht Chapman zijn heil in het christendom en ging hij pamfletten uitdelen voor de presbyteriaanse kerk.

Diep vanbinnen werd Chapman verteerd door zelfhaat, en op zijn 22e deed hij een zelfmoordpoging. De jonge man werd opgenomen in een psychiatrische inrichting, maar ook al snel weer ontslagen.

Een jaar later maakte hij een reis rond de wereld, georganiseerd door de reisagent Gloria Abe, met wie hij kort daarna trouwde. Aan Abe bekende Chapman dat zijn liefde voor Lennon was omgeslagen in haat. 

Nadat hij een boek over de ex-Beatle had gelezen, was hij jaloers geworden op diens roem en was hij de Brit als een misselijkmakende hypocriet gaan zien: ‘“Imagine no possessions” (stel je voor dat bezit niet bestaat, red.), zingt hij. Maar zie hem daar staan met z’n miljoenen en z’n plezierjacht, die valse, decadente klootzak die kinderen voorliegt,’ zei hij tegen zijn vrouw.

Een ander boek bracht de verbitterde fan op het idee Lennon op te zoeken. J.D. Salingers meesterwerk The Catcher in the Rye gaat over de tiener Holden Caulfield die door New York zwerft op zoek naar zichzelf. Chapman keek niet alleen op naar Holden Caulfield – in zijn hoofd was hij Holden Caulfield.

Holden was een outsider, net als Chapman. J.D. Salingers hoofdpersoon worstelde met volwassen worden – net zoals Chapman het gevoel had dat hij kind noch volwassene was. 

Holden veroordeelde hypocriete volwassenen – en Chapman had Lennon zojuist als een huichelaar ‘ontmaskerd’.

Hij kreeg een plan: de verbitterde fan zou naar New York gaan, uit de grauwe schaduw van de anonimiteit treden en beroemd worden door een wereldster om het leven te brengen.

In het Roosevelt Hospital kreeg Yoko Ono te horen dat alle reanimatiepogingen waren mislukt. John Lennon was dood.

© Getty Images

Jacht op roem begint

Op 6 december 1980 landde Chapman op de luchthaven LaGuardia. Hij was naar New York gekomen om Lennon te zoeken. Net als Holden Caulfield in het boek van Salinger vond Chapman een goedkope overnachtingsplek: de jeugdherberg van de YMCA, op 10 minuten lopen van het Dakota-gebouw, waar John Lennon, Yoko Ono en hun vijf­jarige zoontje Sean woonden.

Een portier met gouden borduursels op zijn uniform bewaakte de ingang van het gebouw. In een lange jas en met een muts van nepbont op liep Chapman naar twee jonge vrouwen die ook leken te wachten om een glimp van de ster op te vangen op weg van of naar huis. 

Hij ontdekte al snel dat de vrouwen fans waren van Lennon en op goede voet stonden met de portier en met diverse beroemde bewoners van The Dakota.

Chapman vertelde dat hij helemaal uit Hawaï was gekomen om zijn idool te zien. Ze raadden hem aan de nieuwe plaat van Lennon, Double Fantasy, te kopen en de popster te vragen of hij zijn handtekening erop wilde zetten.

Dat deed Chapman, maar Lennon liet zich die dag niet zien. Die avond vertrok Chapman uit het goedkope hostel en checkte hij in het Sheraton Hotel. in. 

De overnachting in het luxe hotel en een lekkere maaltijd in een duur restaurant krikten het broze zelfvertrouwen van Chapman een beetje op – een fijn gevoel, dat echter niet beklijfde. 

Chapman mist zijn boek

De volgende morgen stond Chapman weer verwachtingsvol bij The Dakota. Hij wist inmiddels hoe de portier heette en vroeg: ‘Ha Steve, hoe gaat het? Is John Lennon in de stad?’

De portier antwoordde zoals altijd dat hij dat niet wist.

‘Heb je er bezwaar tegen als ik hier blijf wachten?’ voegde de ‘fan’ er beleefd aan toe.

‘Het is een openbaar trottoir. Zolang je de ingang niet blokkeert, mag je staan waar je wilt,’ zei de portier.

Rond lunchtijd ging Chapman even weg om wat te eten. Hij realiseerde zich ineens ook dat hij het boek The Catcher in the Rye miste. Hij zocht daarom een boekwinkel op en kocht een exemplaar.

In de boekwinkel begon Chapmans hart sneller te kloppen toen hij opeens recht in het gezicht van zijn idool keek – op een grote advertentie voor het erotische blad Playboy, dat een artikel over het muzikale genie publiceerde, omdat hij voor het eerst in vijf jaar weer een plaat had uitgebracht.

Chapman betaalde het boek en kocht daarnaast de Playboy met het artikel over Lennon en een kleine poster met een scène uit zijn lievelingsfilm The Wizard of Oz, waarin de hoofdpersoon Dorothy de tranen van de leeuw droogt.

De avond bracht hij in het Sheraton Hotel door met een escortgirl, net zoals Holden Caulfield had gedaan. Chapman gaf weinig om seks, maar wilde graag in de nabijheid van een vrouw zijn. Hij zei tegen haar dat ze een avondje vrij had en begon haar te masseren.

De volgende morgen ruimde hij zijn kamer op en legde hij een aantal dingen in een waaier op de grond: zijn paspoort, een bandje van Todd Rundgren, een referentie van een oude werkgever, een foto van zichzelf tussen Vietnamese vluchtelingenkinderen en de Bijbel, opengeslagen bij het Evangelie van Johannes (in het Engels: Gospel of John, red.), waar hij met een balpen ‘Lennon’ bij schreef. In het midden legde hij de poster van The Wizard of Oz.

De dingen op de grond waren alles wat betekenis had voor Chapman, en als de politie na de moord zijn hotel­kamer zou zien, ‘begrijpen ze meteen wie ik ben’, zo dacht hij. 

Chapman stak zijn pistool in zijn jaszak en dekte het wapen af met een stuk karton. In de badkamer draaide hij voor de spiegel rond, greep het wapen, richtte op zijn spiegelbeeld en haalde snel vijf keer achter elkaar de trekker over. Er klonk vijf keer een klik. Toen stopte hij vijf holle dumdumkogels in het pistool.

Toen Chapman het hotel verliet, had hij nog twee dingen bij zich: het boek The Catcher in the Rye, waarin hij had geschreven: ‘Dit is mijn boodschap’, en John Lennons nieuwe album.

In zijn hoofd streden twee stemmen om de aandacht. De ene riep: ‘Ik wil hem vermoorden!’ De andere smeekte: ‘God, verlos mij hiervan.’

Net zoals zijn held Holden Caulfield doolde Chapman door de straten van New York voordat hij naar The Dakota liep en zijn boek pakte.

Hij begon The Catcher in the Rye voor de zoveelste keer te herlezen en was er volkomen in verdiept toen er opeens een taxi stopte. Een man met een breedgerande hoed stapte uit en liep het gebouw binnen. De portier vroeg: ‘Heb je hem gezien?’ Maar Chapman had Lennon gemist.

‘Het was niet het juiste moment, maar ik voel dat hij weer terugkomt en dat zal niet heel lang duren,’ troostte Chapman zichzelf.

De moord op John Lennon kreeg veel aandacht in de media. Ook het moment dat zijn lichaam werd opgehaald.

© Getty Images

John Lennon geeft zijn moordenaar een handtekening

Tegen de avond werden zijn omfloerste gedachten doorbroken door gelach en een bekende stem met een Brits accent. John Lennon en Yoko Ono kwamen naar buiten en liepen naar een limousine. Chapman verstijfde toen hij Lennon zag.

‘Hé, ik dacht dat jij hier was omdat je zijn handtekening op de plaat wilde. Waar wacht je nog op? Daar is hij!’ riep een fotograaf die ook al de hele dag op de beroemdheid stond te wachten. Niet in staat om een woord uit te brengen strompelde Chapman naar zijn idool en reikte hem de lp aan. De voormalige Beatles-gitarist pakte het album glimlachend aan. Hij had echter geen pen op zak.

Mark Chapman gaf hem een balpen, waarmee de popmuzikant schreef: ‘John Lennon, december 1980.’

‘Kan ik verder nog iets voor je doen?’ vroeg Lennon beleefd, terwijl hij de plaat teruggaf aan zijn fan.

‘Bedankt, John,’ stamelde Chapman, maar vanbinnen probeerde een stem hem uit alle macht tot een daad aan te zetten: ‘NEEEE, dit is je kans. Steek je hand in je zak. Hij is van jou, hij is van mij. Jij monster, jij schijnheilig monster. Je had het beloofd!’ Even later waren de limousine en Lennon weg.

Vijf schoten doden John Lennon

Toen de limousine om 22.45 uur weer stopte, was Chapman er klaar voor. De teleurstelling van een paar uur eerder was verdwenen en de stem in zijn hoofd keerde terug: ‘Doe het, doe het!’

Lennon liep langs Chapman naar de entree en zette koers naar de trap, toen Chapman in actie kwam.

‘Ik richtte op zijn rug en haalde vijf keer de trekker over. Toen brak de hel los in mijn hoofd,’ vertelde hij later.

Chapman hoorde even niets meer door de harde knallen, en de geur van kruit prikte in zijn neus. De man die hij zo lang had verafgood, liep wankelend en bloedend naar binnen, terwijl Yoko Ono gillend dekking zocht.

Het hulpgeroep ging door merg en been. De portier sloeg het wapen uit Chapmans hand en schopte het weg. De moordenaar gooide zijn dikke jas en muts op de grond, zodat de politie zou zien dat hij niet meer wapens verborg.

En zo vond de politie Chapman – slechts gewapend met The Catcher in the Rye. John Lennon leefde nog. Een agent boog zich over hem heen en vroeg: ‘Weet u wie u bent? Hoe voelt u zich?’ Moeizaam antwoordde Lennon tussen zijn opeengeklemde tanden door: ‘John Lennon. Ik heb verdomd veel pijn.’ 

Vier kogels hadden de grote bloedvaten in zijn borst opengereten. Ondanks diverse reanimatiepogingen overleed John Lennon in de ambulance op weg naar het ziekenhuis.

Zes dagen later werd in steden overal ter wereld 10 minuten stilte gehouden ter nagedachtenis aan John Lennon. In Liverpool kwamen 30.000 fans bijeen om te rouwen, en in New York wel 225.000. Ook radiozenders bleven stil.

Mark David Chapman kreeg ‘20 jaar tot levenslang’ gevangenisstraf met dwangverpleging. Nu, 35 jaar later, zit de moordenaar van de Beatle nog steeds achter de tralies. Zijn tot op heden negen verzoeken om voorwaardelijke vrijlating zijn steeds categorisch afgewezen.

De dag na het nieuws van Lennons dood verzamelden zich duizenden fans bij het gebouw The Dakota.

© Getty Images

Bekijk ook ...